Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:4996

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-07-2020
Datum publicatie
20-07-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 2963
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Navorderingsaanslag opgelegd in strijd met het correctiebeleid. Verweerder had dit standpunt reeds voor de zitting ingenomen. Het toch ter zitting verschijnen door gemachtigde en betogen dat wegingsfactor 1,5 moet worden toegekend leidt niet tot het toekennen van 1 punt voor het verschijnen ter zitting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 20-07-2020
V-N Vandaag 2020/1880
FutD 2020-2192
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19/2963

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2020 in de zaak tussen

[X] , wonende te [Z] , eiseres

(gemachtigde: J.A. Klaver),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres met dagtekening 11 november 2017 voor het jaar 2015 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: ib/pvv) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 24.480.

Op 1 oktober 2018 heeft een hoorgesprek plaatsgevonden.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 25 mei 2019 de aanslag ib/pvv 2015 gehandhaafd.

Eiseres heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld. Het beroepschrift is door de rechtbank ontvangen op 28 juni 2019.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft op 29 juni 2020 een nader stuk van verweerder ontvangen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juli 2020 te Haarlem.

Namens eiseres is haar gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [A] en [B] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres heeft op 14 maart 2016 aangifte ib/pvv 2015 gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.690. In deze aangifte heeft eiseres onder meer een aftrek specifieke zorgkosten van € 790 in aanmerking genomen.

2. Verweerder heeft met dagtekening 28 mei 2016 de aanslag ib/pvv 2015 opgelegd conform de aangifte.

3. Verweerder heeft aan eiseres met dagtekening 14 maart 2017 ten aanzien van de aanslag over 2015 een vragenbrief verzonden.

4. Verweerder heeft met dagtekening 11 november 2017 een navorderingsaanslag 2015 opgelegd, waarbij de aftrek specifieke zorgkosten geheel is gecorrigeerd. Deze resulteert in een te betalen bedrag van € 372 (inclusief € 20 belastingrente).

Geschil
5. In geschil is of verweerder de navorderingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag heeft opgelegd.

6. Eiseres stelt dat een nieuw feit ontbreekt dan wel dat sprake is van een ambtelijk verzuim. Subsidiair voert eiseres aan de navorderingsaanslag in strijd met het correctiebeleid is opgelegd. Voorts meent eiseres dat uit de overlegde stukken het recht op aftrek voldoende aannemelijk is geworden.

7. Verweerder neemt bij brief van 26 juni 2020 het standpunt in dat de navorderingsaanslag is opgelegd in strijd met het correctiebeleid.

Verweerder concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar, vernietiging van de navorderingsaanslag, vergoeding van immateriële schade van € 500 en toekenning van een kostenvergoeding van € 1.047 (€ 261 bezwaarschrift,

€ 261 hoorgesprek, € 525 indienen beroepschrift).

8. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

9. Vaststaat dat de navorderingsaanslag minder bedraagt dan € 450, alsmede dat de inkomenscorrectie minder dan € 1.000 bedraagt, en dat slechts in het jaar 2015 een correctie bij eiseres is aangebracht. Verweerder neemt thans het standpunt in dat de navorderingsaanslag in strijd met het correctiebeleid is opgelegd. De rechtbank heeft geen aanleiding verweerder hierin niet te volgen. De navorderingsaanslag en de daarmee samenhangende beschikking belastingrente kunnen daarom niet in stand blijven.

Immateriële schadevergoeding

10.1.

Eiseres heeft verzocht om toekenning van een immateriële schadevergoeding voor de schade die zij heeft geleden en lijdt in de vorm van de spanning en frustratie als gevolg van de overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar.

10.2.

Het bezwaarschrift is ingediend op 27 december 2017, uitspraak op bezwaar is gedaan op 25 mei 2019, en verweerder heeft bij brief van 26 juni 2020 meegedeeld dat de navorderingsaanslag zal worden vernietigd. De rechtbank is van oordeel dat met deze brief een einde is gekomen aan de spanning en frustratie. Dit betekent dat in deze zaak de redelijke termijn is overschreden met minder dan zes maanden, welke periode geheel is toe te rekenen aan de bezwaarfase. Gelet op hierop bedraagt de immateriële schadevergoeding in deze zaak € 500 welke geheel door verweerder vergoed dient te worden.

11. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.

Proceskosten

12. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt de kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.047 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 261, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525 en een wegingsfactor 1.

Nu verweerder vóór de zitting heeft bericht de navorderingsaanslag alsmede beschikking belastingrente te zullen vernietigen en er geen ander geschilpunt resteerde, kon de zitting redelijkerwijs niet bijdragen aan een andere uitkomst van deze zaak. Eiseres heeft dan ook geen recht op een punt voor het verschijnen van de gemachtigde ter zitting.

Eiseres is bij gemachtigde ter zitting verschenen en heeft aldaar verzocht om toepassing van wegingsfactor 1,5. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten aangetroffen in het dossier die in redelijkheid aanleiding geven tot het oordeel dat er geen sprake is van een zaak met gemiddeld gewicht en acht de zaak, gelet op de aard en omvang daarvan, niet dermate gecompliceerd dat moet worden afgeweken van de standaard gehanteerde wegingsfactor 1.

Het louter om die reden ter zitting verschijnen met een dergelijk ondeugdelijk onderbouwd standpunt brengt de rechtbank tot het oordeel dat daartoe geen punt behoort te worden toegekend.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de navorderingsaanslag alsmede de beschikking belastingrente en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

- veroordeelt verweerder in betaling van immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 500;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.047; en

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Walderveen rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Anema, griffier. De beslissing is gedaan op 10 juli 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.