Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:6000

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-08-2020
Datum publicatie
07-08-2020
Zaaknummer
8200587 \ CV EXPL 19-9183
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Advocatenkantoor vordert betaling facturen. Verweer dat opdracht verleend aan specifieke advocaat, of met het oog op die persoon (art. 7:404 BW) slaagt niet. Onvoldoende gesteld om tekortkoming aan te nemen, en geen juridische consequenties aan verbonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8200587 \ CV EXPL 19-9183 BL

Uitspraakdatum: 5 augustus 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de naamloze vennootschap Schenkeveld Advocaten N.V.

gevestigd te Alkmaar

eiseres

verder te noemen: Schenkeveld Advocaten

gemachtigde: mr. M.J.G. Stork

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

Schenkeveld Advocaten heeft bij dagvaarding van 25 november 2019 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Bij tussenvonnis van 18 december 2019 heeft de kantonrechter bepaald dat een mondelinge behandeling ter zitting zal worden gehouden. Deze zitting is niet doorgegaan in verband met het coronavirus.

1.3.

Schenkeveld Advocaten heeft schriftelijk gereageerd op het antwoord van [gedaagde], waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

Op 26 maart 2019 heeft op het kantoor van Schenkeveld Advocaten een gesprek plaatsgevonden tussen mr. A.I. Lunshof (als advocaat werkzaam bij Schenkeveld Advocaten) en [gedaagde].

2.2.

In een brief van 29 maart 2019 bevestigt mr. Lunshof aan [gedaagde] dat hij haar heeft gevraagd om hem bij te staan in de financiële afwikkeling met zijn ex-partner. Daarbij schrijft mr. Lunshof – onder meer – het volgende.
“(…) Voorts bevestig ik voor de goede orde de door u aan Schenkeveld Advocaten N.V. verstrekte opdracht om namens u alle handelingen te verrichten die nodig zijn voor een goede behandeling van uw zaak. De opdracht wordt aanvaard op basis van onze algemene voorwaarden, waarvan ik u bijgaand een exemplaar toestuur. Zonder tegenbericht vertrouw ik u daarmee akkoord.”

2.3.

Artikel 3 van de algemene voorwaarden van Schenkeveld Advocaten bepaalt het volgende.
“Alle opdrachten, hetzij rechtstreeks aan Schenkeveld hetzij aan individuele (indirect) aandeelhouders, bestuurders en werknemers, worden uitsluitend aanvaard en uitgevoerd door Schenkeveld. Hierin kan Schenkeveld slechts worden vertegenwoordigd door aan haar verbonden advocaten. Het bepaalde in artikel 7:404 en 7:407 lid 2 Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing; ook als het de uitdrukkelijke of stilzwijgende bedoeling van de cliënt is dat de opdracht door een bepaalde persoon wordt uitgevoerd.”

2.4.

Schenkeveld Advocaten heeft aan [gedaagde] in rekening gebracht voor honorarium vermeerderd met kantoorkosten en btw: bij factuur van 24 april 2019 een bedrag van € 698,76, bij factuur van 23 mei 2019 een bedrag van € 819,23 en bij factuur van 24 juni 2019 een bedrag van € 1.191,03.

3 De vordering

3.1.

Schenkeveld Advocaten vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van bovenomschreven facturen met een totaalbedrag van € 2.709,02, en (een boete ter zake van) buitengerechtelijke kosten van primair € 406,35 en subsidiair € 395,90. Verder vordert Schenkeveld Advocaten wettelijke rente en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en nakosten.

3.2.

Schenkeveld Advocaten legt aan de vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. Schenkeveld Advocaten heeft in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden verricht. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Schenkeveld Advocaten van toepassing. [gedaagde] heeft alle facturen van Schenkeveld Advocaten voor de verrichte werkzaamheden onbetaald gelaten, ondanks herhaalde aanmaning.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe – samengevat – het volgende aan. De opdracht is niet verstrekt aan Schenkeveld Advocaten, maar aan mr. Lunshof, die gespecialiseerd echtscheidingsadvocaat is. Al na de eerste bespreking heeft mr. Lunshof de zaak overgedragen aan mr. Gorter, die specialist arbeidsrecht is. Mr. Gorter is niet capabel gebleken voor de zaak van [gedaagde]. De opdrachten van [gedaagde] werden niet uitgevoerd en het eindresultaat was een schamele betaling, die zelfs de proceskosten niet dekte. [gedaagde] heeft meermalen zijn beklag gedaan en de declaraties van Schenkeveld Advocaten betwist. Schenkeveld Advocaten heeft wanprestatie geleverd.

5 De beoordeling

5.1.

Schenkeveld Advocaten vordert betaling van facturen, betreffende in de periode van 26 maart 2019 tot en met 14 juni 2019 voor [gedaagde] verrichte juridische werkzaamheden zoals omschreven in bijbehorende declaratiespecificaties. Tussen partijen is niet in geschil dat die werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht door mr. Lunshof en mr. Gorter, beiden als advocaat werkzaam voor Schenkeveld Advocaten. Ook het in rekening gebrachte tarief wordt als zodanig niet door [gedaagde] betwist. Daarmee is het uitgangspunt dat [gedaagde] de facturen moet betalen.

5.2.

[gedaagde] voert daartegen aan dat hij de opdracht aan mr. Lunshof heeft verleend, en niet aan Schenkeveld Advocaten. Uit de brief van 29 maart 2019 blijkt inderdaad dat [gedaagde] aan mr. Lunshof heeft gevraagd om hem bij te staan. In diezelfde brief, waarvan de ontvangst door [gedaagde] niet wordt betwist, is echter ook uitdrukkelijk bevestigd dat de opdracht is verstrekt aan Schenkeveld Advocaten. Bovendien is de brief afgedrukt op briefpapier van Schenkeveld Advocaten, en is bij ondertekening van de brief door mr. Lunshof vermeld ‘namens Schenkeveld Advocaten N.V.’. [gedaagde] heeft daartegenover onvoldoende aangevoerd om aan te nemen dat niet Schenkeveld Advocaten maar mr. Lunshof zijn contractspartij is.

5.3.

De kantonrechter vat het verweer van [gedaagde] ook op als een beroep op artikel 7:404 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarin is bepaald dat, indien de opdracht is verleend met het oog op een persoon die in dienst van de opdrachtnemer een beroep uitoefent, die persoon de werkzaamheden (in beginsel) zelf moet verrichten. Artikel 7:404 BW is van regelend recht. Uit de wet, de inhoud of aard van de overeenkomst, of de gewoonte kan voortvloeien dat deze bepaling niet van toepassing is (artikel 7:400 lid 2 BW).

5.4.

Ook dit verweer van [gedaagde] slaagt niet. Daarover wordt het volgende overwogen. Schenkeveld Advocaten betwist gemotiveerd dat de overeenkomst is aangegaan met de bedoeling dat specifiek mr. Lunshof de werkzaamheden zou moeten uitvoeren. Daartoe verwijst Schenkeveld Advocaten onder meer op haar brief van 29 maart 2019 en de daarbij aan [gedaagde] toegezonden algemene voorwaarden, waarvan artikel 3 bepaalt dat artikel 7:404 BW niet van toepassing is, ook niet als het de bedoeling van de cliënt is dat de opdracht door een bepaalde persoon wordt uitgevoerd. [gedaagde] heeft in dit verband slechts aangevoerd dat het eerste gesprek op het kantoor van Schenkeveld Advocaten plaatsvond met mr. Lunshof, en dat mr. Lunshof een specialist en ‘zwaargewicht’ is op het gebied van echtscheidingen. Dit is echter onvoldoende om aan te nemen dat Schenkeveld Advocaten en [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst hebben afgesproken dat de werkzaamheden door mr. Lunshof persoonlijk moeten worden verricht. Mogelijk was het de wens en bedoeling van [gedaagde] dat alleen mr. Lunshof zijn belangen zou behartigen, maar uit niets blijkt dat hij de opdracht op die uitdrukkelijke voorwaarde heeft gegeven, en dat Schenkeveld Advocaten daarmee akkoord is gegaan. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat mr. Gorter blijkens de declaratiespecificaties direct vanaf 26 april 2019 betrokken is geweest bij de zaak van [gedaagde], en dat zij ook bij herhaling telefonisch overleg met hem heeft gevoerd, terwijl niet is gebleken dat [gedaagde] daartegen destijds bezwaar heeft gemaakt. [gedaagde] stelt weliswaar dat hij bij een tussentijdse bespreking met mr. Lunshof erop heeft aangedrongen dat zij haar zaak behandelt, maar hij specificeert en onderbouwt deze stelling niet. In een e-mail van 19 augustus 2019, toen [gedaagde] niet meer werd bijgestaan door Schenkeveld Advocaten en hij werd aangemaand tot betaling van de openstaande facturen, uit [gedaagde] zijn ongenoegen over de financiële afwikkeling van zijn relatie, en schrijft daarbij aan mr. Lunshof: “Jammer dat JIJ niet mijn zaak hebt gedaan dan was het wellicht anders gegaan.” Ook hieruit blijkt niet dat de overeenkomst die [gedaagde] en Schenkeveld Advocaten zijn aangegaan inhoudt dat de opdracht specifiek door mr. Lunshof moest worden uitgevoerd.

5.5.

Verder voert [gedaagde] aan dat Schenkeveld Advocaten de opdracht niet naar behoren heeft uitgevoerd. Als een partij van mening is dat de wederpartij haar verplichtingen onvolledig of ondeugdelijk nakomt, betekent dat op zichzelf niet dat die partij van de eigen betalingsverplichting is bevrijd (zie ECLI:NL:HR:1988:AD0206). Deze partij zal óf de ontbinding van de overeenkomst moeten inroepen óf nakoming moeten verlangen óf een beroep moeten doen op verrekening van een eigen (schade)vordering. [gedaagde] heeft echter geen juridische conclusies verbonden aan zijn stelling dat de werkzaamheden niet correct zijn uitgevoerd. Wat van die stelling dus ook zij, het ontslaat [gedaagde] niet van zijn betalingsverplichting.

5.6.

Daarbij komt dat niet is komen vast te staan dat Schenkeveld Advocaten is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. [gedaagde] heeft daartoe onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren gebracht. Hij heeft niet concreet gesteld en toegelicht welke opdrachten niet zijn uitgevoerd, welke werkzaamheden Schenkeveld Advocaten (in de persoon van mr. Gorter) ondeugdelijk heeft verricht en wat precies van haar verwacht had mogen worden. Ook het feit dat [gedaagde] het eindresultaat teleurstellend vindt, doet niet af aan zijn betalingsverplichting. Verder stelt [gedaagde] nog dat hij de declaraties van Schenkeveld Advocaten meermalen heeft betwist, maar dit is niet onderbouwd en blijkt niet uit de stukken.

5.7.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Schenkeveld Advocaten tot betaling van € 2.709,02 zal toewijzen.

5.8.

Ook de wettelijke rente over dat bedrag is toewijsbaar zoals gevorderd vanaf 14 dagen na de betreffende declaratiedata, nu onweersproken vast staat dat partijen zijn overeengekomen dat dit de betalingstermijn is, bij overschrijding waarvan van rechtswege verzuim intreedt en [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd is.

5.9.

Verder maakt Schenkeveld Advocaten aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het primair gevorderde bedrag van € 406,35 is hoger dan het op basis van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten geldende tarief, en gebaseerd op een tussen partijen overeengekomen beding. Op grond van het bepaalde in artikel 6:96 lid 5 BW mag bij overeenkomst niet ten nadele van de consument van de wettelijke tarieven worden afgeweken. De kantonrechter zal de bepaling waarop de door Schenkeveld Advocaten primair gevorderde vergoeding is gebaseerd, dan ook buiten toepassing laten. Ook het subsidiair op grond van de wettelijke regeling van artikel 6:96 BW gevorderde bedrag van € 395,90 kom niet voor toewijzing in aanmerking, omdat de aanmaningse-mail van 10 september 2019 (productie 4) waarop Schenkeveld Advocaten zich beroept niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW.

5.10.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij hoofdzakelijk ongelijk krijgt. De gevorderde rente daarover zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. Daarbij wordt [gedaagde] ook veroordeeld tot betaling van maximaal € 105,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Schenkeveld Advocaten worden gemaakt. Indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de explootkosten van de betekening. Voor toewijzing van eventueel nog te maken beslagkosten bestaat thans geen grond.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Schenkeveld Advocaten van € 2.709,02, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 14 dagen na de betreffende declaratiedata tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Schenkeveld Advocaten tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 83,52

griffierecht € 486,00

salaris gemachtigde € 420,00

te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis,

en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van maximaal € 105,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Schenkeveld Advocaten worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.S. Kiliç en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter