Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7006

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
14-09-2020
Zaaknummer
8250787
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Afsluiten overeenkomst met energieleverancier. Beroep op artikel 5 onder f Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas slaagt niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8250787 \ CV EXPL 20-24 (WT)

Uitspraakdatum: 9 september 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de naamloze vennootschap Liander N.V.

gevestigd te Arnhem

eiseres

verder te noemen: Liander

gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders te Bergen op Zoom

tegen

1.- [gedaagde 1]

2.- [gedaagde 2]

wonende in de gemeente [plaats]

gedaagden

verder te noemen: [gedaagden]

schriftelijk procederend

1 Het procesverloop

1.1.

Liander heeft bij dagvaarding van 23 december 2019 een vordering tegen [gedaagden] ingesteld. [gedaagden] hebben mondeling en schriftelijk geantwoord.

1.2.

Liander heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagden] een schriftelijke reactie heeft gegeven. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

2 De feiten

2.1.

[gedaagden] staan in de Basisregistratie Personen (BRP) als gebruiker ingeschreven van het pand aan het [adres] te [plaats] (hierna: het verbruiksadres).

2.2.

Liander is de netbeheerder in de zin van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998 en heeft als netbeheerder de exclusieve wettelijke taak om op doelmatige wijze gas- en elektriciteitsnetten aan te leggen, te onderhouden, te vernieuwen en uit te breiden, energie te transporteren en de veiligheid van de netten te waarborgen.

2.3.

Op het verbruiksadres beschikken [gedaagden] over een aansluiting gas en/of elektriciteit op het netwerk van Liander.

2.4.

[gedaagden] hebben thans geen overeenkomst met een energieleverancier op grond waarvan zij elektriciteit en gas geleverd krijgen.

2.5.

Liander heeft [gedaagden] schriftelijk een termijn gegeven om zich alsnog aan te melden bij een energieleverancier.

2.6.

[gedaagden] hebben hieraan niet voldaan.

3 De vordering en het verweer

3.1.

Liander vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voor recht verklaart dat Liander gerechtigd is om de aansluiting(en) op het verbruiksadres [adres] te [plaats] te onderbreken door het verrichten van de daarvoor noodzakelijke werkzaamheden en vervolgens onderbroken te houden en dat [gedaagden] worden veroordeeld om dat te gedogen;

  2. [gedaagden] veroordeelt tot ontruiming van het verbruiksadres [adres] te [plaats] welke ontruiming wordt beperkt tot de ruimte(s) die betreden moet(en) worden om toegang tot de meter(s) en/of aansluiting(en) te verkrijgen en voor de duur van de voor de onderbreking van de aansluiting(en) noodzakelijke werkzaamheden;

  3. [gedaagden] beveelt om aan Liander de meter(s) af te geven, met machtiging van Liander om, indien [gedaagden] in gebreke mocht blijven aan dit bevel te voldoen, dit vonnis zelf ten uitvoer te leggen met behulp van een gerechtsdeurwaarder op de voet van artikel 491 Rv;

[gedaagden] - ieder van haar hoofdelijk – veroordeelt om aan Liander tegen kwijting te betalen

d. een bedrag van € 250,00, zijnde de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting van de aansluitingen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van afsluiting van de aansluitingen tot de dag der algehele voldoening;

e. een bedrag van € 250,00, zijnde een schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van deze dagvaarding, althans van de dag waarop vonnis zal worden gewezen, tot de dag van voldoening;

f. de proceskosten.

3.2.

Liander legt, samengevat, het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. Ondanks dat [gedaagden] geen overeenkomst heeft met een leverancier voor elektriciteit en gas, nemen zij wel energie af van het net van Liander. Liander heeft [gedaagden] schriftelijk een termijn gegeven om zich aan te melden bij een energieleverancier. Dit hebben zij niet gedaan. Afsluiting van [gedaagden] is slechts mogelijk door afgifte van de meters en/of het wegnemen van een deel van de aansluitingen die zich bevinden in het pand van [gedaagden] . Zij weigeren hieraan mee te werken. Liander vordert daarom ook vergoeding van de schade die zij hierdoor lijdt.

3.3.

[gedaagden] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De Gaswet en de Elektriciteitswet maken een onderscheid tussen de levering en het transport van gas en elektriciteit. Een netbeheerder is een vennootschap die één of meerdere netten beheert. Een leverancier is een organisatie die zich bezig houdt met het leveren van elektriciteit en/of gas. Op grond van de Elektriciteits- en de Gaswet mag een netbeheerder niet als leverancier optreden. Wanneer voor een woonadres geen energieleverancier bekend is, is een netbeheerder wettelijk verplicht om de afnemer van energie af te sluiten. Zou hij dat niet doen, dan handelt hij in strijd met de Elektriciteitswet en de Gaswet omdat hij feitelijk optreedt als leverancier. Liander is een netbeheerder in de zin van de Gaswet en Elektriciteitswet.

4.2.

Liander stelt dat, hoewel [gedaagden] thans geen overeenkomst hebben met een leverancier voor elektriciteit en gas, zij wel energie afnemen van het net van Liander. Liander heeft de plicht en het recht om een einde te maken aan de voortzetting van deze onrechtmatige gedraging. Afsluiting van [gedaagden] is slechts mogelijk door afgifte van de meters en/of het wegnemen van een deel van de aansluitingen die zich bevinden in het pand van [gedaagden] , aldus Liander.

4.3.

[gedaagden] hebben verweer gevoerd. Zij stellen dat Liander zou hebben aangegeven geen vordering op [gedaagden] te hebben en dat zij hebben toegezegd dat de zaak zou worden ingetrokken. Liander betwist dit. [gedaagden] geven een verkeerde interpretatie aan de woorden van Liander. Van intrekking van de vordering is geen sprake nu de voorwaarden die Liander aan [gedaagden] heeft gesteld, namelijk het afsluiten van een leveringsovereenkomst met een energieleverancier, ondanks schriftelijke termijnstelling, nog steeds niet zijn vervuld, aldus Liander. De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de overgelegde stukken en de daarop gegeven toelichting van Liander blijkt dat [gedaagden] voldoende in de gelegenheid zijn gesteld om alsnog een leveringsovereenkomst met een energieleverancier af te sluiten, zodat een procedure had kunnen worden voorkomen. Dat zij dit niet hebben gedaan komt voor hun rekening en risico. Het verweer van [gedaagden] op dit punt faalt dan ook.

4.4.

[gedaagden] voeren verder aan dat Liander het transport en levering van energie aan een kwetsbare consument in beginsel niet mag beëindigen. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijzen zij naar de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas (hierna: de Regeling) en naar de bij dupliek overgelegde kopieën van Handelingen van de Tweede Kamer en het Juridisch Loket over dit onderwerp. Ook legt [gedaagde 1] een medische verklaring van haar huisarts over die haar gezondheidsproblemen onderschrijft. De kantonrechter begrijpt uit het verweer van [gedaagden] dat zij een beroep doen op artikel 5 van de Regeling. De kantonrechter oordeelt als volgt.

4.5.

In artikel 5 van de Regeling is bepaald dat een netbeheerder het transport of levering van energie aan een kwetsbare consument in beginsel niet mag beëindigen. In artikel 5 onder f van de Regeling is een uitzondering op dit verbod opgenomen. Indien er namelijk sprake is van wanbetaling en de kwetsbare consument niet binnen een redelijke termijn een verklaring van een arts, die geen behandelend arts van de betrokkene is, kan overleggen om de zeer ernstige gezondheidsrisico’s aan te tonen, gaat dit verbod niet op. Nu de door [gedaagde 1] overgelegde verklaring van haar huisarts afkomstig is en niet van een onafhankelijk arts kan het beroep op artikel 5 onder f van de Regeling alleen hierom al niet slagen.

4.6.

Hoezeer de financiële en medische situatie van [gedaagden] in deze zaak ook een rol hebben gespeeld, vast staat dat [gedaagden] met betrekking tot het verbruiksadres thans niet beschikken over een contract met een leverancier voor de levering van elektriciteit en/of gas. Feitelijk nemen [gedaagden] wel elektriciteit en gas af van het elektriciteits- en gasnet dat in beheer is bij Liander. Liander dient, nu er geen energieleverancier is, het transport van energie te beëindigen, omdat zij als gevolg van het ontbreken van een leverancier de Elektriciteits- en de Gaswet overtreedt.

4.7.

[gedaagden] zijn gehouden medewerking te verlenen aan de afsluiting van gas en elektriciteit, waarbij zij bij het in gebreke blijven daarvan Liander belemmert in het uitvoeren van haar taak voortvloeiende uit de Elektriciteits- en de Gaswet. [gedaagden] hebben niet weersproken dat afsluiting slechts mogelijk is door afgifte van de meters en/of het wegnemen van een deel van de aansluitingen die zich bevinden in het pand van [gedaagden] , zodat hier vanuit gegaan zal worden. Op [gedaagden] rust dan ook de verplichting om Liander toe te laten tot hun woning en medewerking te verlenen aan de afsluiten van het energietransport. De kantonrechter zal dienovereenkomstig de vorderingen van Liander toewijzen.

4.8.

Liander heeft aan haar vordering tot betaling van schadevergoeding ten grondslag gelegd dat [gedaagden] toerekenbaar tekort schieten jegens Liander. [gedaagden] zijn jegens Liander ertoe gehouden ervoor te zorgen dat zij uit hoofde van een leveringsovereenkomst recht hebben op levering van elektriciteit en/of gas. Liander heeft onweersproken gesteld dat [gedaagden] , ondanks daartoe meerdere malen in de gelegenheid te zijn gesteld en daartoe te zijn aangemaand, weigeren hun medewerking hieraan te verlenen. Ook hebben [gedaagden] niet weersproken dat zij, ondanks dat zij geen overeenkomst hebben met een leverancier voor elektriciteit en gas, wel energie afnemen van het net van Liander. De hierdoor voor Liander geleden schade, bestaande uit het afsluiten van de aansluitingen, netverlies, misgelopen inkomsten, en buitengerechtelijke kosten, acht de kantonrechter met de door Liander overgelegde stukken en de toelichting daarop voldoende onderbouwd en zal worden toegewezen.

4.9.

[gedaagden] worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten dragen. De gevorderde wettelijke rente is niet weersproken en zal op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen.

4.10.

Op hetgeen verder nog door [gedaagden] wordt aangevoerd zal de kantonrechter niet ingaan, nu dit niet tot een andere beslissing leidt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart voor recht dat Liander gerechtigd is om de aansluiting(en) op het verbruiksadres [adres] te [plaats] te onderbreken door het verrichten van de daarvoor noodzakelijke werkzaamheden en vervolgens onderbroken te houden en veroordeelt [gedaagden] om deze werkzaamheden te gedogen;

5.2.

veroordeelt [gedaagden] tot ontruiming van het verbruiksadres [adres] te [plaats] welke ontruiming wordt beperkt tot de ruimte(s) die betreden moet(en) worden om toegang tot de meter(s) en/of aansluiting(en) te verkrijgen en voor de duur van de voor de onderbreking van de aansluiting(en) noodzakelijke werkzaamheden;

5.3.

beveelt [gedaagden] om aan Liander de meter(s) af te geven, met machtiging van Liander om, indien [gedaagden] in gebreke mochten blijven aan dit bevel te voldoen, dit vonnis zelf ten uitvoer te leggen met behulp van een gerechtsdeurwaarder op de voet van artikel 491 Rv;

5.4.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, zodat als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, om aan Liander tegen kwijting te betalen een bedrag van € 250,00, zijnde de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting van de aansluitingen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van afsluiting van de aansluitingen tot de dag der algehele voldoening;

5.5.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, zodat als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, om aan Liander tegen kwijting te betalen een bedrag van € 250,00, zijnde een schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van deze dagvaarding tot de dag van voldoening;

5.6.

veroordeelt [gedaagden] , hoofdelijk als voormeld, tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Liander tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 83,52

griffierecht € 499,00

salaris gemachtigde € 240,00 ;

5.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter