Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7519

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-09-2020
Datum publicatie
28-09-2020
Zaaknummer
HAA 20/3193
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

PKV

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Sector bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/3193

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 september 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker(gemachtigde: mr. C.G.M. de Groot),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij besluit van 6 april 2020 de bijstandsuitkering van verzoeker op grond van de Participatiewet met ingang van 1 april 2020 ingetrokken omdat verzoeker niet meer staat ingeschreven in de gemeente Zaanstad.

Verzoeker heeft tegen dit besluit bij brief van 23 april 2020 bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoeker bij brief van 17 juni 2020 de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft bij beslissing op bezwaar van 22 juni 2020 het besluit van 6 april 2020 herroepen.

Verzoeker heeft bij brief van 22 juni 2020 het verzoekschrift ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het verzoek is verzocht om verweerder ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter heeft bij brief van 23 juni 2020 verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft niet gereageerd.

Nu partijen niet hebben verzocht om op een zitting te worden gehoord heeft de voorzieningenrechter het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de kosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). In het Besluit zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.

2. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a van de Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.

3. Ingevolge artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb is artikel 8:75a Awb van overeenkomstige toepassing op uitspraken in de voorlopige voorzieningenprocedure.

4. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek is ingetrokken omdat verweerder volledig is tegemoetgekomen en dat verzoeker tegelijk met de intrekking van het verzoek heeft verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.

5. De voorzieningenrechter ziet aanleiding het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen toe te wijzen.

6. De kosten hebben betrekking op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de procedure bij de rechtbank en komen ingevolge het bepaalde in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten zijn ingevolge het Besluit € 525,- in verband met het verzoek om voorlopige voorziening (1 punt voor het verzoekschrift, wegingsfactor 1).

7. Deze uitspraak kan geen betrekking hebben op vergoeding van betaald griffierecht. Op grond van artikel 8:82, zesde lid, van de Awb, kan verweerder in dit geval zelf beslissen het door verzoeker betaalde griffierecht van € 48,- aan hen te vergoeden. Nu verweerder alsnog aan verzoeker is tegemoetgekomen is het volgens de voorzieningenrechter gepast als verweerder dat ook doet.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van
€ 525,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 7 september 2020.

Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.