Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:4170

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-06-2020
Datum publicatie
30-06-2020
Zaaknummer
8135510 / CV EXPL 19-16839
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Opgelegde CTOT is buitengewone omstandigheid. Luchtvaartmaatschappij heeft onvoldoende reservetijd in acht genomen, maar de aankomstvertraging was dermate groot dat de passagiers ook bij voldoende reservetijd de overstap hadden gemist. Passagiers betwisten dat zij zijn omgeboekt naar de eerst mogelijke vervoersmogelijkheid met voldoende plaats, maar hebben niet aangetoond dat een eerder alternatief mogelijk was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2020/197
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8135510 / CV EXPL 19-16839

Uitspraakdatum: 3 juni 2020

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]

beiden wonende te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. D.E. Lof

tegen

de buitenlandse rechtspersoon

Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft

gevestigd te Keulen, Duitsland en mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen: Lufthansa

gemachtigde: mr. E.C. Douma

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 25 september 2019 een vordering tegen Lufthansa ingesteld. Lufthansa heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Lufthansa een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagiers hebben vervolgens nog een akte genomen.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met Lufthansa een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Lufthansa de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Frankfurt, Duitsland met vlucht LH993 en van Frankfurt naar Krakau, Polen met vlucht LH1368 op 16 mei 2019, hierna: de vlucht.

2.2.

Volgens de overgelegde boekingsbevestiging zou vlucht LH993 op 16 mei 2019 om 14:50 uur lokale tijd vertrekken uit Amsterdam en om 15:55 uur lokale tijd in Frankfurt arriveren. Vervolgens zouden de passagiers om 16:40 uur lokale tijd met vlucht LH1368 vanuit Frankfurt verder vliegen en om 18:10 uur lokale tijd in Krakau arriveren.

2.3.

Vlucht LH993 van Amsterdam naar Frankfurt is vertraagd uitgevoerd waardoor de passagiers de aansluitende vlucht naar Krakau hebben gemist. De passagiers zijn omgeboekt en uiteindelijke met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.

2.4.

De passagiers hebben compensatie van Lufthansa gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.5.

Lufthansa heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat Lufthansa, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 500,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Lufthansa vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

Lufthansa betwist de vordering. Zij voert onder meer het volgende aan. Het eerste deel van de vlucht in kwestie (LH993) maakt deel uit van de rotatievlucht Frankfurt-Amsterdam-Frankfurt (LH992/993). De voorafgaande vlucht LH992 zou volgens de oorspronkelijke planning vertrekken vanaf Frankfurt om 10:44 uur UTC. Vlucht LH992 kreeg van de luchtverkeersleiding te horen dat vertrek niet mogelijk was in verband met beperkte capaciteit op de luchthaven van bestemming (Amsterdam). Lufthansa stelt dat zij herhaaldelijk een nieuwe CTOT toegewezen heeft gekregen en dat vlucht LH992 uiteindelijk is vertrokken om 11:41 uur UTC. Vlucht LH992 is om 12:55 uur UTC geland te Amsterdam met een vertraging van 65 minuten. Vlucht LH993 (Amsterdam-Frankfurt) stond gepland om te vertrekken om 12:50 uur UTC maar kon wegens de vertraagde aankomst van de voorgaande vlucht, alsmede wegens een vertraagde start-up pas om 14:06 uur UTC vertrekken. De passagiers zijn met een vertraging van 66 minuten om 15:01 uur UTC (17:01 uur lokale tijd) in Frankfurt gearriveerd en hebben de aansluitende vlucht LH1368 naar Krakau gemist, die gepland stond te vertrekken om 16:40 uur lokale tijd. Lufthansa heeft de passagiers omgeboekt naar de eerstvolgende beschikbare vlucht naar Krakau.

4.2.

Lufthansa voert aan dat het onvermijdelijk is dat, indien op het eerste traject van een rotatievlucht een vertraging ontstaat, deze vertraging doorwerkt in het tweede traject van de rotatie. Daarnaast stelt zij dat piloten gevolg moeten geven aan instructies van de luchtverkeersleiding en dat sprake is van een buitengewone omstandigheid als de geplande vlucht niet op tijd kan worden uitgevoerd. Dit is een oncontroleerbare situatie die Lufthansa kon voorkomen noch beperken. Zij heeft een ruime overstaptijd van 45 minuten ingepland – de minimum overstaptijd te Frankfurt is 45 minuten – en heeft derhalve alle redelijke maatregelen genomen die van haar gevergd konden worden.

4.3.

Tevens betwist Lufthansa de buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn aan de passagiers.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming Krakau, zodat Lufthansa op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien zij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient een luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen de buitengewone omstandigheden kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot de langdurige vertraging van de vlucht leidden.

5.3.

Lufthansa heeft aangevoerd dat de vertraging van de vlucht mede is veroorzaakt door restricties van de Nederlandse luchtverkeersleiding ten aanzien van vlucht LH992 van Frankfurt naar Amsterdam. Ter onderbouwing legt Lufthansa onder andere de “Leg Information” over van vlucht LH992. Uit dit vluchtrapport volgt dat vlucht LH992 met een aankomstvertraging van 65 minuten is uitgevoerd. Het vluchtrapport vermeldt Delay Code 83: “ATFM due to RESTRICTION AT DESTINATION AIRPORT” met toevoeging “Z”: “High Demand / ATC Capicity”, oftewel beperkende instructies van de luchtverkeersleiding wegens beperkte capaciteit. Tevens heeft Lufthansa de “slot history” van vlucht LH992 overgelegd. Zij heeft toegelicht dat de luchtverkeersleiding om 08:40 uur UTC de “slot” van 10:40 uur UTC introk en verving door een nieuwe Calculated Take Off Time (CTOT) van 12:25 uur UTC. Aan vlucht LH988 is uiteindelijk een nieuwe CTOT opgelegd (11:48 uur UTC), welke ook is gebruikt. Ook de “slot history” van vlucht LH992 vermeldt vertragingscode 83 als reden voor de nieuwe CTOT. Lufthansa heeft naar het oordeel van de kantonrechter met de door haar overgelegde stukken en haar toelichting daarop voldoende aangetoond dat de luchtverkeersleiding meerdere CTOT’s heeft opgelegd aan het toestel dat vlucht LH992 uitvoerde.

5.4.

Wanneer een vlucht een CTOT opgelegd krijgt heeft deze vlucht niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. Een CTOT moet immers altijd worden opgevolgd. Naar het oordeel van de kantonrechter is in dit geval de opgelegde CTOT dan ook aan te merken als een buitengewone omstandigheid. Een CTOT is immers niet inherent aan de normale bedrijfsuitoefening en ligt buiten de macht van een luchtvaartmaatschappij.

5.5.

Voorts heeft Lufthansa met een verwijzing naar vluchtrapport van vlucht LH993 onderbouwd dat vlucht LH993 (Amsterdam-Frankfurt) 45 minuten is vertraagd als gevolg van de vertraagde aankomst van de voorgaande vlucht. Het vluchtrapport vermeldt vertragingscode 93: “late arrival of aircraft from another flight”. Tevens volgt uit het vluchtrapport dat vlucht LH993 31 minuten is vertraagd wegens een vertraagde start-up (vertragingscode 89). Lufthansa heeft voldoende onderbouwd dat vlucht LH993 wilde vertrekken maar dat de toestemming daartoe werd onthouden door de luchtverkeersleiding. De vertraging van 31 minuten is dan ook veroorzaakt door een buitengewone omstandigheid.

5.6.

De kantonrechter dient vervolgens te beoordelen of de buitengewone omstandigheden doorwerken naar de vlucht in kwestie. Lufthansa heeft voldoende aangetoond dat de vertraging van vlucht LH992 direct effect heeft gehad op de uitvoering van vlucht LH993. Deze vluchten zijn immers onderdeel van de rotatievlucht Frankfurt-Amsterdam-Frankfurt. Gebleken is dat tussen deze rotatievluchten voldoende reservetijd was ingepland. De buitengewone omstandigheid die zich heeft voorgedaan tijdens de uitvoering van vlucht LH992 werkt naar het oordeel van de kantonrechter door in de vlucht in kwestie. Voorts is gebleken dat de uiteindelijke vertraging van de passagiers van meer dan drie uur op de eindbestemming het directe gevolg is geweest van de vertraagde uitvoering van vluchten LH992 en LH993. De vertraging ontstaan als gevolg van buitengewone omstandigheden heeft het immers voor de passagiers onmogelijk gemaakt om de aansluitende vlucht LH1368 naar Krakau te halen. De vertraging op de eindbestemming van de passagiers is dan ook het gevolg van buitengewone omstandigheden.

5.7.

Voorts dient de vraag te worden beantwoord of Lufthansa alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken. Tussen de twee aansluitende vluchten was een overstaptijd van 45 minuten gepland. De minimale overstaptijd te Frankfurt was 45 minuten. Er was dus geen sprake van een reservetijd bovenop de overstaptijd, hetgeen door de kantonrechter als onvoldoende wordt gekwalificeerd. Dit neemt niet weg dat de passagiers te Frankfurt een aankomstvertraging van 66 minuten hadden en dat zij, ook al zou Lufthansa voldoende reservetijd in acht hebben genomen, de aansluitende vlucht niet meer hadden kunnen halen. Lufthansa heeft de passagiers omgeboekt naar een andere vlucht. In de gegeven omstandigheden kon er niet meer van Lufthansa worden verwacht.

5.8.

Daarbij heeft Lufthansa toegelicht dat zij de passagiers naar de eerst mogelijke vervoersmogelijkheid met voldoende plaats heeft omgeboekt. Dit wordt door de passagiers betwist. Echter, de passagiers hebben niet aangetoond dat er een eerder alternatief mogelijk was, zodat niet vast is komen te staan dat de passagiers sneller naar hun eindbestemming vervoerd hadden kunnen worden. De conclusie is dat Lufthansa alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen, zodat het beroep van Lufthansa op buitengewone omstandigheden slaagt.

5.9.

Gelet op het voorgaande zal de vordering worden afgewezen. De overige verweren van Lufthansa behoeven derhalve geen bespreking.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Lufthansa worden vastgesteld op een bedrag van € 240,00 aan salaris van de gemachtigde van Lufthansa;

6.3.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter