Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:4234

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-06-2020
Datum publicatie
24-06-2020
Zaaknummer
C/15/296918 / HA ZA 19-781
Rechtsgebieden
Civiel recht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Draagplicht geldleningen die ex-samenwoners gezamenlijk zijn aangegaan. Verdeling inboedel en auto. Vrouw niet verschenen ter (Skype) zitting. Standpunt man op groot aantal punten niet tot onvoldoende gemotiveerd betwist door vrouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/296918 / HA ZA 19-781

Vonnis van 17 juni 2020 (bij vervroeging)

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. W.F. Wienen te Almere,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat voorheen mr. H.M.E. Hoekstra te Hoorn (NH),

nu zonder advocaat.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] dan wel de man en de vrouw genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 3 december 2019 met productie 1,

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en tevens houdende eis in reconventie,

  • -

    het tussenvonnis van 12 februari 2020 en

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte wijziging eis en akte overlegging producties met producties 2 t/m 6.

1.2.

Bij het tussenvonnis was een datum bepaald voor de mondelinge behandeling van de vorderingen. Op de geplande datum, 24 maart 2020, heeft de zitting geen doorgang gevonden als gevolg van de toen net afgekondigde maatregelen in verband met het coronavirus. De zaak is daarna aangehouden om een nieuwe datum te bepalen.

1.3.

Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat de mondelinge behandeling via een zogenaamde Skypezitting zou plaatsvinden. Veertien dagen voorafgaande aan de oorspronkelijke zittingsdatum had [eiser] aan de rechtbank en wederpartij zijn conclusie van antwoord in reconventie en tevens een wijziging van zijn eis doen toekomen. Op 26 februari 2020 had de advocaat van [gedaagde] zich echter aan de zaak onttrokken. Er heeft zich nadien geen andere advocaat voor [gedaagde] gesteld. De rechtbank heeft daarom bepaald dat [gedaagde] door de griffier bij aangetekende brief moest worden opgeroepen voor de nieuwe zitting, op 19 mei 2020, om 14.30 uur. Bij de oproepbrief is haar ook de conclusie van antwoord in reconventie en de wijziging van eis toegestuurd. In de brief van de griffier is [gedaagde] er tevens op gewezen dat zij wel ter zitting kon verschijnen, maar dat proceshandelingen uitsluitend door een advocaat konden worden genomen. Ten slotte is zij erop gewezen dat zij zich tot een andere advocaat zou kunnen wenden.

1.4.

De griffier heeft daarna telefonisch met mr. Wienen en met [gedaagde] gesproken om van beiden een emailadres en telefoonnummer te ontvangen, waarop zij tijdens de Skypezitting te bereiken zouden zijn.

1.5.

Tijdens de zitting zijn [eiser] en zijn advocaat verschenen, maar [gedaagde] niet. De griffier heeft geprobeerd haar telefonisch te bereiken, maar kreeg de voicemail van het door [gedaagde] opgegeven telefoonnummer.

1.6.

[eiser] heeft verzocht vonnis te wijzen en de rechtbank heeft dat verzoek toegewezen.

2 De feiten

2.1.

[eiser] en [gedaagde] hebben een affectieve relatie gehad. Zij woonden samen in de woning van [eiser] in [plaats] . Tijdens de periode van samenwoning zijn partijen twee geldleningen aangegaan bij Defam. Eén van de leningen (nummer 281) betrof een bedrag van € 50.000,-. Dat geld is gestort op de privérekening van [gedaagde] .

De andere geldlening (nummer 284) is aangegaan voor € 25.000,-.

2.2.

In het voorjaar van 2019 is de relatie tussen partijen beëindigd en is [gedaagde] uit de woning vertrokken.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser] vordert na wijziging van eis, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht zal verklaren dat de vrouw ter zake de geldlening met contractnummer 0060785281 in de onderlinge verhouding van partijen voor het gehele verschuldigde bedrag (rente en aflossingen) draagplichtig is;

II. voor recht zal verklaren dat partijen ter zake de geldlening met contractnummer 60785284 ieder voor de helft, dit in de onderlinge verhouding, draagplichtig zijn, zowel voor de lening, i.e. de hoofdsom, als de verschuldigde rente;

III. de vrouw zal veroordelen tot betaling aan de man van een bedrag van € 53.535,48, althans een ander door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, althans vanaf de dag der algehele inlossing, alsmede de vrouw te veroordelen tot betaling aan de man van alle overige bedragen die de man aan rente en aflossing aan Defam betreffende de geldlening met contractnummer 0060785281 heeft betaald, dit na toezending door de man aan de vrouw van betalingsbewijzen, en dit vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na toezending van die betalingsbewijzen tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. de vrouw zal veroordelen tot betaling aan de man van een bedrag van € 12.664,50, althans een ander door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, althans vanaf de dag der algehele inlossing, alsmede de vrouw te veroordelen tot betaling van de helft van de overige bedragen, rente en aflossing, die de man ter zake de geldlening met contractnummer 60785284 aan Defam heeft betaald, dit na toezending door de man aan de vrouw van betalingsbewijzen, en dit vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na toezending van die betalingsbewijzen tot aan de dag der algehele voldoening;

V. de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

[gedaagde] voert in haar conclusie van antwoord verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

[gedaagde] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair: te verklaren voor recht en partijen te veroordelen de schuld van contractnummer 60785281 voor gelijke delen te dragen, en al hetgeen de vrouw dan wel de man meer heeft voldaan aan Defam dan voortvloeit uit haar/zijn aandeel, de vrouw dan wel de man een vordering op de ander heeft van dat bedrag, de vrouw dan wel de man dit aantoont door toezending van betalingsbewijzen, en te vermeerderen met de wettelijke rente 14 dagen na toezending van de betalingsbewijs(zen) tot aan de dag der algehele voldoening.

Subsidiair: te verklaren voor recht en de man te veroordelen 1/5 deel van de schuld van contractnummer 60785281 voor zijn rekening te nemen, en al hetgeen de vrouw meer heeft voldaan aan Defam dan voortvloeit uit haar aandeel, de vrouw een vordering op de man heeft van dat bedrag, de vrouw dit aantoont door toezending van betalingsbewijzen, en te vermeerderen met de wettelijke rente 14 dagen na toezending van de betalingsbewijs(zen) tot aan de dag der algehele voldoening.

Primair: te verklaren voor recht en partijen te veroordelen de schuld van contractnummer 60785284 voor gelijke delen te dragen, en al hetgeen de vrouw dan wel de man meer heeft voldaan aan Defam dan voortvloeit uit haar/zijn aandeel, de vrouw dan wel de man een vordering op de ander heeft van dat bedrag, partijen dit aantonen door toezending van betalingsbewijzen, en te vermeerderen met de wettelijke rente 14 dagen na toezending van de betalingsbewijs(zen) tot aan de dag der algehele voldoening.

Subsidiair: te verklaren voor recht en de man te veroordelen 24.200/25.000 deel van de schuld van contractnummer 60785284 voor zijn rekening te nemen, en al hetgeen de vrouw meer heeft voldaan aan Defam dan voortvloeit uit haar aandeel, de vrouw een vordering op de man heeft van dat bedrag, de vrouw dit aantoont door toezending van betalingsbewijzen, en te vermeerderen met de wettelijke rente 14 dagen na toezending van de betalingsbewijs(zen) tot aan de dag der algehele voldoening.

• De man te veroordelen de benodigde stukken met betrekking tot de verkoopopbrengst van de auto, merk Renault Espace, in onderhavige procedure te brengen.

• Te verklaren voor recht en de man te veroordelen tot betaling van een bedrag gelijk aan 2/3 van de verkoopopbrengst van de auto, merk Renault Espace;

• Te verklaren voor recht dat de man een onrechtmatige daad heeft gepleegd door goederen in eigendom van de vrouw te verkopen zonder toestemming van de vrouw, en de man te veroordelen een schadevergoeding te voldoen aan de vrouw van € 5.000,-, te voldoen binnen 7 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

• De man te veroordelen de benodigde financiële stukken met betrekking tot de vermogensopbouw door aflossing in de hypothecaire geldlening, gedurende de affectieve relatie, in onderhavige procedure te brengen;

• Te verklaren voor recht en de man te veroordelen de helft van de ontstane vermogensopbouw door aflossing in de hypothecaire geldlening van de man, gedurende de affectie relatie, aan de vrouw te voldoen, binnen 7 dagen na betekening van het te wijzen vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.5.

[eiser] voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

geldlening met contractnummer 60785281

4.1.

[eiser] stelt dat deze lening van € 50.000,- geheel ten goede is gekomen van [gedaagde] , ten behoeve van een door haar te beginnen eigen zaak, een slagerij. [eiser] heeft zijn stelling onderbouwd met het schriftelijke contract van Defam. Hieruit blijkt dat het geleende bedrag is overgemaakt op de privérekening van [gedaagde] .

[gedaagde] heeft erkend dat het bedrag aan haar is overgemaakt, maar als verweer aangevoerd dat daarvan een bedrag van € 40.000,- is aangewend voor het opstarten van haar bedrijf. Zij heeft niet gesteld en/of onderbouwd wat er met de overige € 10.000,- is gebeurd.

4.2.

Bij tussenvonnis van 12 februari 2020, althans de bij dat tussenvonnis behorende bericht, heeft de rechtbank [gedaagde] verzocht haar verweer te onderbouwen. Zij heeft dat nagelaten. De rechtbank gaat daarom uit van het standpunt van [eiser] . De lening is geheel ten goede gekomen van [gedaagde] en zij is dus jegens [eiser] voor het geheel aansprakelijk. Vordering onder I is daarmee geheel toewijsbaar.

4.3.

[eiser] heeft gesteld en onderbouwd dat hij sinds het uiteengaan van partijen de aflossingen en de rente op deze lening voor [gedaagde] heeft betaald. [gedaagde] heeft dat niet betwist.

Inmiddels is de lening door [eiser] overgesloten en dus geheel door hem afgelost. In totaal heeft [eiser] € 39.571,72 afgelost en € 13.963,76 aan rente betaald. Ook dit heeft [gedaagde] niet betwist. De vordering onder III is daarom toewijsbaar als na te melden. Voor toewijzing van meer dan de genoemde bedragen bestaat geen aanleiding. [eiser] heeft de lening namelijk reeds afgelost, zodat er ook geen andere bedragen door hem zijn of nog worden betaald dan de hiervoor vermelde.

4.4.

Gelet op het voorgaande worden de vorderingen op dit punt in reconventie afgewezen.

geldlening met contractnummer 60785284

4.5.

Partijen zijn het erover eens dat deze lening van € 25.000,- ten goede is gekomen aan de gezamenlijke huishouding in de periode dat zij nog samenleefden. Partijen zijn dus jegens elkaar voor de helft draagplichtig.

De vorderingen onder II en IV in conventie komen overeen met de primaire vordering op dit onderdeel in reconventie. In verband met de eventuele executeerbaarheid, zullen deze vorderingen in conventie en in reconventie beide worden toegewezen als na te melden.

4.6.

[eiser] heeft gesteld en onderbouwd dat hij sinds mei 2019 in totaal € 4.036,41 op deze lening heeft betaald. Daarnaast heeft [eiser] deze lening inmiddels geheel afgelost door betaling van een bedrag van € 21.292,59. In totaal heeft [eiser] daarmee € 25.329,- voldaan. De helft daarvan is € 12.664,50. Voor toewijzing van meer dan dit bedrag bestaat geen aanleiding. [eiser] heeft de lening namelijk reeds afgelost, zodat er ook geen andere bedragen door hem zijn of nog worden betaald dan het hiervoor vermelde.

voorts in reconventie

de inboedel

4.7.

[gedaagde] stelt dat [eiser] goederen van haar heeft verkocht zonder haar toestemming. Zij laat na te omschrijven om welke goederen het zou gaan.

4.8.

[eiser] betwist dit en voert (onderbouwd met foto’s) aan dat [gedaagde] al haar eigendommen heeft opgehaald. Hiermee heeft [eiser] het, niet onderbouwde, standpunt van [gedaagde] gemotiveerd betwist.

4.9.

Onder deze omstandigheden dient dit onderdeel van de vordering te worden afgewezen.

aflossingen hypotheek

4.10.

De woning, waarin partijen samenleefden, was eigendom van [eiser] . De daaraan verbonden hypotheek stond ook op zijn naam. [eiser] heeft altijd alle hypotheeklasten voldaan vanuit zijn eigen inkomen. Partijen hebben geen afzonderlijke afspraken gemaakt over de gevolgen van de aflossing voor de vermogensopbouw van [eiser] . Bij gebreke van een aangevoerde grondslag zijn de vorderingen van [gedaagde] op dit onderdeel niet toewijsbaar.

de auto

4.11.

Tijdens de periode van samenleven hebben partijen een Renault Espace, bouwjaar 1999, aangeschaft. [gedaagde] stelt dat zij op dat moment haar eigen auto (Smart) heeft ingeruild en een bedrag van € 1.350,- bijbetaald, terwijl [eiser] € 1.150,- zou hebben betaald.

4.12.

[eiser] stelt dat [gedaagde] inderdaad haar Smart heeft ingeruild voor een bedrag van € 1.350,-, maar daarnaast niets heeft betaald. [eiser] zou zelf een Peugeot hebben ingeruild voor een waarde van € 1.150,-. Vervolgens heeft [eiser] de restant koopsom van € 2.165,- vanaf 3 februari 2018 tot en met 1 maart 2019 in termijnen aan [naam] betaald.

4.13.

Anders dan [gedaagde] heeft [eiser] zijn standpunt op dit onderdeel deugdelijk onderbouwd, zodat de rechtbank zijn standpunt als uitgangspunt neemt.

4.14.

[eiser] stelt de auto te hebben verkocht voor € 800,-. Hij heeft daarvan geen bewijs overgelegd en hij heeft voor de verkoop ook geen overleg met [gedaagde] gevoerd. De rechtbank zal daarom een redelijke waarde vaststellen.

Er zijn geen bijzonderheden gesteld over het type auto. Uitgaande van een gemiddelde prijs voor een tien jaar oude Renault Espace, begroot de rechtbank de waarde op € 1.000,-. Daarvan dient [eiser] 1.350 / 4.665 = € 289,39 aan [gedaagde] te vergoeden.

proceskosten

4.15.

De rechtbank ziet geen aanleiding in deze zaak af te wijken van het gebruik dat de proceskosten worden gecompenseerd, nu het hier een zaak tussen ex-samenwoners gaat.

5 De beslissing

De rechtbank,

in conventie:

5.1.

verklaart voor recht dat [gedaagde] ter zake de geldlening met contractnummer 60785281 in de onderlinge verhouding van partijen voor het gehele verschuldigde bedrag (rente en aflossingen) draagplichtig is;

5.2.

verklaart voor recht dat partijen ter zake de geldlening met contractnummer 60785284 ieder voor de helft in de onderlinge verhouding draagplichtig zijn, zowel voor de hoofdsom, als de verschuldigde rente;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] in verband met lening 60785281 een bedrag te betalen van € 53.535,48, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.4.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] in verband met lening 60785284 een bedrag te betalen van € 12.664,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.5.

verklaart de onderdelen 5.3 en 5.4 uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie:

5.7.

verklaart voor recht dat partijen de schuld van contractnummer 60785284 voor gelijke delen dienen te dragen, en al hetgeen [gedaagde] meer heeft voldaan aan Defam dan voortvloeit uit haar aandeel, zij voor dat bedrag een vordering op [eiser] heeft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na toezending van de betalingsbewijs(zen) tot aan de dag der algehele voldoening.

5.8.

veroordeelt [eiser] om aan [gedaagde] in verband met de verkoop van de Renault Espace een bedrag te betalen van € 289,39, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.9.

verklaart onderdeel 5.8 uitvoerbaar bij voorraad;

5.10.

wijst af het meer of anders gevorderde;

in conventie en in reconventie:

5.11.

compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2020.