Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:7002

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-09-2020
Datum publicatie
18-09-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 2444
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 21-09-2020
FutD 2020-2776
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/2444

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2020 in de zaak tussen

[X 1] en [X 2] , te [Z] , eisers,

en

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben op 8 maart 2020 tegen een uitspraak op bezwaar van verweerder inzake kinderopvangtoeslag over het jaar 2015 een tweede bezwaarschrift ingediend bij verweerder.

Verweerder heeft dit aangemerkt als beroepschrift en bij brief van 25 april 2020 op grond

van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter verdere behandeling aan

deze rechtbank doorgezonden.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. De rechtbank stelt voorop dat verweerder weliswaar het tweede bezwaarschrift heeft doorgezonden ter behandeling als beroepschrift, maar dat gelet op de inhoud van dit stuk getwijfeld kan worden of het de bedoeling van eisers is geweest om beroep in te stellen. Dit betekent dat het stuk mogelijk ten onrechte is doorgezonden naar de rechtbank. De rechtbank zal wel uitspraak doen, maar is van oordeel dat verweerder daarnaast het stuk van eisers in behandeling dient te nemen als verzoek om terug te komen op de beslissingen inzake de kinderopvangtoeslag 2012 en 2015.

3. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de bij de Awb behorende Regeling verlaagd griffierecht € 48. Op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb moet het griffierecht binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

4. De griffier heeft bij brief van 29 april 2020 eisers in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Eisers hebben niet gereageerd. Vervolgens heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 28 mei 2020 eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 4 juni 2020 is bezorgd.

4. Eisers hebben het griffierecht niet op tijd betaald. Eisers hebben geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.

5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 11 september 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.