Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3977

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-04-2020
Datum publicatie
29-05-2020
Zaaknummer
AWB 18/551
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. Indeling van een product (een set van twee rackets en een bal) in de Gecombineerde Nomenclatuur. Het product moet worden aangemerkt als 'ander materieel voor openluchtspelen' van GN-onderverdelling 9506 9990. Aan eiseres is teveel invoerrechten in rekening gebracht. Het beroep is gegrond en de rechtbank voorziet zelf in de zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 29-05-2020
FutD 2020-1747
DouaneUpdate 2020-0238
NTFR 2020/1693
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 18/551

uitspraak van de meervoudige douanekamer van 23 april 2020 in de zaak tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres

(gemachtigde: [Q] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij besluit van 9 september 2016 het verzoek van eiseres namens [A] tot terugbetaling van € 620,06, dat ziet op rechten geheven bij uitnodiging tot betaling (hierna: utb) van 13 mei 2013, afgewezen.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 20 oktober 2016 bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft het bezwaar op 19 december 2017 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft een conclusie van repliek ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 februari 2020 te Haarlem.

Namens eiseres is haar gemachtigde verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door

mr. F. Roozeboom.

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is douane-expediteur in [Z] . Op 13 mei 2013 heeft zij aangifte gedaan voor de regeling in het vrije verkeer brengen van een partij goederen, omschreven als: “soft tennis set”. De vermelde GN-onderverdeling is: 9506 5100. Voor deze goederen is aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) opgelegd voor een bedrag van € 1.457,14 aan douanerechten, te weten 4,7% van de douanewaarde.

De goederen zijn ingevoerd ten behoeve van [B] , die in Nederland enkele retailbedrijven heeft, waaronder [C] .

2.1.

Op 12 mei 2016 heeft eiseres bij verweerder een verzoek tot terugbetaling van de betaalde douanerechten van € 620,06 ingediend. Ter onderbouwing heeft eiseres gesteld dat de goederen onjuist zijn aangegeven en ingedeeld hadden moeten worden in GN-onderverdeling 9506 5900, waarop een douanerecht van 2,7% van toepassing is.

2.2.

Eiseres heeft bij dit verzoek geen exemplaar van het product overgelegd, wel een product sheet van [B] met een omschrijving en een afbeelding. De omschrijving luidt: “Soft tennis include 2pcs rackets ( [..] )”. Onder deze omschrijving staat een foto van twee blauwe rackets met een slagblad in de vorm van een raster van hetzelfde materiaal als de rest van het racket. Bij de rackets ligt op de foto één gele bal. Op de bij de aangifte voor het vrije verkeer behorende facturen en paklijsten zijn de goederen op dezelfde manier omschreven als in de product sheet. De factuurprijs van het product is ongeveer USD 1,60.

2.3.

Eiseres heeft verder als voorbeeld een afbeelding uit een reclamefolder van [C] overgelegd, waarin een product als ‘soft tennis’ wordt aangeboden met aanvullend de tekst “Leuk voor buiten of op de camping. Keuze uit groen, roze en geel. Inclusief 2 kunststof ballen.” Op de foto staan zes rackets en zes ballen.

Geschil
3. Tussen partijen is in geschil of de betaalde douanerechten wettelijke grondslag ontberen en moeten worden terugbetaald. Daartoe is van belang de indeling van de goederen in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). Eiseres bepleit indeling onder GN-onderverdeling 9506 5900. Verweerder is primair van oordeel dat niet meer kan worden vastgesteld welke GN-code van toepassing is en subsidiair dat de goederen moeten worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 9503 0070.

4. Eiseres stelt dat het product als “andere rackets” moet worden ingedeeld in GN- onderverdeling 9506 5900. Het product wordt als openluchtspel gebruikt bij buitenactiviteiten op het strand of op de camping. Het spelelement bestaat uit het overslaan van een bal. Het product laat zich vergelijken met strandsets met houten bats. Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij zich voor de indeling van het product niet langer beroept op de foto uit de reclamefolder van [C] .

5. Verweerder stelt primair dat eiseres onvoldoende gegevens heeft verstrekt om de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product vast te kunnen stellen. Zo heeft eiseres geen monster verstrekt en verschillen de rackets op de twee verschillende foto’s van elkaar. Verder beschrijft de product sheet een set met twee ballen, terwijl de foto bij de product sheet maar één bal bevat. Ook staat op deze afbeelding enkel een blauwe set en geen roze of groene zoals is vermeld in de product sheet.

Subsidiair stelt verweerder dat het product speelgoed is in de zin van GN-onderverdeling 9503 0070. De op de foto’s afgebeelde rackets zijn geen tennisrackets en ook geen rackets voor soft tennis; soft tennis is een officieel erkende sport, die wordt gespeeld op een tennisbaan en met regels die vergelijkbaar zijn met die van de tennissport. Soft tennis wordt gespeeld met een zachte rubberbal en lichtere rackets dan tennisrackets. Het product wordt door de verkoper omschreven als speelgoed en de inkoopprijs voor een setje van twee rackets en twee ballen is USD 1,60. Gezien deze prijs ligt het niet voor de hand dat het product een hoogwaardige kwaliteit bezit die eigen is aan rackets voor tennis of soft tennis; deze prijs past meer bij een voor kinderen bedoeld balspel. De ballen zijn extra zacht, hetgeen letsel bij jonge kinderen voorkomt. Het product heeft het karakter van speelgoed. Dat de rackets ook worden gebruikt door volwassenen hoeft daaraan niet in de weg te staan. Nu het tarief voor GN-onderverdeling 9503 0070 hetzelfde is als het tarief voor de aangegeven goederencode, bestaat geen grond voor terugbetaling van douanerechten.

Toepasselijke wetgeving en toelichtingen

6. GN-post 9503 luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

“Driewielers, autopeds, pedaalauto's en dergelijk speelgoed op wielen; poppenwagens;

poppen; ander speelgoed; modellen op schaal en dergelijke modellen voor ontspanning, ook indien bewegend; puzzels van alle soorten:

(…)

9503 00 70 – ander speelgoed, aangeboden in assortimenten of in stellen

(…)”

7. Aantekening 4 op Hoofdstuk 95 luidt:

“Met inachtneming van het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, omvat post 9503 onder meer artikelen van deze post gecombineerd met een of meer artikelen en die niet kunnen worden aangemerkt als een stel of assortiment in de zin van algemene regel 3, onder b), voor de interpretatie van de nomenclatuur, maar die, indien zij afzonderlijk zouden worden aangeboden, zouden moeten worden ingedeeld onder andere posten, voor zover de artikelen samen zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein en de combinatie het wezenlijke karakter van speelgoed heeft.”

8. GN-post 9506 luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

“Artikelen en materieel voor lichaamsoefening, voor gymnastiek, voor atletiek,

voor andere sporten (tafeltennis daaronder begrepen) of voor openluchtspelen,

niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk; zwembaden

en speelbadjes:

(…)

– tennisrackets, badmintonrackets en dergelijke, ook indien niet bespannen:

9506 51 00 – – tennisrackets, ook indien niet bespannen

9506 59 00 – – andere

(…)

– andere:

9506 91 – – artikelen en materieel voor lichaamsoefening, voor gymnastiek of voor atletiek:

(…)

9506 99 – – andere:

9506 99 10 – – – artikelen voor cricket en polo, andere dan ballen

9506 99 90 – – – andere”

9. De GS-toelichting op GS-post 9503 luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

“(…)

D. ander speelgoed

Deze groep omvat speelgoed dat hoofdzakelijk is bestemd voor het vermaak van personen (kinderen of volwassenen).

(…) Hiervan kunnen worden genoemd:

(...)

9. sportartikelen met het karakter van speelgoed, afzonderlijk of in sets aangeboden (bijvoorbeeld voor golf, tennis, boogschieten, biljart, baseballbats, cricketbats, hockeysticks, enz.);

10. tuingereedschap voor kinderen (kinderkruiwagens daaronder begrepen);

(…)

19. hoepels, diabolo's, tollen (bromtollen daaronder begrepen), springtouwen (voorzien van handvatten, andere dan springtouwen bedoeld bij post 95.06), ballen (andere ballen dan bedoeld bij de posten 95.04 en 95.06);

(…)

Sommige van de bovengenoemde artikelen (speelgoedwapens, tuingereedschap voor kinderen, loden soldaatjes, enz.) komen doorgaans voor in stellen.

Speelgoedartikelen die gebruiksartikelen voor volwassenen nabootsen, bijvoorbeeld elektrische strijkijzers, naaimachines, muziekinstrumenten, kunnen in de regel van genoemde gebruiksartikelen worden onderkend aan de aard van de gebruikte grondstoffen, aan de minder fijne afwerking, aan de geringe afmetingen (aangepast aan de grootte van het kind) en aan het kleiner rendement, zodat zij niet kunnen worden gebruikt voor het normale werk van volwassenen.”

10. De GS-toelichting op GS-post 9506 luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

“Van de bij deze post bedoelde artikelen kunnen de hierna opgenomen producten worden genoemd.

(…)

B. Materieel voor andere sporten en openluchtspelen (andere dan de speelgoedartikelen aangeboden in de vorm van stellen of afzonderlijk, bedoeld bij post 95.03)

Genoemd kunnen worden:

1. (…)

4. artikelen en materieel voor tafeltennis (ping-pong), zoals tafels (met of zonder de poten), paletten, ballen en netten;

5. tennisrackets, badmintonrackets en dergelijke (bijvoorbeeld squashrackets), al dan niet bespannen;

6. ballen (andere dan golfballen of tafeltennisballen), zoals tennisballen, voetballen, rugbyballen en dergelijke ballen, binnenballen daaronder begrepen; ballen voor waterpolo, basketballen en dergelijke ballen zonder binnenbal, maar met ventiel; cricketballen;

(…)”

Beoordeling van het geschil

11. Op grond van het bepaalde in artikel 116, eerste lid, onder a, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) bestaat recht op terugbetaling van invoerrechten die teveel in rekening zijn gebracht in de zin van artikel 117, eerste lid, DWU, indien het bedrag dat correspondeert met de aanvankelijk meegedeelde douaneschuld het verschuldigde bedrag overschrijdt. Aangezien eiseres een beroep op deze bepaling doet, rust op haar de last aannemelijk te maken dat een te hoog bedrag aan douanerechten is betaald.

12. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen zoals deze in de tekst van de posten en in de aantekeningen zijn omschreven. Hierbij vormen de GS- en de GN-toelichtingen nuttige aanwijzingen voor de tariefindeling, ook al zijn deze toelichtingen slechts uitleggingen en rechtens niet bindend (zie recent HvJ 26 april 2017, C-51/16 (Stryker EMEA Supply Chain Services BV), r.o. 39 en 45). Voorts kan, volgens de rechtspraak van het HvJ, de bestemming van het product een objectief indelingscriterium zijn wanneer die bestemming inherent is aan het product. Die inherentie moet worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product (zie r.o. 40 van voornoemd arrest).

13. Naar het oordeel van de rechtbank komt de foto van twee blauwe rackets met een gele bal die op het product sheet is opgenomen voldoende overeen met de omschrijving in de product sheet, de facturen en de pakbonnen, om deze in aanmerking te nemen bij de beoordeling van het geschil. De enkele stelling van verweerder dat het mogelijk is dat de foto in de product sheet is ingekopieerd, wordt door de rechtbank bij gebrek aan onderbouwing als niet aannemelijk gepasseerd.

14. Volgens de product sheet heeft de bal een diameter van 6,8 cm, waaruit kan worden afgeleid dat de rackets op de foto een totale lengte van ongeveer 50 cm hebben. Hieruit volgt dat het product niet uitsluitend geschikt is voor (kleine) kinderen, maar ook voor volwassenen. Voor de vervolgens te beantwoorden vraag of het product hoofdzakelijk is bestemd voor het vermaak van personen dan wel materieel is voor openluchtspelen, acht de rechtbank van belang dat in de tekst van GN-post 9506 openluchtspelen worden onderscheiden van sporten en dat het overslaan van een bal een onmiskenbaar fysiek spelelement heeft, dat uitstijgt boven enkel vermaak. De waarde van het product is in dit verband niet relevant. De rechtbank wijst ter illustratie op de voorbeelden van het Comité Douanewetboek (afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur), dat een kunststof waterglijbaan kwalificeert als openluchtspel en een kunststof frisbee als een artikel voor de buitensport. Dit betekent dat het product moet worden ingedeeld in GN-post 9506.

15. Voor de onderverdeling binnen GN-post 9506 kan het product niet worden aangemerkt als ‘tennisrackets, badmintonrackets en dergelijke, ook indien niet bespannen’, omdat hieronder slechts rackets worden begrepen die in complete staat bespannen zijn. Het product is niet een bespannen of te bespannen racket, maar een kunststof geheel met een slagblad in de vorm van een raster. Het product moet worden aangemerkt als ‘ander materieel voor openluchtspelen’ van GN-onderverdeling 9506 9990, waarop een tarief van toepassing is van 2,7%. Dit betekent dat aan eiseres teveel invoerrechten in rekening zijn gebracht en zij recht heeft op terugbetaling van het verschil tussen het bedrag dat aan haar in rekening is gebracht en het verschuldigde bedrag in de zin van artikel 117, eerste lid, DWU.

16. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren en de uitspraak op bezwaar vernietigen. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien door de beschikking op het verzoek tot terugbetaling te vernietigen, de utb met een bedrag van € 620,06 te verminderen, verweerder te gelasten dit bedrag aan eiser terug te betalen en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten.

Proceskosten

17. Eiseres heeft in haar beroepschrift gevraagd om een veroordeling van verweerder in de proceskosten van zowel het bezwaar als het beroep. Reeds omdat eiseres het verzoek om proceskosten voor de bezwaarfase niet heeft gedaan voor de beslissing op bezwaar komt haar geen vergoeding van die kosten toe. Voor wat betreft de kosten voor het beroep heeft eiseres geen kosten opgevoerd die voor vergoeding in aanmerking kunnen komen, zodat haar ook voor de beroepsfase geen vergoeding van kosten toekomt.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de beschikking op het verzoek om terugbetaling;

- vermindert de utb met een bedrag van € 620,06 en draagt verweerder op dit bedrag aan eiseres terug te betalen;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338 aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan op 23 april 2020 door mr. M.P.E. Oomens, voorzitter, mr. C.M. van Wechem en mr. W.M.C. Schipper, leden, in aanwezigheid van mr. E.P. van der Zalm, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.