Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:4103

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-06-2020
Datum publicatie
09-06-2020
Zaaknummer
HAA 19/4333
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19/4333

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2020 in de zaak tussen

[eiser] te [woonplaats] , eiser

en

Centraal administratie Kantoor, afdeling bezwaar en beroep, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft bij brief van 16 juli 2019 tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 2 januari 2019 (het bestreden besluit) een tweede bezwaarschrift ingediend.

Verweerder heeft deze brief aangemerkt als beroepschrift en bij brief van 19 september 2019

op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter verdere behandeling

aan deze rechtbank doorgezonden.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.

2. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is.
Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.

3. De dagtekening van het bestreden besluit is 2 januari 2019. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 13 februari 2019.

4. Eiser heeft het beroep op 16 juli 2019 ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.

5. De rechtbank heeft eiser bij brief van 2 oktober 2019 in de gelegenheid gesteld om binnen 2 weken na dagtekening van die brief schriftelijk te laten waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend. Eiser heeft niet gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank eiser bij brief van 17 december 2019 nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen 1 week na dagtekening van die brief schriftelijk te laten weten waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend.

6. Eiser heeft bij brief van 1 maart 2020, ter griffie binnengekomen op 3 maart 2020, gereageerd. Dat is niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn.

7. Eiser heeft niet verzocht om uitstel van de gestelde termijn en heeft pas na afloop van de termijn gereageerd. Er is dus niet gebleken van een verschoonbare termijnoverschrijding.

8. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 4 juni 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.