Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6156

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-08-2020
Datum publicatie
14-09-2020
Zaaknummer
C/15/305627 / FA RK 20-3921
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg. Omdat bezwaar wordt gemaakt tegen het telefonisch horen, wordt verzocht de machtiging te verlenen voor de duur van zes in plaats van twaalf maanden. De rechtbank wijst de machtiging toe voor twaalf maanden en zet uiteen waarom rechtbank Noord-Holland GGZ-zaken (nog steeds) telefonisch afdoet. Er is niet gebleken dat deze wijze van behandeling afbreuk doet aan het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

zaak-/rekestnr.: C/15/305627 / FA RK 20-3921

beschikking van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2020,

naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] ,

thans verblijvende in [verblijfplaats] ,

hierna: betrokkene,

advocaat mr. A.S. Kamphuis, gevestigd te Amsterdam.

1 Procedure

1.1.

Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 juli 2020, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.

1.2.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring van 17 juli 2020;

  • -

    het zorgplan van 13 juli 2020;

  • -

    de zorgkaart van 15 juli 2020;

  • -

    een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 juni 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur van 20 juli 2020.

1.3.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2020. In verband met de coronacrisis en de daaruit voortvloeiende gezondheidsrisico’s heeft de zitting conform de landelijke richtlijnen van de rechtspraak telefonisch plaatsgevonden.

1.4.

Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    [psychiater] , psychiater;

  • -

    [teamleider] , teamleider van de afdeling.

1.5.

De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een depressieve episode in het kader van een bipolaire I stoornis.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:

  • -

    levensgevaar;

  • -

    ernstig lichamelijk letsel;

  • -

    maatschappelijke teloorgang.

2.3.

Om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Op grond van het zorgplan, het advies van de geneesheer-directeur en wat is besproken ter zitting, worden de volgende vormen van verplichte zorg nodig geacht:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, danwel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten van betrokkene, indien noodzakelijk bij agressie of suïcidaliteit, zo kort mogelijk;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  • -

    opnemen in een accommodatie.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.6.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.

2.7.

Namens betrokkene is bezwaar gemaakt tegen het telefonisch horen. Betrokkene, de advocaat, de psychiater en de teamleider zijn in de accommodatie aanwezig en de betreffende ruimte is geschikt voor een fysieke zitting. Daarnaast is het de advocaat bekend dat andere rechtbanken wel weer fysieke zittingen op locatie houden. Het in persoon horen van betrokkene is een groot goed. Namens betrokkene wordt niet verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak, omdat een nieuwe zitting ook weer spanning geeft. Verzocht wordt de zorgmachtiging voor zes maanden in plaats van twaalf maanden te verlenen, vanwege de beperkte juridische waarborgen waarmee de huidige procedure is omgeven. Daarbij speelt ook mee dat de psychiater die bij de zitting aanwezig is, niet de behandelend psychiater is. Tot slot zet een kortere termijn de nodige druk op de zoektocht naar een kanswoning voor betrokkene.

2.8.

De rechtbank overweegt als volgt. Het is zeer invoelbaar dat betrokkene en de advocaat moeite hebben met het telefonisch horen. Ook voor de rechtbank is een fysieke zitting het uitgangspunt. Als gevolg van de uitbraak van het coronavirus ligt dat nu helaas anders. Gelet op het bepaalde in artikel 2, eerste lid, Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid is de vraag of het mogelijk is een fysieke zitting te houden. Bij een recente rondgang langs de GGZ-instellingen in Noord-Holland is door de rechtbank bevonden dat het in algemene zin nog niet mogelijk is met inachtneming van de Landelijke richtlijn fysiek horen in instellingen van 1 juli 2020 veilig en verantwoord fysieke zittingen te houden, ook al zijn er op sommige locaties geschikte ruimtes beschikbaar. Er moet namelijk ook rekening worden gehouden met de vervoersbewegingen en de interne verplaatsingen die voor deze zitting en zittingen zoals deze in het algemeen, gemaakt moeten worden. Dat moet allemaal op een veilige en verantwoorde manier kunnen en organisatorisch te plannen zijn, ook met het oog op de continuïteit van de rechtspleging. De omstandigheid dat de ruimte waar betrokkene en de overige procesdeelnemers zich bevinden volgens hen geschikt zou zijn voor een fysieke zitting, is dus niet de enige van belang zijnde factor. Bij de afweging van de betrokken belangen weegt het belang van de volksgezondheid in het algemeen en de veiligheid van de betrokkenen bij de zitting en de medewerkers van de rechtbank in het bijzonder, en daarnaast de continuïteit van de rechtspleging, het zwaarst. De rechtbank is van oordeel dat niet gebleken is dat er door het telefonisch horen afbreuk wordt gedaan aan het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM. De rechtbank betrekt daarbij dat de advocaat van betrokkene wel fysiek ter plaatse aanwezig is geweest en dat betrokkene en de advocaat de gelegenheid hebben gehad het woord te voeren, van welke gelegenheid ook ruimschoots gebruik is gemaakt.

2.9.

De rechtbank ziet geen aanleiding de zorgmachtiging voor zes maanden in plaats van de verzochte twaalf maanden toe te wijzen. In de eerste plaats is, zoals hiervoor is overwogen, geen sprake van een gemankeerde procedure. Verder is gebleken dat de ter zitting gehoorde teamleider goed op de hoogte is van de hoed en de rand van de behandeling van betrokkene, zodat het bezwaar dat de behandelend psychiater niet aanwezig is geen doel treft en de rechtbank zich voldoende voorgelicht acht. Tot slot valt niet te verwachten dat een kortere termijn de uitstroom van betrokkene naar een kanswoning zal bespoedigen. De rechtbank heeft er op grond van het verhandelde op de zitting vertrouwen in dat de inspanningen van de instelling en de maatschappelijk werker erop gericht zijn betrokkenes verblijf in de accommodatie zo kort mogelijk te laten voortduren.

2.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden, en geldt aldus tot en met 10 augustus 2021.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.4 is vermeld, alles voor de volledige duur van de zorgmachtiging, tenzij onder 2.4 een kortere duur is vermeld.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 augustus 2021.

Deze beschikking is gegeven door mr. G. Drenth, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.A.C. Sinnige als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 augustus 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.