Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:5774

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-07-2020
Datum publicatie
03-08-2020
Zaaknummer
8109444 \ CV EXPL 19-15716
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Annulering vlucht nadat de luchtverkeersleiding het oorspronkelijke slot introk en een slot van meer dan drie uur later toekende. Beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8109444 \ CV EXPL 19-15716

Uitspraakdatum: 8 juli 2020

Vonnis in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats] (Thailand)

eiser

hierna te noemen de passagier

gemachtigde mr. D.E. Lof

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft

gevestigd te Keulen (Duitsland) mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Lufthansa

gemachtigde mr. E.C. Douma

1 Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 4 september 2019 een vordering tegen Lufthansa ingesteld. Lufthansa heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Lufthansa een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met Lufthansa een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Lufthansa de passagier diende te vervoeren van Suvarnabhumi Airport, Bangkok via Frankfurt am Main Airport naar Amsterdam-Schiphol Airport op 21 mei 2019.

2.2.

De vlucht van Frankfurt naar Amsterdam (hierna de vlucht) is geannuleerd.

2.3.

Airhelp heeft namens de passagier compensatie van de luchtvaartmaatschappij gevorderd op grond van voornoemde annulering.

2.4.

Lufthansa heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering en het verweer

3.1.

De passagier vordert dat Lufthansa bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat Lufthansa vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00.

3.3.

Lufthansa betwist de vordering. Op haar verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. Nu gesteld, noch gebleken is dat Lufthansa zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor Lufthansa. Dit is anders indien Lufthansa kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5, lid 3, van de Verordening. In de punten 14 en 15 van de considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordoen in geval van onverwachte vliegveiligheidsproblemen, weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen en wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt.

4.3.

Lufthansa voert in dat verband aan dat de vlucht is geannuleerd omdat de luchtverkeersleiding het oorspronkelijk slot introk en een slot van meer dan drie uur later toekende. Om 05:46 uur UTC was het vooruitzicht - dat geen zekerheid bood - dat vlucht LH986 om 09:16 uur UTC zou kunnen vertrekken, terwijl de schema vertrektijd 06:10 uur UTC was. Uit het vluchtrapport volgt dat in Amsterdam slechts één landingsbaan beschikbaar was, hetgeen leidde tot slot vertragingen van meer dan 150 minuten. Het vasthouden van het vliegtuig om later op de dag alsnog de vlucht uit te laten voeren, zou betekenen dat andere rotatievluchten niet of met heel veel vertraging zouden worden uitgevoerd. Het zou de dienstregeling zeer, onaanvaardbaar, verstoren, aldus Lufthansa.

4.4.

Onbetwist is dat de luchtverkeersleiding een nieuwe slottijden heeft opgelegd aan de vlucht. De passagier stelt echter dat niet uitgesloten is dat luchtverkeersbeheer het opgelegde slot nog zou vervroegen. Het is een operationele keuze van Lufthansa geweest om de vlucht te annuleren, aldus de passagier. Lufthansa heeft hiertegen aangevoerd dat het geen zin heeft om een vliegtuig en bemanning vast te houden tot een onbekend tijdstip waarop het mag vertrekken. Dit betekent niet alleen dat materiaal en personeel niet doelmatig wordt ingezet, maar ook dat latere door het vliegtuig uit te voeren vluchten met grote vertragingen worden uitgevoerd, hetgeen de passagiers van die latere uit te voeren vluchten dupeert. Voorts kan Lufthansa hierdoor de passagiers zo vroeg mogelijk informeren over de annulering en alternatief vervoer aanbieden.

4.5.

De kantonrechter is van oordeel dat het opleggen van een nieuw slot door de luchtverkeersleiding kan worden gezien als een besluit van de luchtverkeersleiding ten aanzien van een specifiek vliegtuig op een specifieke dag in de zin van overweging 15 van de considerans van de Verordening. Lufthansa heeft voldoende aangetoond dat luchtverkeersbeheer meerdere nieuwe slottijden heeft opgelegd aan de vlucht. Een nieuw slot opgelegd door luchtverkeersbeheer is niet inherent aan de normale bedrijfsuitoefening en ligt buiten de macht van een luchtvaartmaatschappij. Lufthansa dient immers altijd een door luchtverkeersbeheer afgegeven slot op te volgen. Niet uitgesloten is dat luchtverkeersbeheer na het opleggen van een slot met een latere vertrektijd, een slot kan opleggen met een eerdere vertrektijd. De kantonrechter is echter van oordeel dat van Lufthansa in het onderhavige geval waarbij het vooruitzicht was dat de vlucht met een vertraging van 186 minuten moest worden uitgevoerd, niet gehouden is te wachten op een mogelijke nieuwe slottijd met een eerdere vertrektijd. Met Lufthansa is de kantonrechter van oordeel dat niet van Lufthansa gevergd kan worden dat zij in het onderhavige geval het toestel beschikbaar houdt tot een door de luchtverkeersleiding nader te bepalen moment en daarmee niet in staat is om ook de opvolgende vluchten tijdig uit te voeren. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de annulering van de vlucht het gevolg is van buitengewone omstandigheden.

4.6.

De volgende vraag die de kantonrechter dient te beantwoorden is of Lufthansa alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Lufthansa heeft tegenover de betwisting van de passagier, aangevoerd dat zij alles op alles heeft gezet om de passagier zo spoedig mogelijk naar Amsterdam te vervoeren. De passagier heeft echter zelf voor vervoer per trein gekozen. De conclusie is dat de vordering van de passagier op grond van artikel 7 van de Verordening wordt afgewezen.

4.7.

De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat deze ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Lufthansa worden vastgesteld op een bedrag van € 240,00 aan salaris van de gemachtigde van Lufthansa;

5.3.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter