Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:4691

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-06-2020
Datum publicatie
03-08-2020
Zaaknummer
C/15/303346 / JU RK 20-1058
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanbesteding in de gesloten jeugdhulp. De minderjarige zal mogelijk worden overgeplaatst van Horizon, locatie Antonius, naar een andere gesloten jeugdzorg instelling. De kinderrechter benadrukt dat daarbij gekeken dient te worden naar het belang van de minderjarige en niet naar de aanbesteding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Zittingsplaats: Alkmaar

Zaakgegevens : C/15/303346 / JU RK 20-1058

datum uitspraak: 11 juni 2020

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Alkmaar,

betreffende

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen: de moeder,

wonende te [plaats] ,

[de vader] , hierna te noemen: de vader,

wonende te [plaats] .

1 Het procesverloop

1.1

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 27 mei 2020, ingekomen bij de griffie op 29 mei 2020,

- de verklaring dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder van 27 mei 2020,

- de instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 1 juni 2020, ingekomen bij de griffie op 2 juni 2020,

- het perspectiefplan voor [de minderjarige] , vastgesteld op 28 mei 2020, ingekomen bij de griffie op 2 juni 2020.

1.2

Op 11 juni 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting bij Horizon, locatie Antonius, te Castricum (hierna te noemen: Horizon) met gesloten deuren behandeld.

Verschenen en gehoord zijn:

- de minderjarige [de minderjarige] , bijgestaan door mr. F.R. Menso, die voorafgaand aan de zitting apart zijn gehoord,

- de moeder,

- de vader,

- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI,

- [gedragsdeskundige] , gedragsdeskundige te Horizon.

2 De feiten

2.1

Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

2.2

[de minderjarige] is bij beschikking van 8 maart 2019 onder toezicht gesteld. Bij beschikking van 16 januari 2020 is de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 8 maart 2021.

2.3

Bij beschikking van 16 juli 2019 is ten aanzien van [de minderjarige] -na een spoedmachtiging- een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot uiterlijk 16 oktober 2019.

Bij beschikking van 11 juni 2020 is laatstelijk ten aanzien van [de minderjarige] een (opvolgende) machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot uiterlijk 16 juni 2020.

2.4

Op grond van voornoemde machtiging verblijft [de minderjarige] bij Horizon.

3 Het verzoek en het standpunt van de GI

3.1

De GI heeft een machtiging verzocht om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.

3.2

De GI heeft ter onderbouwing van het verzoek aangegeven dat de zorgen omtrent [de minderjarige] de afgelopen weken fors zijn toegenomen. Er zijn over zorgen over het hard- en softdrugsgebruik door [de minderjarige] en er bestaat het vermoeden dat [de minderjarige] handelt in drugs en geld voor derden wegsluist. Daarnaast zijn er zorgen om de fysieke- en psychische gezondheid van [de minderjarige] . [de minderjarige] is in korte tijd zeer veel afgevallen, heeft een grauwe kleur op zijn gezicht, lijkt vast te zitten en is somber. Ook is er sprake van een zeer problematische schoolgang. [de minderjarige] verleent geen medewerking meer aan behandeling en therapie. Zijn motivatie is volledig weggevallen en [de minderjarige] geeft aan ook het traject in Spanje niet meer te willen. [de minderjarige] heeft zich de afgelopen weken meerdere malen onttrokken en is nauwelijks bereikbaar in gesprekken met de hulpverlening en de ouders. Ook de personen waar [de minderjarige] een goede band mee heeft lijken geen contact met hem te krijgen. De GI vreest voor de veiligheid van [de minderjarige] en de gevolgen die de huidige ontwikkeling voor hem met zich mee zal brengen. De GI acht een gesloten verblijfplek noodzakelijk, maar heeft sterke twijfels of Horizon de begeleiding kan bieden die [de minderjarige] nodig heeft en of Horizon de veiligheid van [de minderjarige] kan waarborgen. De GI heeft Horizon gevraagd om op korte termijn een plan van aanpak te leveren en heeft tevens een dringend verzoek neergelegd voor een time-out plaatsing binnen een meer gekaderde instelling om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen en het patroon te doorbreken.

3.3

Ter zitting heeft de GI aan het voorgaande toegevoegd dat zij geprobeerd heeft om

[de minderjarige] aan te melden bij Transferium Jeugdzorg, maar dat dat niet mogelijk is gebleken. De

GI is daarin als gevolg van de gemeentelijke aanbesteding namelijk afhankelijk van Horizon.

Tussen de GI en Horizon is op dit moment geen overeenstemming over welke plek het meest

passend is voor [de minderjarige] . De GI denkt dat [de minderjarige] in het belang van zijn veiligheid meer

begrenzing nodig heeft dan Horizon hem kan bieden en dat [de minderjarige] gebaat is bij een

instelling met betere beveiliging.

4 De standpunten van de belanghebbenden

4.1

[de minderjarige] heeft aangegeven dat de zorgen onterecht zijn. [de minderjarige] zit nog steeds goed in zijn vel en hij zit niet in het criminele circuit. [de minderjarige] rookt af en toe een joint maar daar blijft het bij. [de minderjarige] heeft het idee dat het niet uitmaakt wat hij doet; de machtiging gesloten jeugdhulp wordt volgens hem toch opnieuw verleend, ook al doet hij zijn best. [de minderjarige] vertrouwt alleen op zichzelf en is van mening dat hij niemand nodig heeft. [de minderjarige] verblijft nu in een studio van Horizon en zou het liefst thuis willen wonen, maar dat is volgens hem niet mogelijk. [de minderjarige] wil graag een opleiding volgen tot vrachtwagenchauffeur, maar dit kan nu niet omdat zijn pols in het gips zit. [de minderjarige] wil eerst wachten totdat zijn pols is hersteld en wil dan verder kijken.

4.2

Mr. Menso heeft aan het voorgaande toegevoegd dat de rek eruit is bij [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft zijn best gedaan, maar dit heeft hem niet het resultaat gebracht waar hij op gehoopt had. Het is van belang dat [de minderjarige] zijn motivatie terugkrijgt. Mr. Menso verzoekt namens [de minderjarige] om de machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden, onder aanhouding van het meer verzochte.

4.3

De vader heeft ter zitting aangegeven dat hij graag zou zien dat Horizon erkent dat zij [de minderjarige] niet kunnen bieden wat hij nodig heeft en zij [de minderjarige] op een andere plek aanmelden. De vader heeft het liefst dat [de minderjarige] naar Harreveld gaat. Daarnaast vindt de vader dat [de minderjarige] eerlijk en open moet zijn, zodat hij geholpen kan worden. De vader hoopt verder dat [de minderjarige] de juiste keuzes gaat maken.

5 De visie van Horizon

5.1

De gedragswetenschapper heeft ter zitting aangegeven dat [de minderjarige] geen inzicht wil geven in zijn leven en dat hij op dit moment niets wil. De muur die [de minderjarige] om zich heen heeft gebouwd wordt alsmaar hoger. Dinsdag is er een overleg met de betrokken behandelaren om te bezien welk pad er dient te worden ingeslagen. De gedragswetenschapper merkt daarbij op dat enkel een mooi plan niet volstaat: [de minderjarige] zal zelf in beweging moet komen. Het is vanwege de gebroken pols van [de minderjarige] lastig om [de minderjarige] bij een andere instelling of op de groep binnen Horizon onder te brengen, omdat andere instellingen aangeven dat [de minderjarige] eerst dient te herstellen en men niet het risico wil lopen dat [de minderjarige] zijn pols op de groep opnieuw kapot slaat. De gedragswetenschapper weet dat Horizon [de minderjarige] niet (veel) meer kan bieden dan zij op dit moment doet en [de minderjarige] niet bij Horizon wil zijn, maar betwijfelt of een overplaatsing naar een andere instelling voor [de minderjarige] de oplossing is. Het is immers de vraag of een hoger hek [de minderjarige] in beweging zal brengen en het is een utopie om te denken dat [de minderjarige] binnen een zodanige instelling niet aan drugs kan komen. De gedragswetenschapper acht het daarbij niet in het belang van [de minderjarige] dat het contact tussen [de minderjarige] en zijn mentor van Horizon verloren gaat.

6 De beoordeling

6.1

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

6.2

De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan. De kinderrechter maakt zich met de betrokken hulpverlening en de ouders grote zorgen om [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft een grote muur om zich heen gebouwd; hij is verhard en is erg op zichzelf. [de minderjarige] lijkt te denken dat mensen hem niet serieus nemen en hij vertrouwt niemand. Tijdens het gesprek met de kinderrechter was de teleurstelling over de situatie en de onmacht om de situatie te veranderen bij [de minderjarige] zichtbaar. [de minderjarige] denkt op dit moment in onmogelijkheden, terwijl er, bijvoorbeeld ten aanzien van zijn doel om vrachtwagenchauffeur te worden, ondanks zijn gebroken pols, al veel meer in gang gezet kan worden als hij denkt in mogelijkheden. De kinderrechter hoopt dat [de minderjarige] weer gemotiveerd raakt en zich laat helpen om zijn leven op een goede manier vorm te kunnen gaan geven.

6.3

Ter zitting is gebleken dat er op korte termijn door de betrokken hulpverlening gesproken zal worden over de vraag of het mogelijk is om [de minderjarige] over te plaatsen naar een andere instelling en zo ja, welke plek voor [de minderjarige] dan het meest passend is. De kinderrechter benadrukt dat zij het daarbij van belang vindt dat er naar het belang van [de minderjarige] wordt gekeken en niet naar de aanbesteding. Om zicht te houden op het verloop hiervan en om zicht te houden op de ontwikkeling van [de minderjarige] ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden, tot uiterlijk 16 september 2020. De kinderrechter houdt de beslissing ten aanzien van het meer verzochte pro forma aan tot 2 september 2020. De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk op deze datum aan te geven of zij haar verzoek handhaaft en in geval van handhaving daarbij een verslag met actuele informatie over te leggen omtrent de stand van zaken rondom [de minderjarige] . Nu de gedragswetenschapper in de instemmingsverklaring van 1 juni 2020 heeft aangegeven slechts in te stemmen met een korte verlenging acht de kinderrechter in geval van handhaving daarbij een nieuwe instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper noodzakelijk.

7 De beslissing

De kinderrechter:

7.1

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp ten aanzien van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , voor de duur van drie maanden, met ingang van 16 juni 2020 tot uiterlijk 16 september 2020,

7.2

houdt de beslissing ten aanzien van het meer verzochte pro forma aan tot 2 september 2020 en verzoekt de GI om uiterlijk op voornoemde datum de kinderrechter de onder 6.3 genoemde informatie en stukken te verschaffen.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 juni 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam