Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6139

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-08-2020
Datum publicatie
14-08-2020
Zaaknummer
7507407
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Wijziging pensioenregeling. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer(s) (stilzwijgend) hebben ingestemd met de wijziging van de pensioenregeling. De uitspraak houdt mede verband met de uitspraak van de Hoge Raad van 29 november 2019, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, met nummer ECLI:NL:HR:2019:1869 (Janshen-Hahnraths)).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PR-Updates.nl PR-2020-0142
PJ 2020/133
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7507407 \ CV EXPL 19-1338

Uitspraakdatum: 12 augustus 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiseres 1], wonende te [woonplaats 1],

2. [eiseres 2], wonende te [woonplaats 2],

eisers

verder gezamenlijk te noemen: [eisers],

en afzonderlijk te noemen: [eiseres 1] en [eiseres 2]

gemachtigde: mr. ing. H.J.M. Smelt

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Casino Sevens Velsen B.V.

gevestigd te IJmuiden

gedaagde

verder te noemen: Casino Sevens

gemachtigde: mr. E.V.C. Savelkoul

1 Het procesverloop

1.1.

[eisers] hebben bij dagvaarding van 29 januari 2019 een vordering tegen Casino Sevens ingesteld. Nadat de procedure op verzoek van partijen is aangehouden totdat de Hoge Raad uitspraak zou hebben gedaan in het door Casino Sevens ingestelde cassatieberoep tegen de op 20 februari 2018 door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen arresten, heeft Casino Sevens op 5 februari 2020 schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 17 juni 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. Daarbij is ook de procedure met zaaknummer 7413965 CV EXPL 18-11347 behandeld. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eisers] en Casino Sevens hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting hebben [eisers] bij brief van 2 juni 2020 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[eisers] zijn vóór 1 januari 2014 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van Casino Sevens, te weten Fair Play Centers (IJmuiden) B.V. (hierna: FPC). Op de arbeidsovereenkomsten is het Janshen Hahnraths Arbeidsreglement (hierna: JAR) van toepassing.

2.2.

FPC heeft met ingang van 1 januari 2014 de wijze waarop de pensioenpremie over de werknemer en FPC wordt verdeeld, gewijzigd, in die zin dat de premie niet langer geheel voor rekening komt van FPC, maar voor een deel ook voor rekening van de werknemers. Op grond van deze nieuwe regeling kwam in 2014 10%, in 2015 20% en sinds 1 januari 2016 30% van de verschuldigde pensioenpremie ten laste van de werknemer. Aan de werknemers van FPC is in 2014 een eenmalige compensatie toegekend van maximaal € 100,00 bruto (naar rato van het dienstverband). Casino Sevens heeft deze inhouding van de eigen bijdrage na de overname gecontinueerd.

2.3.

De groepsondernemingsraad (hierna: de GOR) van de Janshen-Hahnraths Group heeft in december 2013 ingestemd met de wijziging van de pensioenregeling.

2.4.

Bij brief van 20 december 2013 zijn alle werknemers van de Janshen-Hahnraths Group geïnformeerd over de wijziging van de pensioenregeling. In deze brief staat onder meer:

De huidige economische en financiële situatie heeft grote gevolgen voor bedrijven, financiële instellingen en hun werknemers. Bedrijfsresultaten staan sterk onder druk. Dekkingsgraden van pensioenfondsen zijn sterk afgenomen en bij een aantal fondsen zelfs onder het vereiste wettelijke minimum percentage gezakt. Om die redenen is door de directie van de Janshen-Hahnraths Group (hierna: JH Group) aan de (…) GOR (…) in 2011 een instemmingsverzoek verstuurd om de huidige pensioenregeling aan te passen. (…) Op 18 december jl. hebben JH Group en de GOR overeenstemming bereikt en gezamenlijk het navolgende besluit genomen. (…)

JH Group wenst niet voor het maximum te gaan, maar zal wel een eigen bijdrage invoeren. Vanaf 1 januari 2014 geldt daarom een eigen bijdrage voor medewerkers van 30% van de af te dragen pensioenpremie. De eigen bijdrage in de pensioenpremie zal door werkgever maandelijks op het brutoloon worden ingehouden, waarna werkgever de volledige pensioenpremie aan PMT betaalt. (…) Om de financiële impact van de eigen bijdrage voor medewerkers te dempen, is er een overgangsregeling ingesteld: (…)

We gaan er vanuit je met dit schrijven voldoende te hebben geïnformeerd, mochten er nog vragen zijn, dan kun je terecht bij jouw leidinggevende. Mocht deze het antwoord niet direct kunnen geven, zal deze de vragen inventariseren en uiteindelijk doorgeven aan de afdeling P&O. (…).

2.5.

In de eerste nieuwsbrief van 2014 van de ondernemingsraad (hierna: OR) van de Janshen-Hahnraths Group staat onder meer:

Zoals jullie reeds eind december hebben vernomen zal per 1 januari 2014 een wijziging worden doorgevoerd in onze pensioenregeling. In plaats van dat de pensioenpremie, zoals tot nu toe gebruikelijk was, geheel door de werkgever wordt betaald zullen wij als werknemer nu ook een deel voor onze rekening nemen. (...) De OR heeft bedongen dat de eigen bijdrage gefaseerd ingevoerd gaat worden te weten 10% in 2014, 20% in 2015 en uiteindelijk in 2016 30% en niet zoals bestuurder voorstelde meteen 30% met ingang van 1 januari 2014; (...)

Hiernaast heeft de OR een eenmalige compensatie uit onderhandeld van 100 euro bruto per medewerker, uiteraard na rato dienstverband. Deze compensatie wordt betaald aan iedere medewerker die op 15-12-2014 in dienst is. (…).

2.6.

Bij brief van 26 november 2015 heeft [naam], hoofd Personeel & Organisatie, namens FPC aan de werknemers geschreven:

Betreft: aanpassing JAR per 1 januari 2016 (…)

Zoals reeds aangekondigd, hebben Ondernemingsraad en Directie van Janshen-Hahnraths Group overeenstemming bereikt over een wijziging van het Janshen-Hahnraths Arbeids- voorwaardenreglement (hierna: “JAR”). De uitkomst van deze constructieve onderhandelingen is, dat er nu een totaalpakket aan arbeidsvoorwaarden komt, dat perfect past binnen de gekozen strategie van onze organisatie. (…) Het aangepaste JAR zal per 1 januari 2016 worden ingevoerd.

Voor de voornaamste wijzigingen die op jou van toepassing zijn, verwijzen wij je naar de bijgevoegde informatiebrief (zie bijlage). Op de bijgevoegde USB-stick staat het nieuwe JAR (inclusief de vernieuwde salaristabel). (…)

We verzoeken je bijgevoegde informatiebrief en het JAR aandachtig door te lezen. Waarbij we ervan uitgaan dat iedereen bekend is met de inhoud van de aangepaste JAR, die vanaf 1 januari 2016 zal gaan gelden.

2.7.

Artikel 6.1. lid 4 van het JAR luidt:

Voor de medewerkers geldt een eigen bijdrage van 30% van de af te dragen pensioenpremie. De medewerker machtigt JHG om de door hem verschuldigde bijdragen in de pensioenpremie op het bruto maansalaris in te houden. JHG zorgt voor afdracht van de totaal verschuldigde pensioenpremie aan het pensioenfonds voor de Metaal en Technische Bedrijfstakken.

2.8.

In 2014 zijn door vijf werknemers van FPC en Janshen-Hahnraths Exploitatie B.V. gerechtelijke procedures aanhangig gemaakt bij de kantonrechter te Limburg en Oost-Brabant tegen de wijziging van de pensioenregeling. In die procedures is door de kantonrechters geoordeeld dat FPC een zodanig zwaarwichtig belang had bij de eenzijdige wijziging van de pensioenregeling, dat de belangen van de werknemers die daardoor worden geschaad, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dienen te wijken. De vorderingen van de werknemers zijn afgewezen. Vier van de vijf werknemers zijn van die beslissing in hoger beroep gekomen.

2.9.

In 2018 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld – kort gezegd – dat de argumenten die FPC en Janshen-Hahnraths Exploitatie B.V. aan de wijziging ten grondslag hadden gelegd geen zwaarwichtig belang opleveren in de zin van artikel 7:613 BW (zie de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 februari 2018, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, met nummer ECLI:NL:GHSHE:2018:685). Het hof heeft FPC veroordeeld tot restitutie van de inhoudingen van de werknemersbijdrage in de pensioenpremie en tot staking en het gestaakt houden van de inhouding van de werknemersbijdrage in de pensioenpremie.

2.10.

Bij brieven van 14 mei 2018 is FPC namens [eisers] verzocht en gesommeerd om de inhoudingen van de eigen bijdrage pensioenpremie vanaf 1 januari 2014 te restitueren en om deze te staken tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst. FPC heeft op 18 mei en 11 juli 2018 aangegeven hieraan geen gehoor te zullen geven.

2.11.

FPC en Janshen-Hahnraths Exploitatie B.V. hebben beroep in cassatie ingesteld tegen de hiervoor genoemde uitspraak van het hof. In 2019 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 29 november 2019, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, met nummer ECLI:NL:HR:2019:1869 (Janshen-Hahnraths)).

3 De vordering en het verweer

3.1.

[eisers] vorderen dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Casino Sevens/ FPC niet tot invoering van de eigen werknemers bijdrage voor de pensioenpremie van 30% per 1 januari 2014 mochten overgaan, en Casino Sevens veroordeelt tot het terugbetalen van de inhoudingen van de eigen bijdrage van de pensioenpremie op het loon over de periode van 1 januari 2014 tot en met de datum van het vonnis, en Casino Sevens veroordeelt tot het staken en gestaakt houden van die inhoudingen op het loon. [eisers] leggen aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de eigen bijdrage in de pensioenpremie eenzijdig en zonder deugdelijke rechtsgrond is ingevoerd. [eisers] stellen dat zij in dezelfde rechtspositie verkeren als de werknemers in de procedure bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Er zou sprake zijn van rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid als voor de werknemers in die procedure een andere maatstaf zou gelden dan voor [eisers]

3.2.

Casino Sevens betwist de vordering en stelt dat deze moet worden afgewezen. Casino Sevens voert daartoe aan – samengevat – dat de wijziging van de pensioenregeling voldoet aan de eisen van artikel 7:613 BW en dat [eisers] niet in dezelfde rechtspositie verkeren als de vier werknemers die door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch in het gelijk zijn gesteld. [eisers] hebben volgens Casino Sevens ook stilzwijgend ingestemd met de wijziging van de pensioenregeling, althans hebben zij deze wijziging geaccepteerd. Ook meent Casino Sevens dat de zogenoemde klachtplicht is geschonden. Verder voert Casino Sevens aan dat de vordering van [eiseres 1] hooguit tot 1 juni 2018 kan worden toegewezen, omdat met [eiseres 1] nadere afspraken zijn gemaakt over de arbeidsvoorwaarden per 1 juni 2018.

4 De beoordeling

4.1.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de procedure met zaaknummer 7413965 CV EXPL 18-11347. Ter zitting hebben partijen ermee ingestemd dat bij de beoordeling rekening wordt gehouden met de in beide zaken overgelegde stukken.

4.2.

Het gaat in deze zaak kort gezegd om de vraag of Casino Sevens de eigen bijdrage voor de pensioenpremie die zij heeft ingehouden op het loon van [eisers] moet terugbetalen en of Casino Sevens de inhoudingen van de eigen bijdrage moet staken en gestaakt houden.

4.3.

De wijziging van de pensioenregeling door invoering van een eigen bijdrage voor de werknemers in de pensioenpremie, zoals FPC die per 1 januari 2014 heeft ingevoerd, betreft een wijziging van de arbeidsvoorwaarden ten nadele van [eisers]

4.4.

Een wijziging van de pensioenregeling is een wijziging van de arbeidsovereenkomst, waarvoor een daartoe strekkende nadere overeenkomst tussen werkgever en werknemer vereist is. Een werkgever mag er slechts op vertrouwen dat een individuele werknemer heeft ingestemd met een wijziging van de arbeidsvoorwaarden die een verslechtering daarvan inhoudt, indien aan de werknemer duidelijkheid over de inhoud van die wijziging is verschaft en op grond van verklaringen of gedragingen van de werknemer mag worden aangenomen dat deze welbewust met die wijziging heeft ingestemd. Bij de beantwoording van de vraag of de werknemer met de wijziging heeft ingestemd, mogen alle omstandigheden van het geval in de beoordeling worden betrokken, waarbij niet steeds is vereist dat een instemming van de werknemer ondubbelzinnig is (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 12 februari 2010, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, met nummer ECLI:NL:HR: 2010:BK3570 (Van Beek/CZ) en de uitspraak van de Hoge Raad van 23 november 2018, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, met nummer ECLI:NL:HR:2018:2168 (Bogra)).

4.5.

De kantonrechter is van oordeel dat FPC aan [eisers] voldoende duidelijkheid heeft verschaft over de wijziging van de pensioenregeling. Alle werknemers zijn bij brief van 20 december 2013 uitgebreid geïnformeerd over de wijziging van de pensioenregeling vanaf 1 januari 2014. Daarnaast heeft ook de OR in de nieuwsbrief van 2014 uitvoerig stilgestaan bij de wijziging van de pensioenregeling en de gevolgen daarvan. Die wijziging en de informatie daarover is ondubbelzinnig, overzichtelijk en relatief eenvoudig. Het komt er op neer dat de werknemers 30% van de pensioenpremie zelf gaan betalen met ingang van 1 januari 2014, met een overgangsregeling die inhoudt dat de werknemers 10% van die premie betalen in 2014, vervolgens 20% in 2015 en 30% vanaf 1 januari 2016. [eisers] hebben niet gereageerd op de informatie van FPC en de OR, en zij hebben in 2014 geen bezwaar gemaakt tegen de wijziging van de pensioenregeling.

4.6.

De inhouding van de eigen bijdrage voor de pensioenregeling is geëffectueerd in 2014 en die inhouding is vanaf 1 januari 2014 steeds maandelijks vermeld en zichtbaar geweest op de loonspecificaties die aan [eisers] zijn verstrekt. Ook daarop is niet gereageerd door [eisers]

4.7.

In december 2014 is aan [eisers] de eenmalige compensatie van € 100,00 betaald, zoals die was overeengekomen met de OR in het kader van de wijziging van de pensioenregeling. Die compensatie hebben [eisers] behouden en zij hebben naar aanleiding van de betaling daarvan geen bezwaar gemaakt en niet gereageerd.

4.8.

Vast staat dat [eisers] in 2014 dan wel in 2015 ervan op de hoogte zijn gekomen dat een aantal van de collega’s een procedure bij de kantonrechter waren gestart over de wijziging van de pensioenregeling. Gelet daarop waren [eisers] in 2014 dan wel 2015 op de hoogte van de mogelijkheid om in een gerechtelijke procedure daartegen bezwaar te maken. Ondanks dat de betreffende collega’s een oproep hebben gedaan om zich bij hen aan te sluiten, hebben [eisers] daarvoor niet gekozen. Ook hebben zij in die procedure van de collega’s destijds en in 2014 en 2015 geen reden gezien om (alsnog) aan FPC bezwaren kenbaar te maken tegen de wijziging van de pensioenregeling of mee te delen dat zij de mogelijkheid wilden openhouden zich daarbij aan te sluiten. [eisers] hebben gesteld dat zij in alle redelijkheid de afweging mocht maken de uitspraak in hoger beroep af te wachten, nadat de collega’s in eerste aanleg in het ongelijk waren gesteld, maar ook daarover hebben zij geen mededelingen gedaan aan FPC. Zij hebben met name niet aan FPC kenbaar gemaakt dat zij onder protest de wijziging accepteerden in afwachting van de uitkomst van de gerechtelijke procedures van de collega’s.

4.9.

In eerdergenoemde brief van FPC van 26 november 2015 is aan de werknemers informatie gestuurd over de voornaamste wijzigingen in het JAR per 1 januari 2016, waarbij een usb-stick is meegestuurd met de volledige tekst van het nieuwe JAR. Van het nieuwe JAR maakte deel uit het hiervoor aangehaalde artikel 6.1 lid 4, waarin staat dat voor de werknemers een eigen bijdrage geldt van 30% van de af te dragen pensioenpremie en dat die verschuldigde bijdrage maandelijks op het bruto maandsalaris zal worden ingehouden. Ook na 1 januari 2016 is die inhouding steeds maandelijks vermeld en zichtbaar geweest op de loonspecificaties van [eisers] hebben ook daarin geen aanleiding gezien om (alsnog) bezwaar te maken tegen de wijziging van de pensioenregeling. [eisers] hebben op de zitting gesteld dat zij de usb-stick met de volledige tekst van het nieuwe JAR niet hebben ontvangen, maar zij hebben niet gesteld dat zij de brief van 26 november 2015 niet hebben ontvangen. Daarvan uitgaande moet worden aangenomen dat [eisers] wel op de hoogte waren of redelijkerwijs hadden kunnen zijn van het gewijzigde JAR.

4.10.

De kantonrechter neemt als vaststaand aan dat [eisers] voor het eerst in de brieven van 14 mei 2018, en na de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 april 2018, bij Casino Sevens bezwaar hebben gemaakt tegen de wijziging van de pensioenregeling. Op de zitting hebben [eisers] verklaard dat zij al eerder aan de leidinggevende kenbaar hadden gemaakt het niet eens te zijn met de wijziging van de pensioenregeling, maar aan die stelling gaat de kantonrechter voorbij. Dit standpunt hebben [eisers] niet eerder ingenomen en zij hebben dat niet onderbouwd, terwijl het ook niet strookt met de stelling in de dagvaarding dat zij hebben gewacht met dit kenbaar maken totdat er duidelijkheid zou ontstaan over de gerechtelijke procedures die collega’s waren gestart.

4.11.

De kantonrechter komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat aan [eisers] in 2013 en 2014 duidelijke en ondubbelzinnige informatie is verstrekt over de wijziging van de pensioenregeling, en dat FPC en Casino Sevens op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden mochten aannemen dat [eisers] welbewust met die wijziging hebben ingestemd. [eisers] hebben immers jarenlang geen bezwaar gemaakt tegen de wijziging, terwijl de inhouding van de pensioenbijdrage zichtbaar was op de loonspecificaties, zij hebben de betaling van € 100,00 als compensatie voor wijziging van de pensioenregeling zonder protest geaccepteerd en behouden, zij hebben niet gereageerd op de wijziging van het JAR per 1 januari 2016 waarvan de gewijzigde pensioenregeling deel uitmaakte, en zij waren bekend met de gerechtelijke procedures van de collega’s, maar zij hebben niet aan FPC laten weten dat zij zich daarbij zouden aansluiten, dan wel dat zij dat overwogen of zich rechten daartoe wilden voorbehouden. Casino Sevens en FPC mochten er daarom redelijkerwijs op vertrouwen dat [eisers] instemden met de wijziging van de pensioenregeling. Zoals hiervoor is overwogen, was voor die instemming geen expliciete of ondubbelzinnige verklaring van [eisers] vereist.

4.12.

[eisers] kunnen niet worden gevolgd in de stelling dat sprake is van rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid als voor de werknemers die de eerdere gerechtelijke procedures hebben gevolgd een andere maatstaf zou gelden dan voor [eisers] Die werknemers hebben immers, anders dan [eisers], direct en van meet af aan bezwaar gemaakt tegen de wijziging van de pensioenregeling en zijn daarover in 2014 gaan procederen. Ten aanzien van die collega’s kan daarom geen welbewuste instemming met die wijziging worden aangenomen.

4.13.

De kantonrechter komt dus tot de conclusie dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen waarbij de pensioenregeling is gewijzigd, zodat Casino Sevens niet gehouden is tot het terugbetalen van de inhoudingen van de eigen bijdrage van de pensioenpremie op het loon. De vorderingen van [eisers] moeten daarom worden afgewezen. Er hoeft daarom niet te worden beoordeeld of de wijziging van de pensioenregeling voldoet aan de eisen van artikel 7:613 BW en of de klachtplicht is geschonden.

4.14.

De proceskosten komen voor rekening van [eisers], omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden [eisers] ook veroordeeld tot betaling van € 100,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Casino Sevens worden gemaakt. De gevorderde rente over de proces- en nakosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eisers] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Casino Sevens worden vastgesteld op een bedrag van € 400,00 aan salaris van de gemachtigde van Casino Sevens, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gele- gen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.3.

veroordeelt [eisers] tot betaling van € 100,00 aan salaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Casino Sevens worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter