Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:4769

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
08-07-2020
Zaaknummer
HAA 19/3846 en 19/3847 V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: HAA 19/3846 en 19/3847 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2020 op het verzet van

[X] , te [Z] , opposant.

Procesverloop

Opposant heeft tegen de uitspraak op bezwaar van 29 juli 2019 inzake de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2013 en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet 2013 van de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam beroep ingesteld.

Bij uitspraak van 28 oktober 2019 heeft de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk verklaard en zich, zoverre het verzoek van opposant zich richt tegen uitstel van betaling, onbevoegd verklaard.

Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Opposant heeft verzocht om op een zitting te worden gehoord. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2020. Opposant is niet verschenen.

Overwegingen

1. De griffier heeft opposant bij brief van 29 mei 2020 in de gelegenheid gesteld om over het verzet te worden gehoord op 26 juni 2020. Bij fax van 2 juni 2020 heeft opposant verzocht die verzetzitting uit te stellen. Dit verzoek om uitstel heeft de rechtbank afgewezen bij brief van 4 juni 2020. De rechtbank heeft, het belang van opposant afwegende tegen het algemeen belang van een doelmatige procesgang, geen aanleiding gezien opposant opnieuw in de gelegenheid te stellen om over het verzet te worden gehoord. Bij deze beslissing is mede acht geslagen op het feit dat in deze zaak een boete is opgelegd. De rechtbank beslist hierbij dan ook op het verzet van opposant.

2. De rechtbank heeft in de beroepszaken uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant niet binnen de gestelde termijn de gronden heeft overgelegd. Ook heeft opposant het beroepschrift niet ondertekend. Daarnaast heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard ten aanzien van het verzoek van opposant om uitstel van betaling.

3. Opposant heeft in zijn verzetschrift met betrekking tot de uitspraak van de rechtbank van 28 oktober 2019 uitsluitend aangevoerd dat de beroepen ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard. Ondanks daartoe door de rechtbank bij aangetekende brief van 4 november 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld heeft opposant verder niets aangevoerd. De rechtbank ziet in zoverre dan ook geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 28 oktober 2019. Voorts heeft de rechtbank zich ten aanzien van het verzoek tot uitstel van betaling terecht onbevoegd verklaard. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van
A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 juni 2020.

Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.