Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7314

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-08-2020
Datum publicatie
12-11-2020
Zaaknummer
8151882 CV EXPL 19-17239
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Consumentenkoop. Aflevering van product wordt betwist. Consument heeft echter niet betwist dat de handtekening op het afleverbericht niet op haar handtekening ziet. Het had op de weg van de consument gelegen om hierop te reageren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8151882 CV EXPL 19-17239

Uitspraakdatum: 12 augustus 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Arvato Finance B.V. h.o.d.n. Afterpay

gevestigd te Heerenveen

eiseres

verder te noemen: Afterpay

gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

Afterpay heeft bij dagvaarding van 28 oktober 2019 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft op 13 november 2019 schriftelijk geantwoord.

1.2.

Afterpay heeft daarna schriftelijk gereageerd. Zowel de rechtbank als Afterpay hebben op 3 maart 2020 een conclusie van dupliek met een ander zaaknummer, namelijk 8158646 CV 19-17479, ontvangen.

1.3.

Bij brief van 28 mei 2020 heeft de rechtbank [gedaagde] de mogelijkheid geboden om een conclusie van dupliek in deze zaak in te dienen. [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft op 13 september 2018 een stoel bij de webwinkel Meubelpartner.nl besteld voor een bedrag van € 79,00. Daarmee heeft [gedaagde] met de betreffende webwinkel een koopovereenkomst gesloten.

2.2.

[gedaagde] heeft met betrekking tot de betaling van de stoel gekozen voor betaling achteraf via Afterpay. De vordering van Meubelpartner.nl op [gedaagde] is terstond, blijkens de betalingsvoorwaarden, overgedragen aan Afterpay.

2.3.

Afterpay heeft de kosten van de bestelling bij factuur van 16 september 2018 bij [gedaagde] in rekening gebracht. De betaaltermijn van de factuur is 14 dagen. Die termijn is verstreken zonder dat de factuur is voldaan, waarna Afterpay [gedaagde] diverse herinneringen heeft gezonden.

2.4.

Afterpay heeft haar vordering op 30 november 2018 ter incasso uit handen gegeven aan Infoscore, waarna laatstgenoemde diverse aanmaningen aan [gedaagde] heeft verstuurd.

2.5.

[gedaagde] heeft zowel aan Meubelpartner.nl als aan Infoscore medegedeeld dat zij haar bestelling niet heeft ontvangen.

3 De vordering

3.1.

Afterpay vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 79,00 in hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente, tot 16 oktober 2019 berekend op € 1,65, en met de buitengerechtelijke kosten van € 40,00 en overige kosten van € 3,35 met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.2.

Afterpay stelt zich op het standpunt dat Meubelpartner.nl de bestelling aan [gedaagde] heeft geleverd. Bij repliek handhaaft Afterpay haar vordering en brengt ter onderbouwing een aantal stukken in het geding, waaronder een vrachtbrief waaruit volgt dat het pakket op 14 september 2018 om 12:53 uur op het adres van [gedaagde] is afgeleverd en tevens voor ontvangst is getekend. Ondanks daartoe te zijn aangemaand, is [gedaagde] tekortgeschoten in de op haar rustende betalingsverplichting. Vanwege die tekortkoming is [gedaagde] , naast de wettelijke rente, gehouden tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] heeft zich tegen de vordering verweerd waarbij zij de ontvangst van de door haar bestelde stoel heeft betwist. [gedaagde] heeft bij brief van 10 november 2018 aan Meubelpartner.nl medegedeeld dat de stoel nimmer is aangekomen.

5 De beoordeling

5.1.

Vast staat dat het in deze zaak gaat om een consumentenkoop als bedoeld in artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

5.2.

Tussen partijen is in geschil of levering van de bestelling heeft plaatsgevonden. De kantonrechter wijst in dit verband op artikel 7:11 BW waarin staat dat indien de zaak bij de koper wordt bezorgd door de verkoper of een door deze aangewezen vervoerder, de zaak pas voor risico van de koper is vanaf het moment van bezorging. De bewijslast dat de goederen bij [gedaagde] zijn aangekomen, ligt bij Afterpay.

5.3.

De kantonrechter houdt het ervoor dat [gedaagde] met haar verweer heeft bedoeld zich te beroepen op een opschortingsrecht. Dat recht bestaat dan daarin dat [gedaagde] haar betalingsverplichting jegens Afterpay opschort tot het moment dat zij de door haar bij Meubelpartner.nl bestelde stoel heeft ontvangen.

5.4.

Het geschil ziet aldus op de vraag of [gedaagde] de stoel heeft ontvangen. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, komt aan [gedaagde] geen beroep op opschorting toe en is zij tot betaling van de factuur van 16 september 2018 verplicht.

5.5.

Afterpay heeft bij repliek haar stelling nader onderbouwd door een vrachtbrief van de bezorgdienst Van de Hoef Logistiek over te leggen. Uit dit afleverbericht blijkt ondermeer wanneer en op welk adres het pakket is afgeleverd. Vast staat dat het adres op het afleverbericht overeenkomt met het adres van waaruit [gedaagde] haar processtukken schrijft.

5.6.

De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] in haar processtukken niet betwist dat zij op 14 september 2018 om 12:53 uur thuis aanwezig was. Evenmin betwist [gedaagde] dat de handtekening op het afleverbericht niet op haar handtekening ziet. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om inhoudelijk op de conclusie van repliek van Afterpay te reageren, in het bijzonder door bewijs over te leggen inhoudende dat de handtekening op het afleverbericht niet van haar afkomstig is. Dit is niet gebeurd. De enkele stelling van [gedaagde] dat zij haar bestelling niet heeft ontvangen, wordt dan ook niet door de kantonrechter gevolgd.

5.7.

De conclusie is dan ook dat [gedaagde] de door Afterpay gevorderde hoofdsom moet betalen.

5.8.

Omdat [gedaagde] te laat is met betaling van de hoofdsom is zij de gevorderde rente verschuldigd van € 1,65 (berekend tot 16 oktober 2019) en de verdere rente tot de dag van de algehele betaling.

5.9.

Afterpay maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Afterpay heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

5.10.

Nu niet duidelijk is geworden waarop de ‘overige kosten’ van € 3,35 zien, zal dit bedrag worden afgewezen.

5.11.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Afterpay van een bedrag van € 80,65, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 16 oktober 2019 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Afterpay te betalen een bedrag van € 40,00, ter zake van de buitengerechtelijke kosten;

6.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de zijde van Afterpay tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 81,83;

griffierecht € 121,00;

salaris gemachtigde € 72,00;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.P. Ruitinga en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter