Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6724

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-06-2020
Datum publicatie
03-09-2020
Zaaknummer
8025275 CV EXPL 19-13304
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Vertraagde vlucht is uitgeweken naar Schiphol wegens avondsluiting Eindhoven. Beroep op buitengewone omstandigheden verworpen. Door luchtvaartmaatschappij is onvoldoende toegelicht en aangetoond dat zij niet zelf om een nieuwe CTOT heeft verzocht, maar dat de vertraging te wijten was aan buitengewone omstandigheden waarop zij geen invloed had. Passagiers is geen alternatief vervoer naar eindbestemming aangeboden. Vordering tot compensatie en additionele (taxi)kosten toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8025275 CV EXPL 19-13304

Uitspraakdatum: 17 juni 2020

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]

beiden wonende te [woonplaats] (Duitsland)

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. D.J. von Rosenstiel

tegen

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen: Transavia

gemachtigde: mr. M. Reevers

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 23 augustus 2019 een vordering tegen Transavia ingesteld. Transavia heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Transavia een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Transavia de passagiers op 27 mei 2018 diende te vervoeren van Ibiza (Spanje) naar Eindhoven met vlucht HV6514, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht is vertraagd uitgevoerd en vanwege de avondsluiting van de luchthaven te Eindhoven, uitgeweken naar de luchthaven te Amsterdam. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van Transavia gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

Transavia heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat Transavia, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 811,75, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Transavia vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. Daarnaast vorderen zij aanvullende kosten voor een bedrag van € 311,75, omdat Transavia op grond van artikel 8 lid 3 van de Verordening gehouden is de kosten van de reis van een andere luchthaven naar de luchthaven waarvoor was geboekt te dragen.

4 Het verweer

4.1.

Transavia betwist de vordering. Zij voert aan dat sprake is van buitengewone omstandigheden. Primair voert Transavia aan dat de vlucht restricties opgelegd kreeg door de luchtverkeersleiding. Op 26 en 27 mei 2018 vonden er stakingen plaats bij de Franse luchtverkeersleiding. Frankrijk heeft vanwege zijn grootte en geografische ligging een belangrijke positie binnen het Europese luchtruim. Capaciteitsproblemen, in deze veroorzaakt door een staking, hebben gevolgen voor de luchtuitvoering. In geval van een staking is beperkt vliegverkeer mogelijk, zowel in dat specifieke deel van het luchtruim als in andere delen. Ondanks het feit dat de staking was aangekondigd, is niet aangegeven welke vluchten nadelige gevolgen van de staking zouden ondervinden. Transavia kon hier dan ook niet op anticiperen. Vlucht HV6514 heeft latere slottijden opgelegd gekregen. Subsidiair voert Transavia aan dat de vlucht, naast de stakingsoorzaak, vertraagd is uitgevoerd wegens een verlate binnenkomst van de voorafgaande vlucht en vanwege een opgelegd slot wegens slechte weersomstandigheden. Vanwege de avondsluiting van de luchthaven Eindhoven kon het toestel niet meer landen te Eindhoven en moest het uitwijken naar Amsterdam. Hierdoor is de vertraging voor de passagiers beperkt gebleven. Transavia heeft alle maatregelen getroffen om de vertraging zo beperkt mogelijk te houden.

4.2.

Voorts betwist Transavia buitengerechtelijk kosten en wettelijke rente verschuldigd te zijn.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van méér dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming Eindhoven. Op grond van de Verordening is Transavia gehouden de passagiers hiervoor te compenseren, tenzij Transavia ingevolge artikel 5, lid 3 van de Verordening kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden en dat de vertraging, ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen had kunnen worden. Op grond van punt 14 van de Considerans van de Verordening kunnen dergelijke omstandigheden zich, onder meer, voordoen in geval van stakingen of slechte weersomstandigheden die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.

5.3.

Transavia voert aan dat de vertraging van de vlucht drie oorzaken heeft, te weten een vertraagde binnenkomst van de voorafgaande vlucht, een opgelegd slotbericht vanwege slechte weersomstandigheden en een slotbericht vanwege een staking bij de Franse luchtverkeersleiding. Het eerste slotbericht, opgelegd wegens slechte weersomstandigheden, heeft 15 minuten vertraging veroorzaakt. Het tweede slotbericht, opgelegd wegens de staking, heeft volgens Transavia geleid tot de uiteindelijke vertraging van de passagiers van meer dan drie uur op de eindbestemming. Dit laatste slotbericht heeft een vertraging veroorzaakt van twee uur en 35 minuten, aldus Transavia. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft Transavia verwezen naar diverse slotberichten gericht aan het toestel dat de vlucht in kwestie heeft uitgevoerd. Uit deze berichten volgt dat er een gewijzigde slottijd aan het toestel is toegekend wegens codes WE81 en IE82. WE81 staat voor “Thunderstorm; low visibility; strongcross winds, CB’s; ATFM due to ATC ENROUTE DEMAND/CAPACITY’ en de code IE82 staat voor ‘ATC industrial action – controllers strike – ATFM due to STC STAFF/EQUIPMENT ENROUTE’. Daarnaast heeft Transavia een nieuwsbericht overgelegd waarin wordt vermeld dat er sprake is geweest van een staking van de Franse luchtverkeersleiding.

5.4.

De vraag die voorligt is of Transavia met de door haar overgelegde producties en haar toelichting daarop voldoende heeft aangetoond dat de vertraging van de passagiers het gevolg is van door de luchtverkeersleiding opgelegde besluiten. De door Transavia als producties 1 en 2 overgelegde berichten van de luchtverkeersleiding bevestigen dat de oorspronkelijk slottijd van vlucht HV6514 om 16:45 uur UTC is gewijzigd wegens slechte weersomstandigheden en opnieuw is gewijzigd om 20:40 uur UTC vanwege capaciteitsproblemen. Onvoldoende is gebleken dat de staking bij de Franse luchtverkeersleiding de reden was voor het opleggen van een nieuwe CTOT door de luchtverkeersleiding. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit de overlegde berichten van de luchtverkeersleiding onvoldoende dat het besluiten betreft waarop Transavia geen invloed had. Het volgende is hiervoor redengevend. De oorspronkelijke vertrektijd van vlucht HV6514 was 18:35 uur UTC. Zowel uit productie 1, als productie 2, volgt dat sprake was van een nieuwe EOBT (Estimated Off Block Time), wat duidt op een nieuw aangevraagde vertrektijd voor de vlucht. Door Transavia is onvoldoende toegelicht en aangetoond dat zij niet zelf om een nieuwe CTOT heeft verzocht, maar dat de vertraging te wijten was aan buitengewone omstandigheden waarop zij geen invloed had.

5.5.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat Transavia onvoldoende heeft aangetoond dat de vertraging van vlucht HV6514 is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden. De vordering van de passagiers tot betaling van compensatie van € 250,00 per persoon zal daarom worden toegewezen.

5.6.

Nu Transavia voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht worden toegewezen.

5.7.

Gesteld en onweersproken staat vast dat Transavia aan de passagiers geen alternatief vervoer naar de eindbestemming Eindhoven heeft aangeboden, dan wel een vergoeding hiervoor heeft betaald. Transavia heeft daarmee niet voldaan aan haar verplichtingen die volgen uit artikel 8 lid 3 van de Verordening. Tegen de hoogte van de door de passagiers gevorderde kosten ten behoeve van de taxi naar het vliegveld van Eindhoven heeft Transavia geen afzonderlijk verweer gevoerd. Naar het oordeel van de kantonrechter kunnen deze kosten als noodzakelijk, passend en redelijk worden aangemerkt. De gevorderde additionele kosten van € 311,75 zijn daarom toewijsbaar.

5.8.

Transavia betwist wettelijke rente verschuldigd te zijn, nu zij tevens betwist gehouden te zijn tot compensatie op grond van de Verordening. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

5.9.

De proceskosten komen voor rekening van Transavia, omdat deze ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Transavia tot betaling aan de passagiers van € 811,75, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Transavia tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 99,02;
griffierecht € 231,00;
salaris gemachtigde € 240,00;

6.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter