Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6717

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-06-2020
Datum publicatie
03-09-2020
Zaaknummer
7946555 CV EXPL 19-11062
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Luchtvaartmaatschappij heeft onvoldoende aangetoond dat de passagier voldoende overstaptijd had. Vordering toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7946555 CV EXPL 19-11062

Uitspraakdatum: 17 juni 2020

Vonnis in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats]

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. D.E. Lof en mr. E.J. Hoekstra

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Austrian Airlines A.G.

gevestigd te Wenen (Oostenrijk) en mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen: Austrian

gemachtigde: mr. E.C. Douma

1 Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 20 juni 2019 een vordering tegen Austrian ingesteld. Austrian heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Austrian een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagier heeft vervolgens een akte genomen.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met Austrian een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Austrian de passagier op 3 mei 2019 diende te vervoeren van Caïro (Egypte) naar Wenen (Oostenrijk) met vlucht OS864 en van Wenen naar Amsterdam met vlucht OS377, hierna: de vlucht.

2.2.

De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagier heeft compensatie van Austrian gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

Austrian heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagier vordert dat Austrian, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis.

3.2.

De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat Austrian vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00.

4 Het verweer

4.1.

Austrian betwist de vordering. Zij voert aan dat de passagier, ondanks de vertraging op de vlucht van Caïro naar Wenen, voldoende overstaptijd had om de aansluitende vlucht naar Amsterdam te halen, maar dat hij zich niet tijdig bij de gate heeft gemeld voor deze vlucht. De vertraging heeft de passagier aan zichzelf te wijten. Vlucht OS864 arriveerde aan de gate in Wenen met een vertraging van 24 minuten om 17:49 uur UTC. De aansluitende vlucht naar Amsterdam zou blijkens het overgelegde vluchtrapport vertrekken om 18:15 UTC. Er was sprake van een geplande overstaptijd van 50 minuten, maar door de vertraging had de passagier een feitelijke overstaptijd van 26 minuten. De feitelijke overstaptijd is volgens Austrian voldoende gelet op de MCT (Minimum Connecting Time) op de luchthaven van Wenen van 25 minuten. Van de passagier mag een proactieve houding verwacht worden voor het halen van de vlucht. Aangezien de passagier zich niet tijdig heeft gemeld bij de gate van vlucht OS377, komt hij volgens Austrian op grond van artikel 3 lid 2 van de Verordening niet in aanmerking voor compensatie.

4.2.

Voorts betwist Austrian buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Vast staat dat vlucht OS864 volgens schema om 17:25 uur UTC zou aankomen in Wenen, maar dat deze vlucht in werkelijkheid bij de gate is aangekomen om 17:49 uur UTC. Voorts staat vast dat de minimale overstaptijd op het vliegveld van Wenen 25 minuten bedraagt.

5.3.

De passagier betwist de feitelijke overstaptijd van 26 minuten, dan wel 20 minuten, nu niet vast staat wanneer de deuren van het toestel zijn geopend. Naar het standpunt van de passagier moet dit tijdstip later liggen dan het tijdstip waarop het toestel de gate heeft bereikt. Daarnaast stelt de passagier dat Austrian onvoldoende heeft onderbouwd dat de gate van vlucht OS377 om 18:09 uur UTC sloot, zodat niet duidelijk is wat de exacte overstaptijd was.

5.4.

Uit het Germanwings arrest van het Hof van 4 september 2014 (C-452/13) volgt dat in de Verordening het begrip ‘aankomsttijd’ is gebruikt tot bepaling van de omvang van de door de luchtreizigers geleden vertraging, wat duidt op het tijdstip waarop ten minste een vliegtuigdeur opent, met dien verstande dat de passagiers op dat tijdstip het toestel mogen verlaten.

5.5.

Naar het oordeel van de kantonrechter is het tijdstip van aankomst bij de gate niet gelijk aan het moment waarop de deuren open gaan. Er zal immers eerst gecommuniceerd worden dat het vliegtuig ‘on blocks’ is, waarna de trap of brug aan het vliegtuig wordt bevestigd. Pas daarna kan de bemanning de opdracht verstrekken tot het openen van de deuren. Het moment waarop de deuren worden geopend heeft te gelden als het tijdstip van aankomst.

5.6.

Austrian heeft aangevoerd dat zij niet beschikt over gegevens van het tijdstip waarop de deur van vlucht OS864 opende, maar dat het redelijk is om uit te gaan van één of twee minuten na het tijdstip van ‘on block’. De kantonrechter volgt dat standpunt niet. Van Austrian mag verwacht worden dat zij informatie verstrekt over het tijdstip waarop de deuren zijn geopend. Zonder nadere informatie kan niet worden uitgegaan van een aankomsttijd van 17:49 uur UTC. Austrian heeft verklaard dat de gate van vlucht OS377 om 18:09 uur UTC is gesloten, maar heeft evenmin informatie verstrekt waaruit volgt dat op dat tijdsstip daadwekelijk de gate is gesloten. Het voorgaande leidt dan ook tot de conclusie dat Austrian onvoldoende heeft aangetoond dat de passagier voldoende overstaptijd had. Dit moet voor rekening en risico van Austrian blijven.

5.7.

Nu Austrian voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht worden toegewezen

5.8.

De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

5.9.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Austrian heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De passagier heeft hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

5.10.

De proceskosten komen voor rekening van Austrian, omdat Austrian behalve voor wat betreft de buitengerechtelijke kosten in het ongelijk wordt gesteld. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Austrian tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Austrian tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 99,01;
griffierecht € 81,00;
salaris gemachtigde € 144,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter