Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7772

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
05-10-2020
Zaaknummer
HAA 20/3830 en HAA 20/3832
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Toekenning kapverguning met herplantplicht. Beroep ongegrond. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: HAA 20/3830 en 20/3832


uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 september 2020 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Stichting Animo, Alkmaarse Natuur-en Milieu organisaties, te Alkmaar, verzoekster/eiseres (hierna: verzoekster),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar, verweerder

(gemachtigde: M. Blom ).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Alkmaar Sport N.V. , te Alkmaar.

Procesverloop

Bij besluit van 4 december 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan Alkmaar Sport N.V. een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 144 populieren.

Bij besluit van 2 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en beslist dat aan de kapvergunning een herplantplicht zal worden verbonden.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 september 2020. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] , voorzitter van verzoekster, en
[naam 2] , waarnemend secretaris van verzoekster. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De derde partij heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 3] , adviseur sportvelden.

Overwegingen

1. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep.

2.1.

Op 28 oktober 2019 heeft Alkmaar Sport N.V. een vergunning bij verweerder aangevraagd voor de kap van een bomenrij van 152 populieren aan de Hoornsevaart in Alkmaar.

2.2.

Verweerder heeft de kapvergunning voor de aanwezige 144 populieren bij het primaire besluit op grond van artikel 4, tweede lid, van de Bomenverordening Alkmaar 2017 in samenhang met artikel 2.18, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het door verweerder gehanteerde beleid toegekend zonder voorschriften of beperkingen.

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van verzoekster gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen in die zin dat aan de kapvergunning een herplantplicht voor 36 bomen van de eerste orde is verbonden. Hieraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat gebleken is dat de bomen een landschappelijke waarde hebben en dat de afbakening behouden moet blijven. Uit de adviezen van Groenadvies en Stadswerk 072 volgt dat de kap van alle bomen in één keer de beste optie is. Dit in verband met veiligheid en de verhoogde frequentie van onderhoud en gevolgen van het beeld bij gefaseerde kap. Ter behoud van de landschappelijke waarde is een herplantplicht van
36 bomen van de eerste orde toereikend. In totaal staan er dan 61 bomen. Er is geen reden om tot 1 op 1 compensatie over te gaan. Er is bij herplanting van 36 bomen sprake van een kwalitatief betere en duurzamere oplossing. Gedurende de beroepsprocedure heeft verweerder een advies van 3 september 2020 van [naam 4] , omgevingsontwerper Gemeente Alkmaar, overgelegd waarin het voorgaande is bevestigd.

4. Verzoekster heeft in beroep gesteld dat gelet op de praktijk, de locatie en het geringe aantal bomen met een korte levensverwachting, geen sprake is van problemen met de veiligheid. Gezien het advies van [naam 5] van Stadwerk 072 is er geen reden voor de kap van alle bomen in één keer. Gefaseerde kap in combinatie met deskundig onderhoud is mogelijk. De bomenrij kan zoveel mogelijk in tact blijven door alleen de toekomstarme bomen te kappen en 1 op 1 te vervangen. Subsidiair heeft verzoekster betoogd dat de nu opgelegde herplantverplichting niet toereikend is. Hiermee wordt de landschappelijke waarde niet hersteld. Verweerder hanteert, zo heeft de wethouder volgens verzoekster verklaard, een 1 op 1 compensatie ten aanzien van bomenkap. De motivering dat hiervan in dit geval moet worden afgezien vindt verzoekster niet toereikend. Aan het advies van [naam 4] kan niet de waarde worden gehecht die verweerder daaraan heeft gehecht, nu zij werkzaam is voor verweerder en dus niet als onafhankelijk deskundige kan worden gezien. Er treedt bovendien precedentwerking op als achterstallig onderhoud op deze manier wordt beloond.

5. Bij onderhavige zaak is het volgende wettelijke kader van belang.

Artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), luidt voor zover van belang, als volgt:

1. Voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om:

g. houtopstand te vellen of te doen vellen;

geldt een zodanige bepaling als een verbod om een project voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning.


Op grond van artikel 2.18 Wabo kan de omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2 slechts worden verleend of geweigerd op de gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening.

De artikelen 2, 4 en 7 van de Bomenverordening Alkmaar 2017 (de Verordening) luiden, voor zover van belang als volgt:

Artikel 2: Verbod vellen houtopstand

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.

Artikel 4: Toetsingscriteria omgevingsvergunning vellen houtopstand

1. Bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning om te vellen weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.

2. De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand, niet zijnde een monumentale boom of waardevolle boom, kan worden geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden:

a. a) natuur- en milieuwaarden;

b) landschappelijke waarden;

c) cultuurhistorische waarden;

d) waarden van stads- en dorpsschoon;

e) waarden voor recreatie en leefbaarheid.

Artikel 7: Voorschriften en beperkingen

1. Aan de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften en beperkingen verbinden:

a. a) dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegd gezag te geven aanwijzingen, moet worden herplant;

(…)

In het Groenbeleidsplan Alkmaar 2017-2027 staat op pagina 32 met betrekking tot herplant het volgende:
“Daar waar bomen verdwijnen, bijvoorbeeld door ziekte, stormschade of herinrichting van de omgeving, worden deze vervangen of gecompenseerd. Daarbij kan de gemeente ook aan derden, bijvoorbeeld projectontwikkelaars, een herplantplicht opleggen.”

6. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit het bepaalde in artikel 4 en artikel 7, van de Bomenverordening voortvloeit dat het verlenen van een omgevingsvergunning en het daaraan verbinden van voorschriften en beperkingen voor het (doen) vellen van een houtopstand een bevoegdheid betreft van verweerder. Bij de uitoefening van die bevoegdheid komt verweerder een ruime mate van beleidsvrijheid toe. Als een in artikel 4, tweede lid, van de Bomenverordening genoemde waarde zich voordoet, kan verweerder de vergunning weigeren, maar daartoe bestaat geen verplichting. Ook bestaat geen verplichting tot het opleggen van de voorwaarde tot herplant. Daarbij moet verweerder een belangenafweging maken. Uit het door verzoekers aanhaalde citaat van wethouder Zon volgt, nog daargelaten dat dit (nog) niet is vastgelegd in een beleidsregel, niet dat in alle gevallen een 1 op 1 herplantingplicht wordt opgelegd. Ook door de wethouder wordt expliciet het voorbehoud gemaakt dat hiertoe niet in alle gevallen kan worden overgegaan. Het voorgaande leidt ertoe dat slechts plaats is voor een terughoudende toetsing door de rechter. Deze toetsing is beperkt tot de vraag of verweerder bij afweging van belangen in redelijkheid tot zijn besluit tot verlening van de gevraagde omgevingsvergunning heeft kunnen komen.

7.1.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet gezegd kan worden dat verweerder, alle belangen afwegende, niet tot het bestreden besluit heeft kunnen komen.

7.2.

Uit de rapportage van Groenadvies volgt dat sprake is van 19 bomen met een zeer beperkte levensverwachting waarvan de veiligheid nu niet gegarandeerd kan worden. Daarnaast zullen 16 bomen binnen 5 a 10 jaar verwijderd moeten worden. Dat betekent dat ongeveer 25% van het bomenbestand binnen 10 jaar verwijderd zal moeten worden. Als gevolg hiervan ontstaan gaten in het gehele bestand en is het niet goed mogelijk om gefaseerd telkens een deel van de rij te vervangen. Daarnaast ontstaat er een veiligheidsrisico omdat als gevolg van de gaten in de rij de resterende bomen zwaarder belast worden, met een vergroot risico op breuk en windworp. Geadviseerd wordt dan ook om alle populieren te verwijderen. Verweerder heeft zich gelet hierop in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat als niet tot kap van alle bomen in één keer wordt overgegaan een onveilige situatie blijft bestaan, dan wel zal ontstaan.

7.3.

Dat ook andere opties mogelijk zijn, zoals beschreven door [naam 5] van Stadwerk 072, heeft verweerder onder ogen gezien. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom hiervoor niet is gekozen. De afweging dat het kappen van alle bomen in één keer kwalitatief beter, veiliger en duurzamer is dan de optie van gefaseerde kap kan, gelet op de door Groenadvies, Stadwerk 072 en [naam 4] gegeven adviezen en daarin benoemde voor- en nadelen, worden gevolgd.

7.4.

Voorts heeft verweerder de (landschappelijke) waarde van de bomenrij bij zijn besluitvorming betrokken. Om die reden heeft hij een herplantplicht opgelegd. Uit het advies van [naam 4] volgt dat met een compensatie van 36 bomen van de eerste orde, aangeplant tussen de resterende struiken en bomen, in de toekomst een volwaardige beplanting aanwezig is die de algemeen aanwezige waarden voor natuur en milieu kan compenseren. Door te kiezen voor een gevarieerd assortiment aan inheemse bomen neemt de biodiversiteit toe, dit draagt bij aan een hogere natuurwaarde dan in de huidige situatie. Met deze compensatie worden ook de landschappelijke waarden en waarden voor recreatie en leefbaarheid gecompenseerd. Hiermee is naar het oordeel van de voorzieningenrechter door verweerder voldoende gemotiveerd dat de waarde van het landschap met de opgelegde herplantplicht voldoende gewaarborgd blijft. In wat verzoekers hebben aangevoerd ziet de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding om aan de juistheid hiervan te twijfelen. Dat [naam 4] werkzaam is bij verweerder maakt nog niet dat het advies onzorgvuldig dan wel onjuist is. De omstandigheid dat het bij herplanten van minder bomen langer duurt voordat deze waarde is hersteld, heeft verweerder niet van zwaarwegend belang hoeven te achten. Hetzelfde geldt voor de mogelijke precedentwerking.

8. Het beroep is ongegrond. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. Steinhauser, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier. De uitspraak is uitgesproken op 29 september 2020. In verband met maatregelen vanwege het coronavirus is deze uitspraak niet in het openbaar uitgesproken. Als dit weer mogelijk is zal dit, indien nodig, alsnog gebeuren.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.