Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:5326

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-07-2020
Datum publicatie
28-07-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 3191
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

sluiting bedrijfsruimte in verband met illegaal gokken. behandeling bezwaar kan worden afgewacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/3191

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 juli 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , handelend onder de naam [verzoeker], te Wormerveer, verzoeker,

(gemachtigde: mr. S. Ettalhaoui),

en

de burgemeester van de gemeente Zaanstad, verweerder,

(gemachtigde: mr. G.M. Pierik).

Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het pand aan de [adres] gesloten met ingang van 3 juni 2020 om 3.15 uur tot en met 3 december 2020 tot en met 3:15 uur.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt bij brief van 16 juni 2020. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2020. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en vergezeld door S. El Moussaoui. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Hij werd vergezeld door gemeenteambtenaren [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] .

Overwegingen

1. Voor het relevante wettelijk kader verwijst de voorzieningenrechter naar de bijlage. Deze bijlage maakt onderdeel uit van deze uitspraak.

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3. Verzoeker heeft een schildersbedrijf en is eigenaar van het bedrijfspand aan de [adres] . Woensdag 3 juni 2020 omstreeks 01.08 uur kwam er een melding binnen bij de politie waaruit kon worden afgeleid dat er een pokertoernooi gaande was in het bedrijfspand van verzoeker waarbij gespeeld werd om geld. De politie is vervolgens ter plaatse gegaan en trof in het pand 18 personen, twee professionele pokertafels, kaarten en fiches aan. De politie heeft tijdens de controle contact opgenomen met de gemeente waarna om 2.20 uur een gemeentelijk toezichthouder ter plaatse is gekomen. De toezichthouder heeft vervolgens spoedeisende bestuursdwang toegepast door de sloten op de toegangsdeur van de bedrijfsruimte te (laten) vervangen en de toegangsdeur te verzegelen door middel van sluitzegels. Blijkens het besluit is verzoeker de volgende ochtend gebeld en is de toepassing van spoedeisende bestuursdwang mondeling aan hem medegedeeld en is aangegeven dat het besluit achteraf ook nog schriftelijk zal worden toegezonden.

4. In het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang is aangegeven dat met het organiseren van het pokertoernooi de Wet op de kansspelen alsmede de Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad (het ontbreken van een exploitatievergunning) zijn overtreden. Door sluiting van een illegale goklocatie wordt de openbare orde hersteld omdat daarmee illegale gokactiviteiten worden beƫindigd. Daarnaast wordt een periode van rust gerealiseerd en wordt de loop van gokkers naar de locatie beƫindigd. Verder wordt met de sluiting van het pand een signaal afgegeven naar de buitenwereld dat het pand niet (langer) kan worden gebruikt voor illegale gokactiviteiten, aldus verweerder.

5. Het verzoek om een voorlopige voorziening is er op gericht dat verzoeker weer gebruik kan maken van zijn bedrijfsruimte. Verzoeker stelt dat hij de ruimte nodig heeft voor zijn bedrijfsvoering.

6. Gelet op het feit dat het bezwaar dateert van 16 juni 2020 en het besluit van 18 juni 2020 is er sprake van een prematuur bezwaarschrift in de zin van artikel 6:10 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter mocht verzoeker ten tijde van de indiening van het bezwaar redelijkerwijs menen dat het primaire besluit reeds was genomen. Het bezwaar is derhalve ontvankelijk en het verzoek om een voorlopige voorziening is daaraan connex.

7. Gelet op het bepaalde in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter op verzoek uitsluitend een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

8. Ter zitting zijn verzoeker en zijn gemachtigde bevraagd over het spoedeisend belang.

9. Verzoekers gemachtigde heeft aangegeven dat eiser gebruik wil maken van zijn eigendomsrecht, dat hij voor het bedrijfspand hypotheek betaalt, dat hij in het pand zijn administratie doet, dat hij het pand gebruikt om te reflecteren, dat hij drie kinderen heeft, dat verweerder het pand abrupt heeft gesloten zonder verzoeker te informeren en dat verzoeker de steigeraanhanger welke in de bedrijfsruimte staat opgeslagen dagelijks nodig heeft voor het vervoer van ladders en steigers. Verzoeker heeft in aanvulling daarop aangegeven dat hij drie maal per week klanten ontvangt in de bedrijfsruimte. Door de sluiting kan verzoeker zijn klanten niet bedienen en zijn administratie niet bijhouden en als de sluiting van het bedrijfspand zal voortduren vreest hij verlies van klanten en daarmee omzetverlies en uiteindelijk faillissement, aldus verzoekers gemachtigde in de brief van 26 juni 2020.

10. De voorzieningenrechter ziet op dit moment gelet op hetgeen is aangevoerd onvoldoende grond voor het oordeel dat verzoeker als gevolg van de tijdelijke sluiting van zijn bedrijfspand dusdanig in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd dat hij voor het voortbestaan van zijn schildersbedrijf moet vrezen en dat het treffen van een voorlopige voorziening is aangewezen. Verzoeker kan zijn administratie vanuit huis doen, overleg met klanten hoeft niet noodzakelijkerwijs in het bedrijfspand plaats te vinden en zijn aanhangwagen met ladders en steigers kan verzoeker ook bij zijn woning stallen. Dat verzoeker zijn bedrijfspand graag wil blijven gebruiken, is niet onbegrijpelijk maar is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende om op dit moment spoedeisend belang aan te nemen. Het treffen van een voorlopige voorziening is derhalve niet aangewezen en de behandeling van het beroep kan worden afgewacht. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P.E. Oomens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. Poggemeier, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.