Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6540

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-08-2020
Datum publicatie
11-09-2020
Zaaknummer
C/15/305543 / FA RK 20/3872
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De wettelijke beslistermijn voor de rechtbank is met acht dagen overschreden. De rechtbank ziet in deze termijnoverschrijding geen beletsel voor afgifte van de zorgmachtiging, maar zal ter compensatie van het nadeel en ter (zelf)disciplinering de duur van de zorgmachtiging bekorten met het aantal dagen waarmee de beslistermijn is overschreden. Daarbij weegt de rechtbank mee dat ter zitting is gebleken dat betrokkene op 12 augustus 2020 is opgenomen en dat bij naleving van de wettelijke beslistermijn door de rechtbank uiterlijk op 13 augustus 2020 een beslissing op het verzoek zou zijn genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

zaak-/rekestnr.: C/15/305543 / FA RK 20/3872

beschikking van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2020,

naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

wonende te [adres] ,

verblijvende in [verblijfplaats] ,

hierna: betrokkene,

advocaat mr. drs. F. Westenberg, gevestigd te Hoorn.

1 Procedure

1.1.

Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 23 juli 2020, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.

1.2.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring van 22 juli 2020;

  • -

    het zorgplan van 29 juni 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur van 22 juli 2020.

1.3.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op

21 augustus 2020. In verband met de Coronacrisis en de daaruit voortvloeiende gezondheidsrisico’s heeft de zitting conform de landelijke richtlijnen van de rechtspraak telefonisch plaatsgevonden. Alle betrokkenen hebben hiermee ingestemd en aangegeven de zitting te kunnen volgen.

1.4.

De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    [arts-assistent] , arts-assistent.

1.5.

De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:

- maatschappelijke teloorgang.

2.3.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Op grond van het zorgplan, het advies van de geneesheer-directeur en hetgeen is besproken ter zitting, worden gedurende de hele looptijd van de zorgmachtiging (tenzij tussen haakjes anders is vermeld) de volgende vormen van verplichte zorg nodig geacht:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten van betrokkene (voor de periode van maximaal één maand);

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  • -

    opnemen in een accommodatie.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.6.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.

2.7.

De rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn van maximaal drie weken na ontvangst van het verzoekschrift, zoals bepaald in artikel 6:2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wvggz, met acht dagen is overschreden.

Het is de vraag of dit gevolgen moet hebben en zo ja welke gevolgen. De rechtbank overweegt dat de wet geen rechtsgevolgen verbindt aan overschrijding van de beslistermijn en dat ook de parlementaire geschiedenis daarover niets vermeldt. Het nadeel dat betrokkene in dit geval lijdt, is dat hij acht dagen later dan waarop hij mocht rekenen een zitting en beslissing heeft gekregen. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een beperkte termijnoverschrijding, waarbij ook het nadeel voor betrokkene beperkt is. De rechtbank ziet in deze termijnoverschrijding dan ook geen beletsel voor de afgifte van de zorgmachtiging, maar zal ter compensatie van het nadeel en ter (zelf)disciplinering de duur van de zorgmachtiging bekorten met het aantal dagen waarmee de beslistermijn is overschreden. Daarbij weegt de rechtbank mee dat ter zitting is gebleken dat betrokkene op

12 augustus 2020 is opgenomen en dat bij naleving van de wettelijke beslistermijn door de rechtbank uiterlijk op 13 augustus 2020 een beslissing op het verzoek zou zijn genomen.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op

[geboortedatum] te [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.4 is vermeld, alles voor de volledige duur van de zorgmachtiging, tenzij onder 2.4 een kortere duur is vermeld;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 februari 2021.

Deze beschikking is gegeven door mr. drs. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van E.B.B.M. van Linden als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 augustus 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.