Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7186

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
16-09-2020
Zaaknummer
8108723
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vordering kosten advocaat. Kosten noodzakelijk voor uitbrengen advies door OR. Ondernemer heeft vanaf inschakeling advocaat bezwaar gemaakt tegen de hoogte en gewezen op een budget. Vordering tot dit budget toegewezen, omdat onvoldoende is betwist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TRA 2020/83 met annotatie van R.H. van het Kaar
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8108723 \ CV EXPL 19-7891 (NE)

Uitspraakdatum: 9 september 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de maatschap Spectrum Advocaten

gevestigd te Haarlem

eiseres

verder te noemen: Spectrum

gemachtigde: mr. M.G. Jansen

tegen

  1. de besloten vennootschap Maatschappij tot exploitatie van Reisbureaus "Kennemerland B.V., statutair gevestigd te Castricum en kantoorhoudende te Heerhugowaard

  2. de besloten vennootschap KLH Beheer B.V., statutair gevestigd te Limmen

gedaagden

verder te noemen: gezamenlijk Kennemerland c.s. en afzonderlijk Kennemerland en KLH

procederend bij de heer [naam 1] , bestuurder van Kennemerland c.s.

1 Het procesverloop

1.1.

Spectrum heeft bij dagvaarding van 9 oktober 2019 een vordering tegen Kennemerland c.s. ingesteld. Kennemerland c.s. hebben schriftelijk geantwoord.

1.2.

Spectrum heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Kennemerland c.s. een schriftelijke reactie hebben gegeven.

2 De feiten

2.1.

KLH is een holding met twee dochtervennootschappen: Kennemerland en Anko Tours B.V. (hierna: Anko). Kennemerland heeft diverse nevenvestigingen en heeft onder andere als handelsnaam Zonvaart Reizen. De heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is bestuurder en enig aandeelhouder van KLH en bestuurder van Kennemerland. KLH is enig aandeelhouder van Kennemerland.

2.2.

Op 26 juni 2019 zendt mevrouw [naam 2] , gevolmachtigde van Kennemerland, directeur HRM en echtgenote van [naam 1] , een e-mail aan de voorzitter van de ondernemingsraad (hierna: OR) waarin zij de OR verzoekt op korte termijn met de directie bij elkaar te komen.

2.3.

Op 2 en 9 juli 2019 vinden besprekingen plaats tussen de OR en de directie, waarbij de OR in kennis wordt gesteld van een voorgenomen overname van Zonvaart Reisgroep door D-rt Retail B.V. (hierna: D-rt). Bij het gesprek op 9 juli was tevens de overnamekandidaat, D-rt aanwezig. Na de bespreking van 9 juli 2019 verzoekt de OR aan de directie de adviesvraag te formaliseren.

2.4.

Mevrouw [naam 2] verzoekt op 10 juli 2019 aan de OR om schriftelijk advies uit te brengen over een voorgenomen besluit tot overname van Zonvaart Reisgroep.

2.5.

De OR benadert op of omstreeks 12 juli 2019 Spectrum voor het geven van juridisch advies. Spectrum stuurt op 15 juli 2019 aan Zonvaart Reizen, ter attentie van de directie, een opdrachtbevestiging. Daarin brengt Spectrum Zonvaart Reizen op de hoogte van haar uurtarief en de daarover verschuldigde kantoorkosten en BTW. Ook maakt zij daarin aan Zonvaart Reizen kenbaar dat de kosten op grond van artikel 22 Wet op de ondernemingsraden (hierna: WOR) voor rekening komen van de onderneming.

2.6.

De OR laat per e-mail van 18 juli 2019 aan mevrouw [naam 2] weten dat zij Spectrum heeft ingeschakeld als deskundige. Mevrouw [naam 2] wijst als reactie op deze e-mail er onder andere op, dat het budget voor juridisch advies maximaal € 1.000,00 bedraagt. Op 19 juli 2019 bericht de OR aan mevrouw [naam 2] dat nimmer een budget is genoemd en dat een schatting van Spectrum van de totale kosten uitkomt op € 4.000,00. Mevrouw [naam 2] schrijft vervolgens aan de OR dat dat bedrag onbespreekbaar is, te meer omdat zij voorafgaand aan het eerste gesprek met Spectrum hebben aangegeven niet met de voorwaarden van Spectrum akkoord te gaan.

2.7.

Op 25 juli 2019 verzoekt de OR in een e-mail aan mevrouw [naam 2] om aanvullende informatie. [naam 1] laat daarna per e-mail onder andere weten dat geen toestemming is gegeven voor het uurtarief van Spectrum en dat hij voor de goede sfeer maximaal € 1.250,00 plus BTW zal betalen.

2.8.

Op 2 augustus 2019 vindt een bespreking plaats tussen de OR, de directie en D-rt.

2.9.

De OR brengt op 7 augustus 2019 een positief advies uit aan de directie.

2.10.

Spectrum stuurt op 16 augustus 2019 aan Kennemerland c.s. een declaratie voorzien van een urenspecificatie voor een bedrag van € 5.746,53 inclusief BTW en kantoorkosten. In de declaratie is een matiging van € 1.950,00 exclusief BTW verwerkt.

2.11.

Kennemerland c.s. betalen de declaratie, ook na een herinnering, niet.

2.12.

Bij brief van 16 september 2019 aan Spectrum betwisten Kennemerland c.s. de verschuldigdheid van de declaratie.

3 De vordering

3.1.

Spectrum vordert dat de kantonrechter Kennemerland c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 6.608,51, te vermeerderen met de contractuele rente (subsidiair de wettelijke handelsrente) vanaf de vervaldatum van de factuur over € 5.746,53, alsmede tot betaling van de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van veertien dagen na het te wijzen vonnis. Eerst genoemd bedrag bestaat uit de declaratie van
€ 5.746,53 en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 861,98.

3.2.

Spectrum legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij in opdracht van de OR van de Zonvaart Reisgroep werkzaamheden heeft verricht in het kader van artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden, maar dat Kennemerland c.s. nalaten de declaratie van € 5.746,53 te betalen. Als reden geven Kennemerland c.s. dat de declaratie ten onrechte aan hen is gericht, dat KLH niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de werkzaamheden en dat de declaratie te hoog is. In de brief van 10 juli 2019 aan de OR is echter verzocht advies uit te brengen, is duidelijk gemaakt dat de overname alle onderdelen van Zonvaart Reisgroep betreft en wordt verzocht om een spoedig advies. De OR heeft zich tot Spectrum gericht, omdat zij behoefte had aan een deskundige wegens een gebrek aan kennis en ervaring. De OR heeft onderzoek gedaan naar verschillende deskundigen en heeft weloverwogen – gelet op de tijdsdruk en het marktconforme tarief – Spectrum ingeschakeld. Nadat Spectrum Zonvaart Reizen heeft ingelicht dat zij voor de OR als deskundige zal optreden en de OR aan de directie de geschatte kosten van Spectrum heeft kenbaar gemaakt, probeert de directie de OR achteraf en eenzijdig een budget voor juridisch advies op te leggen van € 1.000,00 en tracht zij de OR te verbieden Spectrum in te schakelen. De OR heeft echter geen toestemming nodig van de directie. Spectrum heeft vervolgens de overeengekomen werkzaamheden verricht. Het conceptadvies is door de OR op 25 juli 2019 verstrekt aan de directie. Daarbij is om extra informatie verzocht. Omdat de directie medewerking weigerde en de communicatie moeizaam verliep, heeft Spectrum extra werkzaamheden moeten verrichten. Uiteindelijk heeft op 2 augustus een gesprek plaatsgevonden tussen de OR, directie en de overnemende partij. Aan de hand daarvan is op 7 augustus 2019 aan Zonvaart Reizen een advies uitgebracht. Op grond van artikel 22 WOR zijn Kennemerland c.s. verplicht de declaratie van Spectrum te betalen. Bovendien is de weigering om dit te doen in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

4 Het verweer

4.1.

Kennemerland c.s. betwisten de vordering. Zij voeren aan – samengevat – dat aan de OR opdracht is gegeven advies uit te brengen over de voorgenomen overname van de activiteiten van Kennemerland door D-rt. De vordering ten aanzien van KLH moet worden afgewezen, omdat deze vennootschap een beheermaatschappij is zonder personeel en dus ook geen OR heeft. De vennootschappen Kennemerland en Anko vallen onder de aanduiding Zonvaart Reisgroep. Kennemerland heeft een OR. Anko, niet in rechte betrokken, heeft geen OR. De directie van Kennemerland heeft de OR verzocht om een advies. De OR heeft een jaarlijkse begroting. Hierop is de OR ook gewezen en aan de OR is geen toestemming gegeven het budget te overschrijden. Spectrum heeft ten onrechte de OR niet gewaarschuwd dat de kosten de OR-begroting zouden overschrijden en dat artikel 22 lid 4 WOR voorschrijft dat in dat geval toestemming van de ondernemer voor de overschrijding nodig is. Tijdens de besprekingen op 2 en 9 juli 2019 is de OR voorzien van de benodigde informatie. De directie heeft in het gesprek van 9 juli 2019 aangegeven dat er een budget is dat kan worden aangewend voor juridisch advies. Dit bedrag is al jaren € 800,00. De begroting wordt jaarlijks opgenomen in de totale bedrijfsbegroting. De directie heeft dit budget vervolgens verhoogd naar € 1.000,00 en om uit de impasse te komen naar € 1.250,00. Dat er een budget is blijkt ook uit het feit dat de OR in het najaar van 2017 toestemming heeft gevraagd voor budgetoverschrijding voor een cursus voor de OR-leden. De directie heeft niet geweigerd met de OR te communiceren; wel weigerde zij met Spectrum te communiceren zolang zij haar opdrachtbevestiging niet aanpaste. Met de OR heeft de directie steeds gecommuniceerd. De factuur van Spectrum is ten onrechte geadresseerd aan Kennemerland c.s. Hiervan is de OR op de hoogte gesteld. De OR en niet Kennemerland c.s. heeft immers Spectrum opdracht gegeven voor de werkzaamheden. De OR heeft een eigen begroting en is daarin handelingsbevoegd.

5 De beoordeling

5.1.

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de vordering jegens KLH, overweegt de kantonrechter als volgt. Zoals blijkt uit de opdrachtbevestiging van Spectrum van 15 juli 2019, heeft de OR van Kennemerland Spectrum gevraagd om haar als deskundige te begeleiden in het adviestraject terzake de voorgenomen overname van activiteiten van Kennemerland. Kennemerland c.s. hebben aangevoerd dat KLH ten onrechte tot betaling wordt aangesproken, nu KLH geen ondernemingsraad heeft. Spectrum heeft daartegen aangevoerd dat de adviesaanvraag niet alleen op Kennemerland zag, maar op de gehele groep (Zonvaart Reisgroep). De kantonrechter is van oordeel dat, nu de OR van Kennemerland om advisering door Spectrum heeft verzocht, de ondernemer, te weten Kennemerland, de aan te spreken entiteit is, voor zover het betreft de kosten van deze advisering. Spectrum is dan ook niet ontvankelijk in haar vordering, voor zover gericht tegen KLH.

5.2.

Kennemerland heeft voorts nog betoogd dat niet Kennemerland, maar de OR als opdrachtgever aangemerkt moet worden. Daargelaten de vraag of de OR dan wel Kennemerland de opdracht heeft verstrekt, geldt dat de kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de ondernemingsraad, ten laste komen van de ondernemer. Spectrum heeft dan ook op goede gronden Kennemerland in rechte betrokken.

5.3.

Kennemerland heeft overeenkomstig artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) de OR in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen inzake het voorgenomen besluit tot overdracht van de activiteiten in de onderneming. Ten aanzien van het raadplegen van een deskundige door de OR, is in artikel 16 en 22 van de WOR het volgende bepaald.
Artikel 16 WOR:

1. De ondernemingsraad kan een of meer deskundigen uitnodigen tot het bijwonen van een vergadering van die raad, met het oog op de behandeling van een bepaald onderwerp. Hij kan een zodanige uitnodiging ook doen aan een of meer bestuurders van de onderneming, dan wel aan een of meer personen als bedoeld in artikel 24, tweede lid.

2. De leden van de ondernemingsraad kunnen in de vergadering aan de in het eerste lid bedoelde personen inlichtingen en adviezen vragen.

3. Een deskundige kan eveneens worden uitgenodigd een schriftelijk advies uit te brengen.

4. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de commissies van de ondernemingsraad.

Artikel 22 WOR:
1.De kosten die redelijkerwijze noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de ondernemingsraad en de commissies van die raad komen ten laste van de ondernemer.
2. Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid komen de kosten van het overeenkomstig artikel 16 en artikel 23a, zesde lid, raadplegen van een deskundige door de ondernemingsraad of een commissie van die raad, alsmede de kosten van het voeren van rechtsgedingen door de ondernemingsraad slechts ten laste van de ondernemer, indien hij van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld. De eerste volzin is niet van toepassing wanneer uitvoering is gegeven aan het vierde lid.
3. Met inachtneming van het eerste lid komen de kosten van scholing en vorming, bedoeld in artikel 18, tweede lid, ten laste van de ondernemer. De Raad kan voor verschillende kosten verbonden aan scholing en vorming richtbedragen vaststellen.
4. De ondernemer kan in overeenstemming met de ondernemingsraad de kosten die de ondernemingsraad en de commissies van die raad in enig jaar zullen maken, voor zover deze geen verband houden met artikel artikelen 17 en 18, eerste lid, vaststellen op een bepaald bedrag, dat de ondernemingsraad naar eigen inzicht kan besteden. Kosten waardoor het hierbedoelde bedrag zou worden overschreden, komen slechts ten laste van de ondernemer voor zover hij in het dragen daarvan toestemt.

5.4.

In deze zaak staat tussen partijen vast dat de OR na de inschakeling van Spectrum, Kennemerland daarvan op de hoogte heeft gesteld. Tegen het inschakelen van een deskundige als zodanig heeft Kennemerland geen bezwaar gemaakt. Ook heeft de OR Kennemerland van de naar verwachting met die werkzaamheden gemoeide kosten op de hoogte gebracht. Hiertegen heeft Kennemerland bezwaar gemaakt, zowel ten aanzien van het uurtarief als ten aanzien van de benodigde tijd. Noch de OR noch Spectrum hebben aandacht besteed aan de bezwaren van Kennemerland over de hoogte van de kosten en Spectrum heeft de werkzaamheden onveranderd gehandhaafd en uitgevoerd.

5.5.

Op grond van artikel 22 lid 2 WOR komen de kosten van deskundigen voor rekening van de ondernemer. Artikel 22 lid 4 WOR maakt hierop een uitzondering: indien een vast bedrag per jaar is vastgesteld, komen de kosten waarmee dit budget wordt overschreden slechts ten laste van de ondernemer, voor zover hij daarmee heeft ingestemd.

5.6.

Kennemerland heeft gesteld dat er een jaarlijks budget was en heeft dat met nadere stukken onderbouwd en daarbij voorbeelden genoemd, van situaties waarin toestemming is gevraagd om dit budget te overschrijden. Spectrum heeft dit weliswaar betwist, maar heeft deze betwisting niet nader onderbouwd. Daarbij komt dat Kennemerland vanaf het begin bezwaar heeft gemaakt tegen de hoogte van het door Spectrum gehanteerde tarief en vanwege de hoogte van de declaratie, Spectrum niet als gesprekspartner heeft willen erkennen.

5.7.

Onder deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de kosten van de advisering door Spectrum niet zonder meer voor rekening van Kennemerland gebracht kunnen worden. Immers, door niet op de bezwaren van Kennemerland in te gaan, heeft Spectrum het risico genomen dat Kennemerland slechts bereid zou zijn een deel van de declaratie te voldoen. Nu Kennemerland in dit verband heeft aangeboden om een bedrag van € 1.250,- plus BTW, zijnde € 1.512,50 inclusief BTW, aan advieskosten te betalen, zal dit bedrag aan advieskosten worden toegewezen.

5.8.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Spectrum zal toewijzen tot een bedrag van € 1.512,50. Dit bedrag is tot op heden door Kennemerland onbetaald gelaten, zodat daarover wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd zijn.

5.9.

Spectrum maakt met een beroep op haar algemene voorwaarden aanspraak op vertragingsrente ter hoogte van 2 % boven de wettelijke rente. Door Kennemerland is niet weersproken dat de opdracht door de OR is verstrekt onder toepassing van de algemene voorwaarden van Spectrum. Ook heeft Kennemerland niet weersproken dat een betalingstermijn is overeengekomen. De gevorderde vertragingsrente zal worden toegewezen over het toegewezen bedrag van € 1.512,50.

5.10.

Spectrum maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Spectrum heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Nu Spectrum niet gemotiveerd heeft gesteld dat de werkelijke buitengerechtelijke kosten hoger zijn geweest en dat het redelijk was om buitengerechtelijk kosten te maken tot dit bedrag, zal de kantonrechter conform het rapport BGK-integraal gebruik maken van de matigingsbevoegdheid van artikel 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de kosten toewijzen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe de gedaagde partij zal worden veroordeeld, te weten een bedrag van € 226,88.

5.11.

Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

verklaart zich niet-ontvankelijk ten aanzien van de vordering jegens KLH;

6.2.

veroordeelt Kennemerland tot betaling aan Spectrum van € 1.739,38, te vermeerderen met de contractuele rente ter hoogte van 2 % boven de wettelijke rente over € 1.512,50 vanaf de vervaldatum van de factuur tot aan de dag van de gehele betaling;

6.3.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.S. Kiliç en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter