Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7141

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-08-2020
Datum publicatie
11-09-2020
Zaaknummer
C/15/306665 / KG RK 20-492
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Conservatoire maatregel
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek conservatoir beslag afgewezen. Noodzaak onvoldoende onderbouwd. Het enkele feit dat een partij weigert om aan een vordering te voldoen, levert nog geen gegronde vrees op dat die partij vermogensbestanddelen aan verhaal zal onttrekken.

Gerekwestreerde stelt in deze zaak zelf een vordering van € 226.542,- te hebben op verzoekster en heeft in dat kader een vordering in een bodemprocedure ingesteld. Het is daarom evident dat gerekwestreerde het niet eens is met de vordering van verzoekster. Dat gerekwestreerde in die zin betalingsonwil toont, is daarmee in overeenstemming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rekestnummer: C/15/306665 / KG RK 20-492

Beschikking van de voorzieningenrechter van 25 augustus 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLOKKER BOUWGROEP B.V.,

gevestigd te Huizen,

verzoekster,

advocaat mr. R.A.M. Schram te Haarlem,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verweerster] ,

gevestigd te [plaats],

gerekwestreerde.

1 De procedure

1.1.

Het eerste verzoek strekte tot het verkrijgen van verlof om conservatoir derdenbeslag te mogen leggen ten laste van gerekwestreerde voor een begrote vordering van

€ 201.901,77. Dat verlof is niet verleend.

De voorzieningenrechter heeft verzoekster verzocht om nader te onderbouwen waarom het noodzakelijk is dat er voor de gestelde vordering conservatoir beslag zal worden gelegd. Bij brief van 25 augustus 2020 heeft verzoekster in reactie op dat verzoek verwezen naar de inhoud van het verzoekschrift, met name bladzijde 6 daarvan. Een nadere toelichting is niet verstrekt.

2 De beoordeling

2.1.

Verzoekster legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag.

Verzoekster heeft aan gerekwestreerde opdracht verstrekt om aannemingswerkzaamheden te verrichten. Deze werkzaamheden zijn deels niet uitgevoerd en deels niet goed uitgevoerd. Als gevolg van deze wanprestatie door gerekwestreerde heeft verzoekster schade geleden.

Zij heeft een deel van het werk alsnog door een derde moeten laten uitvoeren, zij heeft herstelkosten gemaakt in verband met de kozijnen, zij heeft een factuur voor de inzet van extra personeel voldaan die voor rekening van gerekwestreerde behoort te komen en er is door toedoen van gerekwestreerde vertraging in de bouw ontstaan, waardoor de vaste kosten van het bouwproject langer doorliepen. Ten gevolge van de hiervoor uiteengezette wanprestatie van gerekwestreerde stelt verzoekster een vordering op gerekwestreerde te hebben van € 201.901,77 (exclusief btw).

2.2.

Partijen zijn er niet in geslaagd om in onderling overleg tot een oplossing te komen. Vervolgens heeft gerekwestreerde een bodemprocedure aanhangig gemaakt.

Verzoekster heeft als gedaagde in die procedure een eis in reconventie ingesteld.

In het kader van genoemde bodemprocedure heeft gerekwestreerde conservatoir beslag laten leggen ten laste van verzoekster onder zes derden, waaronder de bank waar verzoekster bankiert en meerdere opdrachtgevers.

2.3.

Verzoekster stelt dat beslag ter zekerheid van haar vordering dringend gewenst is, terwijl er gegronde vrees voor verduistering bestaat. Gerekwestreerde betaalt immers niet, ook niet na het indienen van de conclusie van eis in reconventie door verzoekster en zelfs niet het bedrag waarvan gerekwestreerde erkent dat het minderwerk betreft. Ter verzekering tot verhaal wenst verzoekster - kort gezegd - beslag te leggen onder een tweetal banken waar gerekwestreerde (waarschijnlijk) bankiert, alsmede onder twee opdrachtgevers van gerekwestreerde.

2.4.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat in het beslagrekest gemotiveerd moet

worden waarom het beslag nodig is. Dat wordt ook vermeld in de Beslagsyllabus 2019,

onder punt 4 ten aanzien van de voorwaarden Conservatoir beslag: “In het beslagrekest zal

moeten worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is”.

2.5.

Het enkele feit dat een partij weigert om aan een vordering te voldoen, levert nog geen gegronde vrees op dat die partij vermogensbestanddelen aan verhaal zal onttrekken.

Gerekwestreerde stelt in deze zaak zelf een vordering van € 226.542,- te hebben op verzoekster en heeft in dat kader een vordering in een bodemprocedure ingesteld. Het is daarom evident dat gerekwestreerde het niet eens is met de vordering van verzoekster. Dat gerekwestreerde in die zin betalingsonwil toont, is daarmee in overeenstemming.

2.6.

Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de noodzaak om het verhaal voor de gestelde vordering door middel van een conservatoir beslag te verzekeren onvoldoende is onderbouwd.

Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos op 25 augustus 2020.1

1 LK/LJS