Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7635

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-09-2020
Datum publicatie
29-09-2020
Zaaknummer
C/15/303346 / JU RK 20/1058
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten jeugdhulp verleend met specifieke vermelding van de instelling waar de machtiging ten uitvoer moet worden gelegd. Vermelding van een overweging ten overvloede over de patstelling tussen de betrokken instanties en personen over de (door alle betrokkernen noodzakelijk geachte) vervolgplek, waardoor niet de zorg is verleend die de kinderrechter in het kader van de gesloten machtiging noodzakelijk heeft geacht en er, mogelijk onnodige, veiligheidsrisico’s zijn opgetreden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Zittingsplaats: Alkmaar

Zaakgegevens : C/15/303346 / JU RK 20-1058

datum uitspraak: 10 september 2020

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI,

gevestigd te Alkmaar,

betreffende de jeugdige:

- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen de moeder,

gevestigd te [plaats] ,

[de vader] , hierna te noemen de vader,

gevestigd te [plaats] .

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    de beschikking van 11 juni 2020 en de daarin vermelde stukken;

  • -

    de brief (met bijlagen) van mr. N.J.M. Plat namens de ouders van 12 augustus 2020;

  • -

    de verklaring dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder van 31 augustus 2020;

  • -

    de instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 31 augustus 2020;

  • -

    de brief van de GI van 2 september 2020;

  • -

    het e-mailbericht van mr. Plat namens de ouders van 26 augustus 2020;

  • -

    het e-mailbericht (met bijlagen) van de GI van 2 september 2020

  • -

    de brief (met bijlagen) van mr. N.J.M. Plat namens de ouders van 6 september 2020;

  • -

    de brief van mr. F.R. Menso namens [de minderjarige] van 9 september 2020.

1.2.

Op 10 september 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:

  • -

    de minderjarige [de minderjarige] (telefonisch vanuit [instelling] )), bijgestaan door mr. F.R. Menso,

  • -

    de ouders, bijgestaan door mr. N.J.M. Plat,

  • -

    [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI,

  • -

    [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI (telefonisch).

2 De feiten

2.1.

Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

2.2.

[de minderjarige] is bij beschikking van 8 maart 2019 onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar, tot 8 maart 2020. Bij beschikking van 16 januari 2020 is de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 8 maart 2021.

2.3.

Bij beschikking van 16 juli 2019 is voor [de minderjarige] - na een spoedmachtiging - een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot uiterlijk 16 oktober 2019. De gesloten plaatsing is daarna steeds verlengd, laatstelijk (bij beschikking van 11 juni 2020) van 16 juni 2020 tot 16 september 2020, waarbij het verzoek ten aanzien voor het overige is aangehouden in afwachting van nadere informatie van de GI.

2.4.

[de minderjarige] verblijft sinds 9 september 2020 bij [instelling] te [plaats] .

3 Het verzoek

3.1.

De GI heeft verzoek om het aangehouden deel, te weten een machtiging gesloten jeugdhulp van 16 september 2020 tot 16 december 2020, alsnog toe te wijzen.

3.2.

[de minderjarige] verbleef aanvankelijk bij Horizon, locatie Antonius te Castricum (hierna te noemen Horizon) en sinds zijn detentie eind juni 2020 bij Juvaid locatie Veenhuizen. Met ingang van 9 september 2020 is de voorlopige hechtenis van [de minderjarige] geschorst (onder voorwaarden) en is [de minderjarige] bij [instelling] te [plaats] geplaatst, in afwachting van een plek bij de (gespecialiseerde) behandelkliniek De Catamaran te Eindhoven. [de minderjarige] staat als tweede op de wachtlijst en zal naar verwachting op korte termijn overgeplaatst worden naar De Catamaran. Een concrete datum is nog niet bekend. Voor plaatsing bij De Catamaran is geen machtiging gesloten jeugdhulp vereist.

4 De standpunten

4.1.

De ouders zijn het eens met het verzoek van de GI om de gesloten machtiging te verlengen tot 16 december 2020. [instelling] is een passende overbruggingsplek naar De Catamaran. De ouders zijn zeer ontevreden en teleurgesteld over de gang van zaken tijdens het verblijf van [de minderjarige] binnen Horizon en willen de absolute zekerheid dat [de minderjarige] niet meer teruggeplaatst wordt naar Horizon, locatie Antonius. Door en namens de ouders wordt dan ook verzocht om specifiek te bepalen dat de machtiging gesloten jeugdhulp bij [instelling] ten uitvoer wordt gelegd en dat de gemeente verantwoordelijk is voor de financiering van de gehele termijn dat [de minderjarige] bij [instelling] verblijft.

4.2.

Ook [de minderjarige] is het eens met het verzochte. Ook namens [de minderjarige] wordt daarbij verzocht specifiek te bepalen dat [de minderjarige] ter overbrugging naar De Catamaran te Eindhoven bij [instelling] geplaatst wordt. Voorts wordt verzocht om op te nemen dat de GI de regie heeft en behoudt, ook tijdens de plaatsing van [de minderjarige] op [instelling] en dat de jeugdhulpaanbieder zich daarnaar heeft te schikken. Om te voorkomen dat een aanbestedingsdiscussie tussen de gemeente en welke instantie dan ook weer oplaait, wordt verzocht expliciet te bepalen dat de gemeente de gemeente de volledige kosten van de plaatsing van [de minderjarige] bij [instelling] voor de duur van deze machtiging voor zijn rekening neemt.

5 De beoordeling

5.1.

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

5.2.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een machtiging gesloten jeugdhulp is voldaan. Uit het bevel ‘schorsing voorlopige hechtenis’ van

8 september 2020 van deze rechtbank blijkt dat de voorlopige hechtenis van [de minderjarige] is geschorst met ingang van 9 september 2020 onder de voorwaarden (voor zover hier van belang) dat [de minderjarige] meewerkt aan zijn plaatsing bij [instelling] in [plaats] en [de minderjarige] zal meewerken aan zijn (door)plaatsing van [instelling] naar de kliniek De Catamaran in Eindhoven zodra daar een plek voor hem beschikbaar is. [de minderjarige] heeft zich daartoe bereid verklaard. Ter zitting in deze zaak hebben [de minderjarige] en de ouders ingestemd met het verzoek van de GI. Mede gelet op de instemming van zowel [de minderjarige] als de ouders als de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper, zal de kinderrechter een (opvolgende) machtiging gesloten jeugdhulp verlenen van 16 september 2020 tot 16 december 2020.

Ten aanzien van de uitvoering van de machtiging gesloten jeugdhulp

5.3.

Gelet op het uitdrukkelijke verzoeken van (de advocaten van) [de minderjarige] en de ouders, het standpunt van de GI en voormelde schorsingsvoorwaarden en de bepaling jeugdhulp van 31 augustus 2020, waarin (specifiek) is opgenomen dat de gesloten jeugdhulp uitgevoerd dient te worden bij [instelling] te [plaats] , ziet de kinderrechter aanleiding om specifiek te bepalen dat [de minderjarige] bij [instelling] wordt geplaatst. Voor de aanvullende bepaling dat [de minderjarige] daar zal blijven tot zijn overplaatsing naar de Catamaran te Zeist, ziet de kinderrechter geen aanleiding. Indien de overplaatsing onverhoopt niet binnen deze termijn kan worden gerealiseerd, zal een nieuwe machtiging gesloten jeugdhulp aangevraagd moeten worden. Dat verzoek ligt hier niet voor en de kinderrechter is niet bevoegd daarop vooruit te lopen.

5.4.

Het verzoek om expliciet te bepalen dat de gemeente verantwoordelijk is voor de volledige financiering van de verleende machtiging gesloten jeugdhulp, zal de kinderrechter eveneens afwijzen. De kinderrechter komt geen bevoegdheid toe om daarover een beslissing te nemen. Uit de Jeugdwet volgt dat de gemeente financieel verantwoordelijk is voor de kosten van de gesloten plaatsing bij [instelling] .

5.5.

Het verzoek om te bepalen dat de GI de eindverantwoordelijke is voor de uitvoering van de machtiging gesloten jeugdhulp en de GI derhalve de regie heeft en behoudt en de zorgaanbieder zich daarnaar dient te schikken, wordt ook afgewezen. Ook hierin komt de kinderrechter geen bevoegdheid toe. Ook dit volgt immers uit de Jeugdwet.

5.6.

Geheel ten overvloede overweegt de kinderrechter ten aanzien van de gang van zaken en de situatie van [de minderjarige] ten tijde van zijn verblijf in Horizon als volgt.

5.7.

De kinderrechter stelt vast dat er (in ieder geval) vanaf begin mei 2020 ernstige zorgen waren over de situatie van [de minderjarige] , nadat in maart 2020 nog was besloten dat [de minderjarige] een traject in Spanje zou volgen. Een korte verlenging van de gesloten plaatsing werd verleend om het traject in gang te zetten. Om [de minderjarige] gemotiveerd te houden en een proces van afglijden te keren werd hij besloten op een studio geplaatst bij Horizon. Begin mei 2020 was er sprake van een forse toename van de zorgen over [de minderjarige] en werd gevreesd voor de veiligheid van [de minderjarige] . De GI heeft toen de ernstige zorgen met de mentor en de gedragsdeskundige van Horizon besproken; allen waren overtuigd van een zeer zorgelijke situatie rond [de minderjarige] . Hij leek weer drugs te gebruiken, was verwikkeld in criminele activiteiten zoals dealen en ‘katvangen’, oogde gespannen en zocht naar allerlei mogelijkheden om zich te onttrekken. [de minderjarige] zag er slecht uit en in gesprekken met de GI gedroeg hij zich vreemd en onrustig en was hij onverschillig over zijn toekomst. Gezamenlijk is toen geconstateerd dat een voortzetting van de plaatsing van [de minderjarige] bij Horizon niet meer verantwoord was en dat een meer passende plek gezocht moest worden met extra beveiliging. Harreveld en Transferium werden door de GI als alternatief gezien, maar door een lange wachtlijst (Harreveld) en een mogelijke sluiting en te hoge kosten (Transferium) is een overplaatsing naar één van deze instellingen niet gelukt. Daardoor ontstond een patstelling die niet werd doorbroken en die niet in het belang van [de minderjarige] was. [de minderjarige] verbleef op dat moment nog steeds op de studio in Horizon. De GI heeft vervolgens Horizon verzocht maatregelen te nemen om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen. De aanvullende veiligheidsmaatregelen zijn echter uitgebleven, naar de kinderrechter begrijpt, omdat er onvoldoende personeel zou zijn. De onttrekkingen van [de minderjarige] stapelden zich op en de zorgen over de veiligheid en gezondheid van [de minderjarige] namen in die mate toe dat de indruk bestond dat hij zichzelf of anderen iets aan zou kunnen doen.

Op de zitting van de kinderrechter op 11 juni 2020 is de patstelling in de situatie van [de minderjarige] uitvoerig aan de orde gekomen. De kinderrechter heeft vervolgens overwogen dat bij een mogelijke overplaatsing van [de minderjarige] naar een andere instelling gekeken diende te worden naar zijn belang in plaats van de aanbesteding. Ondanks deze uitdrukkelijke overweging van de kinderrechter is [de minderjarige] echter niet overgeplaatst naar een andere jeugdzorginstelling.

Geheel tegen de afspraken met de GI in heeft Horizon [de minderjarige] op 17 juni 2020 op onbegeleid verlof voor een afspraak bij de tandarts laten gaan, volgens de GI opnieuw omdat er een tekort aan personeel was om hem te begeleiden. Die dag heeft het steekincident (diefstal met geweld) plaatsgevonden waarvoor [de minderjarige] in voorlopige hechtenis is geplaatst in [plaats] .

5.8.

Het is de kinderrechter aan de hand van de stukken en het verhandelde ter zitting duidelijk dat door een patstelling tussen de betrokken instanties en personen (de gemeente, GI en Horizon) niet de zorg aan [de minderjarige] is verleend die de kinderrechter in het kader van de verleende machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk heeft geacht waardoor er ernstige, mogelijk onnodige, veiligheidsrisico’s zijn opgetreden. Zowel voor [de minderjarige] als voor de samenleving. Grote vraagtekens kunnen worden gesteld bij het beveiligingsbeleid ten aanzien van [de minderjarige] , uitgevoerd door Horizon, nu zich al langere tijd liet aanzien dat hij daar niet op zijn plek zat en meer beveiliging nodig had. Dat is meerdere keren uitdrukkelijk aan de orde geweest, ook tijdens een eerdere zitting van de kinderrechter op 11 juni 2020. Dat de ouders duidelijkheid willen over de gang van zaken over de periode dat [de minderjarige] in Horizon verbleef omdat zij het gevoel hebben dat niet in het belang is gehandeld van [de minderjarige] terwijl zij vaak aan de bel hebben getrokken, acht de kinderrechter in het licht van al het voorgaande begrijpelijk. Het is echter niet aan de kinderrechter om daarover in het kader van deze zaak uitspraken te doen dan wel gevolgen te verbinden. De ouders hebben meldingen gedaan bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en er wordt onderzoek gedaan naar de gang van zaken bij Horizon, locatie Antonius. Vanuit die invalshoek zal duidelijk moeten worden of de door de betrokken instanties verleende hulp aan [de minderjarige] voldoet aan het bepaalde in artikel 4.1.1., tweede lid, van de Jeugdwet.

Wel is de kinderrechter bezorgd over de hiervoor beschreven gang van zaken in de gesloten jeugdhulp. Vanuit de GI is gepoogd [de minderjarige] tijdig op een meer veilige en beveiligde gesloten plek te krijgen anders dan Horizon, maar dat is niet gelukt omdat met de andere instelling voor gesloten jeugdhulp in de regio, Transferium, geen contract meer bestaat, en deze instelling zal gaan sluiten. Een andere gesloten instelling is in deze regio niet beschikbaar voor de minderjarigen.

5.9.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter als volgt beslissen.

6 De beslissing

De kinderrechter:

verleent voor [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 16 september 2020 tot uiterlijk 16 december 2020;

bepaalt dat de machtiging ten uitvoer wordt gelegd bij [instelling] te [plaats] ;

wijst af hetgeen meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.A.M. van Dijk, kinderrechter, in tegenwoordigheid van T.B.A. Verbeij als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam