Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6812

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-08-2020
Datum publicatie
23-09-2020
Zaaknummer
8109715 CV EXPL 19-15736
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. De vertraging is het gevolg van een besluit van de luchtverkeersleiding waarop de luchtvaartmaatschappij geen invloed had. Passagier is omgeboekt naar andere vlucht maar stelt dat hij aansluitende vlucht had kunnen halen. Luchtvaartmaatschappij heeft dit gemotiveerd betwist. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8109715 CV EXPL 19-15736

Uitspraakdatum: 5 augustus 2020

Vonnis in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats] (Oekraïne)

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. D.E. Lof

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Austrian Airlines A.G.

gevestigd te Wenen (Oostenrijk) en mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen: Austrian

gemachtigde: mr. E.C. Douma

1 Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 4 september 2019 een vordering tegen Austrian ingesteld. Austrian heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Austrian een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met Austrian een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Austrian de passagier op 14 juli 2019 diende te vervoeren van Lviv (Oekraïne) naar Wenen (Oostenrijk) met vlucht OS382 en van Wenen naar Amsterdam met vlucht OS375, hierna: de vlucht.

2.2.

De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagier heeft compensatie van Austrian gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

Austrian heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagier vordert dat Austrian, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 37,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis.

3.2.

De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat Austrian vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00.

4 Het verweer

4.1.

Austrian betwist de vordering. Zij voert aan dat sprake is van een buitengewone omstandigheid. De luchtverkeersleiding trok de oorspronkelijke CTOT (Calculated Take Off Time) van vlucht OS382 in en kende een nieuwe CTOT aan het toestel toe. De CTOT is vervolgens nog eenmaal bevestigd door de luchtverkeersleiding. De bemanning van vlucht OS382 moest gevolg geven aan de instructies van de luchtverkeersleiding. Er was sprake van een oncontroleerbare situatie, die Austrian niet kon voorkomen of beperken. Austrian kon niet anders dan vlucht OS382 met vertraging uitvoeren. De passagier is omgeboekt naar de eerstvolgende vlucht met een beschikbare plaats naar Amsterdam.

4.2.

Voorts betwist Austrian buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming, zodat Austrian op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien Austrian kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient een luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen de buitengewone omstandigheden kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot de langdurige vertraging van de vlucht leidden.

5.3.

Austrian doet een beroep op een buitengewone omstandigheid. De vraag die voorligt is of Austrian met de door haar overgelegde producties en haar toelichting daarop voldoende heeft aangetoond dat de vertraging van de passagier het gevolg is geweest van een door de luchtverkeersleiding genomen besluit.

5.4.

Austrian heeft het vluchtrapport van vlucht OS382 overgelegd. Vlucht OS382 stond gepland te vertrekken om 13:00 uur UTC. Uit het vluchtrapport volgt dat deze vlucht een vertrekvertraging had van 47 minuten wegens vertragingscode 83. Deze code staat voor: ATFM due to RESTRICTION AT DESTINATION AIRPORT, airport and or runway closed due to obstruction, industrial action, staff shortage, political unrest, noise abatement, night curfew, special flights. Het standpunt van Austrian dat zij restricties van de luchtverkeersleiding diende op te volgen wordt ondersteund door de als productie 2 overgelegde ATC-Slot History van de onderhavige vlucht. Om 11:00 uur UTC, twee uur voor de schemavertrektijd, kende de luchtverkeersleiding een nieuwe CTOT aan het toestel toe. De nieuw opgelegde CTOT is om 11:48 uur UTC door de luchtverkeersleiding bevestigd. Uiteindelijk heeft vlucht OS382 ook van deze CTOT gebruik gemaakt. Een luchtvaartmaatschappij is altijd verplicht een CTOT op te volgen. Austrian had hier geen invloed op. Niet is gebleken dat Austrian zelf om een nieuwe CTOT heeft verzocht. Naar het oordeel van de kantonrechter is het besluit van de luchtverkeersleiding in het onderhavige geval dan ook aan te merken als een buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening.

5.5.

Voorts moet de vraag beantwoord worden of Austrian alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen. Austrian heeft aangevoerd dat op de luchthaven van Wenen een minimale overstaptijd (MCT) van 25 minuten geldt. De passagier heeft dit niet betwist. De passagier had oorspronkelijk een overstaptijd van 45 minuten. Er was dus sprake van een reservetijd van 20 minuten bovenop de overstaptijd, hetgeen door de kantonrechter als voldoende wordt gekwalificeerd om eventuele vertragingen op te kunnen vangen.

5.6.

Austrian heeft de passagier omgeboekt naar een andere vlucht op 14 juli 2019 naar de eindbestemming Amsterdam. De passagier stelt dat Austrian de passagier niet om had moeten boeken maar dat zij er alles aan had moeten doen om te zorgen dat de passagier mee kon met de oorspronkelijke vlucht, nu ook deze vlucht met vertraging werd uitgevoerd. Vlucht OS382 arriveerde volgens de passagier in Wenen om 15:18 uur UTC. De geboekte aansluitende vlucht vertrok met vertraging om 16:04 uur UTC. Uitgaande van een overstaptijd van 25 minuten was het mogelijk om de aansluitende vlucht te halen, aldus de passagier. Austrian heeft onder verwijzing naar de vluchtrapporten van de vluchten OS382 en OS375 gemotiveerd betwist het voor de passagier mogelijk was om naar vlucht OS375 over te stappen. Austrian heeft toegelicht dat de passagier de opstijgtijd in plaats van de vertrektijd van het toestel bij de gate heeft vermeld. De gate van vlucht OS375 sloot al om 15:32 uur UTC, waardoor de passagier onmogelijk tijdig kon overstappen.

5.7.

Ten aanzien van de stelling van de passagier dat zij niet is omgeboekt naar een andere vlucht ‘bij eerste gelegenheid’ oordeelt de kantonrechter als volgt. Van Austrian kan niet worden gevergd dat zij voor het aanbieden van een alternatieve vlucht de passagier de mogelijkheid geeft om te kiezen uit alle vluchten van die dag bij alle luchtvaartmaatschappijen. Het aanbieden van de eerst mogelijke vlucht uitgevoerd door Austrian, dan wel een dochtermaatschappij acht de kantonrechter voldoende. Daarnaast heeft Austrian gemotiveerd weersproken dat de passagier mee had gekund met de oorspronkelijk geboekte vlucht naar Amsterdam.

5.8.

Gelet op het voorgaande is gebleken dat Austrian alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen. De vordering van de passagier zal dan ook worden afgewezen. De overige verweren van Austrian behoeven derhalve geen bespreking.

5.9.

De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat deze ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Austrian worden vastgesteld op een bedrag van € 144,00 aan salaris van de gemachtigde van Austrian en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter