Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6533

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-08-2020
Datum publicatie
31-08-2020
Zaaknummer
HAA 19_2242
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Last onder dwangsom. Verjaard. Verweerder niet langer bevoegd tot invordering over te gaan. Daarom geen belang meer bij beoordeling opgelegde last. Beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19/2242

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van20 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 oktober 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser gelast om voor 31 januari 2019 het zonder vergunning geplaatste dakraam in het pand op het perceel [perceel] (het perceel) te verwijderen en verwijdert te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500 ineens dat de overtreding na het verstrijken van de eerder genoemde termijn voortduurt met een maximum van € 1.500,-.

Bij besluit van 5 februari 2019 heeft verweerder de begunstigingstermijn uitgesteld tot zes weken na de datum van verzending van de beslissing op het bezwaarschrift.

Bij besluit van 25 april 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2020. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eiser te vergoeden.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. In artikel 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat in afwijking van artikel 4:104 de bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom verjaart door verloop van een jaar na de dag waarop zij is verbeurd.

3. De begunstigingstermijn van de bij het bestreden besluit gehandhaafde last onder dwangsom is bij besluit van 5 februari 2019 verlengd tot zes weken na de datum van verzending van het bestreden besluit. De aan de last verbonden begunstigingstermijn liep dus af op 6 juni 2019. Eiser heeft ter zitting desgevraagd aangeven dat hij het dakraam niet heeft verwijderd. Door verweerder is verder ter zitting desgevraagd bevestigd dat hij voor
7 juni 2020 geen invorderbeschikking heeft genomen, dat door hem geen stuitingshandelingen zijn verricht en ook de aan de last verbonden begunstigingstermijn door hem niet nogmaals is verlengd. Omdat onder deze omstandigheden de bevoegdheid van verweerder om de aan de last verbonden dwangsom in te vorderen is verjaard, heeft eiser geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit. Voor dit oordeel vindt de rechtbank steun in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 oktober 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:32790).

4. Het beroep is niet-ontvankelijk.

5. Onder voornoemde omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2020 door
mr. J.J. Maarleveld, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier.

griffier rechter


Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.