Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:4201

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-04-2020
Datum publicatie
01-07-2020
Zaaknummer
8418875 \ VV EXPL 20-54
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Concurrentiebeding. Verbod werkzaamheden aanvangen voor concurrent afgewezen en concurrentiebeding geschorst. Concurrentiebeding niet bedoeld om werknemer te binden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0736
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8418875 \ VV EXPL 20-54

Uitspraakdatum: 29 april 2020

Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Ambucare B.V.

gevestigd te Roosendaal

eiseres

verder te noemen: Highcare

gemachtigde: mr. B.W.G. Orth

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. T.A. van Meer

1 Het procesverloop

1.1.

Highcare heeft [gedaagde] op 3 april 2020 gedagvaard. Bij brief van 9 april 2020 heeft Highcare een vervangende productie ingediend. [gedaagde] heeft op 9 april 2020 [gedaagde] een eis in reconventie ingesteld.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 april 2020. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Highcare heeft haar standpunt mede aan de hand van pleitaantekeningen toegelicht. Voorafgaand aan de zitting heeft Highcare haar petitum gewijzigd.

2 De feiten

2.1.

Highcare is een uitzend- en detacheringsbureau voor de ambulancezorg en ziekenhuizen. Highcare richt zich op de allocatie van uitzendwerknemers bij opdrachtgevers. [gedaagde] is bij Highcare in dienst geweest als anesthesiemedewerker tussen 1 februari 2017 en 31 juli 2018. Per 1 september 2019 is [gedaagde] opnieuw in dienst getreden bij Highcare als anesthesiemedewerker, op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. [gedaagde] was laatstelijk werkzaam bij ziekenhuis [ziekenhuis] .

2.2.

Artikel 14 van de arbeidsovereenkomst bevat het volgende relatie- en concurrentiebeding:

Gedurende 1 jaar na het einde van de Arbeidsovereenkomst – ongeacht de wijze waarop en de redenen waarom de Arbeidsovereenkomst tot een einde is gekomen – zal het Werknemer zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Werkgever, niet zijn toegestaan om:

(a) op enigerlei wijze, direct of indirect, al dan niet gehonoreerd, werkzaam te zijn bij enige persoon, instelling, vennootschap of onderneming die concurrerende, soortgelijke of aanverwante uitzendactiviteiten ontplooit als Werkgever, of de aan haar gelieerde ondernemingen, dan wel daarin of daarbij enig belang te hebben;

(b) als zelfstandige direct en/of indirect werkzaam te zijn bij relaties van Werkgever waar Werknemer gedurende de Arbeidsovereenkomst niet werkzaam is geweest in een straal van 50 kilometer rondom het woonadres van Werknemer.

Bij overtreding van één of meer der bepalingen genoemd in sub (a) en/of (b), verbeurt Werknemer – in afwijking van het bepaalde in artikel 7:650 lid 3, 4 en 5 BW – jegens Werkgever, zonder dat daarvoor een aankondiging of ingebrekestelling is vereist, een aan Werkgever toekomende direct opeisbare boete van € 2500,00 per overtreding, te vermeerderen met € 250,00 voor iedere dag (een gedeelte van de dag hieronder begrepen) dat de overtreding voortduurt, één en ander onverminderd het recht van Werkgever om daarnaast nakoming te vorderen van de bepalingen van de Arbeidsovereenkomst.

De werknemer heeft het recht om aan de competente (kanton)rechter te verzoeken om de hiervoor in dit artikel vermelde verboden en/of bedragen te matigen.

2.3.

Bij e-mail van 23 januari 2020 heeft [gedaagde] zijn arbeidsovereenkomst met Highcare opgezegd tegen 1 april 2020. [gedaagde] wil per 1 mei 2020 in diensttreden bij TMI.

2.4.

Bij brief van 13 februari 2020 heeft Highcare de opzegging van [gedaagde] bevestigd. Highcare heeft [gedaagde] gewezen op het relatie- en concurrentiebeding en het volgende geschreven: “Volledigheidshalve wijzen we je er op dat het jou niet is toegestaan om bij TMI te gaan werken. Wij verzoeken je dan ook, zo nodig sommeren wij jou hierbij, om ons binnen vijf dagen na dagtekening van de brief te bevestigen dat jij je aan het Relatie- en concurrentiebeding zult houden. Indien wij geen dan wel een afwijzende bevestiging ontvangen en jij onverhoopt toch besluit om bij TMI te gaan werken, zullen wij jou zonder verdere aankondiging in rechte betrekken. In die procedure zullen wij vorderen dat jij aan je relatie- en concurrentiebeding wordt gehouden. Verder zullen wij de verbeurde boetes vorderen.”

2.5.

De gemachtigde van [gedaagde] heeft bij brief van 18 februari 2020 gereageerd en onder andere geschreven: “Kort en goed meent mijn cliënt dat Highcare niet in haar recht staat door het concurrentiebeding te handhaven en hem te verbieden bij TMI in dienst te treden. Als Highcare daarin volhardt, dan zal hij in rechte afdwingen dat hem dat wel wordt toegestaan door te vorderen dat het concurrentiebeding (partieel) wordt geschorst, vernietigd of nietig wordt verklaard.”

2.6.

Op 27 februari 2020 hebben Highcare en [gedaagde] elkaar te kennen gegeven bij hun standpunten te blijven.

3 De vordering

3.1.

Highcare vordert, na eiswijziging, dat de kantonrechter [gedaagde] bij wijze van voorlopige voorziening verbiedt zijn werkzaamheden voor TMI aan te vangen en voor het geval [gedaagde] al werkzaam is bij TMI, [gedaagde] te gebieden met onmiddellijke ingang zijn werkzaamheden voor TMI te staken en gestaakt te houden en zich te onthouden van enige andere werkzaamheden die strijdig zijn met het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt. Daarnaast vordert Highcare dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op de verbeurde boetes tot een bedrag van € 3.000,-, dan wel een door de kantonrechter in redelijkheid te bepalen bedrag. Ten slotte vordert Highcare veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

Zij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij met [gedaagde] een rechtsgeldig concurrentiebeding is overeengekomen. TMI is een directe concurrent van Highcare, zodat [gedaagde] zijn verplichtingen overtreedt als hij in dienst treedt bij TMI. Highcare heeft belang bij handhaving van het concurrentiebeding. Het bedrijfsdebiet van Highcare wordt grotendeels gevormd door haar uitzendwerknemers, human capital. Indien al haar werknemers vrijelijk kunnen overstappen naar de concurrent, wordt de allocatiefunctie van Highcare uitgehold. Wanneer Highcare [gedaagde] niet aan het concurrentiebeding houdt, bestaat de kans dat de opdrachtgever van Highcare meegaat naar TMI en dat daardoor de positie van Highcare in de markt verzwakt. Ter zitting heeft Highcare nog gerefereerd aan de precedentwerking.

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. [gedaagde] vordert bij wijze van tegenvordering primair schorsing van het concurrentiebeding. Subsidiair vordert [gedaagde] gedeeltelijke schorsing van het concurrentiebeding door een beperking in tijd. Hij voert aan – samengevat – dat een concurrentiebeding niet is bedoeld om werknemers te binden, maar om het bedrijfsdebiet van de werkgever te beschermen. Werknemers kunnen geen bedrijfsdebiet vormen, zodat de belangen die Highcare stelt te hebben niet kunnen worden beschermd door handhaving van het concurrentiebeding. Ook kan een concurrentiebeding niet worden ingezet om precedentwerking te voorkomen. Op basis van het concurrentiebeding zou [gedaagde] bij geen enkele detacheerder of uitzender werkzaam kunnen zijn binnen een jaar na het einde van het dienstverband met Highcare.

4.2.

Daarbij wordt [gedaagde] door het concurrentiebeding onbillijk benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van Highcare. [gedaagde] heeft belang bij de overstap naar TMI in verband met de toekomstmogelijkheden bij TMI en de arbeidsvoorwaarden, waaronder een verhoging van het vaste salaris. [gedaagde] heeft bij TMI meer keuzemogelijkheden in verschillende opdrachten, de mogelijkheid om losse diensten te draaien en perspectief om in de toekomst werkzaam te zijn op Curaçao of Bonaire. Bovendien zegt [gedaagde] toe dat hij binnen een jaar na het einde van zijn dienstverband met Highcare, niet werkzaam zal zijn bij zijn laatste opdracht.

4.3.

Voor het geval geoordeeld wordt dat het [gedaagde] niet zou zijn toegestaan bij TMI te werken, vordert hij voor de duur van die beperking een vergoeding ad € 1.000,- per maand, gelet op zijn inkomensverlies tijdens die beperking.

4.4.

Op het verweer van Highcare tegen de vordering in reconventie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling nader worden ingegaan.

5 De beoordeling

de vordering en de tegenvordering

5.1.

De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

5.2.

De vordering en tegenvordering in kort geding kunnen alleen worden toegewezen als partijen daarbij een spoedeisend belang hebben. Dit is het geval, nu het hier gaat om de naleving of schorsing van een concurrentiebeding. Het spoedeisend belang vloeit naar het oordeel van de kantonrechter voort uit de aard van de vorderingen.

5.3.

Verder is voor toewijzing van de (tegen-)vordering in dit kort geding vereist dat de feiten en omstandigheden die aan de (tegen-)vordering ten grondslag zijn gelegd, voldoende aannemelijk zijn. Ook moet in voldoende mate waarschijnlijk zijn dat de (tegen-)vordering in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

5.4.

Vaststaat dat Highcare en TMI concurrenten zijn; beide bedrijven houden zich bezig met het uitzenden en detacheren van medewerkers in de ambulancezorg en ziekenhuizen. De indiensttreding van [gedaagde] bij TMI levert dan ook in beginsel een overtreding van het concurrentiebeding op. Beoordeeld moet dan ook worden of de bodemrechter het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk zal vernietigen, omdat in verhouding tot het te beschermen belang van Highcare, [gedaagde] door het beding onbillijk wordt benadeeld. Samengevat dienen de belangen van Highcare en [gedaagde] tegen elkaar afgewogen te worden.

5.5.

Highcare heeft –samengevat- als belangen naar voren gebracht:

  1. Aantasting van haar bedrijfsdebiet, bestaande uit human capital;

  2. Verzwakking van haar positie in de markt door omzetverlies en het risico dat de opdrachtgever mee over stapt;

  3. Precedentwerking.

5.6.

Ter zitting heeft Highcare toegelicht dat zij [gedaagde] aan het concurrentiebeding houdt, omdat zij –samengevat– de omzet die zij genereert door het wegzetten van [gedaagde] bij opdrachtgevers zal missen door de indiensttreding van [gedaagde] bij TMI. [gedaagde] mag wat Highcare betreft wel direct in dienst treden bij een opdrachtgever of als ZZP-er werkzaam zijn bij een opdrachtgever, zolang zij maar niet bij TMI, de concurrent, in dienst treedt, omdat dan TMI de omzet over de uren van [gedaagde] zal genereren. Daarbij is Highcare bevreesd dat andere werknemers [gedaagde] zullen volgen, omdat zij signalen uit de markt heeft opgevangen dat TMI medewerkers van haar benadert.

5.7.

[gedaagde] heeft samengevat als belangen aangevoerd dat hij zijn positie kan verbeteren, zowel in financiële zin als qua mogelijkheden. Verder heeft hij aangevoerd dat hij geen kennis heeft van bijzondere knowhow of specifieke bedrijfsinformatie van Highcare en dat Highcare evenmin in het opleiden of de deskundigheid van [gedaagde] heeft geïnvesteerd.

5.8.

Ten aanzien van de door Highcare naar voren gebrachte belangen overweegt de kantonrechter voorlopig als volgt. Een concurrentiebeding verbiedt een werknemer om na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn en vormt daarmee een inbreuk op het recht van vrije arbeidskeuze. Een concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van een werkgever te beschermen. Onder bedrijfsdebiet wordt verstaan opgebouwde know how en goodwill. Een concurrentiebeding is niet bedoeld om een werknemer te binden. Daar zijn andere mogelijkheden voor, zoals een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijdse opzegmogelijkheid of goede arbeidsvoorwaarden, opleidingsmogelijkheden enz.

5.9.

In het voorliggende geval gaat het naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter om de concurrentie tussen twee uitzend- c.q. detacheringsondernemingen in een krappe arbeidsmarkt. De partij die de betreffende arbeidskracht bij een opdrachtgever weg kan zetten genereert omzet (en winst) op de uren. Dit betekent naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat het concurrentiebeding in de voorliggende situatie voornamelijk tot doel heeft [gedaagde] aan Highcare te binden. Niet gesteld of gebleken is immers dat [gedaagde] specifieke en relevante informatie over of van Highcare meeneemt naar TMI, waardoor Highcare wordt benadeeld en TMI wordt bevoordeeld in de concurrentieslag. Onbetwist is de stelling van [gedaagde] dat Highcare niet in hem heeft geïnvesteerd; gedurende het dienstverband heeft [gedaagde] geen opleidingen of cursussen gevolgd en evenmin is onbetwist dat stelling van [gedaagde] dat hij kennis heeft van de commerciële processen binnen Highcare die zien op de onderhandelingen tussen Highcare en haar opdrachtgevers, waarmee TMI haar voordeel zou kunnen doen.

5.10.

Ook is niet gebleken dat [gedaagde] bij TMI zo nauw zal samenwerken met de opdrachtgevers van Highcare dat de vrees gerechtvaardigd is dat deze zullen overstappen naar TMI. [gedaagde] heeft immers ter zitting benadrukt dat hij niet bij de laatste opdrachtgever zal gaan werken en in het kader van een schikking ook overigens aangeboden af te zien van werkzaamheden bij andere opdrachtgevers van Highcare.

5.11.

Tot slot is de verwachting gerechtvaardigd dat ook de bodemrechter, net als de rechtbank Midden-Nederland (ECLI:RMNE:2019:416), van oordeel zal zijn dat precedentwerking evenmin een rechtens te respecteren belang van Highcare is.

5.12.

Ten aanzien van de door [gedaagde] naar voren gebrachte belangen overweegt de kantonrechter als volgt. Ondanks de stelling van Highcare dat [gedaagde] bij TMI ten onrechte in een functiegroep wordt ingedeeld die van toepassing is op leidinggevende functies omdat de functie van [gedaagde] geen leidinggevende aspecten bevat en de stelling va Highcare dat geen sprake is van een aanmerkelijk hoger salaris, omdat [gedaagde] bij Highcare een flexibiliteitstoeslag ontving, is gebleken dat [gedaagde] zijn financiële positie (iets) kan verbeteren. Ook kan [gedaagde] cursussen volgen op locaties die beter bereisbaar zijn.

5.13.

Gelet op het voorgaande is de voorlopige conclusie dat Highcare vooralsnog geen belangen heeft aangevoerd die op grond van artikel 7:653 lid 3 onderdeel b BW beschermd worden door een concurrentiebeding, terwijl [gedaagde] wel belang heeft bij schorsing van het beding, zodat de belangenafweging vooralsnog in het voordeel van [gedaagde] uitvalt. De vorderingen van Highcare worden dan ook afgewezen en de door [gedaagde] primair gevorderde schorsing van het concurrentiebeding zal worden toegewezen. De overige vorderingen van [gedaagde] behoeven dus geen bespreking.

5.14.

De proceskosten komen voor rekening van Highcare omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt Highcare tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 720,00 aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde] ;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskostenveroordeling betreft.

de tegenvordering

6.4.

schorst het concurrentiebeding, zodat het [gedaagde] is toegestaan bij TMI te werken totdat in de bodemprocedure anders wordt beslist;

6.5.

veroordeelt Highcare tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag vaststelt op nihil;

6.6.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter