Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7903

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-10-2020
Datum publicatie
25-11-2020
Zaaknummer
C/15/307492 / FA RK 20-4934
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

gezag wijziging gevolgd door adoptie na hoogtechnologisch draagmoederschap

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

adoptie en gezag

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 7 oktober 2020

in de zaak met zaak-/rekestnr.: C/15/305944/FA RK 20/4087:

[de wensvader] en [de wensmoeder] ,

de wensvader en de wensmoeder, gezamenlijk de wensouders,

wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

advocaat: mr. J.H. van der Tol, kantoorhoudende te Amsterdam,

in welke zaak belanghebbende zijn:

[de draagmoeder] en [de draagvader] ,

de draagmoeder en de draagvader, gezamenlijk de draagouders dan wel de juridische ouders,

wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] .

in de zaak met zaak-/rekestnr.: C/15/307492/FA RK 20/4934:

De Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Haarlem,

hierna te noemen: de Raad,

--betreffende--

de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

in welke zaak belanghebbende zijn:

[de draagmoeder] en [de draagvader] ,

de draagmoeder en de draagvader, gezamenlijk de draagouders dan wel de juridische ouders,

wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

en

[de wensvader] en [de wensmoeder] ,

de wensvader en de wensmoeder, gezamenlijk de wensouders,

wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

advocaat: mr. J.H. van der Tol, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure met zaak-/rekestnr.: C/15/305944/FA RK 20/4087 (adoptie) blijkt uit:

- het verzoekschrift van de wensouders, ingekomen op 17 juli 2020;

- het rapport van de Raad van 11 augustus 2020, ingekomen op 14 augustus 2020;

- het F9-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de wensouders van 25 augustus 2020.

1.2

Het verloop van de procedure met zaak-/rekestnr.: C/15/307492/ FA RK 20/4934 (gezag) blijkt uit:

- het verzoekschrift van de Raad, ingekomen op 14 september 2020;

- de nadere stukken van de Raad, ingekomen op 16 september 2020.

1.3

De zaken zijn aansluitend behandeld op de zitting van 28 september 2020, alwaar in de zaak omtrent het gezag zijn verschenen de wensouders, de draagouders en [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad. In de zaak omtrent de adoptie zijn vervolgens verschenen de wensouders, bijgestaan door mr. J.H. van der Tol (telefonisch) en de draagouders.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

De wensouders hebben acht jaar een relatie, waarvan zij vijf jaar samenwonen.

2.2

De draagouders zijn op [huwelijksdatum] gehuwd.

2.3

Uit de draagmoeder is op [geboortedatum] te [plaats] geboren het kind [de minderjarige] .

2.4

De draagmoeder is de tante van de wensmoeder.

2.5

De wensouders en de draagouders hebben een draagmoederschapsovereenkomst gesloten. De zwangerschap is tot stand gekomen door hoogtechnologisch draagmoederschap, hetgeen betekent dat de gameten zijn verkregen van de wensouders. De wensouders zijn genetisch gezien 100% verwant aan [de minderjarige] .

2.6

De draagouders zijn van rechtswege belast met het gezag over [de minderjarige] .

2.7

[de minderjarige] woont vanaf haar geboorte bij de wensouders.

Om proceseconomische redenen zal hierna eerst het verzoek van de Raad worden besproken en daarna het verzoek van de wensouders.

3 Verzoek van de Raad

3.1

De Raad verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, het gezag van de draagouders over [de minderjarige] te beëindigen. De Raad adviseert om de wensouders te benoemen tot voogd over [de minderjarige] , dan wel de adoptie uit te spreken.

3.2

Ter onderbouwing van het verzoek heeft de Raad aangegeven dat een gezagsbeëindiging van de draagouders in het belang van [de minderjarige] is. De draagouders zijn ongeschikt om hun plicht tot verzorging van [de minderjarige] te vervullen, omdat zij verwekt en gedragen is met de intentie dat de wensouders haar zullen verzorgen en opvoeden naar volwassenheid. De kinderwens van de draagouders is met de komst van hun eigen kinderen vervuld. De draagouders willen de verantwoordelijkheid en de zorg voor [de minderjarige] niet op zich nemen. Zij hebben zich niet gehecht, de draagmoeder heeft geen moeder-kindrelatie opgebouwd. De draagouders zijn juridisch gezien echter wel belast met het gezag over [de minderjarige] . Feitelijk gezien ligt de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] bij de wensouders.

De Raad acht het in het belang van [de minderjarige] dat de wensouders met de voogdij over [de minderjarige] worden belast. Dit doet recht aan het draagmoederschapstraject dat de draagouders en de wensouders gezamenlijk in gang hebben gezet. De wensouders zijn genetisch de biologische ouders van [de minderjarige] . Door de overdracht van [de minderjarige] aan de wensouders, direct na de geboorte, is de hechtingsrelatie tussen [de minderjarige] en de wensouders in gang gezet.

De Raad heeft tot slot aangegeven, gezien de intentie van het gehele traject, namelijk dat de wensouders [de minderjarige] zullen verzorgen, opvoeden en adopteren, dat de Raad geen bezwaar heeft tegen het verzoek van de wensouders om [de minderjarige] direct te adopteren in plaats van na de wettelijke verzorgingstermijn van één jaar. De Raad acht het in het belang van [de minderjarige] dat zo spoedig mogelijk de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie.

4 Beoordeling

4.1

De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) het gezag van een ouder kan beëindigen, indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn.

4.2

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de rechtbank gebleken dat de draagouders en de wensouders bewust de keuze hebben gemaakt voor draagmoederschap om de kinderwens van de wensouders te vervullen. Na veel overleg met elkaar hebben de draag- en wensouders zich tot het specialistisch team van het VU Medisch Centrum te Amsterdam (VUmc) gewend, waar zij zijn gescreend en in aanmerking zijn gekomen voor hoogtechnologisch draagmoederschap. De draag- en wensouders hebben zich uitgebreid laten informeren over de medische, psychische en juridische aspecten en de consequenties hiervan. Zij zijn daarna met elkaar een draagmoederschapsovereenkomst overeengekomen. Vervolgens is onder begeleiding van het VUmc via hoogtechnologisch draagmoederschap de zwangerschap tot stand gekomen. Ook na de geboorte van [de minderjarige] zijn de draagouders bij hun besluit gebleven om de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] niet op zich te nemen. [de minderjarige] wordt vanaf haar geboorte verzorgd en opgevoed door de wensouders en zij zal hier opgroeien.

4.3

Er is sprake geweest van hoogtechnologisch draagmoederschap, wat betekent dat [de minderjarige] 100% genetisch verwant is aan de wensouders. De draagouders zijn echter thans haar juridische ouders, nu de Nederlandse wet bepaalt dat een vrouw uit wie een kind wordt geboren de moeder is, en de man die met haar is gehuwd op het tijdstip van de geboorte, de vader. De wet bepaalt dan tevens dat de juridische (gehuwde) ouders gezamenlijk met het gezag zijn belast.

4.4

[de minderjarige] is na haar geboorte direct in het gezin van de wensouders opgenomen, geheel volgens het plan van de draagouders en de wensouders. Daardoor heeft er met de draagouders geen hechtingsproces plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank is de wettelijk genoemde bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige] gelegen in het feit dat het ervoor moet worden gehouden dat de draagouders, gegeven hun intenties met het draagouderschap, in ieder geval emotioneel niet in staat zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] op zich te nemen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van [de minderjarige] aanvaardbaar te achten termijn. Het is voorts van belang dat de wensouders, die [de minderjarige] vanaf haar geboorte opvoeden en verzorgen, de beslissingen over [de minderjarige] nemen en ook -juridisch- kunnen nemen. De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat aan het criterium van artikel 1:266, eerste lid, onder a. BW is voldaan, en zal het verzoek tot beëindiging van het gezag van de draagouders toewijzen.

4.5

Door de beëindiging van het gezag van de draagouders komt een gezagsvoorziening over [de minderjarige] te ontbreken. De Raad heeft verzocht om de wensouders tot voogd te benoemen. Thans is echter ook het verzoek van de wensouders tot adoptie aan de orde. De rechtbank zal dan ook dat verzoek eerst bespreken en daarna ingaan op de voogdij.

5 Verzoek van de wensouders

5.1

De wensouders hebben verzocht de adoptie uit te spreken van [de minderjarige] door de wensouders, waarbij tevens is verzocht te verklaren dat de geslachtsnaam van [de minderjarige] na de adoptie ‘ [geslachtsnaam] ’ zal zijn.

6 Beoordeling

6.1

De wettelijke regeling inzake adoptie is opgenomen in afdeling 12 van Boek 1 van het BW.

6.2

In artikel 1:227 BW zijn de grond voor adoptie opgenomen en in artikel 1:228 BW de voorwaarden. Artikel 1:229 BW en artikel 1:230 BW zien op de rechtsgevolgen van adoptie. Artikel 1:231 BW is in deze zaak niet aan de orde.

6.3

Van belang in deze zaak zijn de twee gronden genoemd in artikel 1:227, tweede en derde lid, BW.

De eerste grond waaraan moet zijn voldaan zijn is dat de wensouders drie jaar aaneen-gesloten onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd. Aan die grond is voldaan.

De tweede grond is dat de adoptie in het kennelijk belang is van het kind en dat op het tijdstip van de adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder(s) in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden van artikel 1:228 is voldaan.

6.4

De rechtbank zal eerst de voorwaarden van artikel 1:228 bespreken.

6.5

Artikel 1:228 BW vermeldt zeven voorwaarden waaraan moet zijn voldaan. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak twee van die voorwaarden besproken dienen te worden, aan de overige is voldaan.

6.6

De eerste voorwaarde, genoemd in artikel 1:228, lid 1, onder f, BW betreft de zogeheten verzorgingstermijn. Adoptanten dienen het kind gedurende ten minste een jaar te hebben verzorgd en opgevoed.

Aan deze voorwaarde is niet voldaan, nu [de minderjarige] op [geboortedatum] is geboren en het verzoek van de wensouders dateert van 17 juli 2020.

6.7

De wensouders hebben gesteld dat de verzorgingstermijn is opgenomen om de stabiliteit van de verzorgings- en opvoedingssituatie van het kind te kunnen toetsen. Dit artikel lijkt niet ontworpen te zijn voor draagmoederschapssituaties. De vereiste verzorgingstermijn dient volgens de wensouders dan ook in hun geval geen beschermingsdoel ten opzichte van [de minderjarige] . De wensouders wonen bovendien al vijf jaar samen en hebben acht jaar een relatie, waardoor naar hun mening van een bestendige relatie kan worden gesproken. De wensouders doen een beroep op artikel 8 en artikel 14 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en verzoeken om de verzorgingstermijn buiten beschouwing te laten.

6.8

De rechtbank is van oordeel dat het beroep op artikel 8 EVRM slaagt en overweegt daartoe als volgt.

De verzorgingstermijn is met name bedoeld om de bestendigheid van de verzorging en opvoeding van de te adopteren minderjarige door de adoptiefouder te toetsen. De achterliggende gedachte hiervan heeft betrekking op het belaste verleden waar bij adoptiefkinderen sprake van kan zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is in het onderhavige geval sprake van een bijzondere situatie, waarbij de vereiste verzorgingstermijn geen redelijk doel treft. [de minderjarige] is biologisch gezien 100% het kind van de wensouders en zij hebben [de minderjarige] direct vanaf haar geboorte verzorgd en opgevoed, zoals ook steeds was bedoeld. Afwijzing van het verzoek tot adoptie omdat niet is voldaan aan de vereiste verzorgings-termijn zou in dit geval, gelet op vorenstaande, in strijd zijn met het belang van [de minderjarige] . Om die reden zal de rechtbank de verzorgingstermijn in dit geval vanwege strijd met genoemde internationale bepalingen buiten beschouwing laten.

6.9

De tweede voorwaarde, genoemd in artikel 1:228, lid 1, onder g, BW, betreft het gezag en vereist dat de ouder(s) niet langer het gezag over het kind hebben.

Zoals onder punt 4.3 reeds is overwogen zal de rechtbank het gezag van de draagouders over [de minderjarige] beëindigen, zodat ook aan deze eis zal zijn voldaan.

6.10

Nu aan de voorwaarden van artikel 1:228 BW is voldaan, dient de rechtbank te beoordelen of, zoals genoemd in artikel 1:227, derde lid, de adoptie in het kennelijk belang is van [de minderjarige] en of op het tijdstip van de adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat zij niets meer van de draagouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft.

6.11

De Raad heeft ter zitting aangegeven dat uit het raadsonderzoek is gebleken dat [de minderjarige] een prachtig meisje is, wiens belangen goed door de wensouders worden vertegenwoordigd. [de minderjarige] is zeer gewenst en gewild door alle betrokkenen. De Raad ondersteunt het verzoek tot adoptie volledig.

6.12

Zoals eerder opgemerkt zijn de wensouders voor 100% de biologische ouders van [de minderjarige] . Zij fungeren volledig als de ouders van [de minderjarige] . De draagouders zijn haar oom en tante. Ter zitting is gebleken dat er openheid is en zal zijn over waar [de minderjarige] vandaan komt, zowel tegenover [de minderjarige] , als ook tegenover de kinderen van de draagouders. De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige] is dat de wensouders niet alleen haar biologische ouders zijn, maar ook haar juridische ouders worden. Zij heeft van de draagouders in de hoedanigheid van ouders nu en voor de toekomst redelijkerwijs niets meer te verwachten. Zij zullen uiteraard altijd met [de minderjarige] verbonden zijn, maar dat staat los van het juridische oordeel inzake de adoptie. De rechtbank zal het verzoek van de wensouders tot adoptie van [de minderjarige] dan ook toewijzen.

6.13

De rechtbank overweegt ten aanzien van de geslachtsnaam als volgt. In artikel 1:5, derde lid BW is bepaald dat, indien een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking komt te staan tot beide adoptanten van verschillend geslacht die niet met elkaar zijn gehuwd, het kind de geslachtsnaam houdt die het heeft, tenzij de adoptanten ter gelegenheid van de adoptie gezamenlijk verklaren dat het een van hun beider geslachtsnamen zal hebben. De rechterlijke uitspraak inzake de adoptie vermeldt de verklaring van de adoptanten hieromtrent.

De wensouders hebben verklaard dat [de minderjarige] na adoptie de geslachtsnaam van de wensvader zal hebben: [geslachtsnaam] .

6.14

Nu de wensouders [de minderjarige] adopteren, zullen zij op grond van artikel 1:229, vierde lid, BW, gezamenlijk belast zijn met het gezag over [de minderjarige] . Nu de adoptie pas haar gevolg heeft vanaf de dag waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 1:230, eerste lid, BW), dient de rechtbank op grond van artikel 1:275, eerste lid, BW, voor die tussenliggende periode een voogd over [de minderjarige] te benoemen. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] dat de wensouders als voogd worden benoemd voor deze periode. Vanaf het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan en de adoptie haar gevolgen heeft, oefenen de wensouders vervolgens het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uit.

7 Beslissing

De rechtbank:

7.1

beëindigt het ouderlijk gezag van:

- [de draagmoeder] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

en

- [de draagvader] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

over de minderjarige [de minderjarige], geboren [geboortedatum] te [plaats] ;

7.2

benoemt tot gezamenlijke voogden over genoemde minderjarige, tot het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan:

- [de wensvader] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,

en

- [de wensmoeder] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ;

7.3

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7.4

spreekt uit de adoptie van het kind [de minderjarige], geboren [geboortedatum] te [plaats] , door:

- [de wensvader] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,

en

- [de wensmoeder] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ;

7.5

bepaalt dat [de wensvader] en [de wensmoeder] gezamenlijk met het gezag over de minderjarige [de minderjarige] , geboren [geboortedatum] te [plaats] , zullen zijn belast vanaf de dag dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan;

7.6

verstaat dat de geslachtsnaam van [de minderjarige] , geboren [geboortedatum] te [plaats] zal zijn: [geslachtsnaam];

7.7

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Velsen.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.L. Roubos, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van H.M. Zonneveld als griffier en in het openbaar uitgesproken op

7 oktober 2020.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.