Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7137

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-09-2020
Datum publicatie
08-10-2020
Zaaknummer
C/15/303914 / JU RK 20-1171
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kinderrechter heeft het (resterende deel van het) verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp toegewezen als verzocht en de hoop uitgesproken dat de GI en de gemeente in gesprek kunnen gaan om een oplossing te vinden voor de financiële belemmering die de enige passende vervolgplek voor minderjarige in de weg staat. De kinderrechter acht de groep waar de minderjarige nu verblijft passend tot hij kan doorstromen naar een vervolgplek, zeker nu ter zitting duidelijk is geworden dat deze groep mogelijk een open karakter krijgt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Zittingsplaats: Castricum

Zaakgegevens : C/15/303914 / JU RK 20-1171

datum uitspraak: 3 september 2020

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI,

gevestigd te Alkmaar,

betreffende

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [plaats] ,

[de vader] , hierna te noemen de vader,

wonende te [plaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 5 juni 2020, ingekomen bij de griffie op 11 juni 2020;

- de verklaring d.d. 8 juni 2020 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring d.d. 6 juli 2020 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper;

- het perspectiefplan voor [de minderjarige] , ingekomen bij de griffie op 6 juli 2020;

- de beschikking van deze rechtbank van 9 juli 2020;

- de brief met bijlagen van de GI van 25 augustus 2020, ingekomen bij de griffie op 27 augustus 2020.

Op 3 september 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld bij Horizon, locatie Antonius te Castricum (hierna: Horizon).

Gehoord zijn:

- de minderjarige [de minderjarige] , bijgestaan door mr. F.R. Menso,

- de moeder,

- de vader,
- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI,

- [gezinscoach] , gezinscoach te Horizon,

- [leidinggevende] , leidinggevende te Horizon.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

Bij beschikking van 18 januari 2019 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] bij beschikking van 16 januari 2020 verlengd tot 18 januari 2021.

Bij beschikking van 10 april 2020 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van vier weken. Bij beschikking van 23 april 2020 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 10 juli 2020. De kinderrechter heeft bij 9 juli 2020 de machtiging tot gesloten jeugdhulp verleend tot 10 september 2020, onder aanhouding van het overig verzochte. [de minderjarige] verblijft op grond van deze machtiging bij Horizon.

Het verzoek

De gecertificeerde instelling handhaaft (het resterende deel van) het verzoek tot afgifte van een (opvolgende) machtiging om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven, te weten tot 10 oktober 2020.

Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI het volgende aangevoerd. [de minderjarige] is in april 2020 bij Horizon geplaatst, omdat het op eerdere plekken niet is gelukt hem de benodigde begeleiding te bieden. Bij [de minderjarige] is sprake van aan complexe problematiek. Uit het CCE adviesverslag komt naar voren dat er niet alleen sprake is van ADHD en hechtingsproblematiek, maar dat ook gedacht kan worden aan een autismespectrumstoornis. [de minderjarige] heeft op de open groepen fors grensoverschrijdend gedrag laten zien in de vorm van verbale, maar ook fysieke agressie. Hij is zelfbepalend, heeft een extreem korte spanningsboog en zoekt alle grenzen op. Sinds hij op Horizon verblijft gaat het beter en is zijn gedrag minder extreem. Gebleken is dat hij veel baat heeft bij duidelijkheid en structuur. Om ervoor te zorgen dat [de minderjarige] de positieve groei die hij laat zien kan vasthouden is er de afgelopen periode druk gezocht naar een passende vervolgplek voor [de minderjarige] . De GI is samen met de gemeente en Parlan op zoek gegaan naar een kleinschalige woonvoorziening voor een langere periode. Gezien de complexe problematiek van [de minderjarige] , de beperkte beschikbaarheid van de woonplekken en het gebrek aan financiering is er tot op heden geen passende woonplek voor [de minderjarige] gevonden.

De gezinsvoogd heeft ter zitting benadrukt dat voorkomen dient te worden dat [de minderjarige] van (crisis)plek naar (crisis)plek gaat waar [de minderjarige] niet de hulp kan krijgen die hij nodig heeft. De GI acht de maatwerkoplossing van Parlan de enige geschikte optie. Deze oplossing komt echter niet van de grond vanwege de financiering. De gezinsvoogd is daarom van plan de gesprekken met de gemeente te hervatten en daarbij de hulp van haar leidinggevende in te schakelen, in de hoop op korte termijn de financiering voor de maatwerkoplossing rond te krijgen. Om te voorkomen dat er een gat ontstaat tussen de plaatsing in gesloten setting en de vervolgplek van [de minderjarige] , acht de GI het van belang dat de machtiging voor de resterende periode van één maand wordt afgegeven. Bij het ontbreken van een machtiging en een passende vervolgplek is de enige optie dat [de minderjarige] naar huis terugkeert, wat gezien het Boogonderzoek niet wenselijk is. De ouders hebben onvoldoende opvoedingsvaardigheden om [de minderjarige] op de juiste manier te begeleiden en hem de noodzakelijke duidelijkheid en structuur te bieden, waardoor het risico bestaat dat hij zal terugvallen in oud gedrag.

Het standpunt van [de minderjarige]

In het gesprek met de kinderrechter heeft [de minderjarige] aangegeven dat het goed met hem gaat, maar dat hij bang is dat dat gaat veranderen als hij langer op Horizon moet blijven. [de minderjarige] heeft steeds meer last van de prikkels van de jongeren om hem heen. [de minderjarige] vindt het niet leuk om gesloten te zitten en hoopt daarom dat hij zo snel mogelijk weg mag bij Horizon. [de minderjarige] wil liever bij zijn vader gaan wonen.

Mr. Menso heeft ter zitting benadrukt dat voorkomen moet worden dat [de minderjarige] van crisisplek naar crisisplek gaat. Hij verwijst daarbij naar het adviesverslag van het CCE. Nu duidelijk is geworden dat de GI inzet op het rondkrijgen van de financiering van de maatwerkoplossing van Parlan en de groep van [de minderjarige] op Horizon waarschijnlijk vanuit de gesloten setting omgezet wordt naar een open setting, heeft mr. Menso meer hoop op een juiste en passende oplossing. Mr. Menso refereert zich daarom aan het oordeel van de kinderrechter. Wel benadrukt mr. Menso dat het voor [de minderjarige] heel belangrijk is dat hij gemotiveerd blijft, zodat hij zijn houding niet verandert.

Het standpunt van de ouders

De moeder staat achter het verzoek van de GI. De moeder vindt het jammer dat het niet gelukt is om een passende plek te vinden voor [de minderjarige] , maar ziet dat er nu geen andere oplossing is dan het verblijf van [de minderjarige] op Horizon te verlengen. De moeder wil voorkomen dat [de minderjarige] opnieuw wordt overgeplaatst naar een plek waar het niet goed gaat.

Omdat het gedrag van [de minderjarige] in positieve zin is veranderd, heeft de vader ter zitting voorgesteld om [de minderjarige] terug in de thuissituatie van de vader te plaatsen als er geen goede plek voor hem kan worden gevonden. De vader stelt dat hij de duidelijkheid en structuur kan bieden die [de minderjarige] nodig heeft en dat hij enkel hulp nodig heeft met betrekking tot de school van [de minderjarige] . De vader vindt het heel belangrijk dat [de minderjarige] naar regulier onderwijs gaat.

Het standpunt van Horizon

[leidinggevende] en [gezinscoach] hebben ter zitting bevestigd dat [de minderjarige] de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet. [de minderjarige] is geliefd op de groep en krijgt steeds meer vrijheden. Zo gaat [de minderjarige] in het weekend op verlof naar zijn ouders. [gezinscoach] hoopt dat de komende tijd kan worden toegewerkt naar een vaste contactregeling tussen [de minderjarige] en zijn ouders.

[leidinggevende] heeft zich ter zitting aangesloten bij het standpunt van de GI. Enerzijds ziet hij dat geslotenheid voor [de minderjarige] niet langer noodzakelijk is, anderzijds wil hij voorkomen dat [de minderjarige] van crisisplek naar crisisplek moet gaan. Tevens heeft hij naar voren gebracht dat er plannen zijn om de groep van [de minderjarige] vanaf oktober om te zetten van een gesloten naar een open groep.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

Op grond van de overgelegde stukken en het gesprek op de zitting is de kinderrechter van oordeel dat aan de voornoemde gronden is voldaan. De kinderrechter stelt vast dat [de minderjarige] een goede ontwikkeling doormaakt bij Horizon. Hoewel de zorgen nog niet zijn weggenomen, zorgt de gestructureerde omgeving van de groep voor meer rust en ander, positief gedrag bij [de minderjarige] . [de minderjarige] is rustiger, houdt zich aan de regels en kan beter in gesprek gaan met de groepsleiding over zijn gedrag en wat er in zijn hoofd om gaat. Om ervoor te zorgen dat [de minderjarige] deze stijgende lijn kan doorzetten en hij niet terugvalt in oud gedrag, acht de kinderrechter het van groot belang dat [de minderjarige] op een passende plek wordt geplaatst waar hij de hulp en ondersteuning krijgt die hij nodig heeft.

Gelet op de complexe problematiek van [de minderjarige] en de uitkomsten van het CCE-onderzoek is duidelijk geworden dat er hoge eisen aan de vervolgplek van [de minderjarige] gesteld moeten worden. Met de GI acht de kinderrechter een thuisplaatsing van [de minderjarige] daarom onder de gegeven omstandigheden niet passend. Daarnaast dient voorkomen te worden dat [de minderjarige] van (crisis)plek naar (crisis)plek gaat. Volgens het CCE heeft [de minderjarige] een veilige woonplek nodig waar hij lang kan blijven en waar hij niet wordt weggestuurd vanwege zijn gedrag, wat hij ook doet. Het CCE bevestigt dat een maatwerkoplossing, bestaande uit een kleine woonlocatie met een beperkt team van medewerkers en een zeer beperkt aantal kinderen, zoals voorgesteld door Parlan, een goed alternatief zou kunnen zijn. Ter zitting is echter gebleken dat deze oplossing tot nu toe geen doorgang vindt vanwege de financiering vanuit de gemeente. De GI is van plan hierover nader in gesprek te gaan met de gemeente. Gezien deze hulpverlening op maat de enige passende vervolgplek lijkt te zijn hoopt de kinderrechter dat de gemeente een oplossing zal vinden voor deze belemmering.

De kinderrechter acht het in het belang van [de minderjarige] dat hij in de tussentijd op Horizon verblijft, om ervoor te zorgen dat zijn positieve ontwikkelingen kunnen worden gewaarborgd. De kinderrechter acht de groep op Horizon passend ter overbrugging, zeker nu duidelijk is geworden dat deze groep mogelijk een open karakter krijgt. Op die manier kan [de minderjarige] zich in een gestructureerde en vertrouwde omgeving blijven ontwikkelen tot hij kan doorstromen naar zijn vervolgplek.

Gelet op de bovengenoemde omstandigheden ziet de kinderrechter grond om (het resterende deel van) de machtiging gesloten jeugdhulp daarom te verlenen en het verblijf van [de minderjarige] te verlengen tot uiterlijk 10 oktober 2020.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige:

- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

met ingang van 10 september 2020 tot 10 oktober 2020;

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.C.R.W. VerLoren van Themaat-van der Hoeven, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L. Jense als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 4 september 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam