Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7220

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-09-2020
Datum publicatie
18-09-2020
Zaaknummer
AWB - 18 _ 1767
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douanerecht . Een haarlotion bestemd voor het doden van hoofdluizen en neten door middel van verstikking moet niet worden ingedeeld als haarverzorgingsmiddel in GS-post 3305, maar als insectendodend middel in GS-post 3808. Naar het oordeel van de rechtbank is GS-post 3808 niet beperkt tot middelen die insecten doden door vergiftiging. Dat de middelen die in de onderverdelingen worden genoemd allemaal doden door vergiftiging, betekent niet dat de restcategorie "andere" ook uitsluitend middelen die doden door vergiftiging bevat. De tekst van GS-post 3808 geeft geen aanleiding voor een dergelijke beperkte uitleg en ook uit de opsomming in de IDR-toelichting blijkt dat het doden van insecten in de zin van GS-post 3808 op andere manieren dan door vergiftiging kan plaatsvinden. De haarlotion moet naar het oordeel van de rechtbank onder GN-code

3808 9190 worden ingedeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 18-09-2020
FutD 2020-2708
DouaneUpdate 2020-0399
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 18/1767

uitspraak van de meervoudige douanekamer van 1 september 2020 in de zaak tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.A. Biermasz),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Amsterdam, verweerder.

(gemachtigde: mr. [A] )

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) met dagtekening

9 maart 2017 uitgereikt voor een bedrag van aan € 196.349,14, zijnde € 189.544,30 aan douanerechten op industrieproducten, € 3.575,21 aan BTW en € 3.229,63 aan rente op achterstallen.

Verweerder heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de utb gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft vervolgens de gronden van haar beroep aangevuld en gereageerd op het verweerschrift.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 mei 2020 te Haarlem.

Namens eiseres is daar verschenen haar gemachtigde, vergezeld door de bij eiseres werkzame [B] (directeur).

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Feiten

1. In de periode van 30 januari 2014 tot en met 23 juni 2016 zijn door [C] B.V. te [d] en [E] B.V. te [f] als direct vertegenwoordigers van eiseres zestien aangiften tot plaatsing onder de douaneregeling “in het vrije verkeer brengen” ingediend voor het product [G] (hierna: het product). Het product is in die aangiften als “haarverzorgingsmiddel” aangegeven en in de gecombineerde nomenclatuur (hierna: GN) ingedeeld onder GN-code 3305 9000.

2. In de uitslag van een monsteronderzoek van het product van 26 mei 2016 van het Doune Laboratorium staat onder meer vermeld:

“Bij onderzoek bevonden:

Kleurloze heldere vloeistof (100 ml) in een plastic flesje, verpakt in een doosje.

Het product wordt aangeprezen als een niet-chemische methode om hoofdluizen en neten te bestrijden, op basis van dimeticon. Met analyse is aangetoond dat het product dimeticon bevat.

Toelichting op de bevindingen:

Dimeticon is een stof die wordt gebruikt voor de bestrijding van hoofdluis.

(…)”

3. In november 2016 is bij eiseres een controle na de invoer (CNI) ingesteld naar (onder meer) de juistheid van de in voornoemde aangiften vermelde GN-code.

Naar aanleiding van de CNI is het controlerapport van 27 februari 2017 opgemaakt. In het controlerapport staat vermeld dat het product moet worden ingedeeld als een “insectendodend middel” onder GN-code 3808 9190 met een douanerecht van 6%. In verband met de hierdoor ontstane douaneschuld is de utb uitgereikt.

4. Het product betreft een haarlotion bestemd voor het doden van hoofdluizen en neten door middel van verstikking. Het product moet op droog haar worden aangebracht en moet na het aanbrengen ongeveer 15 minuten inwerken. Na het gebruik van het product moeten de haren met de bijbehorende netenkam worden uitgekamd, zodat de hoofdluizen en neten verwijderd worden. Het product bestaat voor ten minste 99% uit dimeticon (polydimethylsiloxaan). Daarnaast bestaat het product voor maximaal 0,25% uit tocopheryl acetate (vitamine E), voor maximaal 0,25% uit prunus armeniaca (abrikoospitolie) en voor maximaal 0,25% uit prunus dulcis (amandelolie).

Geschil
5. In geschil is de indeling van het product in de GN.

6. Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat niet meer in geschil is dat de termijn voor een boeking achteraf ten aanzien van de aangifte van 30 januari 2014 is verjaard en de utb met een bedrag aan douanerechten van € 7.257,60 dient te worden verminderd. Daarnaast is niet meer in geschil dat de grondslag voor de rente op achterstallen in casu ontbreekt ten aanzien van de vòòr 1 mei 2016 gedane (vijftien) douaneaangiften en de utb met het bedrag van de berekende rente op achterstallen ten aanzien van die aangiften moet worden verminderd. Het vorenstaande leidt ertoe dat het beroep reeds hierom gegrond is, en de uitspraak op bezwaar in zoverrre dient te worden vernietigd.

7. Eiseres stelt dat het product als haarverzorgingmiddel in GS-post 3305 moet worden ingedeeld. Volgens eiseres geeft verweerder een te beperkte uitleg aan het begrip “haarverzorgingsmiddelen” in GS-post 3305. Dit blijkt ook uit een vergelijking met de authentieke taalversies van het Geharmoniseerd Systeem (GS). De officiële (werk)talen van de Wereld Douane Organisatie (hierna: WDO) zijn Frans en Engels en deze zijn bepalend voor de uitleg op postniveau. Op grond van deze taalversies dient GS-post 3305 uitgelegd te worden als “producten voor het haar” of anders gezegd als preparaten voor het gebruik op het haar.

De bewoordingen van de GS-post 3305 in de Franse en Engelse taalversies lijken ruimer geformuleerd dan de Nederlandse versie. De authentieke taalversies spreken niet specifiek

over producten die het haar verzorgen, maar spreken in algemene termen over producten die worden gebruikt op het haar. Volgens eiseres is een verzorgend element dus geen vereiste, maar voor zover dat wel een vereiste zou zijn stelt zij dat het tegengaan van luizen en neten verzorgend is.

GS-post 3808 is niet van toepassing, omdat het product niet als insectendodend middel onder die post geclassificeerd kan worden. Alle onder GS-post 3808 genoemde substanties hebben gemeen dat zij een fysiologische/neurotoxische werking op insecten hebben. Het product heeft deze (chemische) werking niet. Het product heeft enkel een fysische werking: het doodt luizen door verstikking. Ook bij deze post wijken de Engelse en de Franse taalversies af van de Nederlandse. De Engelse en de Franse tekst spreken over insecticiden en niet over insectendodende middelen. Eiseres stelt zich op het standpunt dat bij deze post insecticiden zijn bedoeld. Het product bevat geen insecticide(n).

Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en (gehele, althans gedeeltelijke) vernietiging van de utb. Tevens verzoekt eiseres om een veroordeling van verweerder in de kosten van de bezwaar- en beroepprocedure.

8. Verweerder stelt dat het product geen haarverzorgingsmiddel in de zin van GS-post 3305 is. Eiseres geeft op haar website en in de bijsluiter aan dat het product een medisch hulpmiddel is, bestemd om hoofdluis en neten te doden. Door de samenstelling van het product (het bestaat voor 99% uit dimeticon en voor maximaal 1% uit andere stoffen) is het doden van hoofdluis en neten ook wat het product feitelijk doet. De door eiseres geadviseerde wijze van gebruik wijkt ook af van hetgeen gebruikelijk is voor haarverzorgingsmiddelen. Na het gebruik van het product moet het haar nog verzorgd worden, met bijvoorbeeld shampoo. Ingevolge Verordening (EG) nr. 2147/2001 is een middel dat gericht is op het doden van hoofdluis en neten en dat overigens (vrijwel) geen verzorgende bestanddelen bevat, een insectendodend middel dat ingedeeld moet worden onder GS-post 3808. In de omschrijving van het middel in de bijlage bij deze verordening staat exact hetzelfde vermeld over het gebruik van het middel, het wassen na gebruik en het (nagenoeg) ontbreken van verzorgende bestanddelen in het middel.

De omschrijving van GS-post 3305 lijkt in de buitenlandse taalversies ruimer te zijn.

Als sprake is van verschillen tussen de taalversies van een Unierechtelijke bepaling, zijn anders dan eiseres stelt, niet de Engelse- of Franstalige teksten doorslaggevend. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) moet bij het uitleggen van een bepaling worden gelet op de algemene opzet en de doelstelling van de regeling waarvan de bepaling onderdeel is. Nu het product een middel is dat bestemd is voor het doden van hoofdluis en neten en niet voor het verzorgen van haar, kwalificeert het als insecticide.

De zienswijze dat onder de restcategorie van GS-post 3808 alleen andere stoffen met een fysiologische of neurotoxische werking vallen, deelt verweerder niet. Uit de toelichting van de Internationale Douaneraad (hierna: IDR) op post 3808 (onderdeel 3, sub 1) blijkt dat onder insectendodende middelen niet alleen producten worden verstaan die bedoeld zijn voor het uitroeien van insecten, maar ook producten die insecten verdrijven of aanlokken. Het in het product aanwezige middel dimeticon heeft als doel het doden van luizen en neten. Uit toelichting 1 IDR op deze post staat vermeld dat met “insectendodende middelen” producten worden bedoeld voor het vernietigen van onder meer insecten en dat ze op verschillende manieren werkzaam kunnen zijn.

9. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Relevante regelgeving

GS-post 3305 luidt als volgt:

3305 Haarverzorgingsmiddelen:

3305 10 00  shampoo

3305 20 00  permanent-haargolfpreparaten en preparaten voor het ontkrullen van het haar

3305 30 00  haarlak

3305 90 00  andere

Uit de toelichting IDR op GS-post 3305:

Deze post omvat preparaten voor het verzorgen van het hoofdhaar, zoals:

1. shampoos bevattende zeep of andere tensioactieve stoffen (zie Aantekening 1 c IDR op hoofdstuk 34), en andere shampoos. Al deze shampoos kunnen bijkomstig farmaceutische zelfstandigheden of ontsmettingsmiddelen bevatten, of therapeutische of profylactische eigenschappen bezitten (zie Aantekening 1 e IDR op hoofdstuk 30);

2. permanent-haargolfpreparaten en preparaten voor het ontkrullen;

3. haarlak;

4. brillantine, haarolie, pommade, fixatief, haarverf en haarbleekmiddelen. Preparaten voor gebruik op andere behaarde delen van het lichaam dan de schedelhuid vallen onder post 33.07.

GS-post 3808 luidt – voor zover van belang – als volgt:

3808 Insectendodende middelen, rattenbestrijdingsmiddelen, schimmelwerende

middelen, onkruidbestrijdingsmiddelen, middelen om het kiemen tegen te

gaan, middelen om de plantengroei te regelen, desinfecteermiddelen en

dergelijke producten, opgemaakt in vormen of verpakkingen voor de

verkoop in het klein, dan wel voorkomend als bereidingen of in de vorm

van artikelen zoals zwavelbanden, zwavellonten, zwavelkaarsen en

vliegenvangers:

- andere:

3808 91   insectendodende middelen:

3808 91 10    op basis van pyretroïden

3808 91 20    op basis van gechloreerde koolwaterstoffen

3808 91 30    op basis van carbamaten

3808 91 40    op basis van organische fosforverbindingen

3808 91 90    andere

Uit de toelichting IDR op GS-post 3808:

Insectendodende middelen, desinfecteermiddelen, enz. worden toegepast door verstuiven, spuiten, bestrooien, besproeien, uitstrijken, dompelen, impregneren of, in sommige gevallen, verbranden, enz. Ze zijn werkzaam door vergiftiging (voedselvergiftiging, vergiftiging langs de luchtwegen, zenuwvergiftiging), door de reuk, enz.

Bedoelde producten worden evenwel alleen dan onder post 38.08 ingedeeld:

1. indien zij voorkomen in verpakkingen (zoals bergingsmiddelen van metaal, dozen van karton) voor de verkoop in het klein als insectendodende middelen, desinfecteermiddelen, enz., of in vormen (bollen, ook op een draad geregen tabletten en dergelijke), waaruit kennelijk blijkt dat zij bestemd zijn voor de verkoop in het klein voor dezelfde doeleinden.

De producten van deze post kunnen in de volgende groepen worden onderverdeeld.

I. Insectendodende middelen (insecticiden)

Onder insectendodende middelen worden niet alleen producten verstaan die bedoeld zijn voor het uitroeien van insecten, maar ook producten die insecten verdrijven of aanlokken. Deze producten zijn opgemaakt in verschillende vormen, bijvoorbeeld spuitbussen of blokjes (tegen motten), olie en staafjes (tegen muggen), poeder (tegen mieren), plaatjes (tegen vliegen), kiezelgoer of karton geïmpregneerd met cyaan (tegen vlooien en luizen).

Bijlage bij Verordening (EG) nr. 2147/2001 van de Commissie van 31 oktober 2001 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

Omschrijving

Indeling (GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Een bereiding in de vorm van een oplossing, opgemaakt in spuitbussen voor de verkoop in het klein, met de volgende samenstelling (in gewichtspercenten):

1. insectendodende middelen:

permethrine: 1

malathion: 0,5

piperonylbutoxide: 4

2. isododecaan: 94,5

en drijfgas (butaan/propaan).

De bereiding bevat insectendodende middelen tegen hoofdluis en neten en moet worden gesproeid op droog haar en de hoofdhuid alvorens een shampoo te gebruiken.

3808 9110

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 3808, 3808 91 en 3808 9110.

Zie eveneens de GS-toelichting op post 3808.

De bereiding bevat geen ingrediënten die het product het kenmerk verleent van een preparaat voor het verzorgen van het hoofdhaar en is daarom uitgezonderd van post 33.05.

De bereiding is niet bedoeld voor therapeutisch of profylactisch gebruik als bedoeld bij post 30.04.

Beoordeling van het geschil

10. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de postonderverdelingen, de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken en de algemene indelingsregels. Het is vaste jurisprudentie van het HvJ, dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen op de afdelingen en de hoofdstukken zijn omschreven. Hierbij vormen de GS- en de GN-toelichtingen nuttige aanwijzingen voor de tariefindeling, ook al zijn deze toelichtingen slechts uitleggingen en rechtens niet bindend (zie recent HvJ 26 april 2017, C-51/16 (Stryker EMEA Supply Chain Services BV), r.o. 39 en 45).

11.1

Niet in geschil tussen partijen is dat ten minste 99% van het product bestaat uit dimeticon en dat dit bestanddeel bij het product hoofdzakelijk is bedoeld om de hoofdluizen en neten te doden. Het primaire doel van het product is derhalve het doden van de hoofdluizen en neten en niet het verzorgen van het haar. Hierdoor kan het product niet in GS-post 3305 worden ingedeeld als haarverzorgingsmiddel. Dat de Franse en Engelse teksten van GS-post 3305 een iets ruimere uitleg aan het begrip “haarverzorging” geven, zoals eieres stelt, maakt dit nog niet anders, immers ook uit die teksten valt op te maken dat het (primaire) doel van de producten die onder GS-post 3305 vallen het verzorgen van het haar is en niet het doden van insecten. Dit vindt steun in de tekst van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2147/2001, waarin een product dat op het haar moet worden aangebracht niet als product voor de haarverzorging kan worden ingedeeld, omdat het geen preparaat is voor het verzorgen van het hoofdhaar.

11.2

Naar het oordeel van de rechtbank is GS-post 3808 niet beperkt tot middelen die insecten doden door vergiftiging. Dat de middelen die in de onderverdelingen worden genoemd allemaal doden door vergiftiging, betekent niet dat de restcategorie “andere” ook uitsluitend middelen die doden door vergiftiging bevat. De tekst van GS-post 3808 geeft geen aanleiding voor een dergelijke beperkte uitleg en ook uit de opsomming in de IDR-toelichting (“Ze zijn werkzaam door vergiftiging (voedselvergiftiging, vergiftiging langs de luchtwegen, zenuwvergiftiging), door de reuk, enz.”) blijkt dat het doden van insecten in de zin van GS-post 3808 op andere manieren dan door vergiftiging kan plaatsvinden. Nu het product van eiseres insecten doodt door verstikking, moet het als insectendodend middel worden ingedeeld in GS-post 3808. Dat het product ook in zeer geringe mate haarverzorgende bestanddelen bevat, die het kammen van het haar makkelijker maakt, doet hieraan niet af, omdat het product gelet op de samenstelling en de gebruiksaanwijzing niet gericht is op het verzorgen van het haar maar op het doden van luizen en neten. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het product terecht onder GN-code 3808 9190 heeft ingedeeld, zodat het gelijk aan verweerder is.

12. Gelet op hetgeen de rechbank onder 6 heeft overwogen dient het beroep evenwel gegrond te worden verklaard en de uitspraak op bezwaar gedeeltelijk te worden vernietigd.

Proceskosten

13. Nu het beroep gegrond zal worden verklaard, is er aanleiding verweerder op de voet van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van eiseres. Deze kosten zijn op voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.572 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift; 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting; met een waarde van € 261 per punt; 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting bij de behandeling van het beroepschrift met een waarde van € 525 per punt, een wegingsfactor 1).

14. De rechtbank ziet voorts aanleiding verweerder op te dragen het in deze zaak door eiseres betaalde griffierecht van € 338 te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover betrekking hebbend op de douaneaangifte van 30 januari 2014 en de rente op achterstallen met betrekking tot de (vijftien) douaneaangiften gedaan in de periode van 30 januari 2014 tot en met 7 januari 2016;

- vermindert de utb met een bedrag aan douanerechten van € 7.257,60 tot op een bedrag van € 185.861,91;

- draagt verweerder op de utb te verminderen met de rente op achterstallen (overweging 6);

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.572;

- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 338

aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan op 1 september 2020 door mr. P.H. Lauryssen, voorzitter,

mr. M.C.A. Onderwater en mr. W.M.C. Schipper, leden, in aanwezigheid van mr. W.G van Gastelen, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.