Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6416

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-08-2020
Datum publicatie
04-09-2020
Zaaknummer
C/15/294790 / FA RK 19-5894
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voornaamswijziging. Vaststelling geboortegegevens

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2020/5558
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Noord-Holland

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnummer: C/15/294790 / FA RK 19-5894

Beschikking van 19 augustus 2020 betreffende voornaamswijziging en inschrijving geboorteakte c.q. vaststelling geboortegegevens

in de zaak van:

[verzoekster] , blijkens Koninklijk Besluit van 16 december 2019 (Nr. [nr.] ) inmiddels genaamd: [verzoekster],

wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

hierna te noemen: verzoekster,

advocaat mr. E.P.J. Appelman, kantoorhoudende te Alkmaar.

De rechtbank merkt als belanghebbende aan:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage,

zetelend te 's-Gravenhage,

hierna te noemen: ABS.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoekster, ingekomen op 17 oktober 2019;

- de brief van de ABS, ingekomen op 29 november 2019;

  • -

    de brief, met bijlagen, van verzoekster, ingekomen op 20 januari 2020;

  • -

    de brief van de ABS, ingekomen op 14 februari 2020 en de mail van de ABS van 25 februari 2020.

1.2.

De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 februari 2020 in aanwezigheid van verzoekster, bijgestaan door mr. E.P.J. Appelman. De ABS is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

1.3.

Na de zitting van 28 februari 2020 zijn nog de volgende stukken overgelegd:

- de brieven van mr. E.P.J. Appelman, ingekomen op 16 maart 2020, op 21 april 2020, op 23 april 2020 met bijlagen, op 28 april 2020 met bijlagen en op 10 juni 2020;

- de brief van de ABS, ingekomen op 29 mei 2020.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Bij de stukken bevindt zich een gewaarmerkt extract van de geboorteakte van verzoekster, afgegeven op 22 juli 2019 (nr. [nr.] ), waaruit blijkt dat verzoekster is geboren op [geboortedatum] te [land] , voormalig [land] .

2.2.

Verzoekster is op [huwelijksdatum] te [plaats] , [land] , gehuwd met [naam] . Bij dit huwelijk verkreeg verzoekster de geslachtsnaam [geslachtsnaam] . Dit huwelijk is ontbonden op [datum] . Nadien is verzoekster gehuwd met [naam] op [huwelijksdatum] te [plaats] , [land] . Bij dit huwelijk verkreeg verzoekster de geslachtsnaam [geslachtsnaam] . Dit huwelijk is ontbonden op [datum] .

2.3.

Verzoekster was tot 18 september 2014 burger van [land] . Vanaf die datum heeft zij (uitsluitend) de Nederlandse nationaliteit.

3 Het verzoek

3.1.

Verzoekster heeft verzocht:

a. een last te geven tot wijziging van haar voornaam van “ [voornaam] ” in “ [voornaam] ”;

b. de ABS te gelasten om haar geboorteakte in te schrijven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage.

3.2.

Ter onderbouwing van het verzoek heeft verzoekster het volgende aangevoerd. Verzoekster ervaart in het dagelijks leven een sterke hinder van haar huidige voornaam. Die naam wordt in [land] , waar verzoekster is geboren, als ouderwets of klassiek gezien en is naar [land] begrippen ook vrij zeldzaam. Omdat zij zelden bij haar naam werd genoemd, is die naam niet bij haar gaan horen en is daarmee niet of nauwelijks onderdeel van haar identiteitsgevoel geworden. Ook wordt haar voornaam in Nederland vaak verkeerd uitgesproken en blijkt het lastig om haar terug te vinden in de Nederlandse registers. Daardoor is bij verzoekster geremdheid ontstaan bij het noemen van haar officiële naam. Haar voornaam werd door haar ouders en directe omgeving in het verleden zelden gebruikt; men koos voor kortere varianten of een koosnaam. Haar moeder noemde haar vaak [voornaam] . Die naam wil zij thans hebben. Voor een Nederlands staatsburger is haar huidige voornaam onpraktisch in die zin dat zij in de systemen moeilijker vindbaar is en haar naam verkeerd wordt uitgesproken. Het zou haar integratie verder kunnen faciliteren als zij een meer gangbare naam zou hebben.

Daarnaast ligt de wens van voornaamswijziging in lijn met de inmiddels bij Koninklijk Besluit van 16 december 2019 (Nr. [nr.] ) goedgekeurde geslachtsnaamwijziging, waarbij de geslachtsnaam van verzoekster is gewijzigd in haar oorspronkelijke geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ”. Daarmee maakt zij als het ware een nieuwe start, hetgeen in psychologische zin waardevol is.

3.3.

Verzoekster heeft ter zitting nog het volgende naar voren gebracht. Uit de stukken is haar oorspronkelijke geslachtsnaam af te leiden, namelijk [geslachtsnaam] . Na haar eerste huwelijk kreeg zij de geslachtsnaam [geslachtsnaam] en na haar tweede huwelijk kreeg zij de geslachtsnaam [geslachtsnaam] . Op grond van voormeld Koninklijk Besluit heeft zij weer haar oorspronkelijke geslachtsnaam [geslachtsnaam] gekregen. Na het Koninklijk Besluit heeft verzoekster op alle documenten (o.a. haar ID-kaart) haar nieuwe geslachtsnaam [geslachtsnaam] gekregen. Ondanks pogingen daartoe is het voor verzoekster niet mogelijk een geboorteakte te krijgen zoals de ABS heeft aangegeven.

Verzoekster is in behandeling bij een psycholoog in verband met psychische problemen. Die problemen hebben te maken met haar huidige voornaam, de oorlog in [land] , de echtscheiding van haar eerste man toen zij een eigen bedrijf en nog jonge kinderen had en de echtscheiding van haar tweede man, omdat hij agressief was. Door al die omstandigheden heeft verzoekster in Nederland moeite gehad om zich aan te passen. Verzoekster heeft ter onderbouwing van het zwaarwegend belang aangegeven dat zij zich schaamt voor haar huidige voornaam, dat zij in Nederland wordt uitgelachen en dat zij niet alleen een andere roepnaam wil, maar een officiële voornaamswijziging.

3.4.

In de na de zitting door mr. E.P.J. Appelman overgelegde brieven met bijlagen heeft verzoekster gepersisteerd bij haar standpunt dat het overgelegde uittreksel van haar geboorteakte vatbaar is voor inschrijving in de registers van de burgerlijke stand, althans dat de door haar overgelegde bewijsstukken voldoende zijn om de afstammingsgegevens af te leiden.

4 Standpunt ABS

4.1.

De Nederlandse wetgeving is erop gericht dat een geboorteakte de volledige juridische historie van een persoon, in chronologische volgorde (voor zover mogelijk) dient weer te geven. De geboortegegevens van een kind dienen te worden opgenomen zoals deze luiden op het moment van geboorte en latere wijzigingen (zoals in dit geval wijziging van de voornaam) dienen afzonderlijk te worden toegevoegd door middel van latere vermeldingen.

Het door verzoekster overgelegde uittreksel is afgegeven op grond van een CIEC overeenkomst. Die akte komt normaal gesproken in aanmerking voor inschrijving. Verzoekster is hierin echter direct opgenomen met de geslachtsnaam die zij na haar huwelijk heeft verkregen “ [geslachtsnaam] ”. Dit geeft niet de situatie weer zoals die was ten tijde van haar geboorte. Daarmee komt dit document niet in aanmerking voor registratie in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.

De ABS wil een volledig afschrift van de akte uit [land] ontvangen ter inschrijving, waarin de geschiedenis vanaf de geboorte van verzoekster is te lezen alsmede de afstammingsgegevens zijn opgenomen. Voorts wil de ABS nog een afschrift van de huwelijksakte van verzoekster ontvangen waaruit blijkt dat zij de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ” heeft verkregen.

De ABS heeft in zijn op 29 mei 2020 ingekomen brief gepersisteerd bij zijn standpunt dat verzoekster geen voor inschrijving vatbare geboorteakte heeft overgelegd, alsmede dat de door verzoekster verstrekte documenten niet voldoende zijn om de afstammingsgegevens te kunnen herleiden.

5 Beoordeling

5.1.

Nu verzoekster in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

5.2.

Ingevolge artikel 10:20 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is Nederlands recht op het verzoek van toepassing.

voornaamswijziging

5.3.

Ingevolge artikel 1:4, vierde lid, BW kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen ingevolge artikel 1:4, tweede lid, BW niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn. Ook dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan bij het verzoek.

5.4

De vraag wanneer er sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang wordt in de wet en de wetsgeschiedenis niet beantwoord. Bruikbare aanknopingspunten voor de beantwoording van die vraag biedt met name de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Uit die jurisprudentie komt het volgende naar voren.

Voornamen zijn een middel om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM.

Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

Steeds dient in dit verband te worden onderzocht of er sprake is van een “fair balance” tussen enerzijds de belangen van het individu en anderzijds de belangen van de staat, waarbij niet uit het oog kan worden verloren dat de staat een zekere mate van beoordelingsvrijheid toekomt.

Bepalend bij de vraag of een weigering om een bepaalde voornaam toe te kennen een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, is de mate van ongemak/overlast (“the degree of inconvenience”) die de betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen, waaronder ook de vraag of het voor de betrokkene feitelijk toch mogelijk is de gewenste voornaam te voeren.

5.5.

Gelet op de door verzoekster aangevoerde gronden, haar toelichting ter zitting en de door haar overgelegde verklaring van de GZ-psycholoog is de rechtbank van oordeel dat verzoekster een voldoende zwaarwichtige belang heeft bij wijziging van haar voornaam. Daarnaast is gesteld noch gebleken van redenen van openbaar belang en evenmin van de in artikel 1:4, tweede lid, BW vermelde belemmeringen, welke zich zouden verzetten tegen toewijzing van het verzoek. Het verzoek zal op na te melden wijze worden toegewezen.

Inschrijving geboorteakte dan wel vaststelling geboortegegevens

5.6.

De rechtbank stelt voorop dat een voornaamswijziging - indien toegewezen - eerst tot stand komt doordat van de beschikking waarbij de voornaamswijziging is gelast een latere vermelding aan de geboorteakte wordt toegevoegd. In geval van wijziging van de voornamen van een buiten Nederland geboren persoon geeft de rechtbank die de beschikking geeft, voor zoveel nodig ambtshalve hetzij een last tot inschrijving van de akte van geboorte dan wel van de akte of de uitspraak, bedoeld in artikel 25, eerste lid, BW, hetzij de in artikel 25c BW bedoelde beschikking.

5.7.

De ABS heeft aangegeven dat er geen geboorteakte van verzoekster is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand te Den Haag en dat de door verzoekster overgelegde geboorteakte niet kan worden ingeschreven. De ABS acht de door verzoekster overgelegde gegevens niet toereikend om de afstammingsgegevens af te leiden.

5.8.

Ingevolge artikel 1:25c, eerste lid, onder c, BW dient, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, de rechtbank de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast te stellen indien op grond van Boek 1 BW een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.

Artikel 1:25c, tweede lid, BW bepaalt dat de rechtbank daarbij rekening moet houden met alle bewijzen en aanwijzingen omtrent de omstandigheden waaronder, en het tijdstip waarop de geboorte moet hebben plaatsgehad. De geslachtsnaam, de voornamen, alsmede de plaats en de dag van de geboorte van de vader en van de moeder moeten worden vastgesteld, voor zover daarvoor aanwijzingen zijn verkregen.

5.9.

De rechtbank gaat er op basis van de stellingen van verzoekster van uit dat zij niet in staat is een andere geboorteakte in het geding te brengen dan zij heeft gedaan. Deze akte kan door de ABS niet worden ingeschreven. Anders dan de ABS is de rechtbank van oordeel dat uit de door verzoekster overgelegde stukken de afstammingsgegevens van verzoekster voldoende zijn af te leiden. De rechtbank zal dan ook de geboortegegevens van verzoekster vaststellen op na te melden wijze en de ABS gelasten aan de hand van deze gegevens een geboorteakte op te maken en in te schrijven.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1.

stelt de geboortegegevens van verzoekster vast als volgt:

- naam : [naam]

- voornamen : [voornaam]

- dag van geboorte: : [geboortedatum]

- plaats van geboorte : [plaats] , Joegoslavië

- geslacht : F (vrouwelijk)

- naam vader : [naam]

- voornamen vader : [voornaam]

- dag van geboorte vader : [geboortedatum]

- plaats van geboorte vader : [plaats] , Joegoslavië

- naam moeder : [naam]

- voornamen moeder : [voornaam]

- dag van geboorte moeder : [geboortedatum]

- plaats van geboorte moeder : [plaats] , Joegoslavië;

6.2.

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand de geboorteakte aan de hand van voornoemde gegevens op te maken en in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;

6.3.

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag de voornaam van verzoekster, zoals vermeld in de met voormelde geboortegegevens opgemaakte geboorteakte, te wijzigen in die zin dat deze voortaan luidt: [voornaam] ;

6.4.

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.J. Berkers, rechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2020.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.