Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6623

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
11-09-2020
Zaaknummer
HAA 19/4537
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

PKV

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19/4537

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. B. Wernik),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 16 april 2019 (het primaire besluit 1) heeft verweerder de uitkering die eiser op grond van de Participatiewet ontvangst opgeschort per 11 april 2019.

Bij besluit van 6 mei 2019 (het primaire besluit 2) heeft verweerder de uitkering van eiser per 11 april 2019 ingetrokken en beëindigd per 7 mei 2019.

Bij besluit van 28 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gericht tegen beide primaire besluiten ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De behandeling van het geschil ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2020. Het onderzoek is ter zitting geschorst.

Bij besluit van 9 april 2020, bekend gemaakt op 16 april 2020 heeft verweerder besloten om de bijstandsuitkering van eiser te continueren vanaf 11 april 2019. De besluiten van 16 april 2019, 6 mei 2019 en 28 augustus 2019 worden herroepen en aan eiser is een proceskostenvergoeding in bezwaar van € 1.050,- toegekend.

Eiser heeft bij brief van 31 mei 2020 het beroep ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het beroep heeft eiser verzocht om verweerder ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de bezwaarfase en van de procedure bij de rechtbank.

Nu partijen niet hebben aangegeven om over het verzoek om proceskosten op een zitting te worden gehoord, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de kosten is geregeld in de artikelen 7:15, 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). In het Besluit zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.

2. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.

3. De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingetrokken omdat verweerder tegemoet is gekomen aan eiser en dat eiser tegelijk met de intrekking van het beroep heeft verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.

4. De rechtbank zal het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen toewijzen.

5. De kosten die eiser vergoedt wenst te zien, hebben betrekking op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de procedure bij de rechtbank en komen ingevolge het bepaalde in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten zijn ingevolge het Besluit € 1.050,- in verband met het beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 525,- en wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging is verleend op grond van de Wet op de Rechtsbijstand, moet verweerder op grond van 8:75, tweede lid, van de Awb het bedrag van de proceskosten vergoeden aan de rechtsbijstandverlener van eiser.

6. Ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb dient het door eiser betaalde griffierecht ad € 47,- te worden vergoed door verweerder.

Beslissing

De rechtbank:

- veroordeelt verweerder in de proceskosten in beroep tot een bedrag van € 1.050,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Jochem, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 4 september 2020.

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.