Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6755

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-08-2020
Datum publicatie
02-09-2020
Zaaknummer
C/15/301928 / HA ZA 20-246
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Incident tot onbevoegd verklaring. Onderwerp van het geschil is een bruikleenovereenkomst, geen huurovereenkomst. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/301928 / HA ZA 20-246

Vonnis in incident van 26 augustus 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEESTERMOLEN ONROEREND GOED B.V.,

gevestigd te Uitgeest,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. B.O. Eschweiler te Amsterdam,

tegen

1. de commanditaire vennootschap

MELIORA MIDDENMEER C.V.,

gevestigd te Middenmeer (gemeente Hollands Kroon),

2. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. B.P.J.M.L. Vliexs te Nijmegen.

Partijen zullen hierna Geestermolen en Meliora c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 9 april 2020 met producties;

  • -

    de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring;

  • -

    de conclusie van antwoord in het onbevoegdheidsincident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De vordering in de hoofdzaak

2.1.

Geestermolen vordert in de hoofdzaak dat de rechtbank, bij vonnis, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht verklaart dat Geestermolen het gebruiksrecht middels opzegging rechtsgeldig heeft beëindigd per 1 juni 2018, subsidiair het gebruiksrecht beëindigt tegen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum;

II. Meliora c.s hoofdelijk veroordeelt het gebruik van de ruimten nrs. 3, 10, 12 en 14 binnen 14 dagen na het ten deze te wijzen vonnis te staken en gestaakt te houden;

III. Meliora c.s. hoofdelijk beveelt tot algehele ontruiming van de ruimten 3, 10, 12 en 14 met medeneming van al het hare en de haren en onder afgifte van de sleutels (voor zover van toepassing) ter algehele en vrije beschikking van Geestermolen te stellen, zulks binnen 14 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis;

IV. aan de uitvoering van het gevorderde onder II en II (de rechtbank begrijpt II en III) een dwangsom te verbinden van € 1.000,- voor iedere dag (of gedeelte van een dag) dat Meliora c.s. met de integrale voldoening in gebreke blijft, gemaximeerd tot een totaal bedrag ad € 100.000,-;

V. Meliora c.s. hoofdelijk veroordeelt, des dat de een betalende de ander in zoverre zal zijn bevrijd, tot betaling van schadevergoeding ad € 27.500,- te vermeerderen met € 1.250,- voor iedere maand dat Meliora c.s. het gebruik van de niet gehuurde ruimten na 1 april 2020 heeft voortgezet, zulks tot aan de dag der algehele ontruiming, alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2018, subsidiair vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

VI. Meliora c.s. hoofdelijk (des dat de een presterende de ander in zoverre zal worden bevrijd) veroordeelt tot betaling van de kosten van de procedure, de nakosten daaronder mede begrepen.

3 Het geschil in het incident

3.1.

Meliora c.s. vordert dat de rechtbank sector Handel zich onbevoegd verklaart om van het geschil tussen partijen kennis te nemen met verwijzing van de zaak naar de kantonrechter. Volgens Meliora c.s. is de kantonrechter bevoegd omdat de hoofdzaak nadrukkelijk verband houdt met de door partijen gesloten huurovereenkomst. Geestermolen vordert bovendien ontruiming van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van artikel 103 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bij dergelijke bedrijfsruimte bij uitsluiting de kantonrechter bevoegd binnen wiens rechtsgebied het gehuurde of het grootste gedeelte daarvan is gelegen, aldus Meliora c.s.

3.2.

Geestermolen voert verweer. Zij stelt zich op het standpunt dat de rechtbank wel bevoegd is. De vorderingen zijn namelijk geen vorderingen uit hoofde van de huurovereenkomst. Het betreft een geschil voortvloeiend uit de opzegging van een tussen partijen bestaande gebruiksovereenkomst. Het gebruik van de niet-gehuurde ruimten kan Meliora c.s. in geen geval ontlenen aan, of baseren op de huurovereenkomst. De huurovereenkomst sluit expliciet de huur van de ruimten nummers 3, 10, 12 en 14 uit. Het beroep op artikel 103 juncto 110 Rv treft geen doel omdat de relatieve bevoegdheid, gegeven de locatie van de betreffende ruimten, niet ter discussie staat.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

In artikel 93 aanhef en onder c Rv is onder meer bepaald dat zaken betreffende een huurovereenkomst, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering, door de kantonrechter worden behandeld en beslist. Artikel 71 lid 2 Rv bepaalt dat indien een zaak, in behandeling bij een kamer voor andere zaken dan kantonzaken, verder moet worden behandeld en beslist door de kantonrechter, die zaak op verlangen van een van de partijen of ambtshalve wordt verwezen naar een kamer voor kantonzaken. Die beoordeling geschiedt aan de hand van een voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil (artikel 71 lid 3 Rv).

4.2.

Naar voorlopig oordeel van de rechtbank betreft het onderwerp van het geschil geen huurovereenkomst, gelet op het volgende.

4.3.

Uit de door partijen gesloten huurovereenkomst blijkt dat Geestermolen aan Meliora c.s. de bedrijfsruimte, plaatselijk bekend te (1775 RB) Middenmeer aan de Hoornseweg 23 A, met respectievelijk de nummers 11, 4, 5, 6 en 7 heeft verhuurd. Deze ruimten zijn aangegeven op de aan de huurovereenkomst gehechte tekening. De andere ruimten, de nummers 3, 10, 12 en 14, welke in de hoofdzaak onderwerp van het geschil zijn, maken geen onderdeel uit van de huurovereenkomst. De overeenkomst ten aanzien van het gebruik van deze niet-gehuurde ruimten kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gekwalificeerd dan als een bruikleenovereenkomst. Artikel 93 aanhef en onder c Rv is hier dan ook niet van toepassing.

4.4.

Het standpunt van Meliora c.s. dat het gaat om bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW en dat daarom op grond van artikel 103 Rv bij uitsluiting de kantonrechter bevoegd is, wordt verworpen. Het gaat in dat artikel immers om de relatieve bevoegdheid van de rechter en niet om de absolute bevoegdheid. Dat deze rechtbank relatief bevoegd is, is niet in geschil.

4.5.

Uit het voorgaande volgt dat het onderwerp van het geschil een bruikleenovereenkomst is, zodat onderhavige zaak door de rechtbank, team handel, dient te worden behandeld en beslist. Dit leidt tot de slotsom dat de vordering in het incident dient te worden afgewezen.

4.6.

Meliora c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt Meliora c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van Geestermolen tot op heden begroot op € 543,00,

in de hoofdzaak

5.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 7 oktober 2020 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Haverkate en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2020.1

1 type: DdD coll: NMB