Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7018

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-08-2020
Datum publicatie
11-11-2020
Zaaknummer
7861224 \ CV EXPL 19-9072
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Huur bedrijfsruimte. Huurachterstand deels toegewezen. Boete wegens te late betaling gematigd tot nihil omdat gedaagde hier - gelet op de tussen partijen gemaakte (en door eiseres niet nagekomen) afspraken - geen rekening mee hoefde te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7861224 \ CV EXPL 19-9072

Uitspraakdatum: 12 augustus 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Kingfisher Real Estate B.V.

gevestigd te Amsterdam

eiseres

verder te noemen: Kingfisher

gemachtigde: mr. G.E. Hamer

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

Kingfisher heeft bij dagvaarding van 21 juni 2019 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling en aanvullend schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 8 januari 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Kingfisher heeft ter zitting stukken overgelegd. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld nog een akte te nemen, waarna Kingfisher een akte heeft genomen op de rolzitting van 5 februari 2020 en [gedaagde] op de rolzitting van 19 februari 2020. Kingfisher heeft vervolgens nog gereageerd op de bij de akte van [gedaagde] gevoegde producties.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] huurde sinds 6 juni 2016 een winkelruimte aan de [a-straat] [nummer 1] te [plaats] (hierna: het gehuurde). [gedaagde] heeft bij het aangaan van de overeenkomst een waarborgsom van € 2.745,19 betaald. Met ingang van 20 april 2017 is Kingfisher eigenaar van het pand waartoe het gehuurde behoort.

2.2.

De huurovereenkomst is per 30 juni 2018 geëindigd.

2.3.

[gedaagde] heeft met ingang van 1 mei 2018 winkelruimte elders gehuurd en het gehuurde ontruimd.

2.4.

In de algemene bepalingen behorende bij de huurovereenkomst die [gedaagde] met de rechtsvoorganger van Kingfisher heeft gesloten zijn onder de kop “Betalingen” onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

25.1

De betaling van de huurprijs en van al hetgeen verder krachtens deze huurovereenkomst is verschuldigd, zal uiterlijk op de vervaldata in wettig Nederlands betaalmiddel – zonder enige opschorting, korting, aftrek of verrekening met een vordering welke huurder op verhuurder heeft of meent te hebben – geschieden door storting dan wel overschrijving op een door verhuurder op te geven rekening.

(…)

25.3

Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag is voldaan, verbeurt huurder aan verhuurder van rechtswege per kalendermaand vanaf de vervaldag van dat bedrag een direct opeisbare boete van 1% van het verschuldigde per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300 per maand. De hiervoor bedoelde (boete)rente is niet verschuldigd indien huurder voor de in 25.1 genoemde vervaldatum per aangetekende brief een gemotiveerde vordering bij verhuurder heeft ingediend en verhuurder binnen 4 weken na ontvangst van deze brief inhoudelijk daarop niet heeft gereageerd.

2.5.

In een e-mailbericht van 15 januari 2018 heeft [betrokkene 1] werkzaam bij Orange Capital Partners namens Kingfisher (hierna: [betrokkene 1] ) onder meer het volgende aan [gedaagde] geschreven:
Beste [voornaam gedaagde] ,

Vorige week ben ik bij jou langs geweest om jou winkel, [handelsnaam] , te bespreken. Je gaf aan dat je meer ruimte nodig hebt om het juist assortiment op voorraad te kunnen hebben en daarnaast omdat je brei cursussen geeft in je winkel.
Een winkel van ongeveer 100m2 is waarnaar je op zoek bent.

Ik heb gekeken naar wat er mogelijk met jou winkel en ik heb het volgende bedacht. De winkel die leegstaat op de [a-straat] , grenst aan de achterkant aan een lege winkelunit aan de [b-straat] .
Op de plattegrond hieronder is dit te zien.
De winkel aan de [a-straat] is op dit moment 86 m2. (aangegeven in het rood)
Echter is het mogelijk om de winkel te vergroten met ca. 36 m2. (aangegeven in het blauw)
En zelfs nog een additionele 20 m2, mocht dit nodig zijn.

Als we de winkel aan de achterkant vergoten, kunnen we een ruimte van 86+36 = ca. 121 m2 creëren.

Is dit misschien een oplossingsrichting?

Denk er even over na of dit iets is wat voor jou zou kunnen werken
(…)

2.6.

In een e-mailbericht van 19 januari 2018 heeft [betrokkene 1] onder meer aan [gedaagde] geschreven:
Beste [voornaam gedaagde] ,
Ik begrijp dat je door mijn bezoekje toch nog wat dingen wil overwegen. Dat vind ik erg fijn om te horen, we willen je namelijk erg graag als huurder houden.
Bij het genoemde bedrag van EUR 15.000 gaan we uit van een contract van 5 jaar. Mocht dit een erg groot probleem zijn, dan kunnen we het wel bespreekbaar maken. Daarnaast zit er zeker ook nog wel wat rek in het bedrag. Dat zou ik wel nog moeten overleggen hier intern. Maar ik heb in ieder geval goedkeuring op EUR 15.000.
Verder denk ik zeker dat het mogelijk is om ook je huur van een ander pand tijdens de verbouwing te overbruggen.
Als je ervoor kiest om met ons door te gaan, kan je per direct beginnen met de nieuwe winkel in de huidige staat.
We kunnen dan kijken wat we doen met je contract dat tot de zomer loopt. Het lijkt me niet een super groot probleem als je dan eerder naar een tussen locatie gaat, dan verbouwd, en dan weer terug komt.
Het is aan jou om te bepalen in hoeverre je wil dat wij een rol spelen in de verbouwing. We kunnen de verbouwing begeleiden, maar dit mag je zeker ook zelf doen.
Zoals ik al zei, we kunnen je het bedrag gewoon in cash overmaken.

2.7.

In een e-mailbericht van 15 februari 2018 [betrokkene 1] onder meer het volgende aan [gedaagde] geschreven:
Goed om te horen dat je voor de [a-straat] kiest.
Ik denk zeker ook dat we daar een super mooi plekje voor jou kunnen maken.
Ik begrijp dat 2 verbouwingen/verhuizingen wat veel is.
Wanneer wij de verbouwing doen, heb je zeker inspraak wat betreft het ontwerp.
echter werken wij wel met vaste leveranciers.
Hieronder heb ik het proces dat we nu gaan doorlopen op een rijtje gezet.
1. Finaliseren afspraken voor nieuw huurcontract
- Bezoek aan ruimte met [voornaam gedaagde] , ik en technisch manager (CBRE) om werkzaamheden te bespreken.
- Vaststellen commerciële afspraken
- Tekenen nieuw huurcontract
2. Aanvragen offertes voor werkzaamheden (CBRE)
3. Planning vastleggen (in overleg)
4. Uitvoering werkzaamheden (CBRE & aannemers)
5. Verhuizing ( [voornaam gedaagde] )
De commerciële afspraken wij hebben gemaakt zijn de volgende:
- Ingangsdatum nieuw contract: oplevering [a-straat] [nummer 2] .
- Contractsduur: 10 jaar
- Huurprijs per jaar excl BTW: EUR 8.800
- Indexatie jaarlijks volgens CPI
- Budget verbouwing EUR 15.000
(alles wat over is na de verbouwing is voor huurder)
- Huurder krijgt 12 maande huurvrij
- Huurder kan een deel van deze 12 maanden gebruiken om huidige huurachterstand op te lossen.
- Huurder wordt tijdens de verbouwing vrijgesteld van het betalen van huur voor de ruimte gelegen aan de [a-straat] [nummer 1] . Zo krijgt huurder de mogelijkheid tijdelijk te verhuizen.
Huurder is hiertoe niet verplicht. De ruimte aan de [a-straat] hoeft pas uiterlijk 30-6-2018 opgeleverd te worden. Aanname is dat verbouwing tegen die tijd is afgerond.
Als ik dit zo op een rijtje zie denk ik dat dit een hele mooie deal is!
(…)
Wat mij betreft kunnen we meteen beginnen.
Op welke dagen/tijdstippen zou je graag met mij en CBRE gaan zitten om de verbouwing te bespreken? Dit moet helaas wel tijdens kantooruren. Bijvoorbeeld op maandag ochtend?

2.8.

Bij e-mailbericht van 15 februari 2018 heeft [gedaagde] geantwoord:
Hai [voornaam betrokkene 1] ,
Ik ben helemaal gelukkig met deze afspraken. Het ligt een beetje aan het termijn wanneer jullie kunnen/willen.
(…)
En qua overzien van de verbouwing. Ik denk dat als ik eenmaal volgend weekend achter de rug is wat meer overzicht heb weer. Maar dat kunnen we bespreken als we elkaar zien dan.
Heel erg fijn dat jullie zo meedenken en bereid zijn tot dit alles.

2.9.

Bij e-mailbericht van 15 februari 2018 heeft [betrokkene 1] onder meer het volgende aan [gedaagde] geschreven:
Hi [voornaam gedaagde] ,
Ik heb even overlegd met de technisch manager, en donderdag 22 feb om half 12 zou ons erg goed uitkomen. We hoeven donderdag nog niet te beslissen wie de verbouwing gaat overzien. Het is vooral de bedoeling om in kaart te krijgen wat jou wensen zijn, wat technisch mogelijk is, en wat het ongeveer gaat kosten.
Ik ben ook erg blij dat we er met elkaar zijn uitgekomen. (…)

2.10.

Bij e-mailbericht van 20 maart 2018 heeft [gedaagde] onder meer het volgende aan [betrokkene 1] geschreven:
Alles goed? Is er al wat meer bekend over de verbouwing etc? Want ze zijn vorige week dinsdag wezen kijken naar daarna heb ik niks meer gehoord. Ik vroeg me af hoe het ermee staat.

2.11.

Bij e-mail van 20 maart 2018 heeft [betrokkene 1] geantwoord:
Met mij is alles goed. Met jou ook?
De offerte wordt nu opgemaakt.
Ik de verwachte deze ergens begin volgende week.

2.12.

Bij e-mailbericht van 11 juni 2018 heeft [betrokkene 2] van Orange Capital Partners (hierna: [betrokkene 2] ) aan [gedaagde] het volgende geschreven:
Goedemiddag,
Ik heb de werkzaamheden voor [plaats] van mijn collega [betrokkene 1] overgenomen en ik wilde je de concept huurovereenkomst toesturen van de [a-straat] [nummer 2] . Je huurt momenteel nummer [nummer 1] , echter zag ik bij het langsgaan op de winkelruit dat je een verhuisbericht had geplaatst naar een andere ruimte. Ik was even benieuwd hoe dit zit. Zou je contact met me willen opnemen?

2.13.

Bij e-mailbericht van 28 juni 2018 heeft [gedaagde] aan [betrokkene 2] onder meer geschreven:
Goedemorgen mevr. [betrokkene 2] ,
Ik kom er zojuist achter dat mijn weekmarkt het al geruime tijd niet doet. Ze zijn er nu druk mee bezig om hem weer werkend te krijgen maar aangezien het bijna 30-06 is dacht ik dat ik misschien mail van u gemist heb. Aangezien er nog een sleuteloverdracht moet plaatsvinden van [a-straat] [nummer 1] en u mij nog het voorlopig huurcontract van [nummer 2] zou doen toekomen. Graag hoor ik op dit e-mailadres hoe u dit wilt regelen.
(…)

2.14.

Bij e-mailbericht van 28 juni 2018 heeft [betrokkene 2] geantwoord:
Beste [voornaam gedaagde] ,
[betrokkene 3] zal een afspraak met je inplannen voor de oplevering. Ik ben bezig met de concept huurovereenkomst. Ik stuur je die zo toe. (…)

2.15.

Bij e-mailbericht van 6 november 2018 heeft [betrokkene 4] van Orange Capital Partners (hierna: [betrokkene 4] ) onder meer het volgende aan [gedaagde] geschreven:
Beste [voornaam gedaagde] ,
Wij hebben een paar maanden geleden samen met mijn collega [betrokkene 2] kennis gemaakt. Graag heb ik telefonisch contact met u om de nieuwe winkelruimte die wij voor u gaan ontwikkelen te bespreken.
U kunt mij bereiken op onderstaande contact informatie.
(…)

2.16.

Kingfisher heeft op enig moment in het najaar van 2018 besloten tot het afzien van de verbouwing van [a-straat] [nummer 2] en de overige afspraken, omdat [gedaagde] , aldus Kingfisher, zonder overleg uit het pand [a-straat] [nummer 1] was vertrokken en omdat er sprake was van een huurachterstand.

2.17.

Tussen partijen is nadien een betalingsregeling tot stand gekomen waarop [gedaagde] tweemaal een bedrag van € 150,00 heeft afbetaald.

3 De vordering

3.1.

Kingfisher vordert betaling van € 11.354,40 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 9.617,54 vanaf 19 juni 2019. De vordering bestaat uit € 9.617,54 aan achterstallige huur, € 3.300,00 aan contractuele boeterente en € 1.482,05 aan buitengerechtelijke incassokosten. Hierop strekken de waarborgsom van € 2.745,19 en twee betalingen van € 150,00 in mindering zodat een bedrag van € 11.354,40 resteert.

3.2.

Kingfisher legt aan de vordering – kort weergegeven – ten grondslag dat [gedaagde] te kort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst door over de periode 23 juni 2017 tot en met 30 juni 2018 een huurachterstand te laten ontstaan. Vanwege deze tekortkoming is [gedaagde] op grond van artikel 25.3 van de algemene bepalingen ook contractuele boeterente verschuldigd. Daarnaast heeft Kingfisher wegens de wanbetaling buitengerechtelijke incassokosten moeten maken.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Zij voert – samengevat – aan dat zij al sinds 2017 in overleg was met Kingfisher. Afgesproken was dat dat zij na afloop van het lopende huurcontract op 30 juni 2018 haar intrek zou nemen in de winkelruimte aan de [a-straat] [nummer 2] , die tegen die tijd zou zijn verbouwd en vergroot. Zij zou 12 maanden huurvrij krijgen, waarmee de huurachterstand zou worden verrekend. Ook zou zij gedurende de verbouwing geen huur hoeven te betalen. [gedaagde] heeft, in overleg met [betrokkene 1] , in verband met de geplande verbouwing tijdelijk een ander pand gehuurd. Zij heeft het gehuurde ontruimd en ingaande 1 mei 2018 elders tijdelijke winkelruimte gehuurd in afwachting van de oplevering van het pand [a-straat] [nummer 2] . De huur van dit pand is € 500,00 per maand hoger dan de huur van het pand [a-straat] [nummer 1] . De tijdelijke huur elders is met Kingfisher ( [betrokkene 1] ) besproken en is in overeenstemming met de gemaakte afspraken. Over de periode dat [gedaagde] elders zou huren zou haar geen huur in rekening worden gebracht. De verbouwing werd echter steeds uitgesteld en is uiteindelijk niet doorgegaan nadat [betrokkene 1] was vervangen en nadat de communicatie steeds moeizamer werd. [gedaagde] voert aan dat zij hierdoor extra kosten heeft moeten maken, die verrekend dienen te worden. Het gaat om in totaal € 6.000,00 aan extra huur en € 3.000,00 aan verhuiskosten. Daarnaast heeft zij omzet gederfd. [gedaagde] voert ook verweer tegen de gevorderde rente. [gedaagde] voert aan dat hier door Kingfisher nooit iets over is gezegd. Tot voorkort gaf Kingfisher immers aan dat [gedaagde] het pand nog zou kunnen accepteren en “dan zou alles weggaan”. Ook wil [gedaagde] een bedrag van € 1.568,04 betreffende factuurnummer [factuur] gecrediteerd zien, aangezien Kingfisher nooit duidelijk heeft kunnen maken waar dit bedrag betrekking op heeft.

5 De beoordeling

5.1.

[gedaagde] heeft niet betwist dat zij een huurachterstand heeft laten ontstaan. Zij beroept zich echter op een afspraak met Kingfisher, inhoudende dat Kingfisher voor [gedaagde] de naastgelegen winkelruimte aan de [a-straat] [nummer 2] zou gaan verbouwen en vergroten en dat [gedaagde] 12 maanden huurvrij zou krijgen, waarmee de huurachterstand zou worden verrekend. Volgens [gedaagde] is Kingfisher haar afspraken niet nagekomen door de verbouwing steeds uit te stellen en uiteindelijk geheel af te blazen.

5.2.

Kingfisher heeft betwist dat zij met [gedaagde] een dergelijke afspraak heeft gemaakt. Volgens Kingfisher is er weliswaar gesproken over verbouwing van het pand, maar dat is uiteindelijk op niets uitgelopen omdat [gedaagde] een forse huurachterstand had laten ontstaan en [gedaagde] zonder overleg uit het pand was vertrokken. Daarmee was volgens Kingfisher het vertrouwen in [gedaagde] compleet weg. Kingfisher stelt dat zij van haar kant al haar afspraken is nagekomen, althans dat zij door [gedaagde] ter zake nooit in gebreke is gesteld.

5.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit de hiervoor weergegeven e-mailcorrespondentie, waarvan Kingfisher de inhoud niet heeft betwist, voldoende dat partijen overeenstemming hebben bereikt over een nieuwe huurovereenkomst met betrekking tot de winkelruimte aan de [a-straat] [nummer 2] . Uit het e-mailbericht van [betrokkene 1] van 15 februari 2018 blijkt dat daarbij ook afspraken zijn gemaakt over een huurvrije periode van 12 maanden alsmede een vrijstelling van de betaling van huur gedurende de verbouwing. De kantonrechter is van oordeel dat er tussen partijen wel degelijk (bindende) overeenstemming is bereikt. Deze afspraken zijn vastgelegd in het e-mailbericht van [betrokkene 1] van 15 februari 2018. Deze afspraken zijn om voor zich sprekende redenen flexibel geweest qua tijdslijn. De overeengekomen verbouwing is sedert het moment van overeenstemming in februari 2018 voortdurend uitgesteld en uiteindelijk nooit gerealiseerd. Het was in april 2018 duidelijk dat de verbouwing niet vóór 30 juni 2018 zou zijn voltooid. In overeenstemming met de gemaakte afspraken heeft [gedaagde] ingaande 1 mei 2018 tijdelijke winkelruimte elders gehuurd (en het gehuurde ontruimd) in afwachting van de overeengekomen verbouwing van het pand [a-straat] [nummer 2] . Uit de gang van zaken sedert de bereikte overeenstemming blijkt dat [gedaagde] herhaaldelijk bij [betrokkene 1] heeft geïnformeerd naar de voortgang van de verbouwing. Nadat [betrokkene 1] werk door een andere medewerker werd overgenomen (en later door weer een andere medewerker) is uiteindelijk door Kingfisher het besluit genomen de verbouwing af te blazen, de winkelruimte [a-straat] [nummer 2] niet aan [gedaagde] te verhuren en de huurachterstand op te vorderen. Wel blijkt uit voornoemde e-mail van 15 februari 2018 dat is afgesproken dat [gedaagde] geen huur verschuldigd is over de periode dat de verbouwing zou plaatsvinden. De gemaakte afspraken zijn vastgelegd. In de geest van de gemaakte afspraken heeft [gedaagde] elders tijdelijke winkelruimte gehuurd. Naar de letter van de gemaakte afspraken is [gedaagde] “ tijdens de verbouwing” geen huur verschuldigd. Door toedoen, of beter door nalaten, van Kingfisher is de verbouwing na 15 februari 2018 steeds uitgesteld. De verbouwing heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden omdat Kingfisher dat eind 2018 heeft besloten. Naar de geest van de gemaakte afspraken is [gedaagde] over de periode dat ze (alvast) naar elders is vertrokken geen huur verschuldigd. De gevorderde huur over de maanden mei 2018 en juni 2018 ad € 1.850,10 (2 x € 925,05) is derhalve niet toewijsbaar.

De vraag die vervolgens voorligt is of [gedaagde] een beroep op verrekening toekomt voor het resterende bedrag aan huur.

5.4.

[gedaagde] doet een beroep op verrekening met de door haar gemaakte kosten van € 6.000,00 aan extra huur en € 3.000,00 aan verhuiskosten. Voor een geslaagd beroep op verrekening bij wijze van verweer is vereist dat de gegrondheid van de verrekening op eenvoudige wijze is vast te stellen. Als dat niet het geval is, dan kan de kantonrechter het beroep op verrekening afwijzen (artikel 6:136 BW). De kantonrechter is van oordeel dat de gegrondheid van het beroep van [gedaagde] op verrekening, niet op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld, reeds omdat [gedaagde] de gestelde kosten, die door Kingfisher zijn betwist, onvoldoende heeft onderbouwd. Uit de door [gedaagde] overgelegde stukken blijkt niet dat de huur voor het nieuwe pand € 500,00 per maand hoger zou zijn zoals zij stelt. Ook de verhuiskosten, die door Kingfisher eveneens zijn betwist, zijn door [gedaagde] onvoldoende onderbouwd. [gedaagde] heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt welke kosten zij voor de auto of de inhuur van personen heeft gemaakt. Het beroep op verrekening moet dan ook worden afgewezen.

5.5.

[gedaagde] heeft verder verweer gevoerd tegen het gevorderde bedrag van € 1.568,04. Zij voert aan dat Kingfisher nooit heeft uitgelegd waar dit bedrag betrekking op had. Kingfisher heeft bij akte toegelicht dat dit bedrag betrekking heeft op twee maandtermijnen (van € 784,02) voorafgaand aan de overdracht van het pand aan Kingfisher. Kingfisher heeft ter nadere onderbouwing een factuur in het geding gebracht waarbij dit bedrag is opgeëist. Voorts heeft Kingfisher gewezen op pagina’s 138 en 139 van de door haar overgelegde notariële akte van levering van onderhavige pand, waaruit blijkt dat alle aanspraken worden overgedragen voor zover deze niet bij wet van rechtswege overgaan. Kingfisher heeft daarmee voldoende aangetoond dat zij gerechtigd is deze openstaande achterstand op te eisen. [gedaagde] heeft hier in haar akte ook geen verweer meer tegen gevoerd, zodat ook dit onderdeel van de vordering kan worden toegewezen.

5.6.

De conclusie is dat een bedrag van € 7.767.44 (€ 9.617,54 -/- € 1.850,10) aan achterstallige huurpenningen zal worden toegewezen.

5.7.

Kingfisher heeft op grond van artikel 25.3 van de algemene bepalingen een boete(rente) gevorderd ter hoogte van € 3.300,00. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij de rente oneigenlijk vindt omdat zij veronderstelde dat partijen nog in onderhandeling waren en Kingfisher hier ook nooit iets over heeft gezegd. De kantonrechter overweegt dat een boete gelet op artikel 6:94 lid 1 BW alleen kan worden gematigd indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Dit betekent dat de kantonrechter pas van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal de kantonrechter moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, de aard van de overeenkomst, de inhoud van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. Vast staat dat in de door Kingfisher bij akte overgelegde maandelijkse betalingsherinneringen van 5 juli 2017 tot en met 6 augustus 2018 door Kingfisher geen aanspraak wordt gemaakt op enige boete. Ook in de door [gedaagde] overgelegde e-mailcorrespondentie, die zich ook uitstrekt over de periode dat [gedaagde] al een huurachterstand had laten ontstaan, wordt niet gesproken over verschuldigde (boete)rentes. Wel is gesproken over een mogelijke wijze van het oplossen van de huurachterstand (verrekening met de overeengekomen periode van 12 maanden huurvrij). Naar het oordeel van de kantonrechter hoefde [gedaagde] er dan ook geen rekening mee te houden dat Kingfisher maanden na afloop van het huurcontract en het afblazen van de gemaakte afspraken over de huur van [a-straat] [nummer 2] , alsnog aanspraak zou maken op de overeengekomen boeterente. Dit staat haaks op de letter en de geest van de gemaakte afspraken. Dit geldt te meer omdat deze boeterente niet alleen als gefixeerde schadevergoeding maar met name als prikkel tot nakoming is bedoeld. De kantonrechter ziet in deze omstandigheden aanleiding de boeterente te matigen tot nihil.

5.8.

Kingfisher vordert naast de hiervoor besproken contractuele boeterente ook wettelijke handelsrente over de huurachterstand. Op grond van artikel 6:92 lid 2 BW treedt hetgeen ingevolge een boetebeding verschuldigd is, in de plaats van de schadevergoeding op grond van de wet. Omdat gesteld noch gebleken is dat partijen hebben bedongen dat naast de boeterente ook schadevergoeding op grond van de wet kan worden gevorderd, is de wettelijke (handels)rente op grond van artikel 6:92 lid 2 BW niet toewijsbaar.

5.9.

Kingfisher vordert een bedrag van € 1.482,05 aan buitengerechtelijke incassokosten. De vordering van Kingfisher bestaat uit meerdere, onbetaald gebleven, maandelijkse termijnen. Kingfisher heeft voldoende onderbouwd dat voor elk van deze maandelijkse termijnen een aparte aanmaning verzonden. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Kingfisher daarmee echter niet voldaan aan het uit artikel 6:96 lid 2 sub c BW voortvloeiende vereiste dat het redelijk moet zijn om de buitengerechtelijke kosten te maken, aangezien het na het meermaals uitblijven van de betaling duidelijk moest zijn dat [gedaagde] ook in gebreke zou blijven met de betaling van de overige termijnen. De kantonrechter wijst – naar analogie van artikel 6:96 lid 7 BW – de buitengerechtelijke kosten dan ook slechts toe tot het wettelijke tarief dat hoort bij het totale bedrag aan achterstallige termijnen, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 763,37. Dit bedrag zal worden toegewezen.

5.10.

Op de huurachterstand van € 7.767,44 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 763,37 dienen de waarborgsom van € 2.745,19 en twee betalingen van elk € 150,00 in mindering te worden gebracht. De kantonrechter zal de vordering van Kingfisher dan ook toewijzen tot een bedrag van € 5.485,62.

5.11.

In de uitkomst van de zaak, waarbij een aanzienlijk deel van de vordering van Kingfisher wordt afgewezen, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Kingfisher van € 5.485,62;

6.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.A.M. Schokkenbroek, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier bij ontstentenis van mr. Schokkenbroek ondertekend door mr. A.K. Korteweg, kantonrechter