Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:5075

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-06-2020
Datum publicatie
23-07-2020
Zaaknummer
C/15/303835 / JU RK 20-1161
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Trage gemeentelijke besluitvorming leidt ertoe dat de jeugdige noodgedwongen nog langer in een instelling voor gesloten jeugdhulp moet blijven, terwijl de geslotenheid niet noodzakelijk en potentieel schadelijk is voor de jeugdige. Na een periode van maanden is er, mede vanwege financieringsproblemen en gebrekkige informatieverstrekking, nog steeds geen overeenstemming bereikt tussen de gemeente en een jeugdhulpaanbieder die de jeugdige een plek kan bieden die passend is bij zijn ernstige problematiek.

De kinderrechter heeft het verzoek van de gemeente noodgedwongen gedeeltelijk toegewezen bij gebrek aan een passende vervolgplek. De jeugdige kan niet naar huis en buiten de instelling kan zijn veiligheid en die van anderen niet gegarandeerd worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Zittingsplaats: Alkmaar

Zaakgegevens : C/15/303835 / JU RK 20-1161

datum uitspraak: 23 juni 2020

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp (met instemming van de wettelijk vertegenwoordigers)

in de zaak van

het college van de GEMEENTE STEDE BROEC, hierna te noemen: het college, gevestigd te Stede Broec,

betreffende

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] (Ierland), hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt, naast bovengenoemde minderjarige, als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen: de moeder,

wonende te [plaats] ,

[de vader] , hierna te noemen: de vader,

wonende te [land] .

1 Het procesverloop

1.1

Op 8 juni 2020 heeft het college een verzoekschrift met bijlagen ingediend, gedateerd 8 juni 2020, strekkende tot het verlenen van een (opvolgende) machtiging gesloten jeugdhulp ten aanzien van [de minderjarige] .

1.2

In verband met het verzoekschrift zijn onder meer ontvangen een instemmings-verklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper van 14 juni 2020, de instemmende verklaring van de ouders van [de minderjarige] , gedateerd 2 juni 2020, alsmede een verklaring van 8 juni 2020, waaruit blijkt dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp, niet zijnde verblijf bij een pleegouder.

1.3

Op 23 juni 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:

- de minderjarige [de minderjarige] , bijgestaan door mr. R. Polderman,

- [beleidsmedewerker] , beleidsmedewerker Jeugd namens het college, en

- de moeder, bijgestaan door [dochter van de partner van moeder] , de dochter van de partner van moeder.

De gedragsdeskundige van Transferium, [gedragsdeskundige] , is telefonisch gehoord omdat zij niet ter zitting aanwezig kon zijn.

[de minderjarige] is in bijzijn van zijn raadsman afzonderlijk gehoord en heeft de zaal daarna verlaten.

2 De feiten

2.1

Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

2.2

[de minderjarige] verblijft sinds 15 juni 2018 op Transferium te Heerhugowaard.

2.3

Op 17 december 2019 heeft de kinderrechter een (opvolgende) machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor [de minderjarige] tot 26 juni 2020.

3 Het verzoek

3.1

Het college heeft verzocht een (opvolgende) machtiging gesloten jeugdhulp voor [de minderjarige] voor de duur van vier maanden te verlenen.

3.2

Het college heeft het verzoek als volgt toegelicht. Bij [de minderjarige] is sprake van complexe problematiek. Hij heeft veel behoefte aan duidelijkheid en sturing van buiten af. [de minderjarige] kan situaties niet overzien en het lukt hem onvoldoende om zich nieuwe vaardigheden eigen te maken en te automatiseren, waardoor hij moeite heeft zich staande te houden. Structuur en voortdurende voorspelbaarheid zijn voor [de minderjarige] erg belangrijk en van nieuwe situaties of veranderingen in zijn routine wordt hij zeer onrustig. Hij heeft iemand nodig die naast hem staat, die hem in alle gebieden ondersteunt in zijn dagelijks leven en op wie hij kan terugvallen. Zelfstandig wonen is daardoor voor [de minderjarige] geen optie, want wanneer zijn structuur, sturing en voorspelbaarheid zou wegvallen, vervalt hij in een stressreactie. Dat betekent in zijn geval dat hij (letterlijk) het gevecht aangaat. Sinds [de minderjarige] in Transferium twee op één begeleiding krijgt en een aangepast programma apart van de groep volgt, is hij rustiger en stabieler. Ook weten zijn begeleiders escalaties te voorkomen omdat men in Transferium veel heeft geïnvesteerd in het leren ‘lezen’ van het gedrag van [de minderjarige] . Door de maatregelen die getroffen moesten worden vanwege het coronavirus, is [de minderjarige] een deel van zijn dagbesteding en structuur kwijtgeraakt en daarmee de vertrouwdheid en de duidelijkheid die hij zo nodig heeft. Zijn spanningsboog kan daardoor in korte tijd weer enorm oplopen. Vanwege zijn zeer complexe problematiek en zorgvraag is het zeer moeilijk om een passende vervolgplek voor [de minderjarige] te vinden. Het doel is om voor [de minderjarige] een zorgaanbod op maat te creëren buiten de geslotenheid, met intensieve begeleiding. Op dit moment is er nog geen alternatieve plek voor [de minderjarige] die hem de veiligheid en structuur kan bieden die hij nodig heeft. De huidige plek in Transferium dient daarom gecontinueerd te worden. Een zorgvuldige overgang van [de minderjarige] naar een vervolgplek is vanwege zijn problematiek en kwetsbaarheid erg belangrijk, want het risico op een terugval van [de minderjarige] is groot.

3.3

Namens het college is verder naar voren gebracht dat de gemeente op dit moment in gesprek is met een jeugdhulpaanbieder die de intentie heeft om [de minderjarige] op te nemen. Alvorens er een definitieve beslissing genomen kan worden, wenst de aanbieder eerst over meer informatie te beschikken over [de minderjarige] . De aanbieder wil meer weten over wat er met [de minderjarige] aan de hand is en wat hij nodig heeft, om te kunnen beoordelen of zij hem dat kunnen bieden.

4 De standpunten

4.1

[de minderjarige] vindt verlenging bij Transferium wel goed omdat er geen andere plek voor hem is en hij kan niet op straat gaan slapen.

Vanwege de Coronamaatregelen kon hij niet naar zijn werk bij de bollenboer, maar dat kan nu weer wel. Het is fysiek werk en daarnaast sport hij. [de minderjarige] wordt rustig van sporten, maar hij krijgt er ook energie van. Als hij aan het sporten is heeft hij geen tijd om aan andere dingen te denken. [de minderjarige] vindt het fijn om het weekend bij zijn familie door te brengen.

4.2

De moeder vindt het een onmogelijke situatie dat [de minderjarige] noodgedwongen op Transferium moet blijven omdat er nog steeds geen passende vervolgplek voor hem is, terwijl hij er eigenlijk niet thuis hoort. De moeder gunt [de minderjarige] een plek, want hij heeft al zoveel meegemaakt. Nu er echter geen plek voor [de minderjarige] is, stemt ze onder protest in met het verzoek, want terug naar huis is ook geen optie.

4.3

De gedragswetenschapper is van mening dat [de minderjarige] de geslotenheid van Transferium niet nodig heeft. Hij werkt zelfstandig, beweegt zelfstandig en gaat zelfstandig naar zijn werk toe. Wat [de minderjarige] wel nodig heeft is een rustige en beschermde woonplek, intensieve begeleiding voor het geval hij een woede-uitbarsting heeft en iemand die hem helpt en hem rustig maakt als hij van slag is. Hij zit in Transferium niet op de goede plek, want Transferium is een gesloten instelling waar bovendien op dit moment veel veranderingen zijn omdat de groepen afgebouwd worden. Veranderingen zijn erg moeilijk voor [de minderjarige] en de mogelijkheden voor [de minderjarige] om bijvoorbeeld contact met andere jongeren te hebben worden ook steeds minder. De gedragswetenschapper staat niet achter de verlenging en ze vindt het heel erg dat er nog steeds geen passende plek voor [de minderjarige] is.

4.4

De raadsman heeft naar voren gebracht dat hij instemt met het verzoek, maar wel onder protest. Er is nog steeds geen alternatief voor [de minderjarige] en als de machtiging nu zou eindigen, staat [de minderjarige] op straat en dat is onwenselijk. De raadsman hoopt dat de gemeente snel een contract sluit en dat [de minderjarige] naar een passende plek kan.

5 De beoordeling

5.1

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen

die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

5.2

Vast staat dat bij [de minderjarige] sprake is van zeer complexe problematiek en dat hij veel structuur en duidelijkheid nodig heeft om goed te kunnen functioneren. Op Transferium, waar zijn begeleiders veel moeite hebben gedaan om het gedrag van [de minderjarige] te leren ‘lezen’ en hij twee op één begeleiding krijgt, is [de minderjarige] redelijk goed gaan functioneren. Op dit moment kunnen de spanningen weer snel oplopen bij [de minderjarige] , omdat er veel veranderd is in zijn structuur als gevolg van de maatregelen in verband met het Coronavirus. Daarnaast is Transferium aan het afbouwen en daardoor constant aan verandering onderhevig. Ook is het de vraag hoe lang Transferium [de minderjarige] de specifieke en bijzondere aanpak die hij nu krijgt, nog kan bieden.

5.3

Tijdens de behandeling van het vorige verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp op 17 december 2019, is al aan de orde geweest dat het verblijf van [de minderjarige] in de gesloten jeugdzorg onwenselijk en niet passend is. Hij heeft weliswaar blijvend intensieve begeleiding nodig om heftige escalaties in zijn gedrag te voorkomen en om een positieve ontwikkeling - binnen zijn mogelijkheden - te stimuleren, maar niet de geslotenheid van een instelling voor gesloten jeugdzorg. [de minderjarige] werkt en beweegt immers zelfstandig, zonder dat sprake is van onttrekking.

Ter zitting van 17 december 2019 waren alle betrokkenen het erover eens dat er zo snel mogelijk duidelijkheid diende te komen over een passende vervolgplek voor [de minderjarige] . Er was toen al enige tijd een passende plek voor [de minderjarige] beschikbaar, alleen was de financiering nog niet rond. De kinderrechter heeft toen een machtiging voor de duur van zes maanden verleend, ervan uitgaande dat binnen deze periode de vervolgplek voor [de minderjarige] geregeld zou zijn, met voldoende tijd voor een rustige overgang. De kinderrechter heeft daarbij, onder verwijzing naar de artikelen 13 en 24 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK), een klemmend beroep gedaan op de verantwoordelijke wethouder om het ertoe te leiden dat [de minderjarige] zo spoedig mogelijk zou worden overgeplaatst naar de beschikbare en passende vervolgplek, zodat hij de voor hem benodigde zorg kan krijgen en hij aan zijn toekomst kan gaan werken.

5.4

De kinderrechter vindt het zeer teleurstellend en onacceptabel dat nu, zes maanden later, blijkt dat [de minderjarige] als gevolg van trage gemeentelijke besluitvorming nog niet overgeplaatst is en dat de vervolgplek zelfs nog niet vast staat. De gedragswetenschapper heeft erop gewezen dat langer verblijf in Transferium potentieel schadelijk voor [de minderjarige] is, zeker nu er binnen Transferium de nodige veranderingen op stapel staan. Verder is de juridische basis voor een verlenging op zijn minst twijfelachtig, omdat de geslotenheid niet noodzakelijk is voor [de minderjarige] . Een andere plek is er echter niet en duidelijk is ook dat [de minderjarige] nog slechter af zou zijn als hij op straat komt te staan. Een verblijf bij zijn moeder thuis is gelet op zijn ernstige en complexe problematiek geen realistische optie. Buiten Transferium is de veiligheid van [de minderjarige] en anderen op dit moment niet gegarandeerd, gelet op de woede-uitbarstingen van [de minderjarige] en zijn (zelf)beschadigende gedrag. De kinderrechter ziet dan ook geen andere mogelijkheid dan het verblijf van [de minderjarige] in Transferium te verlengen.

5.5

Tijdens de zitting is naar voren gekomen dat de gemeente opnieuw in gesprek is met dezelfde jeugdhulpaanbieder als een half jaar geleden en dat de intentie er bij die aanbieder nog steeds is om [de minderjarige] een plek aan te bieden. Er is echter nog geen definitief besluit over de acceptatie van [de minderjarige] genomen, omdat de aanbieder nog meer informatie wil over ‘wie [de minderjarige] is’. De kinderrechter vindt het onbegrijpelijk dat de gewenste nadere informatie over [de minderjarige]

- informatie die gelet op de onderzoeken naar [de minderjarige] en zijn verblijf van twee jaar in de gesloten jeugdzorg ruimschoots beschikbaar moet zijn - nog niet in het bezit van deze jeugdhulpaanbieder is. Het ligt op de weg van de gemeente om deze informatie zo snel mogelijk te verstrekken en de besluitvorming te bespoedigen.

5.6

De kinderrechter ziet gelet op al het voorgaande aanleiding om de machtiging niet voor de verzochte vier, maar voor drie maanden, te verlenen. Deze termijn moet toereikend zijn voor de besluitvorming en om [de minderjarige] veilig toe te leiden naar zijn vervolgplek. Het verzoek wordt voor het overige afgewezen. Zoals de zaken er nu voor staan is de (juridische) ruimte voor het verblijf van [de minderjarige] binnen Transferium tot het uiterste opgerekt en ligt een volgende verlenging niet in de rede.

6 De beslissing


De kinderrechter:

- verleent ten aanzien van de jeugdige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [plaats] (Ierland), een (opvolgende) machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 26 juni 2020 tot uiterlijk 26 september 2020;

- wijst af het verzoek voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door mr. G. Drenth, kinderrechter, in tegenwoordigheid van

M. Woudman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld op 1 juli 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam