Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6325

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-08-2020
Datum publicatie
31-08-2020
Zaaknummer
AWB - 18 _ 5192
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WMO regiotaxipas. Beroep ongegrond. Beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 18/5192

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. V.Y. Jokhan),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 24 april 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een regiotaxipas op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) alsnog afgewezen. Het toekenningsbesluit van 10 april 2018 is komen te vervallen.

Bij besluit van 23 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het

onderzoek ter zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek heden

gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres is bekend met pijnklachten aan het bewegingsapparaat en de gewrichten.

1.1

Op 10 april 2018 heeft eiseres een regiotaxipas aangevraagd. Verweerder heeft voor het aanvragen van een regiotaxipas voor een laagdrempelige werkwijze gekozen. Dit houdt in dat in beginsel een medewerker van het contactpunt van het Sociaal Plein beoordeelt of een pas kan worden verstrekt. Dit wordt gedaan naar aanleiding van de gegevens die in het gesprek aan de orde komen. Bij deze werkwijze hoort als tweede stap dat toetsing achteraf door de kwaliteitsmedewerkers kan plaatsvinden. Naar aanleiding van een gesprek met een medewerker van het Sociaal Plein (mevrouw [naam 1] ) is aan eiseres bij besluit van 10 april 2018 een regiotaxipas toegekend.

1.2

Vervolgens heeft een toetsing achteraf plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder geconcludeerd dat de toezegging op basis van alleen het gesprek onvoldoende is geweest. Verweerder heeft de regiotaxipas vervolgens ingetrokken. Eiseres is hiervan op 17 april 2018 telefonisch op de hoogte gebracht. Verweerder heeft daarbij aangegeven dat als eiseres toch in aanmerking wil komen voor een regiotaxipas, zij medische stukken moet aanleveren waaruit blijkt dat zij niet in staat is om met het openbaar vervoer te reizen. Eiseres heeft aangegeven dat zij dit niet wil. Vervolgens heeft verweerder het primaire besluit genomen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

1.3

In bezwaar heeft verweerder aanleiding gezien advies te vragen aan een medisch adviseur van [naam 2] . Verweerder stelt zich in het bestreden besluit, onder verwijzing naar het advies van de commissie voor bezwaarschriften, op het standpunt dat er geen reden is om een indicatie voor een regiotaxipas af te geven. Dit volgt uit het medisch advies van [naam 2] van 11 juli 2018. Uit dit advies volgt dat eiseres in staat is te reizen met het openbaar vervoer en dat zij naar de dichtstbijzijnde halte kan lopen. Verder kan zij adequaat instappen, plaatsnemen en uitstappen in/uit de bus, metro, trein of tram en kan zij samen met anderen reizen.

2. Eiseres stelt in beroep dat verweerder het vertrouwensbeginsel heeft geschonden. Volgens haar heeft verweerder het vertrouwen gewekt dat zij recht had op een regiotaxipas. Dit blijkt uit het besluit van 10 april 2018 waarin verweerder heeft besloten aan eiseres een regiotaxipas toe te kennen. Verweerder heeft de regiotaxipas ook daadwerkelijk aan eiseres verstuurd en zij heeft deze op 13 april 2018 ontvangen. Eiseres stelt dat deze omstandigheden onmiskenbaar kunnen worden aangemerkt als een aan het bestuursorgaan toe te rekenen, concrete en ondubbelzinnige toezegging die is gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waarvan eiseres mocht veronderstellen dat zij het bevoegde bestuursorgaan vertolkte, te weten mevrouw [naam 1] . Ter onderbouwing van haar stelling heeft eiseres gewezen op de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 juli 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1946). Eiseres is benadeeld nu zij door een fout van verweerder opnieuw is aangewezen op het openbaar vervoer. Het standpunt van verweerder dat eiseres niet zou zijn benadeeld, omdat zij de regiotaxipas nog niet heeft gebruikt, acht eiseres onbegrijpelijk en onjuist.

Daarnaast stelt eiseres dat verweerder in strijd heeft gehandeld met artikel 4, eerste en tweede lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerhugowaard 2018 (de Verordening). Hieruit volgt dat verweerder alle voor het onderzoek van belang zijnde gegevens en bescheiden van eiseres dient te verzamelen. Omdat verweerder eiseres niet heeft verzocht deze gegevens te verschaffen, heeft verweerder niet aan zijn verplichtingen voldaan. Dit kan eiseres niet worden verweten.

3. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

3.1

Verweerder heeft niet in strijd gehandeld met artikel 4, eerste en tweede lid, van de Verordening. Uit het rapportformulier beƫindiging Wmo van 18 april 2018 volgt dat verweerder heeft getracht bij eiseres medische gegevens te verkrijgen die voor het onderzoek van belang zijn. Eiseres heeft dit echter geweigerd. Dit betekent niet dat verweerder niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Verder volgt uit het rapport van [naam 2] van 11 juli 2018 dat eiseres tijdens het onderzoek medische informatie ter beschikking heeft gesteld, te weten informatie van de revalidatiearts van 29 november 2017, 26 juni 2018 en 25 april 2018, de pijnspecialist van 16 april 2018, de plastisch chirurg van 23 februari 2017, de reumatoloog van 2 juli 2014 en 2 september 2016 en de ergotherapeut van 30 maart 2016. De medisch adviseur van [naam 2] heeft deze informatie bij zijn beoordeling betrokken. Gelet op het voorgaande beschikte de medisch adviseur over voldoende gegevens om tot een afgewogen oordeel over de medische gesteldheid van eiseres te komen. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid van het medische oordeel. Eiseres heeft in beroep geen inhoudelijke gronden ingediend tegen de afwijzing van de regiotaxipas. Desgevraagd heeft de rechtbank haar nog een termijn gegeven voor het indienen van aanvullende gronden. Eiseres heeft deze termijn echter onbenut gelaten.

3.2

Verder heeft eiseres een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel. Bij uitspraak van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1694) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor een beoordeling van het beroep op het vertrouwensbeginsel een stappenplan uiteengezet.

3.3

Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is vereist dat de betrokkene aannemelijk maakt dat van de zijde van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en, zo ja, hoe het bestuursorgaan in een concreet geval een bevoegdheid zou uitoefenen.

3.4

Niet in geschil is dat verweerder bij besluit van 10 april 2018 aan eiseres een regiotaxipas heeft toegekend. Gelet daarop is sprake van een toezegging door verweerder.

3.5

Verder is vereist dat de toezegging, andere uitlating of gedraging aan het bevoegde bestuursorgaan kan worden toegerekend. Dat is het geval indien de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht veronderstellen dat degene die de uitlating deed of de gedraging verrichtte de opvatting van het bevoegde orgaan vertolkte.

3.6

De rechtbank overweegt dat de toezegging is gedaan middels het besluit van 10 april 2018. Dit besluit is ondertekend door de Burgemeester en wethouders van Heerhugowaard, namens hen mevrouw [naam 1] , medewerker Het Sociaalplein. Gelet hierop mocht eiseres er naar het oordeel van de rechtbank van uit gaan dat degene die de uitlating deed de opvatting van verweerder vertolkte.

3.7

Eiseres mocht gelet op wat hierboven is overwogen de gerechtvaardigde verwachting hebben dat zij recht had op een regiotaxipas.

3.8

Dat sprake is van gerechtvaardigde verwachtingen betekent niet dat daaraan altijd moet worden voldaan. Zwaarder wegende belangen, zoals het algemeen belang of belangen van derden, kunnen daaraan in de weg staan. Bij deze belangenafweging kan ook een rol spelen of de betrokkene op basis van de gewekte verwachtingen handelingen heeft verricht of nagelaten als gevolg waarvan hij schade heeft geleden of nadeel heeft ondervonden.

3.9

In dit geval is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet gehouden is aan de gerechtvaardigde verwachtingen te voldoen. Zoals verweerder ook heeft aangegeven verdient de gehanteerde werkwijze geen schoonheidsprijs, maar is achteraf gebleken dat sprake is van een onjuist besluit. Het is een bestuursorgaan toegestaan een eerder genomen besluit dat naar zijn opvatting onjuist is, in te trekken of te wijzigen. Verder kan de rechtbank verweerder volgen dat eiseres niet is benadeeld nu zij weer is aangewezen op het openbaar vervoer. Zij heeft de regiotaxipas weliswaar ontvangen, maar daar nog geen gebruik van gemaakt. Verder is geen sprake van benadeling omdat eiseres in staat is geacht gebruik te maken van het openbaar vervoer. Dat eiseres zich heeft verheugd op het gebruik van de regiotaxipas is onvoldoende om aan te nemen dat eiseres nadeel heeft ondervonden. Daarbij acht de rechtbank ook van belang dat verweerder eiseres al na een week op de hoogte heeft gebracht van de intrekking van de toekenning. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt dus niet.

4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 20 augustus 2020 door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van I.M. Wijnker-Duiven, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.