Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:4642

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-06-2020
Datum publicatie
25-06-2020
Zaaknummer
299255 HA RK 20-25
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“Deelgeschil. Partijen hebben overeenstemming bereikt, toch belang bij een beschikking. Verzoek betreft meewerken aan een deskundigenonderzoek.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0463
VR 2021/39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rekestnummer: C/15/299255 / HA RK 20/25

Beschikking van 11 juni 2020 (bij vervroeging)

in de zaak van

[verzoekster]

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

advocaat mr. L. Bosch te Hoorn,

tegen

de naamloze vennootschap

GOUDSE SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Gouda,

verweerster,

advocaat mr. M. van der Bent te Middelburg.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [verzoekster] ” en “Goudse”.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met 11 producties, ontvangen op 6 februari 2020;

  • -

    het gewijzigd verzoek, ontvangen op 30 april 2020;

  • -

    het verweerschrift, ontvangen op 25 mei 2020;

  • -

    het faxbericht van 25 mei 2020 met een urenspecificatie van mr. Bosch;

  • -

    de brief van 26 mei 2020 van mr. Bosch waaruit blijkt dat partijen overeenstemming hebben bereikt en waarin wordt verzocht deze overeenstemming in een beschikking op te nemen;

  • -

    de brief van 26 mei 2020 van mr. Van der Bent waarin wordt bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt en een nuancering wordt aangebracht op de aan de arbeidsdeskundige te verstrekken stukken;

  • -

    het faxbericht van 26 mei 2020 van mr. Bosch waaruit blijkt dat in wordt gestemd met hetgeen mr. Van der Bent in de brief van 26 mei 2020 heeft aangevoerd.

2. De feiten

2.1.

[verzoekster] is op 6 december 2012 tijdens haar werkzaamheden als wijkverpleegkundige door een auto van links aangereden en had daardoor pijn in haar linkerhand, duim, pols, schouder en nek. Zij heeft de diagnose ‘Complex Regionaal Pijn Syndroom’ gekregen waarvoor door de behandelaars van [verzoekster] geen prognose is gegeven.

2.2.

Goudse heeft de aansprakelijkheid erkend.

3 De beoordeling

3.1.

In haar gewijzigde verzoek van 26 mei 2020 verzoekt [verzoekster] :

  1. Goudse te bevelen haar medewerking te verlenen aan een arbeidsdeskundigenonderzoek door de heer Mo Hopman in het minnelijk traject en daarvan de buitengerechtelijke kosten te dragen;

  2. de deskundige zal de navolgende vragen dienen te beantwoorden:

  • -

    Hoe ziet het arbeidsverleden van betrokken eruit, onderverdeeld naar functie, gewerkte uren en redenen van eventuele beëindiging van de functie?

  • -

    Welk inkomen werd per functie gegeneerd?

  • -

    Wat waren de carrièremogelijkheden van betrokkenen op de arbeidsmarkt geweest tot aan haar pensioengerechtigde leeftijd als het ongeval haar niet overkomen was, rekening houdend met haar opleiding, ervaring, leeftijd, etc?

  • -

    Wat zijn de mogelijkheden van betrokkene op de arbeidsmarkt met ongeval?

  • -

    Wat is de verdiencapaciteit van betrokkene in de situatie met ongeval, gerekend vanaf ongevalsdatum tot heden en vanaf heden tot aan haar pensioengerechtigde leeftijd? Hoe luidt uw antwoord het ongeval weggedacht?

  • -

    Hoe beoordeelt u de aard en omvang van het verlies van zelfwerkzaamheid van betrokkene, rekening houdend met de huidige klachten en beperkingen?

  • -

    Zijn er eventuele technische aanpassingen mogelijk waardoor het arbeidsvermogen wordt vergroot? Zo ja, wat bedragen de kosten hiervan ongeveer?

  • -

    Zijn er eventuele organisatorische maatregelen mogelijk ter vergroting van het arbeidsvermogen. Zo ja, welke?

  • -

    Zijn er verder nog aspecten van belang bij de beoordeling van het verrichten van loonvormende activiteiten?

  • -

    Hebben de ontstane beperkingen gevolgen voor de zelfwerkzaamheid en zo ja, welke?

  • -

    Kan de benodigde hulp (deels) ondervangen worden door bepaalde nevenvoorzieningen en dergelijke?

  • -

    Heeft u eigener beweging nog opmerkingen die u voor de onderhavige zaak van belang acht?

3. de kosten van het deelgeschil te begroten op € 4.346,87 te vermeerderen met de griffierechten en te bepalen dat Goudse deze kosten aan [verzoekster] dient te voldoen.

3.2.

Goudse heeft daarop aangegeven in te kunnen stemmen met het (gewijzigde) verzoek met dien verstande dat de te benoemen arbeidsdeskundige ook kennis zal moeten nemen van het expertiserapport van de orthopedisch chirurg A.L. van der Zwan dat als productie 5 bij het verzoekschrift is overgelegd. Dit rapport is niet opgenomen in de opsomming van de aan de arbeidsdeskundige voor te leggen medische informatie van productie 10 van het verzoekschrift. [verzoekster] heeft vervolgens bevestigd dat zij ermee kan instemmen dat het expertiserapport van de orthopedisch chirurg A.L. van der Zwan aan de deskundige zal worden verstrekt.

3.3.

Op grond van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan de rechter worden verzocht te beslissen over een geschil in een letselschadezaak waarvan beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Uit rechtspraak voortkomend uit deelgeschillen kan de conclusie worden getrokken dat enkel het bevel tot medewerking aan een deskundigenonderzoek in een deelgeschil aan de orde kan worden gesteld. Indien het de bedoeling is dat een deskundige wordt benoemd, dient de procedure op grond van artikel 202 Rv in gang te worden gezet.

3.4.

[verzoekster] heeft haar verzoek beperkt tot een bevel tot het verlenen van medewerking door Goudse aan een arbeidsdeskundigenonderzoek. Zij heeft voorts de vragen opgenomen die aan de deskundige moeten worden gesteld. Uit het verzoekschrift blijkt dat tussen partijen een geschil is over de vaststelling van de omvang van de schade, meer specifiek het verlies aan verdienvermogen. Goudse was, ten tijde van het indienen van het verzoekschrift, niet bereid mee te werken aan het inschakelen van een arbeidsdeskundige. Daaruit blijkt dat, ten tijde van het indienen van het verzoekschrift, sprake was van een impasse in de buitengerechtelijke onderhandelingen. Inmiddels hebben partijen wel overeenstemming bereikt. Desalniettemin is de rechtbank van oordeel dat een beslissing van de rechtbank op het voorgelegde deelgeschil een bijdrage kan leveren aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Daarmee is het belang van het verzoek gegeven en kan het verzoek worden toegewezen.

3.5.

[verzoekster] verzoekt Goudse te veroordelen in de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv. Op grond van artikel 1019aa Rv dient begroting plaats te vinden van de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt. Daarbij dient de zogenoemde dubbele redelijkheidstoets gehanteerd te worden: het dient redelijk te zijn dat de kosten zijn gemaakt en de hoogte van de kosten dient eveneens redelijk te zijn. Dit betekent dat indien een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen. Van dit laatste is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake, zoals blijkt uit wat de rechtbank onder 3.4 heeft overwogen.

3.6.

In haar verzoek is [verzoekster] met betrekking tot het uurtarief van mr. Bosch uitgegaan van een honorarium van € 265,- per uur, exclusief 5% kantoorkosten en 21% BTW. Tot aan het indienen van het verzoekschrift waren 10 uren aan het deelgeschil besteed, daar zijn nog 4 uren bijgekomen. De totale kosten komen daarmee op € 4.346,87. Goudse heeft tegen deze kosten geen verweer gevoerd. De rechtbank acht de kosten redelijk en zal de kosten van dit deelgeschil op dit bedrag begroten. Aan griffierecht heeft [verzoekster] € 304,- betaald. De totale kosten bedragen derhalve € 4.650,87.

3.7.

Omdat Goudse de aansprakelijkheid heeft erkend, zal de rechtbank haar tot betaling van de kosten van het deelgeschil van [verzoekster] veroordelen.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

beveelt Goudse haar medewerking te verlenen aan een arbeidsdeskundigenonderzoek door de heer Mo Hopman in het minnelijk traject en daarvan de buitengerechtelijke kosten te dragen waarbij de vragen zoals weergeven onder 3.1, door de deskundige dienen te worden beantwoord;

4.2.

begroot de kosten van dit deelgeschil op € 4.650,87 en bepaalt dat Goudse deze kosten aan [verzoekster] dient te voldoen.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Reid en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2020.

type: MKG

coll: JR