Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6997

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
11-09-2020
Zaaknummer
8687033 BZ VERZ 20-6918
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

UItkeren kindsdelen nalatenschap waarbij de echtgenoot van erflater onder bewind is gesteld. Hoge eigen bijdrage. Afgewezen omdat kindsdelen niet opeisbaar zijn. Estateplanning, levenstestament.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2020-0220
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Haarlem

Zaaknummer: 8687033 BZ VERZ 20-6918 JM

Uitspraakdatum: 4 september 2020

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:

1. [verzoekster] ,

geboren te Haarlem op [geboortedatum 1] en

2. [verzoeker] ,

geboren te Haarlem op [geboortedatum 2] ,

van wie beiden het adres bekend is bij deze rechtbank,

hierna ook te noemen: verzoekers,

in het bewind van:

[betrokkene] ,

geboren te Velsen op [geboortedatum 3] ,

van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,

hierna ook te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 4 augustus 2020;

  • -

    een nadere toelichting op het verzoek, ter griffie ingekomen op 18 augustus 2020.

De kantonrechter heeft afgezien van het laten plaatsvinden van een mondelinge behandeling.

beoordeling

Verzoekers verzoeken de kantonrechter machtiging te verlenen om over te gaan tot het uitkeren van de kindsdelen in de nalatenschap van de echtgenoot van betrokkene, de heer [naam] .

Blijkens het testament, opgemaakt op 25 september 1986, welke verzoekers bij het verzoek hebben gevoegd, zijn de erfdelen als volgt opeisbaar. Bij overlijden van betrokkene, wanneer zij in staat van faillissement wordt verklaard, bij haar aanvrage tot surséance van betaling en bij aanvraag van bijstand van de overheid, alsmede bij hertrouwen zonder het maken of handhaven van huwelijksvoorwaarden, inhoudende de uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen en van verrekenbedingen, met uitzonderling van die ten aanzien van onverteerde inkomsten.

Bij brief van 6 augustus 2020 heeft de kantonrechter om een nadere toelichting verzocht omtrent de reden waarom de uitkering van de kindsdelen op dit moment dient te geschieden.

Hierop hebben verzoekers als volgt gereageerd. Betrokkene verblijft momenteel in een verzorgingstehuis waarvoor zij een eigen bijdrage in de zorgkosten betaalt. De hoogte van deze eigen bijdrage is mede gebaseerd op haar banktegoed, waarvan een groot deel haar feitelijk niet toe komt. Het betreft hier de erfdelen van haar drie kinderen. Op korte termijn wordt betrokkene gedwongen te verhuizen naar een andere zorginstelling op basis van intramurale zorg. Hierdoor zal haar eigen bijdrage aanzienlijk stijgen.

Gelet op de stukken zal de kantonrechter het verzoek afwijzen. Vast is komen te staan dat de kindsdelen niet opeisbaar zijn. De kantonrechter acht het derhalve niet in het belang van betrokkene om een dergelijke uitkering te doen. Door het doen van deze uitkering vermindert het vermogen van betrokkene, terwijl het doen van deze uitkering onverplicht is. Dat door het doen van deze onverplichte uitkering de hoogte van de eigen bijdrage voor intramurale zorg wordt beperkt, maakt dit niet anders. Als betrokkene had gewild dat vermogen naar haar kinderen zou gaan in plaats van zou worden betaald voor de zorg, had zij, toen zij hier zelf nog toe in staat was, actie op moeten ondernemen door estateplanning of door het opmaken van een levenstestament.

De beslissing luidt derhalve als volgt.

beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter