Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:5389

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-07-2020
Datum publicatie
03-08-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 1646
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Vereenvoudigde behandeling
Inhoudsindicatie

Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 04-08-2020
FutD 2020-2289
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/1646

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2020 in de zaak tussen

[X] B.V., eiseres

(gestelde gemachtigde: M. van Bochove),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoofddorp, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij ongedateerde brief, ter griffie ingekomen op 3 maart 2020, beroep ingesteld tegen de voorgenomen uitspraak op bezwaar van verweerder van 22 januari 2020 inzake de naheffingsaanslagen omzetbelasting 2015 tot en met 2017.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) uitspraak zonder zitting. . Het beroep ziet mede op de opgelegde boete. De rechtbank is van oordeel dat de vereisten van een behoorlijk proces niet nopen tot een behandeling ter zitting.

2. Uit het beroepschrift blijkt dat M. van Bochove niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen. Iemand - niet zijnde een advocaat - die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim binnen een haar daartoe gestelde termijn te herstellen.

3. Indien de (gestelde) procespartij een rechtspersoon is, vraagt de rechtbank tevens om een uittreksel uit het handelsregister om te kunnen beoordelen of de opdracht tot het instellen van beroep bevoegd is gegeven.

4. De rechtbank heeft M. van Bochove bij aangetekende brief van 10 juni 2020 verzocht om binnen vier weken een machtiging waaruit blijkt dat hij gemachtigd is beroep in te stellen namens [X] B.V en een uittreksel uit het handelsregister over te leggen en daarmee de verzuimen te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien niet aan dit verzoek wordt voldaan, de beroepen niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek in Track & Trace van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 11 juni 2020 is bezorgd. M. van Bochove heeft niet gereageerd.

5. M. van Bochove heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor deze verzuimen.

6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 24 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.