Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6557

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-07-2020
Datum publicatie
31-08-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 4309
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wob, geen inhoudelijk advies bezwaaradviescommissie, heroverweging in bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19 / 1780

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2020 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M. van Weeren),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Hoeneveld).

Procesverloop

Bij besluit van 13 april 2017, verzonden op 20 april 2017, (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 13 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en een aantal documenten alsnog (gedeeltelijk) openbaar gemaakt.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 26 mei 2020. Eiseres is niet in persoon verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder is verschenen in de persoon van J.M. Metselaar, bijgestaan door de gemachtigde.

Bij brief van 3 juni 2020 heeft verweerder zoals ter zitting afgesproken aanvullende stukken aan de rechtbank toegestuurd.

Overwegingen

1.1

Bij brief van 21 februari 2017 heeft eiseres verweerder verzocht om toezending van alle informatie met betrekking tot de aan eiseres verleende PUK-subsidie en de totstandkoming en ontbinding van de grondaankoop ter ontwikkeling van een BSO op [locatie] . Het verzoek betreft in ieder geval (maar niet uitsluitend) :

  • -

    kopieën van alle onderzoeken en rapporten die vanaf 2008 hebben plaatsgevonden;

  • -

    alle (interne) correspondentie vanaf 2008;

  • -

    alle (interne) stukken en adviezen (van ingeschakelde deskundigen) vanaf 2008;

  • -

    alle documenten met betrekking tot de (voorbereiding van de) afspraken tussen de gemeente Haarlemmermeer en derden en/of andere overheidsinstanties, of tussen andere partijen vanaf 2008; en

  • -

    alle documenten, (interne) correspondentie, (interne) stukken en adviezen die betrekking hebben op en/of gaan over het advies van de bezwaarschriftencommissie van 25 juli 2016 (zaaknummer [# 1] ) inzake het bezwaar van eiseres en (de voorbereiding van) de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 januari 2017 (met kenmerk [# 2] ),

1.2

Bij het primaire besluit heeft verweerder de door eiseres gevraagde informatie gedeeltelijk openbaar gemaakt. Aan het besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat er 72 documenten (nr. 1 – 72) zijn aangetroffen. Deze documenten zijn opgenomen in een bij het besluit gevoegde inventarisatielijst. Verweerder heeft een aantal van de documenten slechts gedeeltelijk openbaar gemaakt. De reden daarvoor is dat deze onderdelen niet onder de reikwijdte van het Wob-verzoek vallen of persoonlijke beleidsopvattingen bevatten.

1.3

Bij het bestreden besluit heeft verweerder zijn standpunt ten aanzien van de stukken nr. 1 – 72 gehandhaafd. Verweerder heeft ten aanzien van 11 documenten (nr. 73 – 83) besloten dat deze ook onder de reikwijdte van het verzoek vallen. Verweerder heeft de documenten nr. 73 - 76 in het geheel niet openbaar gemaakt op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wob en artikel 10, tweede lid, onder g, van de Wob. Verweerder heeft op grond van diezelfde redenen de stukken 77 – 84 slechts gedeeltelijk openbaar gemaakt.

2.1

Eiseres voert allereerst aan dat het bestreden besluit in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (meer in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel) tot stand is gekomen. Verweerder heeft de bezwaaradviescommissie alleen voorzien van de ongecensureerde versie van de Wob-stukken, maar niet van de gecensureerde versie. De bezwaaradviescommissie heeft daardoor niet kunnen beoordelen of verweerder terecht heeft geweigerd bepaalde stukken geheel of gedeeltelijk openbaar te maken.

2.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bestreden besluit op rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen. De gecensureerde versie van de Wob-stukken is per ongeluk niet aan de bezwaaradviescommissie verstrekt, waardoor zij geen inhoudelijk advies heeft kunnen geven. Dat doet echter niet af aan de bevoegdheid van verweerder om op het bezwaar van eiseres te beslissen. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat deze gang van zaken in strijd is met artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Verordening adviescommissie bezwaarschriften gemeente Haarlemmermeer (Verordening) , maar dat dit gebrek gepasseerd kan worden op grond van artikel 6:22 van de Awb.

2.3

Vaststaat dat de bezwaaradviescommissie geen inhoudelijk advies heeft gegeven. Dit is in strijd met artikel 7:13 van de Awb, de Verordening en het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank is, anders dan verweerder, van oordeel dat dit gebrek niet gepasseerd kan worden op grond van artikel 6:22 van de Awb. Niet gezegd kan worden dat het aannemelijk is dat eiseres door het feit dat de bezwaaradviescommissie geen inhoudelijk advies heeft gegeven, geen nadeel heeft ondervonden. Een inhoudelijk advies van de bezwaaradviescommissie biedt een extra waarborg voor de algehele heroverweging, die in bezwaar plaats moet vinden. Juist in een zaak als deze, waarin verweerder met een beroep op de vertrouwelijkheid weigert bepaalde stukken (geheel of gedeeltelijk) te openbaren, heeft eiseres daarbij een groot belang. Eiseres had bovendien mogelijk aan de hand van een inhoudelijk advies van de bezwaaradviescommissie haar beroep nader kunnen substantiëren. De beroepsgrond slaagt.

2.4

Gezien het voorgaande zal de rechtbank het beroep van eiseres gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking. De rechtbank heeft daarom geen kennis genomen van de inhoud van de door verweerder naar aanleiding van de zitting nagezonden stukken. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Het is eerst aan verweerder om alsnog op correcte wijze de bewaarprocedure te doorlopen en opnieuw een besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van het gestelde in deze uitspraak. Hiervoor geldt in lijn met artikel 7:10, eerste lid, van de Awb een termijn van 12 weken vanaf de datum van verzending van deze uitspraak. Verweerder dient hiertoe alsnog inhoudelijk advies van de bezwaaradviescommissie in te winnen. Verweerder dient de bezwaaradviescommissie daarvoor alle benodigde informatie te verstrekken. De rechtbank merkt op dat het voor de hand ligt dat er in dit kader opnieuw een hoorzitting zal plaatsvinden.

3. Ten aanzien van de door eiseres verzochte schadevergoeding vanwege een overschrijding van een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), overweegt de rechtbank als volgt. Verweerder heeft in zijn verweerschrift gesteld dat deze schade € 1000,- bedraagt. Tijdens de zitting is gebleken dat de hoogte van dit bedrag tussen partijen niet in geschil is. De rechtbank zal verweerder dan ook veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van € 1000,-.

4. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met het instellen van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een wegingsfactor van 1). De rechtbank bepaalt verder dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht aan eiseres dient te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder binnen 12 weken na de datum van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit neemt op het bezwaar met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- veroordeelt verweerder tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres van € 1000,-;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 174,- vergoedt;

- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1051,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier. De uitspraak is gedaan op 20 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.