Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:5766

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-08-2020
Datum publicatie
24-08-2020
Zaaknummer
8366070
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzen vordering werkgever vergoeding schade arbeidsongeschiktheid na mishandeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1018
PS-Updates.nl 2020-0592
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8366070 CV EXPL 20-1003

Uitspraakdatum: 12 augustus 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Koffiebranderij G. Peeze B.V.

gevestigd te Arnhem

eiseres

verder te noemen: Peeze

gemachtigde: mr. R. Olde te Nijmegen

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon.

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Peeze heeft na het tussenvonnis van 20 mei 2020 bij akte van 17 juni 2020 toegelicht dat haar vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,-, zodat de kantonrechter bevoegd is daarvan kennis te nemen.

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De heer [werknemer] , hierna: [werknemer] , is op 1 januari 2016 in dienst getreden bij Peeze in de functie van accountmanager.

2.2.

[gedaagde] heeft als ex-partner van de vriendin van [werknemer] deze op 20 oktober 2019 in de woning van de vriendin mishandeld waardoor deze letsel heeft opgelopen.

2.3.

[werknemer] is als gevolg van deze mishandeling vanaf 21 oktober 2019 tot 23 januari 2020 arbeidsongeschikt geweest. Peeze heeft zijn salaris doorbetaald en zich ingespannen voor zijn re-integratie.

3 De vordering

3.1.

Peeze vordert, na wijziging van haar eis, dat de kantonrechter voor recht verklaart dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Peeze als gevolg van de mishandeling van 20 oktober 2019 geleden schade en voorts [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de volgende bedragen: € 7.005,28 aan netto loonkosten, € 939,60 aan kosten voor re-integratie, € 210,91 aan buitengerechtelijke kosten, € 3.382,- aan kosten voor rechtsbijstand, alsmede de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Peeze heeft daartoe aangevoerd dat haar werknemer [werknemer] ziek is geworden als gevolg van het mishandelen van [gedaagde] , waardoor [gedaagde] aansprakelijk is jegens Peeze voor de netto loonkosten en de re-integratiekosten op grond van artikel 6:107a BW. Verder heeft zij buitengerechtelijke kosten gemaakt om [gedaagde] te bewegen Peeze in contact te brengen met zijn verzekeraar opdat Peeze de schade vergoed zou krijgen. Tot slot heeft Peeze kosten gemaakt voor haar advocaat.

1 Het verweer

[gedaagde] is in persoon verschenen, maar heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd.

2 De beoordeling

2.1.

De vorderingen komen de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor, zodat deze zullen worden toegewezen, echter met uitzondering van de vordering voor kosten rechtsbijstand van € 3.382,-, omdat het hierbij gaat om verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling al in een vergoeding voorziet.

2.2.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verklaart voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Peeze als gevolg van de door de mishandeling van [werknemer] op 20 oktober 2019 geleden schade;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Peeze van € 8.155,79, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 28 februari 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Peeze tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 85,09

griffierecht € 499,00

salaris gemachtigde € 375,00 ;

3.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 120,- aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Peeze worden gemaakt.

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter