Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:5968

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
07-08-2020
Zaaknummer
AWB - 18 _ 1762
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douanerecht.Compenserende- en antidumpingrechten verschuldigd over vanuit Taiwan verzonden zonnepanelen. Voor de verschuldigdheid is enkel het land van verzending en niet het land van oorsprong van belang. Voor vrijstelling van rechten op zonnepanelen geldt op grond van geldende verordeningen de voorwaarde dat de zonnepanelen geproduceerd zijn door een vrijgestelde Taiwanese exporteur/producent. Aan deze voorwaarde is niet voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 10-08-2020
FutD 2020-2302
DouaneUpdate 2020-0324 met annotatie van Fiscaal up to Date
NTFR 2020/2475
NLF 2020/1854 met annotatie van
Douanerechtspraak 2020/99
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 18/1762

uitspraak van de meervoudige douanekamer van 30 juni 2020 in de zaak tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres,

(gemachtigde: mr. J.A. Biermasz)

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Arnhem, verweerder.

(gemachtigde: mr. B.C. Brouwer)

Procesverloop

Verweerder heeft op 28 november 2016 aan eiseres een uitnodiging tot betaling (de utb) uitgereikt voor een bedrag van € 49.635,51 aan compenserende - en antidumpingrechten en € 570,81 aan rente op achterstallen.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 mei 2020 te Haarlem.

Namens eiseres is verschenen: [A] , bijgestaan door de gemachtigde.

Namens verweerder is verschenen: de gemachtigde en mr. [B] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres heeft via haar direct vertegenwoordiger, [C] , op 1 en 3 juni 2015 zonnepanelen aangegeven voor het vrije verkeer. De zonnepanelen werden door eiseres bij de twee aangiften ingedeeld in de gecombineerde nomenclatuur (GN) onder Taric-code 8541 4090 29, met vermelding van Taiwan als land van oorsprong en [E] Co. Ltd (hierna: [E] ) uit Taipei City te Taiwan als verkoper.

2. In juli 2016 heeft verweerder een controle na invoer (cni) ingesteld bij eiseres in verband met de vaststelling bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2016/184 en 2016/185 van het definitieve antidumpingrecht en compenserend recht bij invoer van zonnepanelen en delen daarvan uit onder andere Taiwan. Op 31 oktober 2017 is het naar aanleiding van deze controle opgestelde rapport aan eiseres gezonden.

3. Uit de in de utb van 28 november 2016 gegeven specificatie blijkt dat de aangifte van 3 juni 2015 met € 17.966,26 is gecorrigeerd (zijnde 11,5% compenserend recht en 53,4% antidumpingrecht over de douanewaarde van € 27.683,00) en de aangifte van 1 juni 2015 met € 31.669,25 (zijnde 11,5% compenserend recht en 53,4% antidumpingrecht over de douanewaarde van € 48.797,00).

Geschil
4. In geschil is of de utb terecht is uitgereikt. Meer in het bijzonder is in geschil of eiseres compenserende - en antidumpingrechten verschuldigd is over de door haar op

1. en 3 juni 2015 voor het vrije verkeer aangegeven zonnepanelen.

5. Eiseres stelt dat de utb ten onrechte is opgelegd, omdat voor de door haar ingevoerde zonnepanelen geen compenserende - en antidumpingrechten verschuldigd zijn.

De ingevoerde zonnepanelen zijn niet uit China afkomstig. Zowel de zonnepanelen als de voor deze panelen gebruikte cellen zijn in Taiwan gemaakt. De cellen, die de oorsprong van de panelen bepalen, zijn geproduceerd door de Taiwanese producent [D] Ltd (hierna: [D] ) en deze producent is op een later tijdstip dan dat van de aangiften voor het vrije verkeer vrijgesteld. Het gaat om de (niet-preferentiële) oorsprong van de ingevoerde producten en niet om de GN- en Taric-code.

Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de utb, met het verzoek om verweerder in de kosten van bezwaar en beroep te veroordelen.

6. Verweerder stelt zich – uiteindelijk – op het standpunt dat de zonnepanelen met een onjuiste Taric-code zijn aangegeven en dat de zonnepanelen niet zijn geleverd door een onderneming waaraan vrijstelling van de uitgebreide geldende maatregelen is verleend. Nu eiseres niet heeft voldaan aan de door de verordeningen gestelde vereisten voor vrijstelling, hadden de zonnepanelen moeten worden aangegeven met goederencode 8541 4090 23 en aanvullende Taric-code B999 en is eiseres de compenserende - en de antidumpingrechten verschuldigd. Verweerder is daarom van mening dat de utb terecht is uitgereikt en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

7. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Toepasselijke regelgeving

Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 1238/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (hierna: Vo 1238/2013).

Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 1239/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (hierna: Vo 1239/2013).

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/832 van de Commissie van 28 mei 2015 tot opening van een onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 van de Raad ingestelde compenserende maatregelen ten aanzien van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, door de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan, en tot onderwerping van deze invoer aan registratie (hierna: Vo 2015/832).

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/833 van de Commissie van 28 mei 2015 tot opening van een onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 van de Raad ingestelde antidumpingmaatregelen ten aanzien van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, door de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan, en tot onderwerping van deze invoer aan registratie (hierna: Vo 2015/833).

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/184 van de Commissie van 11 februari 2016 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 van de Raad ingestelde definitieve compenserende recht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, tot fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan (hierna: Vo 2016/184).

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/185 van de Commissie van 11 februari 2016 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 van de Raad ingestelde definitieve antidumpingrecht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, tot fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan (hierna: Vo 2016/185). Artikel 1, lid 3, luidt als volgt:

“Het bij lid 1 van dit artikel uitgebreide recht wordt geïnd op ingevoerde producten verzonden vanuit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan, die overeenkomstig artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/833 van de Commissie en artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 worden geregistreerd, met uitzondering van die welke door de in lid 1 vermelde ondernemingen worden geproduceerd.”

Beoordeling van het geschil

8. Tussen partijen is niet in geschil dat het land van oorsprong van de zonnepanelen Taiwan is en dat de zonnepanelen vanuit Taiwan zijn verzonden. Verweerder heeft weliswaar de oorsprong van de zonnecellen bij gebrek aan wetenschap betwist, maar de oorsprong van de zonnecellen is in deze zaak niet van belang voor de beslechting van het geschil.

9. Op het moment van de invoer van de zonnepanelen waren Vo 2015/832 en Vo 2015/833 zowel gepubliceerd (zie Publicatieblad van de EU L132 van 29 mei 2015) als in werking getreden (1 juni 2015). Vanaf dat moment werd eiseres dan ook verondersteld te weten dat de Europese Commissie (hierna: de Commissie), naar aanleiding van een met voldoende bewijsmateriaal onderbouwd verzoek van een producent in de EU, besloten had om een onderzoek te openen naar de mogelijke ontwijking van de compenserende - en antidumpingmaatregelen die zijn ingesteld op de invoer van zonnepanelen uit de Volksrepubliek China, door de zonnepanelen (al dan niet aangegeven als van oorsprong uit onder meer Taiwan) vanuit onder meer Taiwan te laten invoeren. Vanaf dat moment werden zonnepanelen en zonnecellen verzonden uit Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Taiwan, onderworpen aan registratie. Op grond van beide verordeningen moesten zonnepanelen verzonden uit Taiwan worden aangegeven onder Taric-code 8541 4090 23. Zonnepanelen uit landen die niet onder de registratieplicht vielen moesten worden aangegeven onder Taric-code 8541 4090 29. Uit de beide verordeningen valt op te maken dat het onderzoek van de Commissie binnen negen maanden zou worden afgerond en dat uiteindelijk alleen vrijstelling van de compenserende - en antidumpingmaatregelen kon worden verleend aan producenten in Taiwan die konden aantonen niet verbonden te zijn met de producenten waarop de bestaande compenserende - en antidumpingmaatregelen van toepassing waren en niet betrokken te zijn bij ontwijkingspraktijken. Producenten konden een verzoek indienen om in aanmerking te komen voor een dergelijke vrijstelling.

10. Het onderzoek is tijdig afgerond en naar aanleiding van dit onderzoek zijn in Vo 2016/184 en Vo 2016/185 de bij Vo 1238/2013 en Vo 1239/2013 ingestelde definitieve compenserende - en antidumpingrechten verder uitgebreid. Vo 2016/184 en Vo 2016/185 zijn één dag na de bekendmaking in het Publicatieblad van de EU L37 (nummers 56 en 76) van 12 februari 2016 in werking getreden. Voor vrijstelling van rechten op zonnepanelen geldt op grond van de geldende verordeningen de voorwaarde dat de zonnepanelen geproduceerd zijn door een vrijgestelde Taiwanese exporteur/producent.

11. Ter zitting heeft verweerder bevestigd dat de omstandigheid dat eiseres bij de invoer een onjuiste GN-onderverdeling heeft gebruikt ertoe zou hebben geleid dat eiseres reeds bij de instelling van het definitieve antidumpingrecht op 13 februari 2016 en niet na de cni de compenserende - en antidumpingrechten zouden zijn opgelegd.

12. Eiseres stelt weliswaar terecht dat het door verweerder in het verweerschrift genoemde factuurvereiste in de onderhavige zaak niet van toepassing is, maar haar stelling dat zij geen compenserende - en antidumpingrechten verschuldigd is enkel op grond van het feit dat de zonnepanelen in Taiwan zijn geproduceerd, is gezien het onder 10 hiervoor en 14 hierna overwogene onjuist. De uitbreiding van de compenserende - en antidumpingrechten heeft betrekking op alle zonnepanelen die uit Taiwan zijn verzonden. Op al deze zonnepanelen zijn de compenserende - en antidumpingrechten in principe verschuldigd, tenzij de zonnepanelen zijn geproduceerd door een vrijgestelde Taiwanese onderneming.

13. In de beide aangiften is [E] als verkoper vermeld. Niet in geschil is dat [E] geldt als de producent van de zonnepanelen, waarin zonnecellen zijn verwerkt die door [D] zijn aangeleverd. [E] staat zowel in Vo 2016/184 als in Vo 2016/185 onder het kopje “1.3. Onderzoek” bij (10) genoemd als een onderneming die in de door de Commissie uitgezette vragenlijst heeft vermeld niet over een eigen productie te beschikken. Daarmee voldeed de onderneming naar de mening van de Commissie niet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een vrijstelling van compenserende - en antidumpingrechten. De Commissie heeft het verzoek van [E] om voor vrijstelling in aanmerking te komen daarom verworpen en [E] is dan ook geen vrijgestelde onderneming.

14. Eiseres stelt dat in haar zaak via “de vrije bewijsleer” is aan te tonen dat de zonnepanelen (en zonnecellen) uit Taiwan komen en dat de compenserende - en antidumpingrechten dan niet verschuldigd zijn, omdat deze slechts bedoeld zijn om doorgevoerde Chinese zonnepanelen te treffen.

De rechtbank overweegt als volgt. De titel, punt 78 van de preambule en artikel 1, eerste lid, van Vo 2016/185 houden in dat het definitieve antidumpingrecht dat bij Vo 1238/2013 is ingesteld op de invoer van zonnepanelen van oorsprong uit of verzonden uit China, wordt uitgebreid tot de invoer van zonnepanelen verzonden uit, onder andere, Taiwan. Enkel het land van verzending en niet het land van oorsprong van de zonnepanelen is van belang voor de verschuldigdheid van het antidumpingrecht. Vo 2016/185 zou bovendien zinledig zijn indien eiseres wordt gevolgd in haar stelling dat deze verordening enkel betrekking kan hebben op zonnepanelen waarvan door verweerder wordt bewezen dat deze van Chinese oorsprong zijn. Indien verweerder dat bewijs kan leveren, is het antidumpingrecht immers reeds verschuldigd op grond van Vo 1238/2013, zodat van enige uitbreiding van de werking van het antidumpingrecht dan geen sprake is. Voorts strookt het niet met de doelstelling van artikel 13 van de Basisverordening (Verordening (EG) nr. 1225/2009), te weten de doeltreffendheid van het uitgebreide antidumpingrecht, indien een individuele onafhankelijke importeur in de Unie de gelegenheid krijgt voor de door hem ingevoerde goederen te bewijzen dat geen sprake is van ontwijking door overlading of assemblage. Nu het land van verzending van de onderhavige zonnepanelen Taiwan is, is Vo 2016/185 van toepassing. Hetzelfde geldt voor Vo 2016/184. Van bijzondere omstandigheden die een afwijking van deze verordeningen rechtvaardigen, is niet gebleken en de daarvoor benodigde onderbouwing heeft eiseres ook niet gegeven.

15. Gelet op de strekking van Vo 2016/184 en Vo 2016/185 zijn de door eiseres ingevoerde zonnepanelen onderworpen aan compenserende - en antidumpingrechten, nu deze zonnepanelen zijn geproduceerd door de niet vrijgestelde onderneming [E] . De omstandigheid dat [D] , zo deze de producent van de zonnecellen is, wel een vrijgestelde onderneming is, kan aan dit oordeel niet afdoen.

16. Gelet op het hiervoor overwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 30 juni 2020 door mr.drs. C.M. van Wechem, voorzitter, en mr. M.P.E. Oomens en mr. W.M.C. Schipper, leden, in aanwezigheid van mr. W.G. van Gastelen, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier voorzitter

mr. W.G. van Gastelen mr. drs. C.M. van Wechem

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.