Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:688

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-02-2020
Datum publicatie
04-02-2020
Zaaknummer
15.184676.18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor overtreding van artikel 6 WVW 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, meermalen gepleegd en waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht. Vrijspraak roekeloosheid.

Verdachte is als bestuurder van een personenauto, door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden, achterop een in een file stilstaande auto gebotst. Bij de botsing zijn de bestuurder van de auto, en de op de achterbank gezeten passagier, ter plaatse aan hun verwondingen overleden. De derde inzittende van de auto, de echtgenote van de overleden bestuurder, heeft bij het ongeval zeer ernstig letsel opgelopen.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden en tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren met aftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15.184676.18 (P)

Uitspraakdatum: 4 februari 2020

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 januari 2020 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Lengers en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.B. Stenger, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 september 2018 te Halfweg, gemeente Haarlemmerliede Ca als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Mercedes, kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de A200, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

-bij langzaam rijdend en/of stilstaand verkeer voor hem- met een niet toegestane en/of (zeer onverantwoord) hoge snelheid op te botsen of aan te rijden tegen een zich voor hem bevindende personenauto (merk Fiat, kenteken [kenteken] ), waardoor twee

inzittenden van die personenauto (merk Fiat), genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , werden gedood en/of aan een inzittende van die personenauto, genaamd [slachtoffer 3] , zwaar lichamelijk letsel (te weten een gebroken ruggenwervel, meerdere gebroken ribben, een gebroken borstbeen en een klaplong) of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 september 2018 te Halfweg, gemeente Haarlemmerliede Ca, als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Mercedes, kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de A200,

-bij langzaam rijdend en/of stilstaand verkeer voor hem- met een niet toegestane en/of hoge snelheid, waardoor hij is opgebotst of aangereden tegen een zich voor hem bevindende personenauto (merk Fiat, kenteken [kenteken] ), door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Beoordeling van het bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van primair het ten laste gelegde feit met dien verstande dat zij bewezen acht dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag heeft vertoond.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het hem primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, omdat er bij verdachte slechts sprake is geweest van een kort moment van onoplettendheid. Indien de rechtbank wel tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde komt, verzoekt de raadsvrouw verdachte vrij te spreken van het bestanddeel roekeloosheid.

3.3

Oordeel van de rechtbank

3.3.1

Vrijspraak roekeloosheid
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte roekeloos heeft gehandeld. Van roekeloosheid als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) in verbinding met artikel 175, tweede lid, WVW 1994 is sprake indien feiten en omstandigheden worden vastgesteld waaruit is af te leiden dat de verdachte door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen een zeer ernstig gevaar in het leven heeft geroepen en dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Het gaat hierbij om de zwaarste vorm van schuld, grenzend aan opzet. Daarbij verdient opmerking dat "roekeloosheid" in de zin van de wet een specifieke betekenis heeft die niet noodzakelijkerwijs samenvalt met wat in het normale spraakgebruik onder "roekeloos" - in de betekenis van "onberaden" - wordt verstaan. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken niet dat in dit geval sprake was van roekeloosheid in de zin van de WVW 1994.

3.3.2

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

3.3.3

Bewijsoverweging

De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte met tenminste 111,4 kilometer per uur op de Fiat voor hem is ingereden. Op basis van de zich in het dossier bevindende indicatieve snelheidsberekening kan die snelheid niet onomstotelijk worden vastgesteld. Voorts waarschuwen de matrixborden betreffende filevorming enkel voor het feit dat er kans is op file. Dit wil niet zeggen dat er een file staat en dat men zonder meer langzamer moet gaan rijden dan de maximumsnelheid. Nu bij verdachte slechts sprake was van een kort moment van onoplettendheid waardoor hij werd verrast door de plotseling opdoemende file kan hem geen verwijt worden gemaakt in de zin van artikel 6 WVW.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schuld aan het ontstane verkeerongeval in de zin van artikel 6 WVW, komt het volgens vaste rechtspraak aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Voorts verdient opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW (vgl. HR 1 juni 2004, NJ 2005/252).

De rechtbank dient derhalve te beoordelen of verdachte tenminste in aanmerkelijke mate tekort is geschoten ten opzichte van de voorzichtigheid en de oplettendheid die van de gemiddelde voorzichtige en oplettende wegbestuurder mag worden verlangd in de situatie waarin verdachte zich bevond.

De rechtbank komt, op basis van de verschillende getuigenverklaringen en de indicatieve snelheidsberekening tot de conclusie dat verdachte op een weg, waar een maximumsnelheid van 100 km per uur was toegestaan, harder heeft gereden dan was toegestaan.

Uit het proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse blijkt dat het ongeval heeft plaatsgevonden op de voor het openbaar verkeer opengestelde weg, de Rijksweg A200, gelegen buiten de bebouwde kom van Halfweg in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Het ongeval vond plaats op 15 september 2018 gedurende de dag, omstreeks 15.57 uur op de rechter rijstrook van de linker rijbaan van de A200, ter hoogte van hectometerpaal 7.1. Ten tijde van het ongeval was het droog, helder weer en het wegdek van de A200 was droog. Op de Provincialeweg N200, ter hoogte van Halfweg waren wegwerkzaamheden gaande. Een van de twee beschikbare rijstroken was hiervoor afgesloten voor het verkeer. De afsluiting werd aangegeven door een zogenaamde pijlwagen. Het matrixbord boven de linkere rijbaan van de Rijksweg A200 waarschuwde de weggebruikers voor de wegwerkzaamheden en de mogelijkheid van filevorming. Het matrixbord is gesitueerd ter hoogte van hectometerpaal 7.4.

Verdachte is met een te hoge snelheid voor de situatie ter plaatse op de in de file staande personenauto voor hem ingereden, met een kettingbotsing van vier auto’s tot gevolg. Uit een indicatieve snelheidsberekening volgt dat verdachte’s auto op het moment van de aanrijding 111,4 kilometer per uur zou hebben gereden. Een getuige spreekt over een gigantische klap. Verdachte heeft kennelijk geen acht geslagen op de in werking zijnde matrixborden die hem moesten waarschuwen voor de mogelijkheid van een file en waardoor hij alert en oplettend had moeten zijn op die mogelijkheid en daar vervolgens op had moeten anticiperen. Voorts is niet gebleken dat verdachte nog heeft geprobeerd uit te wijken of anderszins heeft geprobeerd om een botsing met het voor hem stilstaande verkeer te voorkomen. Hij heeft de file pas op het allerlaatste – te late – moment opgemerkt. Volgens een getuige heeft verdachte direct na de aanrijding gezegd dat hij niet meer kon remmen.

Geconcludeerd moet worden dat verdachte zijn aandacht enige tijd niet of in elk geval onvoldoende bij de weg heeft gehad waardoor hij, anders dan het overige verkeer, niet in staat is geweest om de door hem bestuurde personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, met de aanrijding als gevolg. Door dergelijk verkeersgedrag, dat langer heeft geduurd dan een moment van onoplettendheid en waarbij meer dan één wettelijke gedragsregel werd overtreden, heeft de verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gedragen, zodat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte als bedoeld in artikel 6 WVW te wijten is. Het causaal verband tussen het rijgedrag van verdachte en het ongeval is daarmee gegeven.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 15 september 2018 te Halfweg, gemeente Haarlemmerliede Ca als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto, merk Mercedes, kenteken [kenteken] , daarmede rijdende over de weg, de A200, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend,

-bij langzaam rijdend en/of stilstaand verkeer voor hem- met een niet toegestane hoge snelheid op te botsen tegen een zich voor hem bevindende personenauto, merk Fiat, kenteken [kenteken] , waardoor twee inzittenden van die personenauto, merk Fiat, genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , werden gedood en aan een inzittende van die personenauto, genaamd [slachtoffer 3] , zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken ruggenwervel, meerdere gebroken ribben, een gebroken borstbeen en een klaplong, werd toegebracht;

Hetgeen aan verdachte onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, meermalen gepleegd.

en

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie verzocht om aan verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen te ontzeggen voor de duur van twee jaren.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft, mocht de rechtbank tot strafoplegging besluiten, als strafmatigende omstandigheden aangevoerd dat de gevolgen van het ongeval voor haar cliënt groot zijn. Hij heeft een tijdlang psychiatrische hulp gekregen en rijdt geen auto meer. Het ongeval draagt hij voor de rest van zijn leven met zich mee. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen maar de straf te beperken tot een taakstraf en – eventueel – een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen.

6.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte is als bestuurder van een personenauto, door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden, achterop een in een file stilstaande Fiat Panda gebotst. Bij de botsing zijn de bestuurder van de Fiat, de heer [slachtoffer 1] , en de op de achterbank gezeten passagier, mevrouw [slachtoffer 2] , zo ernstig gewond geraakt dat zij ter plaatse aan hun verwondingen zijn overleden. Door het toedoen van verdachte hebben een broer en zus het leven verloren, hetgeen onherstelbaar leed en verdriet bij hun partners, kinderen en overige nabestaanden heeft teweeggebracht. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen blijkt dat de gevolgen van het ongeval tot op de dag van vandaag zwaar voor hen zijn. De derde inzittende van de Fiat, mevrouw [slachtoffer 3] , – zijnde de echtgenote van de overleden bestuurder [slachtoffer 1] – heeft bij het ongeval –zeer ernstig letsel opgelopen en kampt tot op de dag van vandaag met de aanzienlijke fysieke en psychische gevolgen van dit vreselijke auto-ongeluk. Ook dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

De rechtbank is zich ervan bewust dat voor mevrouw [slachtoffer 3] en voor de nabestaanden van de slachtoffers geen enkele straf recht zal doen aan het leed dat zij nu en in de toekomst zullen ervaren. De rechtbank benadrukt dat aan verdachte een straf moet worden opgelegd die recht doet aan de ernst van het feit dat hij heeft gepleegd en die in overeenstemming is met straffen die in soortgelijke zalen worden opgelegd.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

Uit het op naam van de verdachte staand uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd

29 januari 2019 blijkt voorts dat de verdachte reeds eerder, in 2017, is veroordeeld voor overtreding van de Wegenverkeerswet 1994.

Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte zeer gebukt gaat onder het door hem veroorzaakte leed. De rechtbank weegt dit mee.

De ernst van de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte rechtvaardigen de oplegging van een vrijheidsbenemende straf alsmede een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor na te noemen duur. Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de mate van de aan verdachte toegerekende schuld en de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) waardoor zij tot een lagere straf komt dan door officier van justitie geëist.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht.

artikel 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder primair bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Veroordeelt verdachte ter zake van primaire feit tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.H. de Jonge van Ellemeet, voorzitter,

mr. I.A.M. Tel en mr. K.I. de Jong, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Boes,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 februari 2020.

mr. De Jong en mr. De Jonge van Ellemeet zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage

De bewijsmiddelen

De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

De bewijsmiddelen zijn, voor zover het geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 21januari 2020 heeft afgelegd, houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:

Ik reed op 15 september 2018 in een zwarte Mercedes met kenteken [kenteken] over de A200 van Haarlem naar Amsterdam. Ik wist dat ik op een 100 kilometer weg reed. Kort voor de plek waar de A200 over gaat in de provinciale weg ben ik op de auto voor mij gebotst.

Een proces-verbaal VerkeersOngevals Analyse van 8 februari 2019 (dossierpagina 24 t/m 61). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant:

Op verzoek van het Operationeel Centrum (OC) van de Politie, Eenheid Noord-Holland, District Kennemerland, stelden wij op zaterdag 15 september 2018, omstreeks 16:20 uur, een onderzoek in naar de vermoedelijke toedracht van het in dit proces-verbaal omschreven verkeersongeval.

Bij dit ongeval waren de onderstaande voertuigen en personen betrokken:

Voertuig 1: Een vierwielig motorrijtuig, personenauto, merk: Mercedes-Benz, type: A180, kleur: zwart, voorzien van het kenteken: [kenteken] , Het voertuig werd door ons aangetroffen op de linker rijbaan van de A200, gedeeltelijk op de rechter rijstrook en de vluchtstrook met de voorzijde gekeerd in noordelijke richting. Het voertuig stond met de voorzijde op de rechter rijstrook en de achterzijde op de vluchtstrook en was ongeveer 90 graden counter clockwise geroteerd. De rechter voorzijde stond tegen de rechter achterzijde van de Chevrolet,

Voertuig 2: Een vierwielig motorrijtuig, personenauto, merk: Fiat, type: Panda, kleur: blauw, voorzien van het kenteken: [kenteken] ,

Het voertuig werd door ons aangetroffen op de linker rijbaan van de A200, met de voorzijde gekeerd in zuidelijke richting. Het voertuig stak met de achterzijde op de linker rijstrook. Het voertuig stond op een afstand van ongeveer 4 meter westelijk van

de Mercedes-Benz.

Betrokkene 1: De bestuurder van de onder “voertuig 1" genoemde personenauto, [verdachte] , raakte ten gevolge van dit ongeval gewond.

Betrokkene 2: De bestuurder van de onder voertuig 2 genoemde personenauto, [slachtoffer 1] raakte ten gevolge van dit ongeval zeer ernstig gewond. Hij bleek, ter plaatse, aan zijn verwondingen te zijn overleden. .

Betrokkene 3: De rechts voorin voertuig 2 gezeten passagier, [slachtoffer 3] , raakte ten gevolge van dit ongeval zwaar gewond. Bij onze komst ter plaatse werd zij, per ambulance, vervoerd naar het VU ziekenhuis te Amsterdam,

Betrokkene 4: De rechts achterin voertuig 2 gezeten passagier, [slachtoffer 2] , raakte ten gevolge van dit ongeval zeer zwaar gewond. Zij zat beknelt in het voertuig en bleek ter plaatse aan haar verwondingen te zijn overleden,

2.2.

Omschrijving plaats ongeval

Het ongeval vond plaats op zaterdag 15 september 2018, omstreeks 15:57 uur, op de voor het openbaar verkeer opengestelde weg, de Rijksweg A200 links, ter hoogte van hectometerpaal 7.1, buiten de bebouwde kom van Halfweg in de gemeente Haarlemmerliede C.A. De maximum toegestane snelheid ter plaatse bedroeg 100 kilometer per uur. Het ongeval vond plaats op een afstand van ongeveer 25 a 50 meter voor de ingang van een snelheidsbeperking van 70 kilometer per uur, tevens de overgang van de Rijksweg (A200) naar de Provincialeweg (N200).

4.1.1

Berekeningen

Er werden ter plaatse van het ongeval geen sporen aangetroffen aan de hand waarvan door ons een snelheidsberekening kon worden gemaakt. Gezien de impact van de aanrijding, de schade aan de betrokken voertuigen en de door een getuige afgelegde verklaring heeft de bestuurder van de betrokken Mercedes-Benz (voertuig 1) de ter plaatse geldende maximum snelheid van 100 kilometer per uur, naar alle waarschijnlijkheid ruim overschreden.

Uit de data uit het motormanagement van de Fiat kan worden afgeleid dat de Fiat stilstond op het moment dat er een aantal storingen werden geregistreerd. Vervolgens werd een storing geregistreerd bij een voertuigsnelheid van 68 km/h.

Hieruit valt op te maken dat de betrokken Fiat zeer waarschijnlijk stil heeft gestaan, waarna de aanrijding heeft plaatsgevonden. Bij de aanrijding werden de foutcodes geregistreerd. Waarschijnlijk ten gevolge van de aanrijding accelereerde de Fiat van 0 naar 68,8 kilometer per uur. Dit geeft aan dat de betrokken Fiat door de botsing voorruit werd geduwd tot een snelheid van 68,8 km per uur werd bereikt.

Een proces-verbaal van bevindingen van 28 september 2018 (dossierpagina 90). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen verbalisant:

Op donderdag 27 september 2018 heb ik verbalisant gesproken met [persoon 1] , [persoon 2]

en [persoon 3] .

Alle drie waren inzittenden van de Peugeot 206 voorzien van het kenteken [kenteken] .

[persoon 1] verklaarde mij dat zij met zijn drieën in de auto zaten. [persoon 1] was bestuurder naast hem voorin de auto zat [persoon 3] . Rechts achterin zat [persoon 2]

[persoon 1] verklaarde dat zij reden over de rijbaan van de A200 komend vanuit de richting Haarlem en gaand in de richting van Halfweg. Ter hoogte van hectometer paal 7.4 passeerden zij een matrixbord wat boven de rijbaan hangt. Dit matrixbord brandde en gaf aan dat er verderop in file gereden werd. Alle drie beamen dit omdat er in de auto een discussie ontstond over de symbolen op het matrixbord.

Een proces-verbaal van bevindingen van 16 september 2018 (dossierpagina 95). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in:

Ik heb vervolgens telefonisch contact gehad met [persoon 4] , geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats] . [persoon 4] was ten tijde van het ongeval bestuurder van het voertuig voorzien van het kenteken [kenteken] . [persoon 4] verklaarde tegen mij het volgende: De matrixboorden stonden aan. Ik heb vervolgens ook afgeremd en kwam tot stilstand. Vervolgens stond

het verkeer achter mij ook bijna stil. Daarna gebeurde de aanrijding.

Een schriftelijke bescheid, inhoudende een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, zijnde een niet ondertekend proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 29 september 2018 (dossierpagina 114-115). Dit geschrift houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in:

Ik kan u het volgende verklaren: Op zaterdag 15 september 2018, omstreeks 16:00 uur, was ik aan het werk en reed ik in een BUKO transport vrachtauto. Ik reed op het Rottepolderplein te Haarlem. Ik nam de afslag A200 richting Halfweg. Ik reed op de rechter rijbaan en had een snelheid van ongeveer zeventig (70) kilometer per uur. Ik werd toen ingehaald door een donkerkleurig voertuig. Dit voertuig haalde mij in over de linker rijbaan. Ik kan u niet vertellen hoe hard het donkerkleurig voertuig reed. Dit voertuig viel mij meteen op omdat deze met een hoge snelheid mij inhaalde. Hierna zag ik het voertuig niet meer in mijn zicht. Heel kort hierop zag ik dat het verkeer voor mij stil stond. Ik zag direct op de weg dat er een aanrijding was geweest.

Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 17 september 2018 (dossierpagina 116-117). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in:

Ik reed over de rijbaan van de A200 in de richting van Halfweg. Ter hoogte van Halfweg werd vanwege wegwerkzaamheden in file gereden. Het was optrekken, stoppen en dat de hele tijd. Ik zag in mijn spiegel een donkere mercedes aan komen rijden Volgens mij reed deze auto op de le rijstrook. In ieder geval reed hij niet achter mij. De Mercedes moet echt heel hard hebben gereden want de klap achter mij was gigantisch.

De klap speelde zich af tussen de twee rijstroken. Ik ben naar de bestuurder van de zwarte Mercedes. Dit was een marokaanse jongen. Ik heb de jongen een tijdje gestabiliseerd. Terwijl ik deed hoorde ik de jongen zeggen "ik kon niet meer remmen".

Hierna is de jongen door het ambulance personeel afgevoerd.

Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van 17 september 2018 te 13.08 uur (dossierpagina 118-119). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in:

Ik zat als passagier in de Chevy Van. Mijn man reed. Ik zat op de achterbank. Ik zag dat we stilstonden in de file. Ik hoorde vervolgens van achter de Chevy Van een paar seconden lang een piepende banden. Ik hoorde vervolgens een harde klap gevolgd door nog een harde klap. Ik hoorde en voelde vervolgens dat de Chevy Van ook geraakt werd.

Een schriftelijk stuk inhoudende medische informatie betreffende [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] ) d.d. 12 december 2018, dossierpagina 147-148)

Ernstig ongeval, letsel:

- klaplong rechts (drain in borstholte geplaatst) ,

- nierscheur rechts,

- wervelfractuur thoracale 6 (uitgebreid operatie ter stabilisatie van de gefractureerde

wervel op 16-9)

- Schouderbladbreuk/fractuur (r),

- leverkneuzing

Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] van 18 september 2018 (dossierpagina 124-125). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in:

Ik ben getuige geweest van het dodelijk ongeval op de A200 in Halfweg Ik reed met mijn vrachtauto komend vanaf het Rotterpolderplein en gaand in de richting van Halfweg. Ik reed samen met nog twee collega's Voor mij reed een collega en een stukje achter mij een tweede collega.

Op het moment dat ik invoegde op de A200 werd ik voorbij gereden door een zwarte Mercedes. Dit voertuig reed op de eerste rijstrook. Ik reed ongeveer 82 kilometer per uur maar het leek wel of ik stilstond. Als ik moet schatten reed de Mercedes tussen de 180 en 200 kilometer per uur het was echt heel hard.

Plotseling ging mijn collega voor mij remmen. Dit was bijna bovenop het viaduct bij de afrit Zwanenburg. Even voorbij het viaduct zag ik een groot ongeval. Ik herkende meteen een van de auto's die in elkaar zaten als de zwarte Mercedes die mij met hoge snelheid had ingehaald. De schade die ik gezien heb kan je niet veroorzaken als je normaal rijdt. Dit moet gebeurd zijn met zeer hoge snelheid.

Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] van 21 november 2018 (dossierpagina 128-129). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in:

Ik reed ongeveer 100 op de snelweg toen ik werd ingehaald door een Mercedes. Deze auto reed flink harder dan ik, het is moeilijk in te schatten misschien dat hij iets van tussen de 120 en 150 reed. Dit was vlak voor de drempel/bobbel in de weg waar je langzamer moet gaan rijden. Het wordt dan 80 km en vervolgens maximaal 60 km per uur. Ik verminderde vaart zag vervolgens 100 meter voor me een stofwolk en een enorm ongeluk. Ik was de eerste auto of tweede auto achter het ongeluk.

Een proces-verbaal van onnatuurlijke dood (pagina 137-139). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant:

Overledene

Achternaam : [slachtoffer 1]

Voornamen : [slachtoffer 1]

Geboren : [geboortedatum]

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

Overleden : 15 september 2018

Gemeente overlijden : Haar1emmerliede Ca

Lijkschouwing

Op 15 september 2018 om 20:46 uur werd de lijkschouw verricht door P.J.C. Keune gemeentelijke lijkschouwer werkzaam te Haarlem.

Uiterlijke verwondingen

Hoofdletsel. Schedel achterzijde doorboord door voorwerp. Bloed uit rechter oor en neus. Verder geen zichtbaar letsel.

Het lijk werd geïdentificeerd door middel van identiteitskaart.

Een proces-verbaal van onnatuurlijke dood (pagina 140-142). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant:

Overledene

Achternaam : [slachtoffer 2]

Voornamen : [slachtoffer 2]

Geboren : [geboortedatum]

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

Overleden : 15 september 2018

Gemeente overlijden : Haarlemmerliede Ca

Uiterlijke verwondingen

Kneuzingen op armen, benen. Twee voortanden bovengebit uit prothese. Vermoedelijk veel intern letsel in borststreek en rug. Oude operatie-littekens zichtbaar op en bij de borsten, waarschijnlijk operatie op borstkanker in het verleden.

Het lijk werd geïdentificeerd door middel van identiteitspapieren.

Een proces-verbaal van 16 mei 2019, opgenomen in Vervolg proces-verbaal van relaas behorende bij parketnummer 15-184676-18. Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:

Snelheidsberekening:

Er werd een snelheidsberekening uitgevoerd en hieruit blijkt dat de Mercedes-Benz met een snelheid van 111,4 kilometer per uur op de Fiat Panda is ingereden. Dit betreft een indicatieve snelheidsberekening.

Op het moment van de aanrijding stond voertuig B stil en had dus een snelheid van 0 kilometer per uur.

De snelheid na de botsing van voertuig B was 68,8 kilometer per uur. De Fiat kreeg door de aanrijding dus een versnelling van 0 kilometer per uur naar een snelheid van 68,8 kilometer per uur. Deze gegevens zijn uitgelezen uit de boordcomputer van de Fiat Panda. Met deze waarden is er berekend dat de indicatieve snelheid waarmee de Mercedes reed ten tijde dat hij de Fiat raakte 111,4 kilometer per uur was.