Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6845

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-08-2020
Datum publicatie
07-09-2020
Zaaknummer
8307889 EJ VERZ 20-40
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Kanton. Erfrecht. Bevel boedelbeschrijving door notaris ex artikel 672 Rv. Benodigde stukken niet overgelegd. Dwangsom op verstrekken stukken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2020/300
ERF-Updates.nl 2020-0223
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./repnr.: 8307889 EJ VERZ 20-40

Uitspraakdatum: 26 augustus 2020

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats]

verzoeker

gemachtigde: mr. W.L.J. van Winden, Achmea Rechtsbijstand

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

4. [gedaagde 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

5. [gedaagde 5] ,

wonende te [woonplaats] ,

6. [gedaagde 6] ,

wonende te [woonplaats] ,

7. [gedaagde 7] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerders

gemachtigde: mr. A. Glijnis te Alkmaar.

1 Het procesverloop

1.1.

Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 3 februari 2020. [gedaagde 7] heeft bij brief van 6 april 2020 namens verweerders gereageerd op het verzoekschrift. [gedaagde 7] heeft bij brief van 8 mei 2020 machtigingen overgelegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om verweerders te vertegenwoordigen.

1.2.

Aangezien [gedaagde 7] bij de brief van 6 april 2020 heeft aangegeven de verzochte informatie te zullen verstrekken, heeft de kantonrechter hier bij brief van 14 mei 2020 een termijn voor gegeven tot 10 juni 2020. Bij brief van 11 juni 2020 heeft verzoeker laten weten de gevraagde gegevens niet te hebben ontvangen. Bij brief van 22 juni 2020 heeft [gedaagde 7] een kopie gestuurd van de op 10 juni 2020 aan verzoeker verstuurde documenten. Bij brief van 26 juni 2020 heeft verzoeker aangegeven dat verzoeker niet heeft voldaan aan het verzoek, omdat hij de gevraagde gegevens nog steeds niet heeft ontvangen. Bij brief van 29 juni 2020 (met bijlagen) heeft [gedaagde 7] aangegeven diezelfde dag een reactie en aanvullende stukken aan verzoeker te hebben verstuurd. Bij brief van 10 augustus 2020 heeft mr. Glijnis zich gesteld namens verweerders en namens hen verweer gevoerd tegen het verzoek.

2 De feiten

2.1.

Op 3 oktober 2018 is te Alkmaar overleden mevrouw [naam 1] (hierna: erflaatster). Verzoeker en verweerders zijn erfgenamen van erflaatster. Verzoeker is een kleinkind van erflaatster en door plaatsvervulling (overlijden van zijn vader, [naam 2] , zoon van erflaatster) gerechtigd tot de nalatenschap. Verweerders zijn de kinderen van erflaatster. Verzoeker heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard, verweerders hebben de nalatenschap zuiver aanvaard.

3 Het verzoek

3.1.

Verzoeker wendt zich tot de rechtbank (de kantonrechter begrijpt: de kantonrechter) met het verzoek:

I. een notaris aan te wijzen in de zin van artikel 672 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ten overstaan van wie een boedelbeschrijving dient te worden opgesteld,

II. verweerders te bevelen alle relevante informatie die nodig is voor het opstellen van een boedelbeschrijving aan de aan te wijzen notaris te verstrekken, waaronder ook begrepen alle bankafschriften van erflaatster tot vijf jaar voor overlijden, zulks op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag voor iedere dag dat verweerders na de te wijzen beschikking in gebreke blijven met het voldoen aan dit bevel, een en ander tot een maximum van € 25.000,-,

III. te bevelen dat verweerders de kosten van de boedelbeschrijving betalen, nu zij weigerachtig zijn in het verstrekken van informatie,

IV. verweerders te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

Verzoeker stelt – kort gezegd – dat hij geen enkel inzicht heeft in de omvang van de nalatenschap van erflaatster. Om die reden heeft hij verweerders verzocht hem dit inzicht te verschaffen. Ondanks toezeggingen van verweerders en mr. J [naam 3] (hierna: [naam 3] ) heeft verzoeker de informatie niet ontvangen. Er is reden om aan te nemen dat erflaatster leningen en/of schenkingen heeft gedaan aan verweerders, zodat verzoeker recht en belang heeft bij inzage in de bankafschriften van erflaatster. Aangezien verweerders weigerachtig zijn de gevraagde informatie te verstrekken, dient aan het bevel tot verstrekken van informatie een dwangsom verbonden te worden.

4 Het verweer

4.1.

Verweerders hebben in eerste instantie – kort gezegd – aangevoerd dat zodra de gegevens zijn ontvangen, deze als totale boedelbeschrijving voor verzoeker ter inzage zijn bij [naam 3] . De verwachting van verweerders was dat een en ander kon worden afgerond in de maand mei 2020. Vervolgens hebben verweerders verschillende bescheiden aan (de gemachtigde van) verzoeker overgelegd. Tenslotte hebben verweerders via hun gemachtigde aangevoerd dat de boedelbeschrijving is verstrekt bij brief van 29 juni 2020, dat deze aan de wettelijke eisen voldoet en voorzien is van bewijsstukken. Bezwaren van verzoeker tegen de overgelegde boedelbeschrijving worden niet opgelost door de boedel notarieel te laten beschrijven. Bovendien is het verzoekschrift ingediend voordat de termijn tot het verstrekken van informatie was verstreken. Bovendien is er geen reden om verweerders te veroordelen in de kosten van de boedelbeschrijving en proceskosten. Evenmin is aanleiding voor toewijzing van een dwangsom, omdat dit discussie zal opleveren. De opgevraagde informatie is namelijk al verstrekt en verweerders kunnen niet overleggen waar zij niet over beschikken. Voor zover een dwangsom wel wordt toegewezen, is het redelijk om een termijn van meerdere maanden te geven voor het verstrekken van de informatie en de dwangsom op een lager bedrag dan verzocht vast te stellen. Reden hiervoor is dat verweerder sub 7 de komende periode intensieve behandeling in het ziekenhuis ondergaat.

5 De beoordeling

672 Rv

5.1.

Op grond van artikel 672 Rv kan de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de boedel zich geheel of voor een groot deel bevindt, op verzoek van – onder andere – een erfgenaam, een boedelbeschrijving bevelen door een bij dat bevel aan te wijzen notaris. Het bevel wordt slechts gegeven, indien de verzoeker zijn recht en belang summierlijk aannemelijk maakt.

5.2.

De kantonrechter is van oordeel dat verzoeker zijn recht en belang summierlijk aannemelijk heeft gemaakt. Partijen zijn in een strijd gewikkeld over de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster. Verweerders hebben tot op heden laten blijken geenszins van plan te zijn voldoende openheid van zaken te geven over de samenstelling van de boedel. Verzoeker heeft er voldoende belang bij dat die openheid alsnog wordt gegeven, al was het maar om zich een afgewogen oordeel te kunnen vormen over zijn erfrechtelijke positie.

5.3.

De kantonrechter heeft mr. Stuijt, notaris te Haarlem bereid gevonden om benoemd te worden als notaris die de boedelbeschrijving zal opstellen. Mr. Stuijt heeft telefonisch verklaard dat hij vrij staat ten opzichte van beide partijen.

Verstrekken gegevens

5.4.

Na daartoe door de kantonrechter in de gelegenheid te zijn gesteld, hebben verweerders de volgende bescheiden aan verzoeker en de kantonrechter verstrekt:

  1. een cijfermatig overzicht met de titel: ‘Totaal vermogen Mama’;

  2. een brief van 16 juni 2020 inhoudende een betaalopdracht aan de ING Bank betreffende een aan verzoeker te betalen voorschot ad € 6.000,- op het erfdeel van verzoeker;

  3. een e-mail van 29 juni 2020 van [gedaagde 7] aan de gemachtigde van verzoeker met daarin een toelichting op de als bijlagen meegestuurde bescheiden;

  4. een cijfermatig overzicht met de titel: ‘Opstelling vermogen Mama bij overlijden o.b.v. saldi 3 oktober 2018’;

  5. en factuur van 15 november 2018 van Pieter Dekker Uitvaartverzorging;

  6. een kassabon van 8 oktober 2018 van Bergen Binnen;

  7. een declaratie van 27 november 2019 van Actus Notarissen;

  8. drie handgeschreven cijfermatige overzichten;

  9. een cijfermatig overzicht met de titel: ‘Verrichte schenkingen’.

5.5.

Desgevraagd heeft verzoeker aangegeven dat met het verstrekken van voornoemde gegevens, niet is voldaan is aan zijn verzoek. Het volgende ontbreekt namelijk tot op heden, aldus verzoeker:

  1. een opgave van het vermogen van erflaatster ten tijde van haar overlijden;

  2. het onderliggende bankafschrift per 3 oktober 2018;

  3. een onderbouwing (facturen) van alle opgevoerde schulden;

  4. een opgave van de vordering betreffende het (groot)vaderlijk erfdeel.

5.6.

De kantonrechter is met verzoeker van oordeel dat de onder 3.1 sub II. en 5.4 genoemde informatie tot op heden niet door verweerders is verstrekt aan verzoeker. Verweerders hebben bij brief van 10 augustus 2020 weliswaar gesteld dat de bankafschriften reeds zijn overgelegd, maar hebben dit niet onderbouwd. Gelet op het procesverloop voor die datum had dat wel op hun weg gelegen. Wat betreft de opgave zoals bedoeld onder 5.4 sub a. is de kantonrechter van oordeel dat verweerders deze deels hebben overgelegd door het verstrekken van de overzichten als genoemd onder 5.3 sub a. en d. Echter, deze overgelegde overzichten verschillen inhoudelijk van elkaar en geven onvoldoende inzicht in de bezittingen en schulden van erflaatster ten tijde van haar overlijden. De door verzoeker genoemde vorderingen vaderlijk erfdeel zijn bijvoorbeeld niet in de overzichten aangetroffen en verweerders hebben hier geen reden voor gegeven. De kantonrechter volgt verweerders dan ook niet in hun stellingen dat de boedelbeschrijving aan de eisen voldoet en dat bezwaren tegen de overgelegde boedelbeschrijving niet worden opgelost door de boedel notarieel te laten beschrijven.

5.7.

Verweerders hebben niet betwist dat de verzochte gegevens verstrekt moeten worden aan verzoeker dan wel aan de te benoemen notaris. Sterker nog, zij hebben aangegeven de gegevens te zullen verstrekken en inmiddels verstrekt te hebben. Dat verweerders alle gegevens reeds verstrekt hebben, is gelet op het voorgaande niet vast komen te staan. Verweerders dienen de verzochte gegevens dan ook aan te leveren aan de in deze beschikking te benoemen notaris. Indien die notaris overigens nog andere stukken nodig heeft waarover partijen beschikken, dan dienen zij die op zijn verzoek ook aan hem te verstrekken.

5.8.

De kantonrechter zal aan het verstrekken van de verzochte informatie een termijn verbinden van één maand na deze beschikking. De kantonrechter houdt hierbij rekening met het feit dat verweerder sub 7 (medische) behandelingen moet ondergaan, maar ook met het feit dat er naast hem nog zes verweerders zijn die voor verstrekking van de informatie kunnen zorgdragen.

5.9.

De kantonrechter zal aan het bevel tot verstrekken een dwangsom verbinden, aangezien verweerders ondanks meerdere verzoeken hiertoe (inclusief van de kantonrechter) en toezeggingen van verweerders zelf, niet tot volledige verstrekking zijn overgegaan. De kantonrechter zal de dwangsom maximeren tot € 15.000,-. De, overigens niet onderbouwde, stelling van verweerders dat een dwangsom kan leiden tot discussie, leidt niet tot een ander oordeel.

5.10.

De kantonrechter wijst het verzoek om te bepalen dat de kosten van de notaris enkel voor rekening van verweerders komen, af. Deze kosten hebben te maken met de afwikkeling van de nalatenschap, zodat de kantonrechter van oordeel is dat de schulden die ontstaan door het opmaken van een boedelbeschrijving voor rekening van de nalatenschap moeten komen (artikel 4:7 lid 1 sub c van het Burgerlijk Wetboek).

5.11.

De kantonrechter volgt verweerders niet in hun stelling dat het verzoekschrift ingediend is voordat de termijn tot het verstrekken van informatie was verstreken. Het verzoekschrift is namelijk ingediend op 3 februari 2020. Daarvoor heeft verzoeker laatstelijk bij brief van 20 december 2019 verzocht de informatie binnen zeven werkdagen te verstrekken. De termijn voor het verstrekken van informatie was naar het oordeel van de kantonrechter dan ook verstreken op 3 februari 2020. De verstrijking van een termijn waar verweerders op doelen in hun brief van 29 juni 2020 gaat over een termijn die verzoeker gegeven heeft ná indiening van het verzoekschrift.

5.12.

Verweerders zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kantonrechter zoekt hiervoor aansluiting bij de liquidatietarieven kanton 2019 en zal één punt toekennen voor het verzoekschrift.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

beveelt het opmaken van een notariële boedelbeschrijving van de gehele nalatenschap van [naam 1] , overleden te [plaats] op [datum overlijden],

6.2.

wijst als boedelnotaris, zoals bedoeld in artikel 672 lid 1 Rv, aan notaris mr. A. Stuijt, kantoorhoudende te Van Eedenstraat 20, 2012 EM, Haarlem, tel.nr.: 023 531 93 98

6.3.

bepaalt dat de griffier de notaris een afschrift van deze beschikking zal toezenden,

6.4.

draagt (de gemachtigde van) verzoeker op de notaris een kopie van het procesdossier toe te zenden,

6.5.

stelt de notaris in de gelegenheid de kosten van zijn werkzaamheden te begroten inclusief verschotten en omzetbelasting en deze begroting uiterlijk vier weken na ontvangst van het procesdossier aan (de gemachtigden van) partijen toe te zenden,

6.6.

bepaalt dat de kosten van de boedelbeschrijving ten laste van de boedel van de nalatenschap dienen te komen”

6.7.

bepaalt dat verweerders alle relevante informatie die nodig is voor het opstellen van een boedelbeschrijving en daarnaast alle bankafschriften van erflaatster tot vijf jaar voor haar overlijden aan de notaris ter beschikking dienen te stellen,

6.8.

bepaalt dat partijen binnen veertien dagen nadat de notaris hen daarom heeft verzocht alle bij hen in bezit zijnde en door de notaris benodigde bescheiden en gegevens voor het opstellen van een boedelbeschrijving aan de notaris ter beschikking dienen te stellen,

6.9.

veroordeelt verweerders om aan verzoeker een dwangsom te betalen van € 50,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 6.8 en 6.9 uitgesproken hoofdveroordelingen voldoen, tot een maximum van € 15.000,- is bereikt,

6.10.

veroordeelt verweerders tot betaling van de proceskosten, tot aan deze beschikking aan de zijde van verzoeker vastgesteld op € 81,00 aan griffierecht en € 240,00 aan salaris gemachtigde,

6.11.

verklaart de beschikking voor wat betreft de punten 6.3. t/m 6.10. uitvoerbaar bij voorraad,

6.12.

wijst het anders of meer verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter