Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6819

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-06-2020
Datum publicatie
23-09-2020
Zaaknummer
8121921 CV EXPL 19-16329
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. Vertraging is het gevolg van een besluit van de luchtverkeersleiding waarop de luchtvaartmaatschappij geen invloed had. Passagier stelt dat hij sneller naar zijn eindbestemming vervoerd had kunnen worden, maar heeft dat niet aangetoond. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2020, afl. 6, p. 320
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8121921 CV EXPL 19-16329

Uitspraakdatum: 24 juni 2020

Vonnis in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats] (Roemenië)

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigden: mr. D.E. Lof en mr. E.J. Hoekstra

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Austrian Airlines A.G.

gevestigd te Wenen (Oostenrijk) en mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen: Austrian

gemachtigde: mr. E.C. Douma

1 Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 13 september 2019 een vordering tegen Austrian ingesteld. Austrian heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Austrian een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met Austrian een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Austrian de passagier op 7 juli 2019 diende te vervoeren van Amsterdam naar Wenen (Oostenrijk) met vlucht OS372 en van Wenen naar Iași (Roemenië) met vlucht OS645, hierna: de vlucht.

2.2.

De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagier heeft compensatie van Austrian gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

Austrian heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagier vordert dat Austrian, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis.

3.2.

De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat Austrian vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00.

4 Het verweer

4.1.

Austrian betwist de vordering. Zij voert aan dat sprake is van een buitengewone omstandigheid. De reden van de vertraging is dat vlucht OS372 instructies van de luchtverkeersleiding moest opvolgen. De luchtverkeersleiding had de oorspronkelijke CTOT (Calculated Take Off Time) ingetrokken en een nieuwe CTOT aan het toestel toegekend. Austrian had hier geen invloed op en kon vlucht OS372 enkel met vertraging uitvoeren. De passagier heeft hierdoor de aansluitende vlucht gemist en is omgeboekt naar de eerstvolgende vlucht met plaats.

4.2.

Voorts betwist Austrian buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn aan de passagier.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming, zodat Austrian op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien Austrian kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient een luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen de buitengewone omstandigheden kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot de langdurige vertraging van de vlucht leidden.

5.3.

De vraag die voorligt is of Austrian met de door haar overgelegde producties en haar toelichting daarop voldoende heeft aangetoond dat de vertraging van de passagier het gevolg is geweest van een door de luchtverkeersleiding genomen besluit. Austrian heeft het vluchtrapport en de ‘slot history’ van vlucht OS372 overgelegd. Uit het vluchtrapport volgt dat vlucht OS372 met 40 minuten vertraging is vertrokken. Van deze vertraging is 10 minuten ontstaan wegens vertragingscode 93 (AIRCRAFT ROTATION, late arrival of aircraft from another flight or previous sector) en 30 minuten vertraging wegens vertragingscode 81 (ATFM due to ATC EN-ROUTE DEMAND CAPACITY, standard demand capacity problems). Austrian voert aan dat de luchtverkeersleiding reeds twee uur voor vertrek, om 06:00 uur UTC, een nieuwe CTOT aan het toestel toekende. De vertraging die is ontstaan vanwege de vertraagde voorgaande vlucht (vertragingscode 93) viel daarmee samen. De kantonrechter volgt Austrian in haar standpunt. Uit de overgelegde ‘slot history’ is voldoende gebleken dat de luchtverkeerleiding diverse keren, waarvan de eerste keer al twee uur voor de schema vertrektijd, een nieuwe CTOT aan vlucht OS372 heeft toegekend. Niet gebleken is dat Austrian zelf om een nieuwe CTOT heeft verzocht. Een luchtvaartmaatschappij is verplicht gevolg te geven aan een opgelegde CTOT, zij kan hier geen invloed op uitoefenen. Het besluit van de luchtverkeersleiding tot het opleggen van een nieuwe CTOT moet worden gekwalificeerd in het onderhavige geval als een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening.

5.4.

De uiteindelijke vertraging van de passagier van meer dan drie uur op de eindbestemming is het directe gevolg geweest van de vertraagde vlucht OS372. Ten gevolge hiervan heeft de passagier de aansluitende vlucht OS645 naar Iași gemist. De uiteindelijke vertraging van de passagier op de eindbestemming is dan ook het gevolg van een buitengewone omstandigheid.

5.5.

Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of Austrian alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen. Austrian heeft aangevoerd dat op de luchthaven van Wenen een minimale overstaptijd (MCT) van 25 minuten geldt. De passagier had oorspronkelijk een overstaptijd van 40 minuten. Er was dus sprake van een reservetijd van 15 minuten bovenop de overstaptijd, hetgeen door de kantonrechter als onvoldoende wordt gekwalificeerd. Dit neemt niet weg dat de passagier met een vertraging van 25 minuten is aangekomen op de luchthaven van Wenen. Ook indien Austrian voldoende reservetijd in acht zou hebben genomen, had de passagier - gelet op de MCT van 25 minuten - de aansluitende vlucht niet meer kunnen halen.

5.6.

Austrian heeft toegelicht dat zij de passagier heeft omgeboekt naar andere vluchten op 7 en 8 juli 2019 toen duidelijk was dat de passagier de aansluitende vlucht naar Iași niet meer kon halen. De passagier stelt dat als Austrian de vlucht had omgeboekt naar de vluchten RO362 (Amsterdam – Boekarest) en RO707 (Boekarest – Iași) hij nog dezelfde dag op zijn eindbestemming zou zijn aangekomen. De passagier laat echter na om aan te tonen dat op deze vlucht nog een plaats voor hem beschikbaar was, zodat niet vast is komen te staan dat de passagier sneller naar zijn eindbestemming vervoerd had kunnen worden. In de gegeven omstandigheden kan niet meer van Austrian worden verwacht dan zij heeft gedaan.

5.7.

Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagier worden afgewezen. De overige verweren van Austrian behoeven derhalve geen bespreking meer.

5.8.

De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat deze ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Austrian worden vastgesteld op een bedrag van € 144,00 aan salaris van de gemachtigde van Austrian en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter