Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7201

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
15-09-2020
Zaaknummer
8333315 \ CV EXPL 20-759
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Levering van gebrekkige bloembollen. Tekortkoming. Ontbinding. Beroep op opschorting na verstrijken betalingstermijn. Schade onvoldoende onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8333315 \ CV EXPL 20-759 BL

Uitspraakdatum: 9 september 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de maatschap [eiseres]

gevestigd te [vestigingsplaats]

eiseres

verder te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. K.V. Witte

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] .

gevestigd te [vestigingsplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. P.W.M. Steenbergen

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 12 februari 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.

[eiseres] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven. [eiseres] heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is een onderneming die zich bezighield met de teelt van bloembollen, net als [gedaagde] .

2.2.

Op 18 oktober 2018 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten, betreffende 6.500 kg ‘Tulipa-Blue Diamond’ door [eiseres] aan [gedaagde] te leveren, tegen een koopprijs van € 2,00 per kg, te betalen op 15 maart 2019. De koopovereenkomst is opgesteld door bemiddelaar Bol en Business B.V. Onder ‘Condities’ vermeldt de overeenkomst (onder meer): “Beste kwaliteit (…) Goed geschoond (…) Eigen voorraad (…) Klasse 1 van oogstjaar (…)”.

2.3.

Op de koopovereenkomst zijn van toepassing de Handelsvoorwaarden van Bol en Business, en het Handelsreglement voor de Bloembollenhandel, versie mei 2018 (verder: het Handelsreglement), van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB).

2.4.

Ter uitvoering van de koopovereenkomst heeft [eiseres] op 19 oktober 2018 aan [gedaagde] geleverd 5.800 kg bloembollen. Op de door [eiseres] ingevulde en ondertekende ‘leveringsnota’ is ingevuld dat het gaat om soort Blue Diamond, klasse “1jpn”.

2.5.

Van deze geleverde partij bollen is 400 kg à € 2,00 niet in rekening gebracht, omdat bij levering is geconstateerd dat deze niet aan de verwachting van [gedaagde] voldeed. Het betrof direct zichtbare gebreken zoals Fusarium aantasting en verkalking.

2.6.

Bij factuur van 4 januari 2019 is dus door [eiseres] aan [gedaagde] in rekening gebracht een bedrag van € 11.772,00 inclusief btw, voor 5.400 kg Blue Diamond bollen, te betalen uiterlijk op 15 maart 2019.

2.7.

Op 27 maart 2019 heeft [eiseres] via WhatsApp aan de heer [XX] van Bol en Business gevraagd contact op te nemen met [gedaagde] , omdat de factuur nog niet betaald was.

2.8.

Op 15 april 2019 schrijft [XX] in een WhatsApp aan [eiseres] : “ Ik moest helemaal komen… Hij is erg boos”. Daarbij stuurt [XX] twee foto’s van tulpenvelden bij [gedaagde] . [eiseres] schrijft in reactie hierop ook boos te zijn, waarop [XX] aan [eiseres] vraagt: “Hoe komen we er uit dan?”. In reactie daarop schrijft [eiseres] : “Ik heb vanmorgen nog gekeken. Maar niets betaald hoor. Er komen straks ook een paar dieven in! Het soort is zo oud als de weg naar Rome. Partij is 5 a 6 jaar terug vervangen door afbroei. Maar die Apeldoorns en dieven zaten er zo weer door. Maar wat wil hij? Moeten we komen selecteren dan zaterdag?”. [XX] schrijft daarop: “Dat kan ik wel voorstellen”.

2.9.

Vervolgens schrijft [eiseres] op 16 april 2019 in een WhatsApp-bericht aan [XX] : “Als die kilo’s blue diamond vrijdag niet betaald zijn doe ik daar helemáál niets mee!” In reactie daarop schrijft [XX] aan [eiseres] : “Zolang die niet betaald zijn blijf jij de rechtmatige eigenaar. Over een diefje hoor je [gedaagde] niet, maar in deze hoeveelheden heeft dit partij geen waarde.”

2.10.

Daarop stuurt [XX] op 17 april 2019 een WhatsApp-bericht aan [eiseres] waarin hij schrijft: “Blue diamond opgelost hij maakt de helft over. Ondereind gooit hij weg. Volgend jaar nog 1 keer planten. Er staan er veel te veel om partij te behouden.”

2.11.

In een e-mail van 16 september 2019 schrijft [gedaagde] aan [eiseres] :
“We geen reactie ontvangen op de mail van vorige week. Uw heeft nog 24uur om te reageren anders gaan we er van uit dat uw geen intresse meer heeft voor het plantgoed. Uw heeft genoeg kansen gehad om ze te zien op het land.”

2.12.

In reactie daarop schrijft [eiseres] in een e-mail van 17 september 2019 aan [gedaagde] :
“In de vorige mail (zie bijlage) van 8 september word gesteld dat ik tot 2 september de tijd heb om te reageren. Deze termijn is nog niet verstreken. Er worden serieuze stappen ondernomen betreffende dit geschil. Dus gooi de bollen nog maar niet weg, Er word aan gewerkt.”

2.13.

In een ongedateerde brief schrijft [gedaagde] aan [eiseres] :
“(…) Bij opkomst bleek er in het gehele partij een groot percentage dieven en dwalingen te zitten! Hiervan heeft u reeds foto’s ontvangen. Ik heb u meerdere redelijke voorstellen gedaan waar u niet op bent ingegaan. Ik zie mij daarom nu genoodzaakt het partij aan u het gehele partij inclusief leverbare bollen aan u terug te leveren. In ruil hiervoor breng ik alle teelt- verwerkings- (€15.750,00) en arbeidskosten (€1.775,00) bij u in rekening.
Ik geef u t/m 12 oktober de tijd per email te reageren wat ik moet doen met uw partij Blue Diamond. Indien u geen interesse heeft in het partij zal ik deze storten. Indien u niet reageert ga ik er vanuit dat u geen interesse heeft, waarna ik het partij plantgoed op uw verantwoordelijkheid zal storten. (…)”

2.14.

In een e-mail van 23 oktober 2019 stelt [YY 1] van Koopman Verzekeringen & Hypotheken namens [eiseres] aan [gedaagde] voor om op korte termijn in gesprek te gaan over een oplossing.

2.15.

[eiseres] wendt zich vervolgens tot zijn gemachtigde, die in een brief van 1 november 2019 [gedaagde] sommeert tot betaling van de openstaande factuur, vermeerderd met rente.

2.16.

Ook [gedaagde] wendt zich tot zijn gemachtigde, die in een e-mail van 6 november 2019 schrijft:
“(…) Hiervan is in eerste instantie al 400 kg niet aan [gedaagde] in rekening gebracht wegens evident en door u erkende onvoldoende kwaliteit (o.a. kaal en Fusarium).
Na de teelt is [gedaagde] gebleken dat ook uw resterende partij bollen van slechte kwaliteit was. De symptomen waren hetzelfde, zoals o.a. Fusarium. De tulpen waren niet consistent en derhalve voor [gedaagde] onbruikbaar en onverkoopbaar. Dientengevolge heeft [gedaagde] haar geplande verkoop transacties moeten annuleren en aanzienlijke schade geleden.
[gedaagde] heeft u diverse keren in de gelegenheid gesteld om de partij tulpen bij haar te komen bekijken, zowel te velde als in de schuur, teneinde tot een redelijke en gezamenlijke oplossing te komen. U bent daar niet op ingegaan en heeft [gedaagde] met de problemen laten zitten. Ook nadat [gedaagde] in de volgende communicatie o.a. foto’s van de slechte partij bollen aan u heeft toegezonden, heeft u niet constructief gereageerd. Het gevolg hiervan is dat [gedaagde] uit noodzaak en met uw stilzwijgende instemming de partij bollen heeft gerooid.
Juridisch kwalificeert dit als een verborgen gebrek in c.q. als non conformiteit van uw partij Blue Diamond (zie afdeling 9 van het Handelsreglement). Op deze grond ontbindt [gedaagde] bij deze de koopovereenkomst met u op grond van wanprestatie. Dit heeft tot gevolg dat de verplichting van [gedaagde] tot betaling van de koopsom aan u komt te vervallen.
Daarnaast heeft [gedaagde] een vordering tot schadevergoeding op u van € 17.450,= ter zake teelt-, verwerkings- en arbeidskosten.
[gedaagde] stelt in het kader van een redelijke en praktische oplossing van het geschil voor dat u per omgaande afstand doet van uw partij bloembollen ex koopovereenkomst 11519, in welk geval [gedaagde] bereid is af te zien van het instellen van de vordering tot schadevergoeding tegen u. (…)”

2.17.

In een e-mail van 12 november 2019 schrijft de gemachtigde van [eiseres] (onder meer) dat geen sprake is van een niet constructieve reactie, omdat geprobeerd is door tussenkomst van Bol en Business tot een oplossing te komen, dat [eiseres] niet (stilzwijgend) heeft ingestemd met het rooien van de bollen, dat geen sprake is van een verborgen gebrek, en dat [gedaagde] niet tijdig heeft gereclameerd en bovendien over de bollen heeft beschikt waarmee het reclamerecht is komen te vervallen.

2.18.

Vervolgens schrijft de gemachtigde van [gedaagde] in een e-mail van 18 november 2019 dat de verborgen gebreken eerst zijn ontdekt nadat de bollen waren opgeplant en dus logischerwijs over de bollen is beschikt. De gemachtigde vervolgt: “Daarna hebben cliënten foto’s aan [eiseres] gestuurd. Diverse personen / deskundigen hebben geconstateerd dat de partij niet bruikbaar was, te veel dieven en dwalingen. Er is diverse keren aan [eiseres] voorgesteld dat hij de bollen en het plantgoed komt ophalen of er afstand van doet, zodat [gedaagde] een en ander kan vernietigen. [eiseres] heeft nergens op gereageerd. Hetzelfde geldt voor het aanbod van [gedaagde] om de helft van de koopprijs te betalen. Dat aanbod is inmiddels verlopen en geldt dus niet meer.”

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van het factuurbedrag van € 11.772,00 en een bedrag van € 892,72 voor buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met wettelijke handelsrente. [eiseres] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] haar contractuele betalingsverplichting niet is nagekomen, en daarmee vanaf 15 maart 2019 in verzuim is.

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering en voert aan – samengevat – dat de koopovereenkomst op 6 november 2019 buitengerechtelijk is ontbonden wegens een tekortkoming in de nakoming daarvan door [eiseres] , zodat voor [gedaagde] geen betalingsverplichting meer bestaat.

4.2.

[gedaagde] vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter de koopovereenkomst vernietigt, en [eiseres] veroordeelt tot betaling van primair € 17.450,00 + PM ter vergoeding van schade ter zake teelt-, verwerkings- en arbeidskosten en subsidiair € 11.772,00 als schadevergoeding gelijk aan de koopsom. [gedaagde] legt aan de tegenvordering ten grondslag dat [eiseres] bewust wanprestatie heeft gepleegd en [gedaagde] heeft opgelicht.

4.3.

[eiseres] betwist de tegenvordering.

5 De beoordeling

de vordering

5.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] op 19 oktober 2018 een partij Blue Diamond tulpenbollen aan [gedaagde] heeft geleverd, waarvoor [eiseres] een bedrag van € 11.772,00 aan [gedaagde] in rekening heeft gebracht. [eiseres] vordert betaling van deze factuur, die op zichzelf niet door [gedaagde] wordt betwist. Daarmee is het uitgangspunt dat [gedaagde] het factuurbedrag aan [eiseres] moet betalen. Ook zijn partijen het erover eens dat als uiterste betaaldatum 15 maart 2019 is afgesproken.

5.2.

[gedaagde] stelt zich echter op het standpunt dat sprake is van een tekortkoming van [eiseres] in de nakoming van haar uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, op grond waarvan [gedaagde] de koopovereenkomst op 6 november 2019 rechtsgeldig heeft ontbonden, waarmee [gedaagde] van haar betalingsverplichting is bevrijd. De stelplicht en, zo nodig, bewijslast daarvan rusten op [gedaagde] .

5.3.

[gedaagde] stelt na het planten, bij opkomst (het uitkomen) van de bollen, te hebben ontdekt dat de door [eiseres] geleverde partij Blue Diamond een onacceptabel aantal afwijkende bollen - dieven (tulpen van een andere kleur en soort) en dwalingen - bevat. [eiseres] weerspreekt op zichzelf niet dat er dieven en dwalingen tussen de geleverde partij bollen zaten, maar betwist dat daarmee sprake is van een tekortkoming die ontbinding rechtvaardigt.

5.4.

In het kader van de vraag wat [gedaagde] op basis van de koopovereenkomst van de bollen mocht verwachten, twisten partijen erover of voor de te leveren bollen kwaliteitsniveau ‘Klasse 1’ is afgesproken (zoals [eiseres] stelt), of het hogere kwaliteitsniveau ‘Klasse 1 Japan’ (zoals [gedaagde] stelt). Partijen zijn het er in elk geval wel over eens dat zij niet de lagere ‘Klasse Standaard’ zijn overeengekomen. [gedaagde] stelt gezien de hoeveelheid dieven en dwalingen bollen van (maximaal) standaardkwaliteit te hebben ontvangen, terwijl niet in geschil is dat [eiseres] ten minste ‘Klasse 1’ moest leveren. Daarmee is het antwoord op de vraag of [gedaagde] bollen van ‘Klasse 1 Japan’ mocht verwachten voor de beoordeling van deze zaak niet relevant, zodat aan de discussie tussen partijen op dit punt verder voorbij wordt gegaan.

5.5.

[gedaagde] voert aan dat op basis van officiële normen van Stichting Bloembollenkeuringsdienst (BKD) een partij ‘Klasse Standaard’ is, als er meer dan 0,05% dieven en 0,1% dwalingen in zitten. Volgens [gedaagde] is het percentage dieven en dwalingen in de door [eiseres] geleverde partij bollen zonder twijfel hoger. Ter onderbouwing daarvan verwijst [gedaagde] naar de overgelegde foto’s. [eiseres] voert daartegen aan dat bij een ouder soort zoals Blue Diamond een aantal dieven en dwalingen gebruikelijk is, zonder dit nader te specificeren of onderbouwen.

5.6.

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] in de eerste helft van april 2019 (via [XX] van B&B) aan [eiseres] heeft gemeld dat de geleverde partij een voor [gedaagde] onacceptabele hoeveelheid afwijkende bollen bevat, met het verzoek aan [eiseres] om dit op te lossen. Dit blijkt uit de bij dagvaarding overgelegde en onder de feiten geciteerde WhatsApp-communicatie tussen [eiseres] en [XX] . Verder blijkt hieruit dat [XX] ter plaatse bij [gedaagde] is gaan kijken, en op 15 april 2019 via WhatsApp foto’s van de betreffende tulpenvelden met [eiseres] heeft gedeeld. In reactie daarop heeft [eiseres] in eerste instantie aangeboden bij [gedaagde] te gaan selecteren. Vervolgens heeft [eiseres] dit aanbod op 16 april 2019 ingetrokken, en meegedeeld niets te doen voordat [gedaagde] heeft betaald. [XX] laat daarop aan [eiseres] weten dat je [gedaagde] niet over ‘een diefje’ hoort, maar ‘in deze hoeveelheden’ de partij geen waarde heeft. Uit het WhatsApp bericht dat [XX] op 17 april 2019 aan [eiseres] heeft gestuurd blijkt dat [gedaagde] , om de kwestie op te lossen, het aanbod heeft gedaan om de helft te betalen, het ‘ondereind’ weg te gooien en volgend jaar nog 1 keer te planten. Niet is gesteld of gebleken dat [eiseres] dit aanbod van [gedaagde] heeft geaccepteerd. [XX] besluit zijn bericht van 17 april 2019 met de opmerking dat er ‘veel te veel’ staan om de partij te behouden. Ook [XX] , die de koopovereenkomst als professioneel bemiddelaar voor partijen heeft opgesteld en de situatie ter plaatse bij [gedaagde] in ogenschouw heeft genomen, was dus van mening dat de geleverde partij (veel) meer afwijkende bollen bevatte dan [gedaagde] mocht verwachten.

5.7.

In het licht van het vorenstaande lag het op de weg van [eiseres] om haar standpunt dat een aantal dieven en dwalingen gebruikelijk is, nader te concretiseren en onderbouwen. [eiseres] heeft echter onvoldoende gesteld tegenover het gemotiveerde en onderbouwde verweer van [gedaagde] . De kantonrechter neemt daarom aan dat de door [eiseres] geleverde partij Blue Diamond bollen niet aan de overeenkomst voldoet.

5.8.

Verder neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat [eiseres] met de nakoming van haar verbintenis om deugdelijke bollen te leveren in verzuim is geraakt, gelet op het bepaalde in artikel 6:83 aanhef en onder c BW. In het WhatsApp-bericht van 16 april 2019 deelt [eiseres] immers uitdrukkelijk mee helemaal niets te zullen doen voordat [gedaagde] heeft betaald, terwijl [eiseres] in de op 15 april 2019 verstrekte foto’s in eerste instantie wel aanleiding zag om aan te bieden te komen selecteren. Uit deze mededeling van [eiseres] mocht [gedaagde] afleiden dat [eiseres] niet zou nakomen. Daarbij komt dat uit de verder overgelegde correspondentie tussen partijen blijkt dat [eiseres] niet is ingegaan op de herhaalde uitnodigingen van [gedaagde] om de bollen zelf te komen bekijken.

5.9.

Omdat [eiseres] in verzuim is met de nakoming van haar verbintenis tegenover [gedaagde] , is sprake van een tekortkoming van [eiseres] . Iedere tekortkoming geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikel 6:265 lid 1 BW). Onder de gegeven, bovenomschreven omstandigheden heeft [eiseres] onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat ontbinding van de koopovereenkomst door [gedaagde] in dit geval niet gerechtvaardigd is. Het enkele beroep op de geringe aard is niet voldoende.

5.10.

Aan de ontbinding van de koopovereenkomst door [gedaagde] staat niet in de weg het feit dat [gedaagde] niet heeft voldaan aan haar verbintenis tegenover [eiseres] om de factuur uiterlijk op 15 maart 2019 te voldoen. Uit het verweer van [gedaagde] volgt dat zij haar betalingsverplichting uit hoofde van de koopovereenkomst - geheel - heeft opgeschort, omdat de partij gelet op de hoeveelheid dieven en dwalingen volgens haar geen waarde heeft. Een beroep op een opschortingsrecht kan in beginsel steeds worden gedaan door de schuldenaar, ook wanneer de schuldeiser in rechte een vordering tot nakoming instelt (HR 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7343 (NJ 2002, 199)). [gedaagde] was dus ook na het verstrijken van de betalingstermijn van 15 maart 2019 in verband met haar tegenvordering bevoegd haar betalingsverplichting op te schorten. Uit hetgeen hiervoor is geoordeeld volgt dat [gedaagde] haar verplichting om de (gehele) factuur te betalen gerechtvaardigd heeft opgeschort en de overeenkomst vervolgens terecht heeft ontbonden wegens de tekortkoming van [eiseres] in de nakoming van haar verplichting om deugdelijke bollen te leveren. Artikel 6:266 BW mist daarom, anders dan [eiseres] meent, toepassing.

5.11.

[eiseres] beroept zich er verder nog op dat [gedaagde] niet tijdig heeft gereclameerd, en daarmee haar rechten heeft verspeeld. De stelplicht en bewijslast hiervan rust op [eiseres] . [eiseres] verwijst naar verschillende artikelen uit het Handelsreglement. Het gaat in deze zaak om reclame wegens een verborgen gebrek zoals bedoeld in Afdeling 9 van het Handelsreglement, zodat de bepalingen uit Afdeling 8 toepassing missen. Artikel 9.2 van het Handelsreglement bepaalt dat reclame wegens verborgen gebreken kenbaar moet worden gemaakt spoedig nadat het gebrek redelijkerwijs kan worden waargenomen. [gedaagde] stelt het gebrek te hebben ontdekt na het planten, bij opkomst van de bollen, en dit meteen te hebben gemeld. Vast staat dat [gedaagde] in de eerste helft van april 2019 heeft gereclameerd. [eiseres] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] het gebrek eerder had kunnen waarnemen of eerder kenbaar had moeten maken. Daarmee wordt aangenomen dat [gedaagde] tijdig heeft gereclameerd. Bovendien staat hiermee vast dat [gedaagde] heeft gereclameerd tijdens de eerste groeiperiode volgend op de levering. Artikel 9.4 van het Handelsreglement ziet op reclame na afloop van die eerste groeiperiode, zodat [eiseres] zich hier ten onrechte op beroept. Artikel 9.3 van het Handelsreglement bepaalt dat het recht van reclame vervalt indien door de koper over de geleverde bloembollen is beschikt nadat het gebrek redelijkerwijs waarneembaar is geworden. Dat [gedaagde] over de bollen heeft beschikt kan haar echter niet worden tegengeworpen, nu [eiseres] er zelf voor heeft gekozen de bollen niet te inspecteren en/of terug te nemen.

5.12.

De conclusie is dat [gedaagde] de koopovereenkomst op 6 november 2019 rechtsgeldig heeft ontbonden. Door de ontbinding is [gedaagde] bevrijd van haar betalingsverplichting, zodat de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen.

5.13.

De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt [eiseres] ook veroordeeld tot betaling van maximaal € 120,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [gedaagde] worden gemaakt.

de tegenvordering

5.14.

[gedaagde] vordert vernietiging van de koopovereenkomst wegens bewuste wanprestatie c.q. oplichting door [eiseres] . [gedaagde] stelt daartoe dat [eiseres] in mei 2018 een partij Blue Diamond bollen van standaard kwaliteitsklasse heeft aangekocht bij VOF [ZZ] , en deze vervolgens aan [gedaagde] heeft verkocht alsof het haar eigen Klasse 1 Japan bollen waren. Dit blijkt volgens [gedaagde] (conclusie van antwoord / eis in reconventie onder 4.4.) “uit het opplant-overzicht van [eiseres] in combinatie met zijn BKD-overzicht en het areaal (roedes eigen tulpen, dat [eiseres] in die tijd bezat (eigendom/pacht)”. Daarbij verwijst [gedaagde] naar overgelegde productie 5. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is een en ander hieruit echter niet af te leiden. [gedaagde] heeft haar stelling dat sprake is geweest van oplichting, valsheid in geschrift en/of fraude, ook overigens niet voldoende onderbouwd.

5.15.

Daarbij vordert [gedaagde] vergoeding van schade ten bedrage van primair € 17.450,00 en subsidiair de koopsom, gebaseerd op artikel 9.6 van het Handelsreglement. Lid 1 van dit artikel bepaalt dat de schadevergoeding wegens een verborgen gebrek ten hoogste de koopsom van de geleverde partij bedraagt, tenzij het gebrek is ontstaan door nalatigheid van de verkoper of één van zijn rechtsvoorgangers. Lid 2 bepaalt vervolgens dat het in lid 1 bepaalde niet van toepassing is indien de verkochte partij na rooiing weer ter beschikking van de verkoper wordt gesteld, mits de partij na de levering in Nederland verder is geteeld. Verder stelt [gedaagde] dat zij niet hoeft aan te tonen dat zij de gestelde schade daadwerkelijk heeft geleden omdat sprake is van wanprestatie van [eiseres] , en beroept zij zich daartoe op artikel 10.1 van de Handelsvoorwaarden. Daarin is inderdaad bepaald dat in geval van wanprestatie niet aangetoond hoeft te worden dat de gevorderde schade werkelijk is geleden, maar dit geldt alleen voor aanspraak op schadevergoeding berekend op basis van prijsverschil. Die schade wordt door [gedaagde] niet gevorderd.

5.16.

[gedaagde] stelt dat zij de geleverde tulpen van inferieure kwaliteit niet meer kan gebruiken voor de productie van nieuwe bollen van Klasse 1 (Japan), met opbrengstderving tot gevolg. Verder stelt [gedaagde] dat zij teeltkosten heeft gemaakt die geen rendement hebben opgeleverd. Bij eis in reconventie heeft [gedaagde] het gevorderde bedrag op geen enkele wijze nader gespecificeerd, inzichtelijk gemaakt of onderbouwd. In antwoord daarop voert [eiseres] terecht aan dat [gedaagde] in haar schadevordering ten onrechte niet heeft verdisconteerd dat zij de koopsom nooit heeft voldaan, zodat deze voor [gedaagde] geen schade betreft.

5.17.

Pas bij repliek in reconventie specificeert [gedaagde] haar vordering enigszins, en stelt zij dat het primair gevorderde bedrag de minimale teelt- en verwerkingskosten van € 15.750,00 (€ 30,00 per RR (roe) x 525 RR) conform ‘de Rabobank-normen’ betreft, vermeerderd met € 1.775,00 voor arbeidskosten in verband met selectiewerkzaamheden. Meer woorden besteedt [gedaagde] hier niet aan, en enige verdere onderbouwing ontbreekt. [eiseres] betwist de stellingen van [gedaagde] gemotiveerd. [eiseres] voert hiertegen aan dat [gedaagde] heeft nagelaten de opbrengst van het leverbare gedeelte van de partij bollen (met ziftmaten 10, 11 en 12+) in haar schadeberekening te betrekken. Deze opbrengst heeft [eiseres] gemotiveerd berekend op basis van 525 RR (waarop gemiddeld 375.000 leverbare bollen groeien), uitgaande van 5% te selecteren bollen tussen de geleverde partij (zodat 356.250 bollen van geschikte kwaliteit zijn overgebleven), een gemiddelde groei van 3 tot 4 maten per seizoen (zodat de door [gedaagde] gerooide bollen ziftmaat 10 of groter zijn geweest) en een prijs van € 0,045 per bol (zijnde de prijs voor ziftmaat 10), zijnde (in het slechtste geval) € 16.031,25. Dat [gedaagde] hierop niet meer heeft kunnen reageren komt voor haar rekening en risico, nu zij bij eis in reconventie heeft nagelaten haar vordering voldoende inzichtelijk te maken.

5.18.

De conclusie is dat [gedaagde] haar tegenvordering, tegenover de betwisting door [eiseres] , onvoldoende heeft onderbouwd, zodat deze wordt afgewezen.

5.19.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt [gedaagde] ook veroordeeld tot betaling van maximaal € 120,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiseres] worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 720,00 aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde] , en veroordeelt [eiseres] tot betaling van maximaal € 120,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door [gedaagde] worden gemaakt;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

de tegenvordering

6.4.

wijst de vordering af;

6.5.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [eiseres] worden vastgesteld op een bedrag van € 720,00 aan salaris van de gemachtigde van [eiseres] , en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van maximaal € 120,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiseres] worden gemaakt;

6.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter