Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:5607

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-07-2020
Datum publicatie
10-08-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 3455
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Urgentieverklaring afgewezen. Verblijf in ziekenhuis buitenland. hardheidsclausule.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19/3455

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. J. Sprakel),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, Middelen & Services, verweerder

(gemachtigden: [naam 1] en [naam 2] ).

Procesverloop

Bij besluit van 23 januari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een urgentieverklaring afgewezen.

Bij besluit van 4 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juli 2020. Eiser is niet verschenen. Zijn gemachtigde is ook niet verschenen. Zeer kort voor de zitting heeft zijn gemachtigde de rechtbank daarover bericht. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 5 oktober 2018 een aanvraag om een urgentieverklaring bij verweerder ingediend om met voorrang in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning in de gemeente [woonplaats] . Eiser heeft in mei 2006 een woning verkregen aan de [locatie] in [woonplaats] . Hij is in januari 2017 naar [#] vertrokken. Op 26 april 2017 is eiser uitgeschreven uit de Basisregistratie personen (Brp) van de gemeente [woonplaats] . Op 21 september 2017 is de woning van eiser ontruimd. Op 1 februari 2018 is eiser opnieuw ingeschreven in de Brp op een briefadres in de gemeente [woonplaats] . Eiser verbleef in de nachtopvang in [plaats] . Ter zitting is gebleken dat de verblijfplaats van eiser onbekend is en inmiddels een adresonderzoek is opgestart.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag van eiser om een urgentieverklaring afgewezen. Aan dit besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat niet aan de criteria is voldaan in artikel 9, vierde lid, aanhef en onder b van de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2017 (de Huisvestingsverordening) en sprake is van de situatie als bedoeld in het vijfde lid van artikel 9. Voorts heeft verweerder geen aanleiding gezien om de hardheidsclausule toe te passen.

3. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage en maakt onderdeel uit van deze uitspraak.

4.1

Eiser voert aan dat hij een woningzoekende is als bedoeld in artikel 9, vierde lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening, omdat hij vanwege een calamiteit zijn woning is kwijtgeraakt. Eiser is in [#] in het ziekenhuis opgenomen geweest waardoor hij niet tijdig naar Nederland is teruggekeerd. Als hij niet in het ziekenhuis was opgenomen dan was zijn uitkering niet stopgezet en had dat niet kunnen leiden tot de ontruiming van zijn woning.

4.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een calamiteit als bedoeld in de Huisvestingsverordening. Uit de toelichting op deze bepaling blijkt dat met ‘een niet door eigen opzet ontstane calamiteit’, een calamiteit wordt bedoeld die te maken heeft met de woning. Het moet gaan om brand, ernstige waterschade, explosie of acuut ernstige funderingsgebreken. Het moet dus gaan om een calamiteit waardoor de woning niet meer bruikbaar is. Hiervan is geen sprake, aldus verweerder.

4.3

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat dat niet aan de criteria is voldaan in artikel 9, vierde lid, aanhef en onder b van de Huisvestingsverordening. Gelet op de toelichting van artikel 9 van de Huisvestingsverordening volgt de rechtbank verweerder in zijn stelling dat met een ‘niet door eigen opzet ontstane calamiteit’ wordt bedoeld een omstandigheid dat zich heeft voorgedaan buiten de macht om van de bewoner waardoor de woning onbruikbaar is. Eiser heeft de woning moeten verlaten omdat hij de huur niet meer betaalde. Naar eigen zeggen was dat omdat zijn uitkering werd stop gezet naar aanleiding van zijn verblijf in [#] voor een ziekenhuisopname. Dat is naar het oordeel van de rechtbank geen calamiteit als bedoeld in artikel 9, vierde lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening. Voorts is de weigeringsgrond zoals opgenomen in artikel 9, vijfde lid van de Huisvestigingsverordening van toepassing. Eiser heeft zijn verhuurder en casemanager van de gemeente niet op de hoogte gesteld van zijn ziekenhuisopname in [#] . Mede daardoor is zijn uitkering stopgezet en de woning uiteindelijk ontruimd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser verantwoordelijk kan worden gesteld voor de ontstane woonproblematiek. Dat eiser geen netwerk had in Nederland om zijn zaken te regelen terwijl hij in [#] was, doet hier niet aan af. Ook vanuit [#] had hij contact kunnen opnemen met verweerder. De beroepsgrond slaagt niet.

5.1

Eiser doet een beroep op de hardheidsclausule. Eiser was niet in de mogelijkheid om contact op te nemen met de verhuurder van de [locatie] , omdat hij geen contactpersoon in Nederland heeft die hem had kunnen helpen met de situatie in de tijd dat hij in [#] verbleef. Bovendien had eiser de ontruiming niet kunnen voorkomen als hij wel contact had gehad met de verhuurder, omdat het huurrecht daar te streng voor is. De urgentieverklaring zou er moeten zijn voor mensen zoals eiser, die pech hebben waardoor zij hun woning kwijtraken. Er is in het geval van eiser geen sprake van moedwillig niet betalen van de huur of anderszins laakbaar gedrag. Eiser vind het onbegrijpelijk dat hij na anderhalf jaar weer terug te zijn in Nederland nog steeds geen woning heeft terwijl anderen wel worden geholpen.

5.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat er onvoldoende aanleiding is om toepassing van de hardheidsclausule te rechtvaardigen. De hardheidsclausule is bedoeld voor uitzonderlijke situaties waarin de toepassing van de Huisvestingsverordening tot een zeer onbillijke of harde situatie zou leiden. Dit zou volgens verweerder ook kunnen gelden voor de reeks van opeenvolgende gebeurtenissen die, zoals eiser stelt, het gevolg zijn van pech. Verweerder heeft hierin echter geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule. Hierbij merkt verweerder op dart er voorliggende oplossingen zijn voor het woonprobleem van eiser, zoals het zoeken van woonruimte in de vorm van een kamer en/of in een regio waarin de woningmarkt minder krap is.

5.3

Uit de uitspraak van de Afdeling van 19 maart 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:934) volgt dat bij een tekort aan woonruimte in de regio Zuid-Kennemerland en in het belang van een goede rechtvaardige verdeling van woonruimte, toepassing van de hardheidsclausule in uitzonderlijke situaties niet onredelijk is. Het betreft situaties waarbij overduidelijk is dat toewijzing van zelfstandige woonruimte op een zo kort mogelijke termijn dient plaats te vinden, omdat het langer laten voortduren van de bestaande situatie om medische, psychosociale of maatschappelijke redenen onverantwoord is. Het al dan niet toepassen van de hardheidsclausule is een discretionaire bevoegdheid van het college, zodat de rechter het al dan niet gebruik maken van die bevoegdheid terughoudend dient te toetsen. Een beroep op de hardheidsclausule kan om die reden slechts bij uitzondering slagen, waarbij het aan eiser is om aannemelijk te maken dat sprake is van omstandigheden die tot toepassing van de hardheidsclausule nopen.

5.4

De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat er geen aanleiding is voor toepassing van de hardheidsclausule. Verweerder heeft in redelijkheid kunnen beslissen dat de aangevoerde gronden van eiser geen aanleiding geven om te stellen dat de toepassing van de Huisvestingsverordening in dit geval tot een bijzondere hardheid leidt. Verweerder heeft daarbij in redelijkheid kunnen betrekken dat er een grote schaarste aan sociale huurwoningen bestaat en dat niet is gebleken dat toepassing van de verordening niet tot een zeer onbillijke of harde situatie zou leiden. Dat eiser niet moedwillig de huur van zijn vorige woning niet heeft betaald, maakt niet dat sprake is van een situatie op grond waarvan een urgentieverklaring moet worden verleend. De beroepsgrond slaagt niet.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Maarleveld, rechter, in aanwezigheid van L. van Broekhoven, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Deze uitspraak is gedaan op 23 juli 2020. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig. alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Bijlage

Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond 2017: Haarlem

Artikel 9. Voorrang bij urgentie, van toepassing voor de gemeenten in Zuid-Kennemerland

1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de in artikel 2 aangewezen woonruimte in het bezit van woningcorporaties met uitzondering van woonwagenstandplaatsen.

2. Bij het verlenen van huisvestingsvergunningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden voor wie de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. In dat geval kunnen burgemeester en wethouders een schriftelijke urgentieverklaring verlenen. Onverminderd artikel 12, derde lid van de wet, kan de voorrang slechts worden verleend aan inwoners van Zuid-Kennemerland met een inkomen van ten hoogste € 40.394 (prijspeil 2017), onverminderd de verplichtingen van woningcorporaties op het gebied van passend toewijzen op basis van inkomen op grond van de Woningwet 2015.

4. Tot de woningzoekenden bedoeld in het tweede lid behoort tevens de woningzoekende

a. die in zijn lichamelijke en/of sociaal-psychische gezondheid zeer ernstig wordt bedreigd als gevolg van de huidige woonsituatie en die minimaal twee jaar inwoner is van een van de gemeenten in Zuid-Kennemerland;

b. die zijn woonruimte direct definitief moet verlaten door natuurgeweld of een niet door eigen opzet ontstane calamiteit en minimaal één jaar inwoner is van een van de gemeenten in Zuid-Kennemerland en;

c. die zijn woonruimte heeft of zal moeten verlaten in verband met de renovatie of sloop van zijn huidige woning in het kader van een stadsvernieuwings- of herstructureringsproject en minimaal één jaar inwoner is van een van de gemeenten in Zuid-Kennemerland, of

d. die in een instelling op sociaal, maatschappelijk of medisch terrein woonachtig is waarmee burgemeester en wethouders van één van de regiogemeenten afspraken met de instellingen hebben gemaakt over de uitstroom van ex-cliënten naar reguliere woningen en die voorafgaand aan zijn verblijf in één of meerdere instelling(en) tenminste twee van de aaneengesloten drie jaren inwoner is geweest in een van de gemeenten in Zuid-Kennemerland.

5. Woningzoekenden die zelf verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor de ontstane woonproblematiek of die onvoldoende pogingen hebben gedaan om zelf een oplossing te vinden, komen niet in aanmerking voor voorrang.

Artikel 29. Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.