Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6400

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-08-2020
Datum publicatie
24-11-2020
Zaaknummer
HAA 19/4964
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

PKV toewijzen. Kostenvergoeding door verweerder reeds toegezegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2020/3565
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

zittingsplaats Haarlem

Sector bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19/4964

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 augustus 2020in de zaak tussen

[X] , te [Z] , eiseres(gemachtigde: T.M.H. Carrilho),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres, gericht tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018, niet-ontvankelijk verklaard.

Eiseres heeft bij brief van 30 september 2019 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft de rechtbank Amsterdam dit beroep bij brief van 4 oktober 2019 ter verdere behandeling aan deze rechtbank doorgezonden.

Verweerder heeft bij brief van 13 februari 2020 meegedeeld dat er om reden van proces economie een voorstel aan de gemachtigde van eiseres is gedaan om het beroep in te trekken tegen vergoeding van het betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van 0,5 punt.

Eiseres heeft bij email bericht van 13 februari 2020 aan verweerder bericht dat zij akkoord gaat met dit voorstel en dat het beroep wordt ingetrokken.

Eiseres heeft het beroep bij brief van 1 maart 2020 ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het beroep heeft eiseres verzocht om verweerder ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de rechtbank.

Partijen hebben desgevraagd niet te kennen gegeven dat zij voor afdoening van de zaak op zitting willen worden gehoord.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de kosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). In het Besluit zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.

2. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan eiser is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.

3. De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingetrokken omdat verweerder tegemoet is gekomen aan eiseres en dat eiseres tegelijk met de intrekking van het beroep heeft verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.

4. Verweerder heeft in de brief van 13 februari 2020 meegedeeld dat er om reden van proces economie een voorstel aan de gemachtigde van eiseres is gedaan om het beroep in te trekken tegen vergoeding van het betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van 0,5 punt. De rechtbank begrijpt hieruit dat verweerder het standpunt inneemt dat eiseres recht heeft op een proceskostenvergoeding tot dat bedrag. Uit de email van eiseres van 13 februari 2020 aan verweerder begrijpt de rechtbank dat eiseres akkoord gaat met een proceskostenvergoeding tot dat bedrag.

5. De rechtbank zal het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen toewijzen.

6. De kosten die eiseres vergoed wenst te zien hebben betrekking op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de procedure bij de rechtbank en komen ingevolge het bepaalde in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten zijn ingevolge het Besluit € 262,50 in verband met het beroep (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5).

7. Ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb dient het door eiseres betaalde griffierecht

Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 262,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Koenis, rechter, in aanwezigheid van
N. Joacim, griffier.

Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de het gerechtshof te Amsterdam.