Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6829

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-06-2020
Datum publicatie
29-09-2020
Zaaknummer
7764946 CV EXPL 19-6397
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Niet gebleken van instapweigering. Vordering van de passagiers afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7764946 CV EXPL 19-6397

Uitspraakdatum: 10 juni 2020

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]

3. [passagier sub 3]

4. [passagier sub 4]

allen wonende te [woonplaats] (Italië)

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. D.E. Lof

tegen

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen: Transavia

gemachtigde: mr. M. Reevers

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 4 april 2019 een vordering tegen Transavia ingesteld. Transavia heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Transavia een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan KLM de passagiers op 9 september 2018 zou vervoeren van Billund (Denemarken) naar Amsterdam met vlucht KL1342, en Transavia de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam naar Bari (Italië) met vlucht HV5821, hierna: de vlucht.

2.2.

De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van Transavia gevorderd in verband met voornoemde vertraging als gevolg van een instapweigering.

2.4.

Transavia heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat Transavia, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 240,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Transavia vanwege de langdurige vertraging wegens instapweigering gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

Transavia betwist de vordering. Zij voert primair aan dat de passagiers niet-ontvankelijk zijn in hun vordering, omdat zij niet over een bevestigde boeking voor de vlucht beschikken. Subsidiair voert Transavia aan dat er geen sprake is van instapweigering. Door de passagiers is de gestelde instapweigering niet onderbouwd met bewijs. Niet is gebleken dat de passagiers zich tijdig bij de incheckbalie hebben gemeld. In het systeem van Transavia staan de passagiers geregistreerd als ‘no-show’, wat betekent dat de passagiers niet zijn komen opdagen voor de vlucht. Het vliegtuig was niet overboekt en de passagiers hadden aan boord gekund.

4.2.

Voort betwist Transavia de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Ten aanzien van het door Transavia gevoerde verweer dat de passagiers geen bevestigde boeking hebben overgelegd overweegt de kantonrechter als volgt. Artikel 3 lid 2 van Verordening bepaalt dat voor toepassing van de Verordening vereist is dat de passagiers een bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie hebben en zich – behalve in geval van annulering als bedoeld in artikel 5 – (tijdig) bij de incheckbalie melden. Transavia betwist dat door de passagiers is aangetoond dat zij beschikten over een bevestigde boeking in de zin van artikel 3 lid 2 van de Verordening. De passagiers hebben in de onderhavige procedure een in de Italiaanse taal opgemaakt reisoverzicht overgelegd. Met dit document is voldoende aangetoond dat de passagiers beschikten over een bevestigde boeking.

5.3.

Voorts dient te worden beoordeeld of sprake is geweest van “no-show”, zodat de Verordening niet van toepassing is op het geschil. Transavia heeft in dat kader aangevoerd dat passagiers zich niet tijdig bij de incheckbalie hebben gemeld, zodat er geen sprake kan zijn van instapweigering als bedoeld in artikel 4 van de Verordening. Transavia laat na dit standpunt met stukken te onderbouwen. De kantonrechter begrijpt het zo dat Transavia bedoelt dat de passagiers zich niet tijdig bij de gate hebben gemeld. Er is immers sprake van een overstap op Amsterdam, zodat de passagiers zich al eerder bij de incheckbalie hebben gemeld.

5.4.

Vast staat dat tussen de geplande aankomsttijd van vlucht KL1342 en de vertrektijd van vlucht KL2525 één uur en tien minuten overstaptijd zit. De passagiers hadden dus een ruime buffer om de aansluitende vlucht te halen. Bij repliek hebben de passagiers een verklaring overgelegd waaruit volgt dat sprake zou zijn van een instapweigering. Nu deze verklaring niet is ondertekend door de passagiers zal de kantonrechter hieraan voorbij gaan. Nu niet is gebleken dat er sprake is van instapweigering, kan Transavia op grond van artikel 4 lid 3 van de Verordening niet gehouden worden tot betaling van compensatie aan de passagiers. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen.

5.5.

De overige geschilpunten tussen partijen behoeven geen verdere bespreking en beoordeling meer.

5.6.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen.

5.7.

Ook de nakosten van maximaal € 120,00 kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Transavia worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Transavia worden vastgesteld op een bedrag van € 240,00 aan salaris van de gemachtigde van Transavia;

6.3.

veroordeelt de passagiers tot betaling van € 120,00 aan nakosten, voor zover door Transavia daadwerkelijk nakosten worden gemaakt;

6.4.

verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter