Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:5157

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-06-2020
Datum publicatie
23-07-2020
Zaaknummer
8433705 \ AO VERZ 20-52
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Werknemer verstuurt e-mails en bijlagen naar privé e-mailadres na tekenen vaststellingsovereenkomst. Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig (geen dringende reden en niet onverwijld gegeven), wel ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0853
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8433705 \ AO VERZ 20-52

Uitspraakdatum: 16 juni 2020

Beschikking in de zaak van:

[werknemer] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. K.M. Janssen

tegen

De naamloze vennootschap

Kuehne + Nagel N.V.

gevestigd te Rozenburg

verwerende partij

verder te noemen: Kuehne + Nagel

gemachtigde: mr. R. van den Brink

1 Het procesverloop

1.1.

[werknemer] heeft primair een verzoek gedaan om voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd door Kuehne + Nagel en verzocht het door Kuehne + Nagel gegeven ontslag op staande voet te vernietigen, en subsidiair om ten laste van Kuehne + Nagel een billijke vergoeding toe te kennen. Beide verzoeken kennen dezelfde grondslag, zodat, nu [werknemer] te kennen heeft gegeven bij zijn primaire verzoek te blijven, uitsluitend op dat verzoek en de daarbij behorende nevenverzoeken van [werknemer] zal worden beslist.

1.2.

Naast het verzoek om het ontslag op staande voet te vernietigen, heeft [werknemer] verzocht om Kuehne + Nagel te veroordelen tot betaling van de in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen beëindigingsvergoeding, dan wel de wettelijke transitievergoeding. Tevens heeft [werknemer] verzocht om toekenning van (gefixeerde) schadevergoedingen. [werknemer] heeft ook een verzoek gedaan om op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen. Kuehne + Nagel heeft een verweerschrift ingediend en een tegenverzoek gedaan tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [werknemer] heeft tegen dit voorwaardelijk verzoek schriftelijk verweer gevoerd en daarbij een voorwaardelijk tegenverzoek gedaan.

1.3.

Op 19 mei 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben [werknemer] en Kuehne + Nagel bij brieven van 30 april 2020, 13 mei 2020, 14 mei 2020, 15 mei 2020 en 18 mei 2020 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[werknemer] , geboren op [geboortedatum] (50 jaar), is op 1 mei 1998 in dienst getreden bij Kuehne + Nagel. De laatste functie die [werknemer] vervulde, was die van Business Development Manager, met een salaris van € 5.100,- bruto, te vermeerderen met vakantietoeslag, bonus en andere emolumenten.

2.2.

Kuehne + Nagel is een onderneming die zich bezighoudt met logistieke dienstverlening in de sectoren luchtvracht, zeevracht, wegtransport en contract logistiek. Één van de onderdelen binnen Kuehne + Nagel is de afdeling ‘Aerospace Logistics’, welk onderdeel logistieke diensten aanbiedt aan de luchtvaartsector. [werknemer] was werkzaam op deze afdeling.

2.3.

In de arbeidsovereenkomst d.d. 24 mei 2018 zijn [werknemer] en Kuehne + Nagel onder andere overeengekomen: ‘Voor u is voor de verdere voorwaarden het Huishoudelijk Reglement (laatste versie) van onze N.V. van toepassing, waarvan bijgevoegd een exemplaar.

Het is verboden, zowel tijdens als na de beëindiging van uw dienstbetrekking, gegevens die op enigerlei wijze betrekking hebben op het bedrijf, de onderneming of de organisatie, alles in de ruimste zin van het woord, van Kühne & Nagel N.V. of van enig tot hetzelfde concern als Kühne & Nagel N.V. behorend bedrijf, voor zover die gegevens niet uitdrukkelijk voor openbaarmaking zijn bestemd, aan derden mee te delen en/of hiervan gebruik te maken.’

2.4.

Het Huishoudelijk Reglement bepaalt verder ‘Het gebruik van mobile devices (bijvoorbeeld smartphones, mobiele telefoons, tablets […], die eigendom zijn van en beschikbaar gesteld worden door Kuehne + Nagel is alleen toegestaan voor zakelijke doeleinden, tenzij nadrukkelijk schriftelijke toestemming is gegeven voor gebruik anderszins.’ En ‘Indien aan de medewerker een PC (desktop of laptop) ter beschikking is gesteld, gelden de in de bijlage 2: (‘Gedrags- en gebruiksregels internet en e-mailgebruik KNNL’) opgenomen regels.’

2.5.

In de Gedrags- en gebruiksregels internet- en e-mailgebruik KNNL staat onder meer beschreven: ‘Tegen de achtergrond van de risico’s van het gebruik van internet en e-mail wordt van de gebruiker professioneel en integer handelen verwacht. […] Inhoudelijke controle van internet- en e-mailgebruik kan plaatsvinden indien sprake is van een vermoeden van handelen in strijd met de gedrags- en gebruiksregels door de gebruiker. Niet naleving van deze regels kan leiden tot disciplinaire en arbeidsrechtelijke maatregelen. […] Gebruik is dus verbonden met de taken die voortvloeien uit de functie. […] Het kopiëren van software en/of bestanden van Kuehne + Nagel voor privégebruik is niet toegestaan. Vertrouwelijke en bedrijfsgevoelige informatie mogen niet zonder toestemming extern (buiten de organisatie) worden verzonden.’

2.6.

Op 25 april 2019 is [werknemer] arbeidsongeschikt geraakt. In oktober en november 2019 hebben [werknemer] en Kuehne + Nagel deelgenomen aan mediationsessies.

2.7.

Op 13 december 2019 heeft [werknemer] met zijn zakelijke e-mailadres een e-mail gestuurd naar zijn privé e-mailadres. In deze e-mail staan twee links. De links hebben betrekking op de (meest recente) KLM Cargo Handling Rates en de Air France KLM Martinair Cargo Export Charges.

2.8.

[werknemer] en Kuehne + Nagel hebben in december 2019 overeenstemming bereikt over een vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst is op 24 december 2019 door [werknemer] en op 30 december 2019 door Kuehne + Nagel ondertekend. De vaststellingsovereenkomst bevat onder andere de volgende artikelen:

Einde arbeidsovereenkomst

1. Het dienstverband zal, met inachtneming van een fictieve opzegtermijn van 4 maanden, eindigen met wederzijds goedvinden met ingang van 1 mei 2020 […]

Beëindigingsvergoeding

2. Werkgever betaalt aan werknemer als compensatie van het ontslag en als ondersteuning voor het vinden van een andere baan een bedrag ter grootte van € 63.166,00 bruto ten titel van ‘beëindigingsvergoeding’. […]

Eindafrekening, getuigschrift, inlevering van zaken

[…]

10. Werknemer zal uiterlijk op 31 december 2019 de zaken die eigendom zijn van werkgever – en zaken van derden die aan werknemer ter beschikking zijn gesteld – weer afgeven, te weten passen, laptop, gsm, simkaart en toebehoren.’

Vertrouwelijkheid, uitingen intern en extern, bijzondere bedingen

[…]

18. Voor zover op werknemer een non-concurrentiebeding en/of non-relatiebeding van toepassing is, komt dit beding/deze bedingen direct na ondertekening van deze overeenkomst te vervallen.

19. Het nevenwerkzaamhedenbeding zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst blijft van kracht tot de Einddatum. Dit beding luidt:

Van het waarnemen van nevenbetrekkingen, het doen van zaken voor eigen rekening, het bedingen of ontvangen van gelden van derden (als bijdragen, courtage, geschenk, gratificatie, korting, provisie, of reductie, onder welke benaming of in welke vorm dan ook) zult u zich gedurende de duur van uw dienstbetrekking bij Kühne & Nagel N.V. nadrukkelijk onthouden.

Ter voorkoming van onduidelijkheden wordt specifiek opgemerkt dat het werknemer voorafgaand aan de Einddatum vrij staat om uit te zien en te solliciteren naar een werkplek elders als werknemer en zo mogelijk een arbeidsovereenkomst te aanvaarden c.q. aan te gaan (zie tevens art. 4). Het staat werknemer tevens voor afgaand aan de Einddatum vrij om desgewenst een onderneming op te richten en de daarvoor benodigde voorbereidende en administratieve handelingen te verrichten, w.o. het inschrijven in het handelsregister en de onderneming openbaren op een website en social media kanalen. Tevens staat het werknemer voorafgaand aan de Einddatum vrij om desgewenst binnen (en buiten) zijn zakelijke netwerk verkennende/oriënterende gesprekken te voeren met derden. Het staat werknemer echter niet vrij om voorafgaand aan de Einddatum als ondernemer 1) zakelijke aanbiedingen te doen aan derden (w.o. offertes) in de logistieke sector die tot doel hebben om tegen betaling (advies)werkzaamheden te verrichten als ZZP-er/opdrachtnemer, 2) om daadwerkelijk en dergelijke overeenkomst aan te gaan in de logistieke sector (zie tevens art. 4), dan wel 3) materieel (advies)werkzaamheden te verrichten voor ene derde in de logistieke sector (zie tevens art. 4). […]’

2.9.

Op 29 december 2019 heeft [werknemer] e-mails van zijn zakelijke e-mailadres met diverse bijlagen (door)gestuurd naar zijn privé e-mailadres. Daarbij is een door [werknemer] opgestelde presentatie doorgestuurd waarbij op de eerste pagina vermeld staat: ‘Internal only’. Ook is een e-mail van een relatie van Kuehne + Nagel doorgestuurd d.d. 7 mei 2018, met daarbij een offerte met specificaties en een ontwerptekening van een trailer. Tenslotte heeft [werknemer] een e-mail doorgestuurd met als bijlage een ‘Lease for office space’, overeengekomen door Kuehne + Nagel en de verhuurder, met daarbij 9 bijlagen waaronder een ‘investment loan profile’.

2.10.

Op 30 december 2019 om 23.15 uur heeft [werknemer] een e-mail met negentien bijlagen van zijn zakelijke e-mailadres naar zijn privé e-mailadres gestuurd. De bijlagen hebben met name betrekking op het ‘8d problem solving proces’. Op één van de bijlagen, gedateerd maart 2016, staat op pagina 1 geschreven: “The information in this document is the property of Rolls-Royce plc and may not be copied, or communicated to a third party, or used, for any purpose other than that for which it is supplied without the express written consent of Rolls-Royce plc.” Een andere bij deze bijlage doorgestuurde e-mail betreft een Rate Book van de tarieven die Kuehne + Nagel in 2018 jegens één van haar klanten hanteerde.

2.11.

Op 16 januari 2020 heeft Kuehne + Nagel aan haar Nederlandse IT Directeur het verzoek gedaan om na te gaan wat de mogelijkheden zijn om de e-mails te achterhalen die, in de periode tussen kwartaal 2 en kwartaal 4 van 2019, verzonden zijn vanuit de shared e-mailbox van [werknemer] en zijn collega’s, naar het privé e-mailadres van [werknemer] . Kuehne + Nagel schrijft daarbij: ‘There is good reason to believe that mails have been sent containing company restricted information, and that the mails have been deleted from sent items afterwards.’

2.12.

Op 17 januari 2020 heeft de IT Security Officer van Kuehne + Nagel het Global Cyber Incident Respons Team van Kuehne + Nagel verzocht om onderzoek te verrichten. Op dezelfde dag is bevestigd dat het onderzoek zou worden gestart. Eveneens op 17 januari 2020 heeft de CyberSecurity Engineer van voornoemd team de Nederlandse IT Directeur van Kuehne + Nagel geïnformeerd dat zeven e-mails vanuit de shared mailbox zijn verzonden aan het privé e-mailadres van [werknemer] en dat in totaal 62 e-mails vanuit Kuehne + Nagel aan [werknemer] zijn verzonden. Deze informatie is op 18 januari 2020 aan de leidinggevende van [werknemer] verzonden. Deze leidinggevende heeft op 21 januari 2020 opdracht gegeven om de volledige e-mails inclusief bijlagen op te halen, en ook om de mailbox van het zakelijke e-mailadres van [werknemer] te herstellen en om Kuehne + Nagel toegang te verschaffen tot die mailbox.

2.13.

Op 22 en 23 januari 2020 is er binnen Kuehne + Nagel intern e-mailcontact geweest over de start en autorisaties voor het onderzoek. Op 24 januari 2020 is de IT Security Officer als volgt geïnformeerd: ‘Unfortunately, there is another analysis running at the moment, consuming all available disk space on the eDiscovery server. As soon as this analysis is complete, I can start with your case as soon as all approvals have been made and all roles have been assigned.’ Op 27 januari 2020 om 13.34 uur is de IT Security Officer geïnformeerd dat het onderzoek zou worden aangevangen.

2.14.

Op 3 februari 2020 heeft Kuehne + Nagel de volgende e-mail gestuurd aan de Systems Engineer Infrastructure Services van Kuehne + Nagel: ‘[…] Did you succeed in preparing a folder with the 30 selected e-mails? There is a meeting planned tomorrow to discuss these with sender/receiver and his lawyer.’ Op 4 februari 2020 volgde een e-mail met de tekst ‘Appreciate if you could give this request priority’. Op 4 februari 2020 om 09.50 ontvang Kuehne + Nagel de bevestiging dat een nieuwe map op de desktop van [leidinggevende] , de leidinggevende van [werknemer] , is geplaatst: ‘There has been a new folder placed on [leidinggevende] ’s desktop “eDiscovery”. Contains the PST-Files (to be opened in Outlook) with the tagged e-mails.’

2.15.

Bij brief van 31 januari 2020 heeft de gemachtigde van Kuehne + Nagel [werknemer] opgeroepen voor een gesprek op 4 februari 2020. Verder schrijft Kuehne + Nagel in deze brief: ‘Recent en na mijn brief aan u van 14 januari jl. heeft cliënte het ernstige vermoeden gekregen dat u tijdens uw dienstverband (strikt) bedrijfsvertrouwelijke informatie/documenten vanuit uw zakelijke e-mailaccount bij cliënte heeft doorgestuurd naar uw privé e-mailadres. In verband daarmee is opdracht gegeven aan de afdeling IT Security van de Kuehne + Nagel organisatie in Hamburg om feitenonderzoek te doen. Op 30 januari jl. heeft cliënte van de IT Security afdeling inzage verkregen in de bedrijfsvertrouwelijke gegevens/documenten die u naar uw privé e-mailadres heeft doorgesluisd. Op 30 januari jl. aan het einde van de middag werd ondergetekende van één en ander op de hoogte gesteld. Cliënte kan op voorhand niet uitsluiten dat sprake is van één of meerdere dringende redenen die een ontslag op staande voet rechtvaardigen.’

2.16.

Bij e-mails van 3 en 4 februari 2020 hebben de gemachtigden van [werknemer] en Kuehne + Nagel gecorrespondeerd over de brief en de uitnodiging van 31 januari 2020. De gemachtigde van Kuehne + Nagel heeft te kennen gegeven dat er voorafgaand aan het gesprek geen stukken aan de gemachtigde van [werknemer] zouden worden gezonden. [werknemer] is niet verschenen bij het gesprek van 4 februari 2020.

2.17.

Bij betekende brief d.d. 6 februari 2020 is [werknemer] door Kuehne + Nagel op staande voet ontslagen. In de brief schrijft Kuehne + Nagel: ‘Wij ontvingen vervolgens een lijst waarop te zien was op welke data u vanuit uw zakelijke Kuehne + Nagel e-mail account mails had gestuurd naar uw privé e-mail account. […] Uit de bewoordingen van meerdere van de subjects kregen wij de indruk c.q. het (ernstige) vermoeden dat onder meer bedrijfsgegevens en/of zakelijke documenten (van vertrouwelijke aard) van onder meer Kuehne + Nagel, klanten, toeleveranciers etc. door u zijn doorgestuurd naar uw privé e-mailadres. Wij konden op dat moment overigens niet in de e-mails zelf kijken. Uitsluitend de omschrijving van het “subject” was zichtbaar. Teneinde inzage in (de aard van) de e-mails te kunnen krijgen was nader onderzoek nodig, in welk verband vervolgens een formeel verzoek is gedaan aan de afdeling IT Security in Hamburg. […] Vervolgens heeft de afdeling IT Security Hamburg na afronding van het onderzoek vorige week donderdag (30 januari jl.) de e-mails digitaal ter hand gesteld aan onze legal counsel. Het betroffen 141 e-mails. […] Uit die 141 e-mails hebben wij een selectie gemaakt van ten minste 28 e-mails. Gebleken is dat bij die 28 mails totaal circa 70 bijlagen zaten, waaronder dus onder meer bedrijfsvertrouwelijke gegevens/documenten/bestanden.

Die gegevens/documenten/bestanden betreffen bijvoorbeeld (en zeker niet uitsluitend) ontwerptekeningen van een trailer die wij speciaal voor ons bedrijf hebben laten ontwerpen en ontwikkelen (met een daarbij horende offerte), productgegevens, tarieflijsten van bijvoorbeeld klanten, diverse inkooptarieven en financiële calculaties, contracten, offertes, financiële gegevens (waaronder het Rolls Royce ratebook) en overige informatie het bedrijf Rolls Royce […] betreffende. Deze stukken waren/zijn vertrouwelijk van aard.

[…] Veel documenten heeft u aan uw privé e-mailaccount gestuurd nadat u de met u gesloten vaststellingsovereenkomst had getekend. […] U heeft derhalve in strijd met de vaststellingsovereenkomst gehandeld.

Uit de Gedrags- en gebruiksregels internet en e-mailgebruik KNNL […] kunnen de volgende voorschriften/regels worden opgemaakt waaraan u gebonden bent/was […]. U heeft in strijd met voorgaande regels gehandeld. Als bijlage 3 van het Handboek Personeel is de Code of Conduct/Gedragscode opgenomen. […] U heeft in strijd met voorgaande regels gehandeld.

Voorts stellen wij ons op het standpunt dat u, door te handelen, zoals u heeft gedaan en zoals hiervoor geschetst onrechtmatig jegens ons heeft gehandeld in de zin van de Wet Bescherming Bedrijfsgegevens. […] Voorts heeft u de regel dat bedrijfsgegevens, tarieven, klantgegevens, productgegevens, werkwijzen, processen etc. vertrouwelijk dienen te worden behandeld geschonden. Ook de geheimhoudingsplicht zoals vastgelegd in het handboek personeel, in de tussen ons gesloten vaststellingsovereenkomst en in de tussen ons gesloten arbeidsovereenkomst heeft u geschonden door als onze werknemer de betreffende documenten door te sturen aan u zelf, zij het buiten de hoedanigheid van werknemer van Kuehne + Nagel […]. Alle hiervoor geschetste feiten, overtredingen, gedragingen etc. van u, zowel elk afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, leveren één of meerdere dringende redenen op waardoor een ontslag op staande voet is gerechtvaardigd. Derhalve delen wij u mede dat u hierbij op staande voet wordt ontslagen, zodat uw arbeidsovereenkomst thans met onmiddellijke ingang is geëindigd.’

2.18.

Bij e-mail van 7 februari 2020 is namens [werknemer] eerst op het ontslag op staande voet gereageerd: ‘Voor nu deel ik u mede dat cliënt zich verzet tegen het gegeven ontslag op staande voet en hij zich beschikbaar houdt voor werkzaamheden/re-integratie voor zover dat overigens van hem zou kunnen worden verwacht.’ Bij brief van 18 februari 2020 is namens [werknemer] inhoudelijk gereageerd op het ontslag op staande voet.

2.19.

Bij brief d.d. 22 april 2020 heeft de gemachtigde van Kuehne + Nagel aan de gemachtigde van [werknemer] geschreven: ‘Door middel van deze brief vernietigt cliënte, Kuehne + Nagel N.V., de tussen uw client en cliënte gesloten vaststellingsovereenkomst (die door uw client op 24 december 2019 en door cliënte op 30 december 2019 is ondertekend) op grond van dwaling zoals bedoeld in artikel 6:228 BW. Deze brief dient uw cliënt dan ook te beschouwen als een buitengerechtelijke verklaring in de zin van artikel 3:49 jo 6:228 BW. […]’

3 Het verzoek

3.1.

[werknemer] verzoekt de kantonrechter primair om voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet rechtsgeldig is opgezegd door Kuehne + Nagel en het ontslag op staande voet te vernietigen. [werknemer] verzoekt verder om Kuehne + Nagel te veroordelen tot betaling van het loon vanaf 6 februari 2020 tot de datum van het einde van het dienstverband, te vermeerderen met de wettelijke verhoging. [werknemer] verzoekt daarbij tevens om veroordeling van Kuehne + Nagel tot betaling van de in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen beëindigingsvergoeding en bij afwijzing van dat verzoek, tot betaling van de wettelijke transitievergoeding. [werknemer] verzoekt verder om betaling van een schadevergoeding ter hoogte van € 2.558,52 omdat hij geen gebruik heeft kunnen maken van de aan hem ter beschikking gestelde auto en de in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen afscheidsborrel niet heeft plaatsgevonden. Ook verzoekt [werknemer] om betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Het primaire verzoek van [werknemer] behelst tevens het verzoek tot veroordeling van Kuehne + Nagel om alle overige op haar rustende verplichtingen uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst tijdig en volledig na te komen, onder verbeurte van een dwangsom, alsmede een veroordeling van Kuehne + Nagel om aan [werknemer] schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificaties te verstrekken, eveneens op straffe van een dwangsom. Aan zijn verzoek legt [werknemer] ten grondslag – kort weergegeven – dat het ontslag niet onverwijld is gegeven en dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. In dat kader heeft de [werknemer] het volgende aangevoerd.

3.2.

Ten aanzien van de onverwijldheid: [werknemer] betwist dat Kuehne + Nagel op of na 14 januari 2020 wist dat [werknemer] e-mails naar zijn privé mailbox had verzonden; [werknemer] stelt dat het aannemelijk is dat Kuehne + Nagel in de eerste dagen van januari 2020 hiervan op de hoogte was. [werknemer] stelt verder dat het verzenden van e-mails tijdens het dienstverband gedurende het dienstverband bekend moet zijn geweest of bekend had kunnen zijn. Daarnaast stelt [werknemer] dat het technisch onderzoek niet met de noodzakelijke voortvarendheid is opgepakt; de e-mails zijn vanuit twee mailboxen van het systeem van Kuehne + Nagel verzonden, zodat een onderzoek niet langer dan 24 uur hoefde te duren. [werknemer] ziet niet in waarom wel kon worden waargenomen dat een e-mail vanuit de shared mailbox was verzonden, zonder dat de inhoud van die e-mail(s) kon worden bezien. Gelet op het voorgaande stelt [werknemer] dat het ontslag niet onverwijld is gegeven en derhalve niet rechtsgeldig is.

3.3.

[werknemer] stelt verder dat geen sprake is van een dringende reden. Hiertoe stelt [werknemer] dat hem bij de vaststellingsovereenkomst finale kwijting is verleend voor zijn handelen tot het moment van ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst. Gelet op het aantal e-mails dat tijdens het dienstverband door [werknemer] is verstuurd, had dit bij Kuehne + Nagel bekend moeten of kunnen zijn. Verder heeft [werknemer] geen kopie van het Handboek Personeel in bezit en is hij er niet mee bekend waar hij een afschrift kan inzien. Hetzelfde geldt voor de Code of Conduct. [werknemer] en zijn collega’s hebben geregeld e-mails naar hun privé e-mailadres verzonden, [werknemer] is daarop niet aangesproken. Enige norm of instructie was [werknemer] niet bekend. Kuehne + Nagel heeft niet expliciet benoemd dat mailen naar een privé mailbox niet was toegestaan. Verder betwist [werknemer] dat hij de bestanden privé heeft gebruikt en ook dat de e-mails en/of bijlagen vertrouwelijke gegevens en bedrijfsgevoelige informatie betreffen. [werknemer] heeft niets gedeeld met derden en de maatregel ontslag op staande voet is mede gelet op de inhoud van de gedrags- en gebruiksregels internet- en e-mailgebruik KNNL buitenproportioneel. De e-mails zijn niet verstuurd vanuit commercieel winstbejag of persoonlijk belang, [werknemer] zijn handelingen betreffen alleen en uitsluitend een ‘trip down memory lane’. Het ging [werknemer] zeer aan het hart dat hij na zo een lange tijd Kuehne + Nagel verliet. [werknemer] betwist dat hij in strijd met de gedrags- en gebruiksregels of Code of Conduct heeft gehandeld. Ten slotte betwist [werknemer] dat hij eventuele verplichtingen die op hem rusten ter zake vertrouwelijkheid en geheimhouding heeft geschonden, omdat hij geen mails, bestanden, data of informatie gedeeld heeft met derden. Ten slotte moet rekening worden gehouden met de overige omstandigheden, zoals de arbeidsongeschiktheid van [werknemer] , het arbeidsconflict, de vaststellingsovereenkomst, de duur van het dienstverband, de leeftijd en de uitstekende staat van dienst van [werknemer] , en de gevolgen van het ontslag op staande voet. Ook moet een rol spelen dat partijen al een einddatum van 30 april 2020 overeengekomen waren en dat [werknemer] thans geen inkomen of een uitkering heeft.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

Kuehne + Nagel verweert zich tegen het verzoek. Zij voert aan – samengevat – dat [werknemer] in strijd heeft gehandeld met de gedrags- en gebruiksregels internet- en e-mailgebruik KKNL, de Code of Conduct en de arbeidsovereenkomst. Het Huishoudelijk Reglement is van toepassing verklaard op de arbeidsovereenkomst en is onderdeel van het Handboek dat beschikbaar is op het Intranet, waar [werknemer] toegang toe had. [werknemer] wist, ook tijdens zijn dienstverband, dat het niet de bedoeling was dat de verzonden e-mails in zijn privé mailbox terecht zouden komen, dat blijkt uit het feit dat hij ze verwijderde. Het versturen van de e-mails na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst diende ook geen enkel zakelijk belang voor Kuehne + Nagel. De verklaring van [werknemer] dat de e-mails in het kader van een ‘trip down memory lane’ zijn verzonden is gelet op de aard en inhoud van die e-mails ongeloofwaardig. De e-mails zijn verstuurd met het oog op de toekomstplannen en toekomstige werkzaamheden van [werknemer] , derhalve om zijn privébelangen te dienen. Partijen hebben hierover in het kader van de vaststellingsovereenkomst nog expliciet gesproken.

4.2.

Gelet op de duur en het verloop van het onderzoek van Kuehne + Nagel is het ontslag op staande voet bovendien onverwijld gegeven. Het verzoek om veroordeling van Kuehne + Nagel tot betaling van de ontslagvergoeding uit de vaststellingsovereenkomst en het verzoek om nakoming van de vaststellingsovereenkomst moeten worden afgewezen, omdat de vaststellingsovereenkomst door Kuehne + Nagel buitengerechtelijk is vernietigd. Het verzoek om veroordeling tot betaling van de wettelijke transitievergoeding moet worden afgewezen omdat [werknemer] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De verzochte schadevergoeding dient te worden afgewezen, omdat de fiscale bijtelling geen grondslag kan vormen voor de berekening van het gestelde geleden vermogensnadeel.

4.3.

In de zaak van het tegenverzoek wordt door Kuehne + Nagel verzocht om [werknemer] te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 en 3 BW, tot een bedrag van € 22.032,- bruto. Ook verzoekt Kuehne + Nagel [werknemer] te verbieden om gedurende een periode van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van de beschikking, de bedrijven Rolls-Royce, KLM Cargo, Airbus Defence & Space en United Technologies Corporation (en aan die laatste gelieerde onderneming), op enigerlei wijze direct of indirect te benaderen of daarmee contacten te onderhouden op straffe van een dwangsom.

4.4.

Tevens verzoekt Kuehne + Nagel voorwaardelijk, voor zover het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig wordt geacht, de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e of g BW. Het verzoek is voorwaardelijk, namelijk voor het geval het ontslag op staande voet vernietigd wordt. Kuehne + Nagel verzoekt ten slotte in het tegenverzoek om te bepalen dat [werknemer] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, door de bedrijfsvertrouwelijke gegevens van Kuehne + Nagel en/of haar klanten naar zijn privé mailaccount door te sluizen, mede gelet op de omvang en de (concurrentiegevoelige) aard van die bedrijfsgegevens. Het versturen van de e-mails was expliciet verboden op grond van de interne regels, gebeurde in het zicht van de beëindiging van het dienstverband en zonder dat het enig zakelijk doel van Kuehne + Nagel diende. Gelet op het voorgaande verzoekt Kuehne + Nagel om bij de ontbinding geen rekening te houden met de voor [werknemer] geldende opzegtermijn en om te bepalen dat [werknemer] geen recht heeft op de wettelijke transitievergoeding.

4.5.

[werknemer] heeft verweer gevoerd tegen de tegenverzoeken. [werknemer] voert aan dat de vervaltermijn voor de gefixeerde schadevergoeding is verstreken, dat voor het verzochte contactverbod een grondslag ontbreekt en dat Kuehne + Nagel daarbij geen belang heeft en voert aan dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Verder voert [werknemer] aan dat de buitengerechtelijke vernietiging van 22 april 2020 zonder effect is, omdat geen sprake is van dwaling. Tenslotte concludeert [werknemer] tot afwijzing van het voorwaardelijke ontbindingsverzoek van Kuehne + Nagel en betwist hij dat hij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Ook doet [werknemer] het voorwaardelijk tegenverzoek, voor zover vast komt te staan dat de vaststellingsovereenkomst wegens dwaling is vernietigd en de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, om Kuehne + Nagel te veroordelen tot doorbetaling van het loon inclusief emolumenten vanaf 6 februari 2020, tot het einde van de arbeidsovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten en tot betaling van een billijke vergoeding ter hoogte van € 74.986,30 bruto bij ontbinding op de g-grond, omdat de verstoring van de arbeidsrelatie in belangrijke mate is toe te rekenen aan het handelen of nalaten van Kuehne + Nagel en omdat [werknemer] onterecht op staande voet is ontslagen. Ook verzoekt [werknemer] om veroordeling van Kuehne + Nagel tot betaling van de wettelijke transitievergoeding en tot het verstrekken van netto/bruto specificaties op straffe van een dwangsom.

5 De beoordeling

het verzoek

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of Kuehne + Nagel [werknemer] terecht op staande voet heeft ontslagen, of dat het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en Kuehne + Nagel moet worden veroordeeld tot doorbetaling van loon.

5.2.

De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen. Belangrijk is de aard en ernst van de dringende reden. Ook kunnen meespelen de duur van de dienstbetrekking en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Verder kan meewegen wat de gevolgen zijn voor de werknemer van een ontslag op staande voet. Maar ook als zo’n ontslag grote gevolgen heeft voor de werknemer, kan dat ontslag toch gerechtvaardigd zijn. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn vanwege de aard en de ernst van de dringende reden.

5.3.

Verder is voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet vereist dat de arbeidsovereenkomst onverwijld wordt opgezegd, onder onverwijlde mededeling van de dringende reden daarvoor aan de werknemer (artikel 7:677 lid 1 BW). Voor de vraag of het ontslag onverwijld is gegeven, is beslissend het tijdstip waarop de dringende reden tot dat ontslag ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen (zie: HR 27 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1347 (McDonalds)). De van een werkgever te vergen mate van voortvarendheid is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard en omvang van een eventueel noodzakelijk onderzoek, de eventuele noodzaak tot het inwinnen van rechtskundig advies en tot het verzamelen van bewijsmateriaal, en de door de werkgever in acht te nemen zorg om te vermijden dat, als een vermoeden ongegrond blijkt, de werknemer in zijn gerechtvaardigde belangen zou worden geschaad (zie: HR 15 februari 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC4006 (Gelderse Tramvervoer Maatschappij)).

5.4.

Ten aanzien van de onverwijldheid heeft [werknemer] betwist dat de gedragingen die voor Kuehne + Nagel aan het ontslag op staande voet ten grondslag liggen, haar pas medio januari bekend zijn geworden. [werknemer] stelt daarnaast dat het onderzoek naar de dringende reden onvoldoende voortvarend is verlopen. De kantonrechter overweegt met betrekking tot de onverwijldheid dat het op de weg van Kuehne + Nagel had gelegen om duidelijkheid te verschaffen met betrekking tot de specifieke datum waarop de gedragingen haar eerst bekend zijn geworden en om dit, gelet op de betwisting van [werknemer] , met stukken te onderbouwen. Kuehne + Nagel heeft slechts aangevoerd dat zij hiermee na 14 januari 2020, maar rond medio januari 2020, bekend is geraakt.

5.5.

De kantonrechter overweegt dat ook als Kuehne + Nagel wordt gevolgd in haar stelling dat zij eerst medio januari 2020 bekend is geworden met de gedragingen van [werknemer] , Kuehne + Nagel onvoldoende voortvarendheid heeft betracht bij het onderzoek naar de dringende reden en het meedelen daarvan aan [werknemer] . Gelet op de voorgeschiedenis tussen Kuehne + Nagel en [werknemer] en gelet op het feit dat [werknemer] feitelijk niet meer werkzaam was voor Kuehne + Nagel en zijn laptop reeds had ingeleverd, had het naar het oordeel van de kantonrechter op de weg van Kuehne + Nagel gelegen om, zodra zij de onderwerpen in de e-mails had gezien, waardoor zij het vermoeden kreeg dat [werknemer] handelingen had verricht die niet in de haak waren, contact op te nemen met [werknemer] en hem te vragen naar zijn gedragingen en beweegredenen, terwijl zij gelijktijdig voort had kunnen gaan met haar onderzoek. Zij had zich op dat moment de mogelijkheid van ontslag op staande voet kunnen en moeten voorbehouden als de uitkomsten van haar onderzoek daartoe aanleiding zouden geven. De kantonrechter is verder met [werknemer] van oordeel dat het onderzoek van Kuehne + Nagel korter had kunnen en moeten duren. De conclusie is dan ook dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven.

5.6.

[werknemer] heeft verder betwist dat zijn gedragingen een dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren. Hiertoe heeft hij gesteld dat hij niet in strijd met de arbeidsovereenkomst en/of gedragsregels heeft gehandeld en dat de maatregel buitenproportioneel is. De kantonrechter is van oordeel dat het versturen van (gevoelige) bedrijfsinformatie naar een privé e-mailadres, zeker na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst kort voor het einde van de arbeidsovereenkomst ernstige gedragingen zijn, ook indien hierover geen regels zijn vastgelegd. Een werknemer moet begrijpen dat dit consequenties kan hebben voor zijn arbeidsovereenkomst. Dit geldt te meer nu partijen ten tijde van de vaststellingsovereenkomst uitdrukkelijk hebben gesproken over de toekomst van [werknemer] en de werkzaamheden die hij in de periode tot de einddatum wel en niet mocht verrichten (zie de vaststellingsovereenkomst zoals hierboven bij de feiten weergegeven).

5.7.

Bij het beoordelen van de vraag of deze gedragingen een ontslag op staande voet rechtvaardigen, moet echter rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. In dat kader overweegt de kantonrechter dat de maatregel ontslag op staande voet in de voorliggende situatie niet proportioneel is, mede gelet op het feit dat de arbeidsovereenkomst binnen enkele maanden zou eindigen, [werknemer] tot die tijd geen werkzaamheden meer zou verrichten en geen beschikking meer had over zijn laptop. Ontslag op staande voet is een zware maatregel, die niet lichtvaardig mag worden genomen. Voor [werknemer] is het gevolg geweest dat hij per direct geen inkomen meer had en het ontslag op staande voet had gevolgen voor zijn uitkeringsrechten. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van zodanige gedragingen van [werknemer] dat van Kuehne + Nagel redelijkerwijze niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren tot de einddatum van 1 mei 2020. Nu er geen sprake is van een dringende reden in de zin van artikel 7:678BW en het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven, is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig gegeven.

5.8.

Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [werknemer] om vernietiging van dat ontslag worden toegewezen. Er is immers sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW.

5.9.

Nu het ontslag op staande voet wordt vernietigd, duurt de arbeidsovereenkomst voort en heeft [werknemer] recht op loon. De vordering van [werknemer] tot loonbetaling zal daarom worden toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, omdat Kuehne + Nagel te laat heeft betaald, waarbij de kantonrechter aanleiding ziet om de wettelijke verhoging te matigen tot 10%. Het verzoek om veroordeling van Kuehne + Nagel om aan [werknemer] loonstroken te verstrekken zal eveneens worden toegewezen, de kantonrechter ziet echter geen aanleiding om daaraan een dwangsom te verbinden.

5.10.

Naast vernietiging van de opzegging verzoekt [werknemer] om Kuehne + Nagel te veroordelen tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst, waaronder de toekenning van de overeengekomen beëindigingsvergoeding. Kuehne + Nagel heeft zich tegen deze verzoeken verweerd door te verwijzen naar haar buitengerechtelijke vernietiging van de vaststellingsovereenkomst bij brief d.d. 22 april 2020. De kantonrechter kan [werknemer] in zijn verzoek, dat in feite inhoudt een verzoek om te beoordelen of Kuehne + Nagel de vaststellingsovereenkomst ten onrechte wegens dwaling heeft vernietigd, niet ontvangen, omdat dit verzoek gelet op artikel 7:686a lid 3 BW, geen verband houdt met het verzoek om vernietiging van het ontslag op staande voet.

5.11.

Bij afwijzing van het verzoek van [werknemer] om veroordeling van Kuehne + Nagel tot betaling van de overeengekomen beëindigingsvergoeding, verzoekt [werknemer] om toekenning van de wettelijke transitievergoeding. Daarover overweegt de kantonrechter dat door de vernietiging van het ontslag op staande voet en de buitengerechtelijke vernietiging van de vaststellingsovereenkomst de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd, zodat in het kader van het verzoek geen grond bestaat voor toekenning van de wettelijke transitievergoeding.

5.12.

Ten slotte verzoekt [werknemer] om toekenning van een schadevergoeding ter hoogte van € 2.558,52. Dit bedrag bestaat uit een component voor het gemis van de auto en een bedrag van € 500,- vanwege het in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen budget voor een afscheidsborrel, die als gevolg van het ontslag op staande voet niet heeft plaatsgevonden. De kantonrechter is met Kuehne + Nagel van oordeel dat [werknemer] met een berekening op basis van de bijtelling onvoldoende heeft gespecificeerd welke schade hij heeft geleden, zodat dit deel van het verzoek wordt afgewezen. Met betrekking tot het budget voor een afscheidsborrel overweegt de kantonrechter dat dit verzoek is gebaseerd op de vaststellingsovereenkomst die door Kuehne + Nagel buitengerechtelijk is vernietigd, zodat dit deel van het verzoek eveneens wordt afgewezen.

5.13.

[werknemer] heeft ten slotte verzocht om Kuehne + Nagel te veroordelen om aan [werknemer] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel buitengerechtelijke incassokosten, berekend over het aan [werknemer] te betalen totaalbedrag krachtens de te wijzen uitspraak. Niet gesteld is dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het verzoek van [werknemer] wordt dan ook afgewezen.

5.14.

Nu in deze beschikking al een beslissing wordt gegeven over het verzoek van [werknemer] , is er geen reden meer om met toepassing van artikel 223 Rv een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van dat artikel kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding.

5.15.

De proceskosten komen voor rekening van Kuehne + Nagel, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt.

het tegenverzoek

5.16.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden op grond van artikel 7:671b lid 1 BW, wegens verwijtbaar handelen van [werknemer] of een verstoorde arbeidsrelatie. In geval van ontbinding wegens een verstoorde arbeidsrelatie moet ook worden beoordeeld of aan [werknemer] een billijke vergoeding dient te worden toegekend.

5.17.

Hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet moet worden vernietigd. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat daarmee het verzoek van Kuehne + Nagel om veroordeling van [werknemer] tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding zal worden afgewezen. De vernietiging van het ontslag op staande voet betekent dat de voorwaarde waaronder Kuehne + Nagel het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft gedaan, is vervuld, zodat dit verzoek zal worden beoordeeld. Kuehne + Nagel heeft ook belang bij de verzochte ontbinding, omdat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd door het ontslag op staande voet en vooralsnog ook niet door de vaststellingsovereenkomst omdat deze door Kuehne + Nagel buitengerechtelijk is vernietigd, zodat die vaststellingsovereenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan. Aldus duurt de arbeidsovereenkomst na 1 mei 2020 voort. De kantonrechter ontkomt er evenwel niet aan dit ontbindingsverzoek slechts voorwaardelijk te beoordelen, namelijk onder de voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat. [werknemer] kan immers in een nader te voeren procedure bewerkstelligen dat vastgesteld wordt dat Kuehne + Nagel de vaststellingsovereenkomst ten onrechte heeft vernietigd, in welk geval de arbeidsovereenkomst moet worden beschouwd als geëindigd met ingang van 1 mei 2020 en Keuhne + Nagel onder meer de beëindigingsvergoeding verschuldigd is.

5.18.

De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [werknemer] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

5.19.

Kuehne + Nagel voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in (ernstig) verwijtbaar handelen van [werknemer] . Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Kuehne + Nagel in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW. Daartoe wordt het volgende overwogen. Vast staat dat [werknemer] op 13 december een e-mail naar zijn privé e-mailadres heeft gestuurd met links naar onder andere Handling Rates. Ook staat vast dat [werknemer] op 29 en 30 december 2019 e-mails en bijlagen naar zijn privé e-mailadres heeft gestuurd, waaronder een presentatie uit 2016 over het 8d problem solving process, een door [werknemer] opgestelde presentatie met foto’s van een platform, een offerte met specificaties en een ontwerptekening uit 2018, een huurovereenkomst voor kantoorruimte met bijlagen en een Rate Book uit 2018 met tarieven van Kuehne + Nagel. Niet is komen vast te staan dat [werknemer] een overzicht van calculaties en inkooptarieven over 2019 ten behoeve van opslag- en handlingactiviteiten naar zijn privé e-mailadres heeft doorgestuurd, nu [werknemer] heeft betwist dat dit document als bijlage bij de e-mail van 30 december 2019 was bijgevoegd.

5.20.

De kantonrechter kan invoelen dat het voor [werknemer] lastig was om na 22 jaar afscheid te nemen van zijn dienstverband bij Kuehne + Nagel, maar de kantonrechter ziet niet hoe de doorgestuurde informatie zoals tarieven, een huurovereenkomst of een offerte voor [werknemer] een bepaalde ‘souvenierwaarde’ vertegenwoordigen en daarmee kunnen bijdragen aan een ‘trip down memory lane’. Naar het oordeel van de kantonrechter had [werknemer] kunnen en moeten begrijpen dat deze informatie, mede gezien de gesprekken over het einde van de arbeidsovereenkomst en zijn eventuele toekomstplannen in dezelfde sector, niet bestemd was om naar zijn privé e-mailadres te sturen, zonder daarmee de verdenking op zich te laden dat hij deze concurrentiegevoelige informatie voor zich zelf wilde gebruiken. Voorgaande geldt te meer nu [werknemer] een groot deel van de e-mails heeft verzonden na het maken van afspraken over het einde van zijn arbeidsovereenkomst en één of twee dagen voor het inleveren van zijn laptop en andere bedrijfseigendommen. Dat de informatie één of enkele jaren oud was, doet daaraan niet af, omdat de informatie daarmee niet onbruikbaar of nutteloos is geworden. Bovendien is niet doorslaggevend welk doel [werknemer] had met zijn handelen, maar dat hij had moeten begrijpen welke schijn zijn gedrag bij Kuehne + Nagel zou kunnen opwekken en heeft opgewekt. Ook is niet van doorslaggevend belang dat [werknemer] de informatie niet heeft gedeeld met derden.

5.21.

Gelet op het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat [werknemer] zodanig verwijtbaar heeft gehandeld, dat van Kuehne + Nagel in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De kantonrechter ziet geen reden om te oordelen dat herplaatsing van [werknemer] in de rede ligt. Voor zover de arbeidsovereenkomst nog bestaat, gelet op de mogelijkheid dat op enig moment wordt vastgesteld dat de buitengerechtelijke vernietiging van de vaststellingsovereenkomst ten onrechte heeft plaatsgehad, zal de arbeidsovereenkomst worden ontbonden. Kuehne + Nagel heeft verzocht om bij het bepalen van de einddatum van de arbeidsovereenkomst geen rekening te houden met de opzegtermijn en de overeenkomst dadelijk te ontbinden, alsmede om te bepalen dat [werknemer] geen recht heeft op de wettelijke transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen.

5.22.

Het einde van de arbeidsovereenkomst kan worden bepaald op een eerder tijdstip dan het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. Dat kan alleen als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (artikel 7:671b lid 8, onderdeel a, BW). Ook heeft een werknemer geen recht op een transitievergoeding als het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (artikel 7:673 lid 7, aanhef en onder c, BW).

5.23.

Deze uitzonderingsgrond heeft een beperkte reikwijdte en moet terughoudend worden toegepast (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 8 februari 2019, gepubliceerd op www. rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2019:203 (Woondroomzorg)). Uitsluitend in uitzonderlijke gevallen kan hiervan sprake zijn, waarin evident is dat het tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidende handelen of nalaten van de werknemer niet slechts als verwijtbaar, maar als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Daarbij zijn de omstandigheden van het geval – waaronder de persoonlijke omstandigheden van de werknemer – slechts van belang voor zover deze van invloed zijn op de verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van de werknemer dat tot het ontslag heeft geleid. Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer kan zich bijvoorbeeld voordoen als een werknemer zich schuldig maakt aan diefstal of andere misdrijven (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 40).

5.24.

De kantonrechter overweegt dat [werknemer] door het doorsturen van onder andere een overeenkomst en in het bijzonder informatie met betrekking tot tarieven, in het zicht van een eindigende arbeidsovereenkomst en vlak voor de inleverdatum van zijn laptop, niet alleen verwijtbaar, maar tevens ernstig verwijtbaar handelen oplevert. Zoals hiervoor reeds overwogen had [werknemer] kunnen en moeten begrijpen dat dit door Kuehne + Nagel niet zou worden getolereerd en consequenties zou hebben. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst van [werknemer] ontbinden zonder rekening te houden met de opzegtermijn, derhalve per 1 juli 2020. Tevens zal de kantonrechter bepalen dat [werknemer] geen recht heeft op de wettelijke transitievergoeding en zodoende zijn verzoek om toekenning van de wettelijke transitievergoeding afwijzen. Gelet op het voorgaande komt [werknemer] tevens geen billijke vergoeding toe, nu het einde van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van Kuehne + Nagel.

5.25.

Gelet op de toewijzing van het ontbindingsverzoek vanwege verwijtbaar handelen aan de zijde van [werknemer] , behoeft het ontbindingsverzoek op grond van een verstoorde arbeidsverhouding geen nadere bespreking.

5.26.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Kuehne + Nagel zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 9, onderdeel b, BW zal worden ontbonden met ingang van 1 juli 2020.

5.27.

Ten slotte heeft Kuehne + Nagel in het tegenverzoek verzocht om [werknemer] te verbieden om gedurende een periode van 2 jaar vanaf deze beschikking, de bedrijven Rolls-Royce, KLM Cargo, Airbus Defence & Space en United Technologies Corporation (en aan deze laatste gelieerde ondernemingen) op enigerlei wijze, direct of indirect te benaderen of daarmee contacten te onderhouden op straffe van een dwangsom. Hiertoe heeft Kuehne + Nagel aangevoerd dat gezien het door [werknemer] onrechtmatig toe-eigenen van vertrouwelijke gegevens, een meer dan reëel en ernstig gevaar bestaat dat hij de gegevens zal blijven of gaan gebruiken waardoor hij Kuehne + Nagel ernstige onrechtmatige concurrentie aandoet/zal aandoen en Kuehne + Nagel daardoor ernstige schade zal berokkenen. Dit verzoek van Kuehne + Nagel zal worden afgewezen omdat voor toewijzing van dit verzoek geen grond bestaat; Kuehne + Nagel heeft niet nader gemotiveerd waarom sprake is van oneerlijke concurrentie. Kuehne en Nagel had bij of na het aangaan van een arbeidsovereenkomst afspraken kunnen maken over eventuele concurrentie- of relatiebedingen in de zin van artikel 7:653 BW.

5.28.

De proceskosten komen voor rekening van [werknemer] , omdat hij grotendeels ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

het verzoek

6.1.

vernietigt het ontslag op staande voet;

6.2.

veroordeelt Kuehne + Nagel tot betaling aan [werknemer] van € 5.100,- bruto per maand aan loon, vermeerderd met 8% vakantietoeslag, pensioen en overige emolumenten, vanaf 6 februari 2020 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, te vermeerderen met 10% wettelijke verhoging en de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de data van opeisbaarheid van de betreffende loontermijnen tot aan de dag van de gehele betaling;

6.3.

veroordeelt Kuehne + Nagel tot het verstrekken van bruto/netto specificaties over de betaling van de onder 6.2. genoemde bedragen;

6.4.

verklaart het verzoek van [werknemer] om veroordeling van Kuehne + Nagel tot betaling van de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen beëindigingsvergoeding niet-ontvankelijk;

6.5.

verklaart het verzoek van [werknemer] om veroordeling van Kuehne + Nagel tot nakoming van de overige op haar rustende verplichtingen uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst niet-ontvankelijk;

6.6.

veroordeelt Kuehne + Nagel tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op € 1.219,00, te weten:

griffierecht € 499,00

salaris gemachtigde € 720,00 ;

6.7.

wijst de overige verzoeken af;

6.8.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

het tegenverzoek

6.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juli 2020, voor het geval de arbeidsovereenkomst nog bestaat (vgl. r.o. 5.17);

6.2.

bepaalt dat [werknemer] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en geen recht heeft op de wettelijke transitievergoeding;

6.3.

veroordeelt [werknemer] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Kuehne + Nagel tot en met vandaag vaststelt op € 720,00 aan salaris gemachtigde;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en op 16 juni 2020 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter