Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:4984

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-07-2020
Datum publicatie
10-07-2020
Zaaknummer
8188491
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Aanneming van werk. Badkamer. Deskundige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8188491 \ CV EXPL 19-9013

Uitspraakdatum: 8 juli 2020

Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats 1]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. J.H. Maas (ARAG Rechtsbijstand)

tegen

Laan & van Bijnen B.V.

gevestigd te Grootebroek

gedaagde

verder te noemen: Laan

gemachtigde: [naam]

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 12 november 2019 een vordering tegen Laan ingesteld. Laan heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

[eiser] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Laan een schriftelijke reactie heeft gegeven. Tevens heeft [eiser] bij brief van 3 april 2020 aanvullende stukken ingediend.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Op 2 juli 2018 is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen tot levering en montage van een badkamer door Laan (handelend onder de naam “Baderie Laan”) in de woning van [eiser] aan de [adres] te [plaats] . Onderdeel van de overeenkomst is onder meer het leveren en plaatsen van een bad en stortdouche, een inbouwtoilet, een designradiator, scheidingswanden ten behoeve van de douche en wand- en vloertegels. Na akkoord van [eiser] heeft Laan de opdracht bevestigd door middel van toezending van een specificatie van de te leveren diensten en artikelen. In de overeenkomst is onder meer bepaald:

“Na montage worden de hoeken/wanden voorzien van kimband. (..) De wanden en hoeken worden waterdicht afgewerkt.”

2.2.

Partijen zijn een prijs overeengekomen van € 14.000,00 (inclusief b.t.w.), waarvan 45% (een bedrag van € 6.300,00) bij het geven van de opdracht is voldaan.

2.3.

De werkzaamheden zijn aangevangen op 8 oktober 2018, waarna opnieuw 45% (een bedrag van € 6.300,00) is voldaan.

2.4.

Vervolgens is tussen partijen discussie ontstaan over de uitgevoerde werkzaamheden. Bij de oplevering op 10 november 2018 heeft [eiser] gewezen op een aantal opleverpunten en het werk niet aanvaard. Bij factuur van 16 november 2018 heeft Laan bij [eiser] de laatste 10% van de overeengekomen prijs (een bedrag van € 1.400,00) in rekening gebracht. Bij email van 20 november 2018 heeft [eiser] de betaling van deze factuur opgeschort.

2.5.

Hierna heeft [eiser] ook andere gebreken ontdekt, die onder meer de aardedraad, het voeg- en tegelwerk, pitten in het raam en vochtplekken betreffen, en Laan hiervan in kennis gesteld. Er is meermalen in gebreke gesteld. Op verschillende punten en momenten zijn er herstelwerkzaamheden verricht, maar ook over de uitvoering daarvan is discussie ontstaan.

2.6.

Bij email van 17 januari 2019 heeft Laan [eiser] het volgende bericht:

“Betreft het verzoek om coulance of financiële regeling kan ik u het volgende berichten,

Wij willen u een financiële vergoeding geven van 1,5% van het totaal. Dit komt op € 210,00

De aanschafwaarde van uw badkamer met een waarde van € 14.310,00 komt voor u dan op
€ 13.7900,00

Er van uitgaande u een passend voorstel te hebben gedaan.(…)”

2.7.

Laan heeft [eiser] bij factuur van 22 februari 2019 een factuur voor meerwerk ter hoogte van € 2.711,31 toegezonden. [eiser] heeft deze factuur betwist en onbetaald gelaten.

2.8.

Op 1 april 2019 heeft Laan schade aan het bad laten herstellen door het bedrijf [naam bedrijf 1] . Na uitvoering van de werkzaamheden heeft [eiser] voor akkoord getekend.

2.9.

Kort na de herstelwerkzaamheden heeft [eiser] vastgesteld dat er nog steeds schade aan het bad zichtbaar was. [eiser] en zijn gemachtigde hebben Laan en [naam bedrijf 1] hiervan in kennis gesteld en op 8 mei 2019 is Laan gesommeerd om binnen 10 dagen de schade aan het bad te (doen) herstellen. Daarbij is medegedeeld dat indien aan de sommatie geen gehoor wordt gegeven, de schade op kosten van Laan zal worden hersteld door een derde.

2.10.

Op 16 mei 2019 heeft Laan de gemachtigde van [eiser] bericht dat [naam bedrijf 1] de reparatie zal beoordelen en zo nodig verbeteren. Op 16 mei 2019 heeft de gemachtigde van [eiser] Laan verzocht om daarvoor een afspraak in te plannen. Op 3 juni 2019 heeft Laan bericht dat de afspraak op 24 juni 2019 gepland kan worden. Op 5 juni 2019 heeft de gemachtigde van [eiser] Laan medegedeeld dat de schade nog steeds niet is hersteld, dat Laan in verzuim verkeert en dat daarom aan een derde (het bedrijf [naam bedrijf 2] ) opdracht is gegeven de schade te herstellen. De kosten hiervan bedragen € 271,04 (inclusief b.t.w.). Laan heeft geweigerd deze kosten te betalen.

2.11.

Teneinde tot een oplossing te komen heeft [eiser] voorgesteld een deskundige in te schakelen, namelijk A.J. Peters, senior bouwkundige, van Bouwkundig Adviesbureau Peters. In dit verband heeft de gemachtigde van [eiser] Laan bij email van 27 mei 2019 - onder meer - het volgende bericht:

“Ik wil je voor de laatste maal voorstellen om het deskundigenonderzoek (met bijbehorende rapportage en plan van aanpak) in de vorm van een bindend advies op te laten stellen. Een en ander zal geschieden op kosten van de in het ongelijk gestelde partij. Indien je hier niet aan mee wilt werken zal ik alle kosten middels een procedure verhalen op Baderie.”

Bij email van 5 juni 2019 heeft de gemachtigde van [eiser] Laan onder toezending van een concept deskundigenopdracht - onder meer - het volgende bericht:

“Graag wil ik de - in de opdracht genoemde - deskundige inschakelen waarbij het rapport van de deskundige voor beide partijen bindend is. Tevens zal de eventueel door de deskundige genoemde oplossing en de wijze daarop gevolgd moeten worden door de daartoe verantwoordelijk gehouden partij. De kosten voor de deskundige zullen gedragen worden door de partij die in het ongelijk wordt gesteld. Indien je niet wil meewerken aan de inschakeling van de genoemde deskundige en de daaraan verbonden voorwaarden zal ik de deskundige toch uitnodigen en zal ik de kosten daarvan vorderen van Baderie Laan. In de conceptopdracht voor de deskundige staat het standpunt van Baderie Laan kort opgenomen. Indien je hierop aanvullingen hebt verneem ik dit graag, ik zal dit dan opnemen”.

Bij email van 10 juni 2019 heeft Laan in reactie hierop - voor zover van belang - het volgende bericht:

“Op deze wijze kunnen wij niet akkoord gaan met de deskundigenopdracht.

Ik mis een aantal feit,

 Drukbediening toilet was niet naar verwachting en deze hebben wij kosteloos vervangen voor een duurder artikel

Verder zijn het inderdaad feiten maar dit draagt niet bij aan de hulpvraag als de deskundige niet het fijne van de klachten weet.

Zeker de verwoording komt manipulatief over.

(…)

Met de bovenstaande tekst met de toevoeging van het punt aan de bovenzijde kunnen wij akkoord gaan.”

2.12.

Bij emailbericht van 11 juni 2019 heeft de gemachtigde van [eiser] aan Laan de definitieve deskundigenopdracht, waarin de opmerkingen van Laan zijn verwerkt, toegezonden. Hierin is het volgende opgenomen:

“Cliënt heeft, voor oplevering, op 20 november 2018 de volgende klachten gemeld aan de wederpartij:

1. Het voegwerk in de nis is niet naar behoren. (Dit is in eerste instantie over het hoofd gezien door Baderie en vervolgens opgelost);

2. Het voegwerk rondom de sifon is niet naar behoren (inmiddels opgelost door Baderie);

3. Het voegwerk bij het deurkozijn is niet goed uitgewassen (inmiddels opgepakt en opgelost door Baderie);

4. Voegen vloer/wanden. Er zijn verkeerde voegen gebruikt. Er is 706 gebruikt had 717 moeten zijn;

5. Voor de ophangbeugel van de radiator zijn niet de juiste schroeven gebruikt (door keuze cliënt waren schroeven duidelijk zichtbaar. Door Baderie is een duurder exemplaar opgehangen om deze schroeven uit het zicht te werken);

6. Klachten over de radiator die dichter tegen de muur gemonteerd zou worden (Baderie geeft aan dat vanwege keuzes van cliënt het dichter monteren onmogelijk is);

7. Beschadiging in het bad (gevolgschade van het vervangen van een tegel in de badkamer. Er wordt gewerkt aan een oplossing);

8. Donkere plek in voeg van vloer ter hoogte van de radiator (reeds opgepakt en opgelost door Baderie);

9.Tegel boven de badkraan is niet goed gezaagd/gesneden (Baderie stelt zich op het standpunt dat een en ander binnen marges valt. Desondanks toch de tegel vervangen door Baderie);

10. Tegel boven de drukknop van de wc is niet goed gezaagd/gesneden (minimale afwijking, is inmiddels geaccepteerd door cliënt);

11. Tegel aan de voorkant van het bad in het midden is niet goed gezaagd/gesneden (minimale afwijking, is inmiddels geaccepteerd door cliënt);

12. Pit in het raam van de badkamer (discutabel punt, de dakkapel is geplaatst en er zouden blussen vanuit de leverancier in het glas hebben kunnen zitten. Ook zij er werkzaamheden uitgevoerd door derden alvorens er met de badkamer is aangevangen. Baderie werd aansprakelijk gehouden de pit veroorzaakt te hebben maar twijfelt daar sterk aan. Zij hebben wel de discutabele schade op zich genomen);

13. De aardedraad in de badkamer is weggewerkt, zonder dat hierover duidelijk is hoe deze is aangesloten (inmiddels meting verricht door een derde in en in orde bevonden);

14. Drukbediening toilet niet naar verwachting (inmiddels kosteloos vervangen door een duurder exemplaar).

Inmiddels is een groot deel van de gebreken hersteld. In de door de wederpartij getegelde wanden komen echter op grote schaal scheuren in en rond de voegen/tegels tevoorschijn. Genoemde scheuren verschijnen op nieuwe plaatsen, echter de scheuren doen zich ook voor op plaatsen waar al eerder door de wederpartij is hersteld (het uitkrabben van de voegen en opnieuw inwassen van de voegen).

Standpunt cliënt

Cliënt stelt dat er constructieve problemen zijn waardoor de scheuren zich steeds weer opnieuw voordoen. (…)

Standpunt Baderie Laan

Baderie Laan stelt zich op het standpunt dat er sprake is van krimpscheurtjes als gevolg van werking en zetting van de constructie van de woning. (…)

Opdracht

Naar aanleiding van bovenstaand conflict verzoek ik u vriendelijk een expertiseopdracht uit te voeren, zodat er duidelijkheid komt over de aard en oorzaak van de aangegeven gebreken. (…) In het bijzonder verzoek ik u in dat rapport te vermelden:

a. Waaruit bestaat de precieze schade;

b. Waardoor en wanneer is deze schade veroorzaakt;

c. Is deze schade het gevolg van de werkzaamheden door Baderie Laan;

d. Zo ja, welke tekortkomingen kleefden er aan de uitgevoerde werkzaamheden;

e. Is herstel van de schade mogelijk;

f. Zo ja, op welke wijze dient dit herstel te worden uitgevoerd. Kan volstaan worden met het uitkrabben van de bestaande voegen en het opnieuw inwassen daarvan;

g. Indien volstaan kan worden met het uitkrabben en opnieuw inwassen van de voegen is het dan nodig om alle voegen uit te krabben vanwege een eventueel kleurverschil;

h. Wilt u kennisneming van het standpunt van de wederpartij dat is verwoord en wilt u dit standpunt opnemen in uw rapportage en wilt u daarover uw oordeel geven;

i. Indien er u tijdens uw onderzoek andere zaken opvallen, die van belang zijn bij uw beoordeling, dan verzoek ik u om deze in uw rapportage op te nemen.

(…)”

2.13.

Op 15 juli 2019 heeft het deskundigenonderzoek plaatsgevonden in aanwezigheid van [eiser] en [naam] namens Laan. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van visuele waarnemingen. In de naar aanleiding van het onderzoek opgemaakte rapportage zijn foto’s opgenomen van - blijkens de toelichting bij deze foto’s - scheuren in de voegen tussen de wandtegels, onregelmatige breedte van de wandtegels, de onjuiste positionering van de Jollystrip (de kunststof strip op de hoek van het tegelwerk) en de scheurvorming tussen de strip en het overige voegwerk, de verschillen in voegbreedte tussen de tegels en de ongelijkheid tussen de wandtegels, de onregelmatigheid van het voegwerk, het kleurverschil in het voegwerk, de slordige en gebrekkige afwerking van de kitaansluiting met het plateau boven de badkraan en een beschadiging in de bodem van het bad.

Verder vermeldt het deskundigenrapport - onder meer - het volgende:

“OSB plaat; Deze in Canada en Rusland geproduceerde plaat kenmerkt zich als een zéér grove spaanderplaat. De constructieve eigenschappen van de plaat zijn als goed te kwalificeren. Zelfs als deze platen een keer nat of vochtig worden behouden ze de constructieve eigenschappen. Ze kunnen echteter niet in permanent vochtige ruimten gebruikt worden. Als ze een keer met water of vocht in aanraking komen is het voorwaarde dat ze ook weer ONMIDDELLIJK moeten kunnen drogen. Een plaat die een keer nat of vochtig is geworden neemt in volume toe. Die zwelling blijft ook na absolute droging bestaan. (…)

Gescheurde voegen in de separatiewandjes aan voornamelijk de onderzijde

Vastgesteld is dat de OSB plaat vochtig/nat geworden is waardoor deze is gaan zwellen. Het zwellen heeft de scheuren in de voegen veroorzaakt. Het nat worden van/opzuigen van vocht in de OSB plaat is in ieder gevel te wijten aan de toetreding van vocht vanuit de aansluitende cementdekvloer. Bij het legen van de vloertegels is dat vocht “ingesloten” en wordt min of meer gedwongen om met de omgeving (in dit geval de OSB plaat) in evenwicht te komen. Het zwellen van de OSB plaat is mogelijk geworden door het ontbreken van een kinband afsluiting (vloer/wand). In de offerte en materiaalstaat van Baderie Laan wordt de kimband met name genoemd en berekend.

Onregelmatige voegbreedte tussen de wandtegels.

Deze zijn het gevolg van onzorgvuldig bepaalde maatvoering van de tegels welke gesneden/gezaagd moesten worden.

Onregelmatige voegdiepte tussen de wandtegels en Jollystrip.

Veelal licht de oorzaak van dit type gebreken in een verschil in opzuigen van de ondergrond en onzorgvuldige verwerking van de voegmortel. Opgemerkt worden dat het niet parellel lopen/regelmatig breedte van de voegen het voegwerk op zich moeilijker maakt.

Verschil in kleur voegwerk boven bad.

Bekend is dat de tegel boven de te donkere voeg al een keer is vervangen door of namens Baderie Laan. Het kleurverschil is ontstaan nadat de reparatie aan het tegelwerk was uitgevoerd.

Reparatie bad bodem.

Vastgesteld is dat zowel de kleur als het oppervlak niet in overeenstemming zijn met de oorspronkelijke kleur/oppervlak van de bodem van het bad.

(…)

10 Conclusie

Van de gescheurde voegen nabij de vloer in de separatiewanden moet worden geconcludeerd dat die schade het rechtstreeks gevolg is van het ontbreken van een kimband (kunststof weefsel van ± 250 mm. breed welke met een pasta aangebracht wordt op de overgang vloer en wand en zorgt voor een absoluut dichte aansluiting van die overgang.

Zoals bij die uitleg (foto 1) van de OSB plaat aangegeven is dat proces onomkeerbaar en bij het alleen opnieuw voegen van de scheuren blijft het ontbreken van kimdichting het vraagstuk achtervolgen.

(…)

De eindconclusie voor de separatiewanden van de douche kan niet anders zijn dan demonteren en afvoeren en opnieuw beginnen. Daarvoor geen houten regels en stijlen meer toe te passen maar de metalen profielen zoals die daarvoor zijn ontworpen. (…) De overige aansluitingen van vloer en omtrekwanden alsnog voorzien van de vereiste kimband. Na droging van de het herstelde wand en vloertegelwerk de aansluiting wandtegels en vloertegels af te kitten.

Vóórdat er met het tegelwerk aangevangen kan worden dienen de wanden eerst grondig te worden voorgelijmd en na droging dient met militaire precieze, de kimband afdichting aan weerszijde van de douchewand en de overige wanden aan te brengen.

Het slopen/afvoeren van de separatiewand van de douche heeft tot gevolg dat het gisplaten plafond ook als verloren moet worden beschouwd. (…)

De afwijkende kleur van het voeg onder het plateau kan eenvoudig weg uitgekrabt worden en opnieuw met de juiste kleur en textuur ingevoegd worden.

Eenzelfde benadering is van toepassing voor het slordig uitgevoerde kitwerk in de aansluitingen van het plateau.(…)”

2.14.

Onder verwijzing naar de bevindingen van de deskundige heeft de gemachtigde van [eiser] Laan vervolgens verzocht de geconstateerde gebreken te herstellen en daartoe een volledig uitgewerkt plan van aanpak toe te zenden. Laan heeft dat gemotiveerd - en onder betwisting van de bevindingen van de deskundige - geweigerd en heeft eveneens geweigerd de kosten van de deskundige te betalen. Op een voorstel van Laan om tot een oplossing te komen is [eiser] niet ingegaan. Vervolgens is [eiser] tot dagvaarding overgegaan.

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. verklaart voor recht dat het advies van deskundige Peters van 24 juli 2019 voor beide partijen bindend is;

b. Laan gelast de gebreken te herstellen conform het advies van deskundige Peters op basis van het overeengekomene;

c. verklaart voor recht dat het bedrag van € 271,04 voor het herstellen van de badschade verrekend mag worden met de nog openstaande eindfactuur;

d. verklaart voor recht dat het door Laan toegezegde compensatiebedrag ad € 210,00 verrekend mag worden met de nog openstaande eindfactuur;

e. verklaart voor recht dat Laan de kosten dient te vergoeden die [eiser] zal moeten maken voor het inhuren van alternatieve doucheruimte ten tijde van de herstel- en verbouwwerkzaamheden;

f. Laan veroordeelt tot het betalen van een schadevergoeding ter hoogte van € 1.000,00 vanwege het feit dat niet tijdig is opgeleverd door Laan;

g. Laan veroordeelt tot betaling aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting van de deskundigenkosten van € 1.505,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2019, althans de dag van dagvaarding;

h. Laan veroordeelt tot betaling aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting van de buitengerechtelijke kosten van € 225,79, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

i. Laan veroordeelt tot betaling van de proceskosten, en

j. Laan veroordeelt tot betaling van de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiser] legt aan de vordering - kort samengevat - ten grondslag dat Laan tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de tussen partijen gesloten koop/aannemingsovereenkomst. Hoewel Laan daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft Laan de geconstateerde gebreken nog steeds niet deugdelijk hersteld. Het rapport van deskundige Peters bevestigt dat Laan de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd en dat rapport moet als voor beide partijen bindend worden aangemerkt. Herstel van de gebreken moet daarom worden uitgevoerd op de wijze zoals in dat rapport is omschreven. Laan is daarnaast aansprakelijk voor de door [eiser] geleden schade aan het bad en dient haar toezegging van 17 januari 2019 tot betaling van € 210,00 aan compensatie na te komen.

4 Het verweer

4.1.

Laan betwist de vordering. Laan erkent dat het werk op onderdelen niet juist is uitgevoerd en dat er sprake is van gebreken, maar Laan heeft getracht deze gebreken op juiste wijze te herstellen en heeft ook voorafgaand aan deze procedure meerdere voorstellen gedaan om tot een oplossing te komen. Aan Laan is een aantal keren gevraagd om akkoord te gaan met een deskundigenonderzoek, meermaals met een dreigende toon. Laan heeft het netjes willen oplossen, maar heeft het gevoel dat het deskundigenonderzoek niet objectief is. De deskundige heeft zich niet aan de opdracht gehouden en had zich tijdens het onderzoek al een mening gevormd, zonder Laan in de gelegenheid te stellen een weerwoord te geven. Laan kan zich niet verenigen met de bevindingen van de deskundige en betwist deze dan ook. Laan voelt zich zeer negatief afgespiegeld door [eiser] , terwijl Laan een bedrijf is met bijna 40 jaar ervaring op het gebied van badkamer en sanitaire installaties.

5 De beoordeling

5.1.

Laan heeft verbouwingswerkzaamheden verricht aan en in de badkamer van [eiser] en daarvoor ook benodigde materialen geleverd. Er is daarmee sprake van een overeenkomst van aanneming van werk (artikel 7:750 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW).

5.2.

Niet ter discussie staat dat Laan deze werkzaamheden op onderdelen niet juist heeft uitgevoerd en in beginsel gehouden is tot herstel. Partijen verschillen echter van mening over de aard, oorzaak en omvang van de gebreken en de te verrichten herstelwerkzaamheden. [eiser] stelt zich op het standpunt dat Laan gehouden is de in het rapport van de deskundige genoemde herstelwerkzaamheden te verrichten. Daaraan ten grondslag ligt het standpunt dat partijen voorafgaand aan het deskundigenonderzoek zijn overeengekomen dat het advies van de deskundige voor beide partijen bindend zou zijn. Laan dient deze overeenkomst dan ook na te komen. Laan heeft op haar beurt betwist dat zij zich heeft verbonden aan de uitkomst van het deskundigenonderzoek.

5.3.

Gelet hierop ziet de kantonrechter zich in de eerste plaats gesteld voor de vraag of tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen op basis waarvan Laan gehouden is tot het uitvoeren van herstelwerkzaamheden conform het rapport van de deskundige en tot betaling van de kosten van het onderzoek van deze deskundige. [eiser] vordert immers onder 3.1 sub a een verklaring voor recht dat het rapport van de deskundige voor beide partijen bindend is.

5.4.

Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan en de beantwoording van de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen is afhankelijk van wat partijen over en weer hebben verklaard en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs uit elkaars verklaringen hebben mogen afleiden. In dit geval heeft [eiser] een concreet voorstel gedaan tot inschakeling van een deskundige, waarbij [eiser] heeft medegedeeld dat in de vorm van een bindend advies te willen doen en op kosten van de in het ongelijk gestelde partij. Laan heeft weliswaar (uiteindelijk) ingestemd met de inschakeling van een deskundige en zijn medewerking verleend aan het onderzoek door deze deskundige, maar niet kan worden gezegd dat Laan ook heeft aanvaard dat dit een bindend advies zou opleveren op kosten van de in het ongelijk gestelde partij. Laan heeft nooit uitdrukkelijk met deze voorwaarden ingestemd. Integendeel, uit de beschikbare stukken, waaronder de email van 11 juni 2019, blijkt dat Laan moeite had met de gang van zaken. In die email heeft Laan weliswaar medegedeeld akkoord te gaan, maar er is onvoldoende grond om er van uit te gaan dat dit akkoord verder strekte dan de inschakeling van een deskundige. [eiser] mocht er niet van uitgaan dat Laan met dit akkoord ook heeft bedoeld zich onvoorwaardelijk te binden aan de uitkomst van het onderzoek en in verband daarmee de kosten voor haar rekening te nemen. Dat kan uit de email van 11 juni 2019 niet worden afgeleid, waarbij van belang is dat Laan in deze email alleen heeft medegedeeld akkoord te kunnen gaan “met de bovenstaande tekst met de toevoeging van het punt aan de bovenzijde”. In deze email noch in enig ander stuk is Laan uitdrukkelijk akkoord gegaan met de door [eiser] gestelde voorwaarden (van een bindend advies op kosten van de ongelijk gestelde partij). Een dergelijk uitdrukkelijk akkoord mocht in dit geval wel worden verwacht, nu Laan zich
- anders dan [eiser] - niet juridisch liet bijstaan en uit de conclusie van antwoord kan worden opgemaakt dat Laan zich op dat moment onder druk gezet voelde om mee te werken. Eveneens is van belang dat Laan al tijdens het onderzoek bedenkingen hierover had en dat toen ook, en ook direct daarna, tegenover [eiser] en de deskundige heeft geuit. Ook heeft Laan geen inspraak of betrokkenheid gehad bij de keuze van de in te schakelen deskundige, wat voor de hand zou liggen wanneer een onafhankelijk en bindend advies de bedoeling zou zijn. Dit geldt te meer nu de ingeschakelde deskundige al eerder op verzoek van en voor [eiser] per email zijn mening had gegeven over de door [eiser] geconstateerde scheurvorming in en rond de voegen. Tot slot kan noch uit de - door de gemachtigde van [eiser] opgestelde - formulering van de deskundigenopdracht (waarin onder meer wordt gesproken over “cliënt” en “wederpartij”) zelf, noch uit het expertiserapport worden afgeleid dat een bindend advies de bedoeling was. Verdere feiten of omstandigheden om te kunnen oordelen dat [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Laan met haar akkoord in de email van 11 juni 2019 de wil en bedoeling had om de door [eiser] gestelde voorwaarden te aanvaarden, zijn niet gesteld en ook niet gebleken.

5.5.

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat geen overeenkomst tot stand is gekomen in die zin dat Laan de door [eiser] gestelde voorwaarden heeft aanvaard en dat er aldus geen sprake is van een bindend advies. De onder a gevorderde verklaring voor recht wordt dan ook afgewezen.

5.6.

Dat geen sprake is van een voor beide partijen bindend advies, laat echter onverlet dat er sprake is van een rapport van een deskundige, waaraan beide partijen hebben meegewerkt en waaraan bij de beoordeling in beginsel zwaarwegend gewicht toekomt. Bij de beoordeling van de vordering onder b om Laan te gelasten herstelwerkzaamheden te verrichten vormt het rapport dan ook het uitgangspunt. Dat de deskundige bij zijn beoordeling buiten zijn opdracht zou zijn getreden, volgt de kantonrechter niet, in het licht van de in de opdracht omschreven klachten en vraagstelling.

5.7.

Het voornaamste geschilpunt tussen partijen betreft de vraag of er constructieve herstelwerkzaamheden nodig zijn in die zin dat alle separatiewanden in de badkamer gedemonteerd moeten worden en volledig opnieuw opgebouwd moeten worden (met daarbij de plaatsing van een nieuw plafond) wegens het gebruik van onjuist materiaal (namelijk OSB plaat) en het opnieuw aanbrengen van alle wanden (ook het wandje waartegen het bad is aangebracht, de tussenwand tussen de slaapkamer en badkamer en de wand waarin het vaste raam zit) wegens het ontbreken van kimband, zoals [eiser] - onder verwijzing naar het rapport van de deskundige - heeft gesteld.

5.8.

Laan heeft dit gemotiveerd betwist. Hoewel Laan aanvankelijk heeft aangevoerd dat de wanden niet zijn opgebouwd uit OSB plaat, maar uit constructieplaten van Fins vuren, heeft Laan bij dupliek - onder overlegging van orderbevestigingen - erkend dat de wanden wel degelijk zijn opgebouwd uit OSB plaat, maar dan van een klasse die geschikt is voor de toepassing in een badkamer, namelijk klasse 3, die geschikt is voor lastdragende constructies in vochtige omstandigheden.

5.9.

De kantonrechter stelt vast dat in het rapport van de deskundige geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende klassen in OSB plaatmateriaal, terwijl blijkens de toelichting van Laan dit onderscheid wel degelijk van belang kan zijn voor een oordeel over de vraag of in constructief opzicht sprake is van een gebrek. Daarbij heeft Laan onweersproken gesteld dat de deskundige tijdens het onderzoek niet heeft gevraagd waaruit de wand is opgebouwd. Laan heeft dus tijdens het onderzoek niet kunnen toelichten welk materiaal is gebruikt. Ook nadien heeft Laan deze gelegenheid niet gehad, omdat er geen mogelijkheid is geboden om een zienswijze te geven op het conceptrapport. Het rapport is direct in definitieve vorm opgemaakt. Tevens heeft Laan er op gewezen dat er ook scheurvorming is opgetreden op plaatsen waar geen beplating is toegepast. Aangenomen moet verder worden dat de deskundige zelf niet heeft onderzocht uit welk materiaal de constructie is opgebouwd, omdat het onderzoek alleen gebaseerd is op visuele waarneming en er geen destructief onderzoek is verricht. Onder deze omstandigheden kan niet van de juistheid van de bevindingen van de deskundige worden uitgegaan.

5.10.

Het voorgaande geldt eveneens voor de aanwezigheid van kimband. [eiser] heeft op basis van het advies van de deskundige gesteld dat bij geen van de door Laan getegelde wanden het vereiste en geoffreerde kimband is gebruikt, hetgeen essentieel is voor de waterdichtheid van de badkamer. Laan deelt het standpunt dat het gebruik van kimband essentieel is, maar stelt gemotiveerd dat dit alleen noodzakelijk is in natte gedeelten van de badkamer, in dit geval binnen de douchecabine. Buiten het natte gedeelte is dat niet noodzakelijk en wordt dat ook niet voorgeschreven. In dit geval is 12 meter kimband toegepast bij de staande (horizontale) naden binnen de douchecabine en de liggende (verticale) naden. Ook op dit punt is de deskundige niet ingegaan.

5.11.

Bij deze stand van zaken kan de uitkomst deskundigenonderzoek niet zonder meer worden gevolgd en is de vordering tot het verrichten van de in het rapport genoemde herstelwerkzaamheden niet toewijsbaar. Gelet op het stadium van de procedure en met het oog op efficiënte en finale geschilbeslechting ziet de kantonrechter aanleiding om [eiser] in de gelegenheid een akte te nemen om een toelichting te geven op wat hierboven onder 5.7 tot en met 5.10 is vermeld, waarbij deze toelichting bij voorkeur afkomstig zal zijn van de deskundige. Laan zal hierop bij antwoordakte mogen reageren.

5.12.

Volledigheidshalve merkt de kantonrechter op dat uit de reacties van de zijde van Laan in antwoord en dupliek blijkt dat Laan op zichzelf genomen wel bereid is tot het uitkrabben en opnieuw inwassen van de voegen (het herstellen van het voegwerk) en het herstellen van het kitwerk, zodat in zoverre de vordering onder b toewijsbaar zal zijn.

5.13.

De (verdere) beslissing over de vorderingen onder b, e en g wordt aangehouden.

5.14.

De kantonrechter komt vervolgens toe aan een bespreking van de overige vorderingen.

5.15.

Aan de vordering onder c tot vergoeding van de schade aan het bad van € 271,04 (onder verrekening met de eindfactuur) heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat Laan ondanks ingebrekestelling heeft nagelaten de schade aan het bad te (doen) herstellen, zodat de vordering tot nakoming op grond van artikel 6:87 BW is omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding, bestaande uit de herstelkosten door [naam bedrijf 2] B.V.

5.16.

Dat er sprake is van schade aan het bad staat niet ter discussie. Na ingebrekestelling heeft Laan de schade laten herstellen door het bedrijf [naam bedrijf 1] . [eiser] stelt zich op het standpunt dat de verrichte herstelwerkzaamheden niet toereikend zijn geweest, omdat er na herstel nog steeds een kleurafwijking zichtbaar is tussen het badoppervlak en de reparatieplek en de reparatieplek dieper ligt dan het badoppervlak. Laan heeft dat standpunt niet gemotiveerd betwist, maar de kantonrechter begrijpt dat Laan het standpunt inneemt dat zij onvoldoende in de gelegenheid is geweest om aanvullende herstelwerkzaamheden te (laten) verrichten. Zij heeft [eiser] meermalen laten weten dat zij bezig was deze werkzaamheden te plannen, maar dat dit niet mogelijk zou zijn binnen de door [eiser] gestelde termijn.

5.17.

In aanmerking genomen dat het hier niet gaat om de oorspronkelijke herstelwerkzaamheden, maar om aanvullende herstelwerkzaamheden, omdat de aanvankelijke reparatie - die plaatsvond op 1 april 2019 - niet goed is uitgevoerd, acht de kantonrechter de door [eiser] bij brief van 8 mei 2019 gestelde termijn van tien dagen niet onredelijk. Dat geldt te meer nu deze termijn ook nog is verlengd en [eiser] uiteindelijk pas op 5 juni 2019, meer dan twee maanden na de reparatie, heeft besloten tot omzetting in een vervangende schadevergoeding. Aldus heeft Laan voldoende gelegenheid gehad voor het verrichten van aanvullende herstelwerkzaamheden en is Laan in verzuim komen te verkeren. [eiser] was daarom bevoegd tot omzetting. Dit betekent dat Laan gehouden is een vervangende schadevergoeding te betalen. [eiser] heeft deze vergoeding begroot op een bedrag van € 271,04 (inclusief b.t.w.) zoals opgenomen in de offerte van [naam bedrijf 2] Laan heeft tegen de hoogte van deze schade noch tegen de gevraagde verrekening verweer gevoerd, zodat de vordering onder c toewijsbaar is.

5.18.

Tegen de vordering onder d tot verrekening van het compensatiebedrag van € 210,00 heeft Laan geen verweer gevoerd. Deze vordering is dus toewijsbaar.

5.19.

De vordering onder f tot betaling van een schadevergoeding van € 1.000,00 vanwege het niet tijdig opleveren heeft [eiser] niet onderbouwd en is dus wegens het ontbreken van een grondslag niet toewijsbaar.

5.20.

De beslissing over de vorderingen onder g, h, i en j wordt aangehouden in afwachting van de door [eiser] te nemen akte.

5.21.

In reactie op het verzoek van Laan aan de kantonrechter in haar reactie in dupliek van 10 juni 2020 (onder punt 9 en 10) voor recht te verklaren dat Laan de scheurvorming dient op te pakken en duidelijkheid te geven over de financiële afwikkeling van de zaak (openstaande derde termijn, meerwerkfactuur, coulance regelingen en overige kosten) overweegt de kantonrechter dat zij op grond van de wet slechts mag beslissen over wat er is gevorderd. Dat betreft in deze zaak de vorderingen zoals opgenomen onder a tot en met j van de dagvaarding. Laan heeft niet tijdig, dat wil zeggen dadelijk bij het antwoord op de dagvaarding, een tegenvordering ingediend. Dat betekent dat er geen beslissing zal volgen over de gevraagde verklaring voor recht en de gevraagde duidelijkheid over de financiële afwikkeling.

5.22.

De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

verwijst de zaak naar de openbare civiele terechtzitting (rolzitting) van 5 augustus 2020 voor het nemen van een akte aan de zijde van [eiser] met het doel als hiervoor onder 5.7 tot en met 5.10 (over het gebruik van OSB plaatmateriaal en kimband) is vermeld;

6.2.

uitstel wordt in beginsel niet verleend. Bij het ontbreken van tijdig bericht van [eiser] wordt er van uitgegaan dat hij geen gebruik wenst te maken van de gelegenheid tot het nemen van een akte.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter